Anarchistische mijmeringen, deel 2

Anarchistische mijmeringen, deel 2

vrijdag 7 september 2012 10:13

Een pedagogische (of pedante?) toelichting van het liberalisme

Het klassieke liberalisme stelt teleur. De positieve wetenschap stelt teleur. De klassieke economie stelt teleur. Is het niet stilaan tijd om dat toe te geven? Wordt het niet eens tijd om ons grenzeloze vertrouwen in dit gedachtegoed en deze disciplines te bekoelen en af te bouwen? Mogen we eens beginnen experimenteren met alternatieve visies, levens- en benaderingswijzen? Ik pleit hier niet voor een totale ommezwaai, een revolutie als het ware, waarin liberalisme, wetenschap en economie geen plaats meer kennen. Alsjeblieft niet. Maar het heeft geen zin meer om te blijven vasthouden aan ideeën en theorieën die alleen maar zouden werken als ze nog extremer, nog radicaler en nog consequenter worden doorgevoerd. Want is dat nu niet net wat liberalen zo bestreden toen ze het gebrek aan pluraliteit bij communisten, conservatieven en katholieken aankaartten? Niettemin is hun eenzijdige nadruk op privatisering, responsabilisering, medicalisering, commercialisering, juridisering en -sta me toe een neologisme te gebruiken- demarcationering (i.e. de tendens om wetenschap en economie te definiëren in termen van ‘juist’ en ‘fout’ enerzijds en de afwijzing van ontologische en epistemologische pluraliteit anderzijds) even verstikkend. En hoewel dat liberalisme vooralsnog geen algehele praktische navolging kent, is ze wel aan een politieke en institutionele opmars bezig sinds de helft van de jaren ’70 van de vorige eeuw. Het is overigens ook die tendens die ik begrijp als ‘neoliberaal’.

Ik sta mij toe even een korte geschiedenis, met een lading namedropping voor zij die daar wat aan hebben, te schrijven over het huidige liberalisme. Het haalt zijn mosterd uit ideeën die ontstonden (of eerder: uitgewerkt werden) zo vroeg als de 17de eeuw met o.a. Bacon, Hobbes, Descartes, Spinoza, Locke, Newton, Bayle en de Fontenelle. Nadien, in de 18de eeuw, kregen deze ideeën een politiekere vorm via o.a. Mandeville, Berkeley, Montesquieu, Voltaire, Franklin, Hume, Rousseau, Diderot, d’Alembert, Smith, d’Holbach, Kant, Burke, Lessing, Washington, Priestley, Adams, Paine, Jefferson, de Condorcet, von Herder, Bentham en von Humboldt – zij zijn allen deel van de Westerse Verlichting, of het nu de Schotse, Franse, Britse, Duitse of Amerikaanse betreft. In de 19de eeuw begint dat liberalisme zich te nestelen in de ideeën van o.a. Malthus, Say, Ricardo, Comte, Bastiat, de Tocqueville, Mill, Darwin, Spencer, Huxley en Sidgwick. Deze intellectuelen brachten veel van de wetenschappelijke en economische ideeën die we vandaag zo hoog waarderen aan de oppervlakte, welke allen ontstaan zijn in een -voor de intellectuele klasse- behoorlijk liberaal klimaat. De 19de eeuw kenmerkte zich tevens door het bloeien van politieke stromingen, zoals het anarchisme, het communisme, het nationalisme, het conservatisme en het (wetenschappelijk en utopisch) socialisme. Hierin werden de kiemen van het fascisme, het nationaal-socialisme, de sociaal-democratie en het sociaal-liberalisme gelegd. Het ‘brede liberalisme’ van de Verlichting fragmenteerde m.a.w. in zodanig veel stromingen, dat het onder meer om duidelijkheidsredenen een aparte naam verdiende. Daarmee werd het ‘klassieke liberalisme’ geboren, later ook wel -foutief- libertarisme genoemd, en het kent vandaag zijn politieke emanatie in het neoliberalisme.

— Kort intermezzo: ik weiger pertinent van ‘libertarisme’ te gebruiken om deze stroming te typeren, omdat het unilateraal gebruik van dit woord ervoor zorgt dat elke anarchist gestigmatiseerd wordt. Dit ongenoegen van anarchisten wordt duidelijk in slogans als “libertarianism is just anarchy for rich people”, maar het neemt niet weg dat het libertarisme -historisch gezien- het anarchisme zeer sterk beïnvloed heeft. Daarnaast is het klassieke liberalisme misschien wel ontstaan vanuit dat libertair denken, het vertoont eveneens tekenen van libertijns (bezits)individualisme, egoïsme en hedonisme en van militair, wetenschappelijk en juridisch autoritarisme. Geen enkele anarchist is het eens met zo’n opvattingen (op misschien wat anarcho-kapitalisten na en onder de premisse dat we Stirners invloed even buiten beschouwing laten). Individualisme is nooit absoluut en onvoorwaardelijk bij anarchisten. Egoïsme en utilitarisme zijn nooit de ultieme motivaties bij anarchisten (i.t.t. bij aanhangers van de idee van de homo economicus). En als vanzelfsprekend is élke vorm van autoriteit uit den boze, ook wetenschappelijke en juridische. —

Hoewel velen van de opgesomde intellectuelen uit de 17de, 18de en 19de eeuw ook hebben bijgedragen tot het conservatisme en aanleidingen zijn geweest tot stromingen als de sociaal-democratie, het sociaal-liberalisme, het nationalisme, het communisme en het anarchisme, blijft het belangrijk te beseffen dat zij allen liberaal waren. Zij het in de brede zin van het woord: gericht tegen de monarchie, de dictatuur, het klerikalisme en de aristocratie, pro wetenschap, techniek en vrije handel over grenzen heen en debatterend over vrije wil, het individu vs. de samenleving en nature vs. nurture. Zaken die vandaag voor vele Westerse mensen evident zijn en door nagenoeg elke politieke partij gedragen worden – ons gedachtegoed is schatplichtig aan het liberalisme uit de Verlichting. Dat velen van voorvermelde intellectuelen er allemaal verschillende waarden op nahielden (op het spectrum conservatief-progressief), is eveneens evident omdat het liberalisme nog geen afgebakende politieke stroming was – het was een verzetshouding en -mentaliteit die de politiek zoals die vandaag bestaat gedefinieerd heeft.

Vanaf de 20ste eeuw begint er zich echter een harde kern liberalen te ontwikkelen. Het klassieke liberalisme werd vurig verdedigd door o.a. von Mises, Schumpeter, von Hayek, Popper, Rand, Friedman, Rothbard en Nozick. Politieke bijval kwam er met Pinochet, Thatcher en Reagan. Het is sinds die praktische uitvoering van het klassieke liberalisme (vanaf de helft van de jaren ’70) dat deze strekking het label ‘neoliberalisme’ heeft gekregen. Niet in de minste plaats om het verschil te duiden met het sociaal-liberale denken van o.a. Dewey, Keynes, Berlin, Rawls, Rorty, Dworkin, Sen en Krugman dat sinds de tweede wereldoorlog vele Europese liberale partijen (en deels ook de Amerikaanse Democrats) typeerde. Tegenwoordig kunnen we dat neoliberalisme het duidelijkst terugvinden in de Tea Party. In eigen land is de denktank Libera! de meest klare emanatie ervan, met leden als Boudewijn Bouckaert (LDD), Frank van Dun (Murray Rothbard Instituut) en Matthias Storme (N-VA). Naast Libera! duiken deze ideeën ook frequent op in LVV, LVSV, Murray Rothbard Instituut, VLOTT, Open VLD, N-VA, LDD, MR, FDF, PP, MLD, PFF, VBO/FEB, UNIZO, Voka en gedeeltelijk in Liberales. Op subliminale wijze zijn ze ongetwijfeld ook aanwezig in De Tijd, Trends, Moneytalk, Test Aankoop en zelfs VTM. Het hoeft overigens niet gezegd dat de basisingesteldheid van vele (maar niet alle!) aandeelhouders, beleggers, ondernemers en zelfstandigen berust op klassiek liberale waarden. Deze worden uitgedragen door elk bedrijf dat zich in eerste instantie richt op het maken van winst. Alle vormen van branding, marketing, lobbying, advertising en netwerking die hiertoe leiden, verspreiden deze waarden onder de mensen. Wie stelt dat deze onschuldig, waardevrij of ‘normaal’ zijn, geeft meteen ook te kennen dat ie niet beseft dat dergelijk wereldbeeld donkerblauw gekleurd is. In zuivere vorm is het het wereldbeeld van de wellustige egoïst, die elk ander individu als obstakel ziet, als opportuniteit, als potentiële klant of consument die uitgebuit kan worden. Psychopathie is niet veraf.

We mogen dan ook niet vergeten dat dat neoliberale klimaat al bijna 40 jaar de geesten van de mensen beïnvloedt, waardoor vele van zijn waarden evidenties geworden zijn. Ik denk maar aan de suprematie van rationaliteit en het onomwonden geloof in de neutraliteit en de objectiviteit van wetenschap en economie, alsook de steevaste ontkenning van ideologische aspecten in het denken van hun vertegenwoordigers. Dit alles bestond uiteraard ook reeds in het wetenschappelijk socialisme (en vandaag nog steeds in het sociaaldemocratische denken), wat deze liberale pretenties uiteraard des te ironischer maken. Daarnaast is er ‘de plicht tot consumeren’ die de markten moet spijzen – wat sociaal-liberalen overigens ook weinig kritisch bepleiten. Niet te vergeten is het uithollen van de welvaartsstaat op basis van waarden-conservatisme en economisch opportunisme – een kenmerk dat de neoliberalen delen met nationalisten en conservatieven. Meer beïnvloeding van het neoliberalisme kan gevonden worden in het (willen) oplossen van grote problemen als werkloosheid, toenemende armoede en milieuproblematiek op basis van methodes zoals privatisering en juridisering. Of wat met de sociale afkeuring t.a.v. alternatieve visies die niet in overeenstemming zijn met de liberale premissen van vrije markt, individualisme, parlementaire democratie, rechtstaat en rationaliteit? Al deze ontwikkelingen wijzen erop dat het klassieke liberalisme / neoliberalisme een enorme invloed heeft op het denken van de burgers, niet in de minste plaats politici en opiniemakers (i.e. wetenschappers en academici, vele anderen ontberen namelijk de autoriteit die onze meritocratie vereist). Het is die geest die vandaag het heersende paradigma is in vele economische kringen, in nagenoeg alle liberale en conservatieve partijen en bij heel wat gereputeerde academici. Dat België toevallig nog behoort tot de meer sociale Westerse landen, doet daar niets aan af.

Liberalisme, wetenschap en economie staan in het huidige mens- en wereldbeeld meer dan ooit voor neutraliteit, objectiviteit en (ideologische) onafhankelijkheid. Deze disciplines zijn dus, volgens hen, niet moreel geladen – het Itinera Institute en de vereniging SKEPP zijn hiervan uitstekende voorbeelden. Zij zouden m.a.w. vrij zijn van alle normen en waarden – althans in hun onderzoek en publieke uitingen (waardoor dat mens- en wereldbeeld probleemloos de media en het onderwijs binnensluipt). Dat is wat de meeste mensen lijken te geloven of geleerd/verwacht wordt te geloven. Dat dit de grootste zinsbegoocheling is waarmee de mens zich heeft ingelaten sinds het wegvallen van God, moet bij de meer zelfbewuste mens toch ergens wel een glimlach op het gezicht toveren – nog in het midden gelaten of die uit ongeschonden idealisme of cynisch elitarisme ontstaat.

Grondige zelfkennis is vele klassieke liberalen, positieve wetenschappers en klassieke economen dan ook totaal vreemd, evenals de imiterende apologeten ervan (i.e. de doorsnee burger). Het perfecte voorbeeld was het opiniestuk van Jan Denys in De Morgen van 25/08/2012 dat samenvattend min of meer het volgende stelde: “Het neoliberalisme is er misschien wel, maar de dominante opvatting? Kom nou!” De sociale, culturele, historische en -oh ironie- economische context lijkt voor deze mensen totaal irrelevant te zijn. En dat is niet noodzakelijk onbewust (wat hen gewoon naïef zou maken). Er zijn genoeg vileine types -voornamelijk in machtsposities- die deze contexten kennen, maar ze volledig ontzien. Zij gaan er vermoedelijk van uit dat dat rationeel gezien de beste en juiste (want dat valt voor hen toch tezamen) levenshouding is. Verhaeghe slaat nagels met koppen wanneer hij mensen in bepaalde hoogstaande beroepen kenmerken van psychopathie toeschrijft – zoals een uitzinnig egocentrisme waarin gevoelsmatige empathie ontbreekt, zoals een sociaal leven gebaseerd op instrumentele contacten en zoals een egoïstische levenshouding waarin opportuniteitsgericht denken centraal staat. Die hoogstaande beroepen gaan vaak gepaard met veel verantwoordelijkheid en hoge looncheques. Dat zet aan tot denken.

Ik zou willen afsluiten met enkele evidenties die de evidenties van het klassiek-liberale, positief-wetenschappelijke en klassiek-economische denken proberen te overstemmen. Zoals de wereld die niet onuitputtelijk is. Zoals bepaalde markten die vandaag nodig lijken, maar morgen ondenkbaar en overbodig zullen zijn. Zoals de banaliteit van nagenoeg alle luxegoederen waaraan we ons vandaag ten onder consumeren. Zoals het gegeven dat de noodzaak om de overbevolkingsproblematiek aan te pakken meer inhoudt dan het opleggen van biomedische praktijken, schadebeperking door politiek-institutioneel ingrijpen en universele responsabiliseringsstrategieën. Het is tijd om steviger positie in te nemen tegen alle pleitbezorgers van die klassiek-liberale waarden, tegen alle media die de meritocraten als profeten accepteren en tegen alle economen die er nog steeds van uitgaan dat de homo economicus de beste fundering is om een houdbaar en humaan economisch systeem op te bouwen. Het is tijd om anarchistische ideeën te laten doorsijpelen die het liberalisme terug op zijn plaats zetten, die de huichelarij ervan aankaarten en die het impliciete imperialisme ervan blootleggen. Diezelfde anarchistische ideeën moeten ons evenzeer behoeden voor nostalgische uitspattingen naar conservatisme en communisme. Dat anarchisme zit verscholen in kleine dingen en het stemt tot genoegen dat er vandaag toch weer -zij het nog erg weinig en vaak onbewust- naar gegrepen wordt.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!