Alle begin is moeilijk

Alle begin is moeilijk

woensdag 8 september 2010 14:22

Goed begonnen, half gewonnen maar begin dan toch niet te onbezonnen.

Aan de luchthaven van Luik was het meteen raak, geen vlucht terug is ook geen toegang tot Israël. Gastvrijheid heeft ook zo zijn grenzen. Ik moest de boekingsagente mijn terugkeerdatum opgeven. Geen flauw idee wanneer ik het land opnieuw verlaat. Moest ik weten wanneer ik waar zal staan, dan ben ik er zeker van dat ik niet meer zou gaan, lastige vraag dus voor deze bohemer. Maar ik had een voorgevoel dat deze vlucht nog meer moeilijke vragen in petto had. Zolang de visum strekt een terugvlucht geboekt die naar alle waarschijnlijkheid maagdelijk zal blijven.

De vlucht zat meer dan overvol. Naast alle toegelaten bagage bleek er ook heel wat ongelabelde bagage het vliegtuig te zijn opgeslopen. De bagage met vermiste bandjes was steeds in handen van mannen met pijpenkrullen en mooie, zwarte hoeden. Een voor de hand liggende opmerking ontsnapte stilletjes uit de mond van de stewardess. Ik had geen vooroordelen gepakt en wil deze periode zelf ondervinden, niet gestoeld op clichés over de bevolking die mijn gastheer zal zijn. Bij het verlaten van het vliegtuig was mijn labeltje ook reeds gaan of blijven vliegen op het vliegtuig.

Klaar voor de verdere moeilijke vragen was ik in de rij gaan staan en natuurlijk schoot ik weer de hoofdvogel af. Paspoort afgenomen, mocht rugzak gaan afhalen en mij bij een strengogende ondervrager aanmelden. Wat kom je hier doen, voor hoe lang,… Mijn persoonlijke uitnodiging van de door Israël erkende NGO voorgelegd maar niets kon baten. Met de ondervrager en twee assistenten naar een aparte ruimte gebracht en een vierde militair scande nog eens de reeds in Luik gescande bagage (wat je zelf doet doe je beter).

Een ondervraagster controleerde de volledige inhoud van mijn handbagage, één ondervrager doorzocht mijn andere bagage terwijl de leider van de groep me relevante vragen stelde als “wat kom je hier nu echt doen” en “eet je graag Belgische chocolade”. Als mijn zenuwen op springen stonden namen de twee assistenten elk een grote blauwe staaf die ik niet beter kan omschrijven als een soort grote, blauwe dildo en gooiden dit keer voor keer een klein beetje draaiend in de lucht om met dezelfde hand terug op te vangen.

De doembeelden van Israëlische grenscontroles waarmee mijn vrienden me  de schrik op het lijf hadden gejaagd flitsten door mijn hoofd en mijn hart klopte zoals ze nog nooit geslagen had. Dit was de stap in de controle die mijn geaardheid niet zou toelaten, jamais. Van geluk begon mijn hart nog harder te kloppen toen ze op de staven witte doekjes aanbrachten om er ieder object in mijn bagage mee af te wrijven en de doekjes in een ionscanner (ionscan stond er toch op de grote machine geschreven) te stoppen.

De ondervragers kregen een papier van een vijfde persoon die ze gezamenlijk grondig doornamen en toonden mij mijn vijf elektronische apparaten: een laptop, fototoestel, flipcamera, mp3-speler en gsm. Ik mocht aanduiden welke apparaten er nieuw waren, mocht de rommel die ze gemaakt hadden terug in de zakken stoppen en de 2 assistenten volgen. Uit de kamer gekomen kreeg ik paspoort terug en werd, tot mijn grote verwondering, een prettig verblijf gewenst met mijn visum tot zes december. Bij deze weet ik ook wat ik voor sinterklaas moet vragen.

De daver kon gaan liggen en was al fel geminderd toen ik de dag nadien aan de witte stranden van Tel Aviv lag met een blonde Leffe in mijn hand en nog wat blonde dingen die voor me op het strand parradeerden. Nog nooit zo’n warm water in een zee ervaren. Had de Noordzee deze temperatuur gehad dan was de landing van Normandië nooit geslaagd. Met zo’n hete temperaturen op het strand even in dit warme water dobberen is iets dat je niet voor 2 seconden doet, je kan er in blijven baden. Iets wat velen van de geallieerden in koudere temperaturen tegen wil en dank moesten doen.

Genoeg gerust en klaar om naar mijn eindbestemming te trekken. Het peacehouse van Ibrahim was iets veranderd maar bezat nog steeds dezelfde atmosfeer die ik er afgelopen januari had opgesnoven. Bij mijn vraag naar de bewoners van toen kreeg ik een antwoord waar het haar op mijn armen ging van rechtstaan. De langste bewoner bij mijn laatste doortocht, de Amerikaanse jood Lance, is de nacht van 17 op 18 januari door twee zeer jonge Arabische jongeren vermoord (14 en 15 jaar). Ze hadden hem een sigaret gevraagd en na weigering hebben ze hem met een stok tegen de straten van de Heilige Stad geslagen. Een week coma later heeft hij de pijp aan maarten gegeven.

Dit lokte in de kranten en bij de bevolking begrijpelijke verontwaardiging uit en een hoop “bevestigdingen” van vooroordelen, maar deze had ik niet meegenomen, weet u nog. Ibrahim was de persoon die hem, na anderhalf jaar onderdak gegeven te hebben, naar zijn laatste rustplaats heeft gedragen. Lance herinnerde ik me als de persoon die nog meer dan mij en met meer overgave over de situatie in de wereld kon spreken. Hij wist van ieder mogelijk en onmogelijk complot tussen alle wereldleiders en baseerde hier zijn rotte wereldbeeld op. Ibrahim vertelde dit met de tranen in zijn ogen en ik kreeg een misselijk gevoel in de maag door het vernemen van dit nieuws. In Zuid-Afrika had ik mensen weten sterven op dezelfde manier maar hier was ik voorbereid op religieus geïnspireerde conflicten, niet op zinloos geweld. Alle begin in een land is moeilijk maar met zo’n nieuws van start gaan tart de verbeelding.

Lance was de rechterhand van Ibrahim geworden en regelde al zijn computerzaken. Na zijn spijtige wegvallen zit Ibrahim met tonnen e-mails die hij kan lezen maar niet kan beantwoorden. Ik ben ondertussen ,na enkele uren in het huis, zijn gelukkige opvolger geworden en kan zo tot diep in de werking van het huis en in het brein van de innemende Ibrahim kijken. Voorbeeldje? Hij mailt over de waterschade in Pakistan en maakt de bekende voorspelling dat onder andere ook Nederland binnenkort het nieuwe Atlantis zal kunnen genoemd worden. Maar voor deze voorspelde ramp vreest hij de spanningen tussen Israël en Iran. Tot mijn verwondering gokt hij een overwinning voor het Iranese leger want ze weten waar in het zuiden van het land de kernwapens liggen opgeslagen, weet hij uit zeer goede bron. Ik zit, luister en merk enkel op dat Israël en Palestina zo toch ooit zullen verenigd worden: in de gemeenschappelijke dood, wat hem dan weer hartelijk cynisch doet lachen.

T.T.

Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos:

 


dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!