ACW hoort niet thuis in Vlaams-nationale en neoliberale CD&V

ACW hoort niet thuis in Vlaams-nationale en neoliberale CD&V

zondag 27 juni 2010 10:13
Spread the love

Omer Mommaerts en Jef Mariën

Als Beweging (voor een strijdbare en politiek zelfstandige christelijke arbeidersbeweging) zijn wij van oordeel dat het ACW niet thuis hoort in een Vlaams-nationale en neoliberale CD&V. Wij pleiten voor solidariteit en niet voor solidarisme. Als het ACW echt voor een meer sociale en rechtvaardige maatschappij kiest, moet het de band met de CD&V eindelijk doorknippen.

In de aanloop naar de verkiezingen van 13 juni liet het ACW zich niet onbetuigd. Laat ons ophouden met naar ‘de eigen navel’ te staren en laat ons werk maken van de aanpak van de financieel-economische crisis, breng de begroting in evenwicht en stel de toekomst van de sociale zekerheid veilig. Stem voor partijen die een sociale agenda hebben, riep L. Cortebeeck op. En wat kan zo’n agenda inhouden? Dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. Dat houdt o.a. in, zei J. Renders, dat we werk maken van progressieve belastingen, de strijd opvoeren tegen de fiscale fraude en de grote vermogens belasten. Op de vooravond van Rerum Novarum riep Cortebeeck op om te kiezen voor een partij die verantwoordelijkheid wil opnemen. “En in dit land betekent dat compromissen (durven) sluiten. Of het nu Cd&V of Groen, of SP.A is. A la limite Open VLD, al delen die ons sociaal gedachtegoed niet.” Hoe zeer hij deze uitspraken later wilde afzwakken, het werd hem niet in dank afgenomen. Niet in het minst door B. De Wever. Die kon zijn ergernis dat zijn partij niet in het lijstje van Cortebeeck was opgenomen maar moeilijk verkroppen. Nu al ‘neen’ zeggen tegen ons is echt voorbarig, reageerde De Wever. Ook wij willen orde op zaken stellen op financieel-economisch domein, maar daar heb je eerste een staatshervorming voor nodig. Daarmee was het hoge woord er uit: een staatshervorming. Ook al is het niet altijd de eerste prioriteit, de meeste partijen zagen in een staatshervorming geen probleem. Alleen is de vraag natuurlijk, welke staatshervorming en om wat te doen? Dat begrip kan vele ladingen dekken. Voor N-VA en bij uitbreiding spijtig genoeg voor bijna alle Vlaamse partijen is die staatshervorming op de eerste plaats een ‘Vlaams-nationalistische’ staatshervorming. Het ACW daarentegen stelde altijd dat een staatshervorming (en een nieuwe financieringswet) best kon, op voorwaarde dat het een sociale staatshervorming wordt waar iedereen beter van wordt en dus alle werknemers er op vooruitgaan. In één adem betekende dat ook voor het ACW dat de solidariteit, de sociale zekerheid, het arbeidsrecht en het sociaal overleg federaal blijft.

Dat staat allemaal in schril contrast met wat B. De Wever wil. Het klopt dat hij ook niet een staatshervorming vraagt om de staatshervorming. Het is hem er om te doen (in een separatistisch of confederaal model) eindelijk over de middelen te beschikken om een welbepaald sociaaleconomisch programma uit te werken. Wij kunnen ons moeilijk voorstellen dat een confederale staat of een onafhankelijk Vlaanderen beter gewapend is om problemen zoals tewerkstelling, pensioenen, armoede, enz. op te lossen. Een zelfstandig of autonoom Vlaanderen/Wallonië werpt ons het verloren paradijs niet in de schoot. Waartoe dient dan de oproep tot grotere zelfstandigheid, autonomie of onafhankelijkheid? Welke agenda gaat er achter schuil? Het is ondertussen een publiek geheim dat de verregaande staatshervorming (meer bevoegdheden voor de deelstaten) de noodzakelijke voorwaarde is om een anticrisisbeleid te voeren dat door een rechtse agenda wordt gestuurd. Nationalisme en liberalisme reiken hierbij elkaar de hand.

N-VA en Voka: Vlaams-nationalisme en neoliberalisme hand in hand

Het programma van de N-VA (loonmatiging, verlaging van de vennootschapsbelasting, behoud van de notionele aftrek, meer flexibiliteit, afschaffen van het brugpensioen, vervroegde pensionering ontmoedigen, werkloosheidsuitkeringen in de tijd beperken) is een doorslag van het Voka-memorandum dat in mei 2007 werd opgesteld ten behoeve van de toenmalig nieuwe regering (Leterme I).
In zijn bijdrage ‘Voka stuurt De Wever en Vlaamse politici ten oorlog’ (DWM, 14/06/10) merkt Han Soete op hoe het Voka het memorandum van mei 2007 terug uit de kast haalt omdat volgens het Voka er na drie jaar stuurloosheid niets is gebeurd en de eisen van toen vandaag onverkort gelden. (1)
Het is onmogelijk niet te zien hoe verwant het programma van de N-VA is met dat VOKA-memorandum. We zetten de voornaamste concrete voorstellen van dat memorandum even op een rijtje.
Werkloosheidsuitkeringen in de tijd beperken en sneller laten zakken.
Werklozen zo snel mogelijk weer op de arbeidsmarkt brengen.
Uitbreiding van het systeem van dienstencheques en interimjobs.
Stop met wachtuitkeringen voor jongeren.
Veralgemening van terbeschikkingstelling waardoor een werkgever ‘zijn’ werknemers kan uitlenen aan een andere werkgever.
Drastische verkorting van de opzegtermijnen voor bedienden.
Afbouw van het collectief overleg tot en met individualisering van de loonafspraken.
Afschaffing van het brugpensioen; afgedankte 55-plussers moeten beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt.
Pensioenopbouw bemoeilijken door ‘gelijkgestelde periodes’ niet of minder te laten meetellen in de pensioenberekening.
Spreiding van de arbeidsduur over een heel jaar waardoor overuren (en de hogere betaling) in de praktijk verdwijnen; flexibele arbeidsmarkt op maat van de werkgever.
Pensioen in functie van de loopbaan en niet van leeftijd; stap naar verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd.
Verdere vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen met een bedrag van 3,5 miljard euro.

Als je de eisen van het Voka (verdere overdracht van federale bevoegdheden naar het regionale niveau, de arbeidsmarkt en de vennootschapsbelasting regionaliseren) naast de eisen legt van De Wever voor een Vlaamse sociale zekerheid, komt niet alleen aan het licht waar het N-Va zijn mosterd haalde maar ook welk sociaal bloedbad ons te wachten staat. Het N-VA en Voka sturen aan op een uitgesproken rechts sociaaleconomisch beleid waarbij na de verworven autonomie/zelfstandigheid het mes kan gezet worden in een potverterende overheid en een geldverslindende sociale zekerheid. Als dit rechts front het voor het zeggen krijgt zullen de bedrijven eindelijk de nodige zuurstof toegediend krijgen, de grote fortuinen in de watten gelegd worden, zal de staat ontvet worden en de sociale zekerheid, een rem op de economische ontwikkeling, een forse aderlating ondergaan. Een mooie illustratie hiervan was een artikel dat nog voor de verkiezingen op 3 juni in Trends, de nauwelijks gecamoufleerde  sociaaleconomische spreekbuis van Voka/N-VA, verscheen: ‘Vlaanderen krijgt kans om een vlaktaks in te voeren’. Het N-VA programma bulkt overigens van de voorstellen waarmee de inkomensongelijkheid zal toenemen. Zo wil de partij de plafonds in de uitkeringen afschaffen. Wie met een hoog loon in de werkloosheid terecht komt of met pensioen gaat, moet een hogere uitkering en een hoger pensioen ontvangen. En wie echt goed, maar heel goed verdient, moet door de fiscus een gunstige behandeling krijgen. Het is opmerkelijk, schrijven Rik Coolsaet en John Vandaele in DWM (10/06/10) dat bij N-Va (maar ook bij LDD) de rijkere mensen meer moeten krijgen of minder moeten bijdragen. Er worden cadeaus beloofd aan de hogere inkomens terwijl de economisch zwakkeren harder worden aangepakt. Dat ziet er niet goed uit voor uitkeringstrekkers, want die zullen door N-VA (in navolging van T. Dalrymple, een Britse conservatief) eindelijk voor hun verantwoordelijkheid gesteld worden. Ze zullen zelf de handen uit de mouwen moeten steken.
Op die manier wordt er als het ware ‘een nouveau-riche’ samenlevingsmodel ontworpen waarbij iedereen die het goed heeft dicht tegen elkaar aanschurkt en de overheid en de sociale zekerheid gedwongen wordt om de vinger op de knip te houden voor diegenen die grotendeels zelf verantwoordelijk zijn voor hun minder gunstige maatschappelijke positie.

Al na de verkiezingen van 7 juni voor de gewestregeringen, trok de Vooruitgroep aan de alarmbel. (2) In het regeerprogramma van de Vlaamse regering waar De Wever (met toen 13% van de stemmen) al een stevige vinger in de pap had, kwam de solidariteit zwaar onder druk te staan. Vele voorstellen waren volgens de groep geënt op een neoliberale en nationalistische visie van de politieke klasse. Als je aan de sociale zekerheid begint te prutsen riskeer je de interpersoonlijke solidariteit en herverdeling onderuit te halen en te vervangen door een goeddeels geprivatiseerde verzekering (zonder sociale en inkomenscorrecties). Je belandt dan in een model waarbij de rechtspositie, het niveau van de uitkeringen en bijslagen, het arbeidsstatuut en de gezondheidszorg van mensen in Noord en Zuid sterk gaan uiteenlopen.
Een dik jaar later en in het licht van de monsterscore van De Wever kunnen we niet anders dan beamen dat met de N-VA geen sociaal of sociaal-democratisch beleid in de steigers staat. Eigenlijk spreken we beter van ‘solidarisme’, de term die de rechtse en fascistische partijen in de jaren dertig gebruikten om hun sociaaleconomische visie te omschrijven. Niet alleen wordt de sociale dimensie beperkt tot het eigen volk of de eigen regio maar in elke regio zelf zal het motto ‘als wij het maar goed hebben’ ten koste gaan van wie minder heeft.

ACW hoort niet thuis in Vlaams-nationale en neoliberale CD&V

Het is duidelijk dat er een rechts offensief in de maak is. Zeker in Vlaanderen. Sinds de federale verkiezingen van 2007 en de gewestverkiezingen van 2009 tekent zich een sterke ruk naar rechts af maar evengoed een stevige ruk in de richting van een zelfstandig Vlaanderen. Niet alleen hameren daar het patronaat en de zogeheten V-partijen op (N-VA, VB, LDD) maar zijn ook Open VLD, SP.A en CD&V door de knieën gegaan, niet alleen voor het neo-liberalisme maar ook voor de lokroep naar meer regionale autonomie. We hadden begrip voor het pessimisme van J. Blommaert die na de verkiezingen van 2009 liet optekenen (Indymedia, 09/06/09) dat de Vlamingen voortaan voor hun sociale bescherming aangewezen zijn op de versterkte Waalse linkerzijde. Na de recente verkiezingen van juni van dit jaar zijn de kaarten nog grondiger geschud. De Waalse linkerzijde komt nog sterker uit de stembusslag en in Vlaanderen is de dijkbreuk aan de rechterzijde van een ongeziene omvang. Hebben we hier te lande en in Vlaanderen geen ander alternatief dan op steun van de overkant van de taalgrens te wachten? Staan we echt met lege handen. Wij denken van niet. Maar veel hangt af van hoe de arbeidersbeweging (het ACW maar evengoed de socialistische arbeidersbeweging) gaat reageren op de gigantische besparingen die er zitten aan te komen. Hoe gaan beide arbeidersbewegingen reageren op de liberaal-nationalistische koers van de twee partijen waar ze historisch mee verbonden zijn? Welke politieke consequenties trekken ze uit de confrontatiekoers van de op stapel staande regering tegenover een versterking van de sociale zekerheid?
En wat ons betreft rust op het ACW, als grootste arbeidersbeweging, een verpletterende verantwoordelijkheid. Een resolute keuze voor een meer sociale en rechtvaardige samenleving vereist een kordate stellingname tegen de visie dat enkel in een onafhankelijk Vlaanderen alle problemen kunnen opgelost worden. Cruciaal is ook dat het ACW die opstelling en visie binnen de CD&V aanklaagt en afwijst. Het ACW heeft altijd op het winnende paard gewed maar dat paard loopt er nu mank bij en ‘een bijltjesdag’ lijkt niet meer veraf. Het is het moment om de weliswaar niet meer exclusieve maar toch nog steeds bevoorrechte band met de CD&V definitief door te knippen. A la De Wever zeggen wij: non possumus non loqui, we kunnen er niet over zwijgen. De band met CD&V hypothekeert nu al veel te lang de keuze van het ACW voor een meer sociale en rechtvaardige samenleving. Hoe kan je die keuze waarmaken met een partij waarin het communautaire voorrang heeft op het sociale? Als in die partij de overtuiging groeit dat een beter sociaal beleid mogelijk is wanneer je voorrang geeft aan het ‘eigen’ volk met ‘Vlaams’ kindergeld, met een ‘Vlaamse’ hospitalisatieverzekering, met een ‘Vlaamse’ zorgverzekering, kortom met een eigen Vlaamse zekerheid?
Quo usque tandem…patientia nostra? Hoe lang nog, ACW, zul je ons geduld op de proef blijven stellen? Het antwoord op de vraag is niet enkel belangrijk voor de geloofwaardigheid van het ACW maar is ook cruciaal voor de verdere sociaaleconomische ontwikkeling in dit land. Pas als het ACW eindelijk een resolute keuze maakt kan het inspirerend werken om tegenover een rechts blok een offensieve linkerzijde in stelling te brengen.

(1) Als Voka vindt dat zij hun eisenprogramma onveranderd kunnen behouden dan geldt ook nog wat we reeds in januari 2008 schreven in Beweging: ‘Wie wordt er beter van een zelfstandig Vlaanderen? De verborgen sociaaleconomische agenda achter het splitsingsdiscours van de Vlaamse werkgevers’; zie: https://www.dewereldmorgen.be/blog/beweging/2010/04/17/wie-wordt-er-beter-van-een-zelfstandig-vlaanderen

(2) Hoe sociaal is het Vlaams regeerakkoord? Centrumlinks sociaal beleid of centrumrechts solidarisme; zie: http://vooruitgroep.wikidot.com/teksten

 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!