Analyse: Kunnen Colombianen overleven in een paradijs?

Analyse: Kunnen Colombianen overleven in een paradijs?

donderdag 5 december 2019 10:52
Spread the love

Foto: Ali Selvi/FOS

Een land vol rijkdom, zonder rechten of vrede

Colombia is land vol rijkdom, waar de overheid steeds meer onzekere jobs aan de man wil brengen en die stappen naar vrede dwarsboomt. FOS-medewerker Jo Vervecken ziet hoe het protest opborrelt.

Colombia: salsa, fiesta, paradijselijke stranden, bakken koffie, vrolijkheid alom, kortom het goeie leven. Maar armoede? De economie groeit toch goed? Het land werd recent toch toegelaten tot de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO)? Oorlog? Die is voorbij, nee? Drie jaar geleden zijn daar toch vredesakkoorden getekend!?

Leven om te werken

Met een vriendelijke “Bonjour” begroet een ober mij aan het ontbijtbuffet van het hotel waar ik onlangs logeerde in Bogotá, de gigantische hoofdstad van Colombia, smeltkroes van Colombianen uit alle hoeken van het land. De ingenieur van opleiding spreekt niet alleen vloeiend Spaans en Frans maar ook nog eens Italiaans. Toch bedient hij ons voor voor een hongerloon. Hij werkt 12 uur per dag, 7 dagen op 7, en is elke dag 3 uur onderweg van en naar zijn werk.

In Urabá loop ik María Eugenia, vakbondsactivist, tegen het lijf. Zij werkt al 23 jaar op een bananenplantage en heeft op haar ééntje 4 kinderen grootgebracht. “De werkgevers hier beweren dat vrouwen problematisch zijn, altijd protesteren en klagen, en dat ze daarom geen vast contract verdienen. Maar hoe kunnen wij zonder een stabiele job en stabiel inkomen onze kinderen grootbrengen?”

“Bovendien zijn wij dagelijks 14 uur van huis weg. Intussen zijn onze kinderen aan hun lot overgelaten. Zo komen ze in de drugshandel of prostitutie terecht. Door onze machistische opvoeding zijn er hier veel grote families. Onze mannen staan vaak niet toe dat er anticonceptiva gebruikt worden. En als wij een kind de kans kunnen geven om een secundair onderwijsdiploma te halen en zelfs verder te studeren, dan is de kans dat die een goed betaalde job vindt, die overeenstemt met de eigen capaciteiten nog steeds klein.”

Je zou er moedeloos van worden, van die uitzichtloosheid op een job die goed betaalt en past bij je kwalificatie. Werkloosheid en onzekere jobs horen bij de grootste problemen die Colombia rijk is. Volgens de OESO werkt 62% in de informele economie, om te proberen te overleven.

Foto: Ali Selvi/FOS

Volgens het Colombiaans Nationaal Ontwikkelingsplan 2018-2022 kan dat allemaal opgelost worden door het stimuleren van ondernemerschap. Volgens de OESO moet er in de sociale bijdragen en in het minimumloon geknipt worden. Colombiaanse werkgevers stellen verschillende minimumlonen per leeftijd en per regio voor.

Jongeren onder de 25 zouden slechts 75% van het minimumloon krijgen dat vandaag de dag 218,83 euro bedraagt in Colombia. Werk per uur, telewerk en werk via platformen als Rappi en Uber moet gepromoot worden. Kortom, meer flexibiliteit is dringend nodig. Álvaro Uribe Vélez, expresident van Colombia, senator en een van de belangrijkste opponenten van de vredesakkoorden in Colombia, is dezelfde mening toegedaan. Hij vindt dat werkgevers makkelijker zieke en verongelukte werknemers moeten kunnen ontslaan, en dat werkgevers mensen per uur of per dag moeten kunnen aanwerven.

De ingrediënten zijn duidelijk. De recepten ook. Maar ze zijn al allemaal uitgeprobeerd in Colombia, behalve dan het gedifferentieerde minimumloon. En het gerecht dat wordt opgediend smaakt bijzonder wrang, naar precair werk, naar jobs die we niet willen, naar uitsluiting en armoede.

Vredesproces

Net als in het budget voor sociaal beleid, knipte president Duque fameus in het overheidsbudget voor de  vredesakkoorden. Hij probeerde te verduisterden wie achter de oorlogsmisdaden zit, door het daarvoor speciaal in het leven geroepen gerechtssysteem te dwarsbomen. Bovendien voert hij een oorlogsdiscours, hakt hij in op verworven rechten en vrijheden en criminaliseert hij het sociaal protest.

Door een interne vijand terug op het toneel te voeren, in de huidige omstandigheden de dissidenten van de FARC, praat hij acties goed zoals het bombardement eind augustus op een rebellenkamp waarbij minstens acht minderjarigen het leven lieten. Uiteindelijk kostte dit incident de kop van de minister van Landsverdediging die ook al in opspraak kwam door de terugkeer van de “valse positieven” waarbij onschuldige burgers gedood worden en verkleed worden als rebellen om de “resultaten” van het leger te verbeteren. Maar de nieuwe minister is evenzeer een aanhanger van het oorlogsbeleid.

Voor de internationale gemeenschap benadrukken de Colombiaanse autoriteiten steeds vakkundig de vooruitgang die geboekt wordt. Maar het tegendeel is waar. Sinds de ondertekening van  de vredesakkoorden gaan de moorden op mensenrechtenverdedigers door en de straffeloosheid ook. Al meer dan 700 mensen die het opnamen voor de akkoorden, legden het loodje. Op 25 november publiceerde het Internationaal Vakverbond een rapport over de staat van het vredesproces om de vinger aan de pols te leggen.

Status quo

En toch is niet alles hetzelfde als voor de start van het vredesproces. Want dat proces zette de politieke agenda grondig op zijn kop en maakte ruimte voor debatten over andere problemen dan veiligheidsproblemen. Ook het sociaal protest werd nieuw leven ingeblazen. Er werd een opening gecreëerd voor het uitwerken van nieuwe politieke alternatieven met deelname van sociale organisaties en burgerplatformen.

De vredesakkoorden gaan over het neerleggen van de wapens maar ook over het uitbouwen van vredesprocessen in het territorium. Het is aan de sociale en syndicale organisaties om die mogelijkheid te benutten, te midden van de moeilijke omstandigheden. De oorzaken van het gewapend conflict moeten overwonnen worden. Jongeren spelen hierbij zonder twijfel een cruciale rol.

Bij de lokale verkiezingen van eind oktober leed de anti vredescoalitie een zware nederlaag. 86% van de gekozen politici zijn immers vóór de vrede. In hoofdstad Bogotá kwam centrum-links aan de macht en in Medellín, traditioneel in handen van rechts, ging een onafhankelijke aan de haal met de burgemeestersjerp. Dat veranderend politiek panorama opent nieuwe perspectieven.

Foto: Ali Selvi/FOS

Op 21 november werd vanuit het middenveld het startschot gegeven om te protesteren tegen de nefaste arbeidshervormingen, tegen de afbraak van de sociale zekerheid, tegen de privatiseringen, voor het recht op sociaal protest, tegen de corruptie, voor de toepassing van de vredesakkoorden en tegen de inmenging van het Internationaal Muntfonds en de OESO. Geïnspireerd en gemotiveerd door de golf van sociale protesten in Chili, Ecuador en Haïti kwamen er ook in Colombia massaal veel mensen op straat om een politiek statement neer te zetten. “Ya basta!”, klinkt het.

Herrieschoppers, volgens velen zelfs infiltranten, moeten het extreem hardhandig optreden van de speciale politiemacht ESMAD rechtvaardigen. Verschillende mensen lieten het leven, waaronder Dilan Cruz, een jongen van 18 die op het punt stond af te studeren en een kogel in het hoofd kreeg terwijl hij het recht op onderwijs opeiste.

President Duque kondigde een nationale dialoog aan. Sociaal overleg is nodig, maar ook de wil om echt iets te gaan veranderen. Met pot-lepelacties, manifestaties, concerten zullen de protesten doorgaan om de druk op de ketel te houden.

Auteur: Jo Vervecken

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!