66,6% verwerven inkomen van of langs overheid

66,6% verwerven inkomen van of langs overheid

maandag 27 oktober 2014 15:13

Het klinkt de ondernemers en hun politieke pleitbezorgers zuur in de oren, maar twee derden van wie een inkomen heeft in België verwerft dit van of langs de
overheid, voor 21,7 procent langs tewerkstelling, voor 44,9 procent langs een
vervangingsinkomen.

Slecht
33,3 procent haalt z’n inkomen langs private niet-publieke tewerkstelling. Niet
de private sector maar de publieke tewerkstelling en de solidaire
inkomensverzekering is de motor van de economie, als je weet dat ook dat 49,8 procent van de loontrekkende tewerkstelling publieke dienstverlening is.

  Niet-Publiek Publiek België
1. Bevolking      
2. Bevolking met inkomensverwerving 33,4% 66,6% 100,0%
    1. Tewerkstelling 33,4% 21,7% 55,1%
         1. Loontrekkenden  24,2% 21,2% 45,4%
         2. Zelfstandigen  9,1% 0,5% 9,6%
            – Zelfstandigen zonder pensioen 8,1% 0,5% 8,6%
            – Zelfstandigen na pensioen 1,0% 0,1% 1,1%
    2. Vervangingsinkomen   44,9% 44,9%
        1. Sociale zekerheid   41,7% 41,7%
            1. Volledig werkloos   9,2% 9,2%
                 – NWVWZ   5,5% 5,5%
                 – Ander NWNWZ   0,7% 0,7%
                 – Oud stelsel +50   1,1% 1,1%
                 – Brugpensioen   1,5% 1,5%
                 – TBS-Onderwijs   0,2% 0,2%
                 – Tijdskrediet/LBO   0,3% 0,3%
            2. Tijdelijk op werkloosheid   2,2% 2,2%
            3. Volledig op ziekteverzekering   3,5% 3,5%
                 – Ziek op invaliditeit (+ 1 jaar)   3,0% 3,0%
                 – Vervr. pensioen om med. redenen   0,5% 0,5%
            4. Tijdelijk op ziekte   2,3% 2,3%
            5. Pensioen   24,6% 24,6%
        2. Bestaanszekerheid – Volledig leefloon   1,0% 1,0%
        3. Inkomensvervangende tegemoetkom.   2,2% 2,2%

Een uniek overzicht  van inkomensverwerving in België en de gewesten

Voor het eerst wordt tot in het kleinste detail het procent gegeven van al wie
inkomen verwerft in België. Inkomsten uit roerend en onroerend vermogen
worden hier niet mee verrekend.Wel wordt het onderscheid gemaakt
tussen publieke en niet-publieke tewerkstelling en tussen loontrekkenden en
zelfstandigen. Voor het eerst wordt ook rekening gehouden met de
tijdelijke werkloosheid bij de private ondernemingen, die mee bij de
publieke financiering worden geteld. Ook de primaire ongeschiktheid wegens
ziekte of zwangerschap wordt van de tewerkstelling, publiek en
niet-publiek, afgetrokken en bij het (tijdelijk) vervangingsinkomen geteld.
Voor het vervangingsinkomen wordt verder onderscheid gemaakt tussen

  • Sociale zekerheid (Werkloosheid, Invaliditeit, Pensioen en
    tijdelijke werkloosheid/ziekte) De werkloosheid wordt daarbij nog opgesplitst in Niet-Werkende
    werkzoekende, andere NWNWZ (in beroepsopleiding bvb), oud stelsel 50+, Brugpensioen, TBS onderwijs en
    volledig Loopbaanonderbreking /t ijdskrediet)
  • Bestaanszekerheid (volledig leefloon)
  • Inkomensvervangend inkomen (gehandicapten)

Ook voor de gewesten worden de details gegeven. Hieronder de kerncijfers:

66,6 procent van de inkomenstrekkers halen hun inkomen uit betalingen door
de overheid, 21,7 procent uit publieke tewerkstelling/dienstverlening,
44,9 procent 
uit betaling langs instellingen die door de overheid beheerd worden,
namelijk de vervangingsinkomsten.

Publieke en niet-Publieke Inkomenverwerving per gewest – 2012
  Vlaams Brussels Waals België
1. Publieke inkomensverwerving 63,7% 66,8% 72,2% 66,6%
    1. Tewerkstelling 21,3% 19,1% 23,3% 21,7%
    2. Vervangingsinkomen 42,4% 47,8% 48,9% 44,9%
2. Niet-Publieke tewerkstelling 36,3% 33,2% 27,8% 33,4%

 
72,2 procent van de Waalse inkomenstrekkers halen hun inkomen uit publieke
dienstverlening, 23,3 procent uit publieke tewerkstelling en 48,9 procent uit
vervangingsinkomsten.

Het deficit in Wallonië bevindt zich in een uiterst
zwakke positie wat niet-publieke private tewerkstelling betreft, namelijk 27,8 procent, tegenover 36,3 procent in het Vlaams gewest. Zij zitten in het straatje waar ook de provincie Limburg dreigt
in terecht te komen.
 
2. Wallonië, immigratie van Vlamingen nog niet verwerkt?

Best is ook te beseffen dat in deze ondertewerkstelling in Wallonië vele klein- en achterkleinkinderen
aanwezig zijn van het miljoen Vlamingen dat in de 19de eeuw naar Wallonië
is verhuisd, maar waar de industrieën zijn verdwenen die hen heeft doen
migreren.

Bedenk ook dat de verdwijning van industrieën decennia vraagt om zich
te herstellen en dat de demografische impact een eeuw kan beslaan, om
opgebouwd te worden en om later opnieuw in evenwicht te komen.

Tenslotte is er ook het belang van de immigratie om de blutsen en builen op te vangen,
zeker in de bevolkingsevoluties. Immigratie in Brussel en Antwerpen
bvb heeft deze steden voor verregaande ineenstorting behoed.

Politiek
dient niet alleen op korte termijn te denken maar ook ver(der) in het
verleden terug te zien, om te beseffen wat het toekomstperspectief op
lange(re) termijn is.
 
3. Vlaams gewest aan het infuus van Brussel en niet omgekeerd zoals
Jan Denys stelt

Voor Brussel is het
ondertewerkstelling in de publieke dienstverlening, 19,1 procent tegenover
21,3 procent
in het Vlaams gewest, die pijn doet. Dat
wordt extra in de verf gezet door het BrutoBinnenlandsProduct per inwoner, dat in Brussel  54.909
bedraagt, tegenover 30.238 € in het Vlaams gewest en
22.174 €
in het Waals gewest in 2013.

Zonder de dagelijkse arbeidspendel naar de hoofdstad is dat
voor Brussel slechts 31.094 €. Vlaanderen ligt dus aan het infuus van
Brussel om er inkomens uit weg te zuigen. Voor de tabel BBP per inwoner,
tussen 1995 en 2013, met vergelijking met Duitsland, Nederland en
Frankrijk, zie de tabel BBP-
ESR95-1995-2013
.

4. Vervangingsinkomens, een cylinder in de motor van de economie

De
politici doen er ook goed aan te beseffen dat de inkomensverwerving langs het
vervangingsinkomen een essentiële schakel is de economische activiteit van
België, zeker omdat ze in Brussel mede instaan voor de 40,5 procent
inwoners zonder inkomen, waar dit aantal in Wallonië 34,3 procent is en
in het Vlaams gewest 30,6 procent. Deze laatste worden dus ondersteund
door het inkomen van 69,4 procent, tegenover 59,5 procent in Brussel die
voor 40,5 procent moeten zorgen.
  

Inkomenverwerving langs werk en vervangingsinkomen per gewest 2012
  Vlaams Brussels Waals België
Inkomensverwerving 100% 100,0% 100,0% 100,0%
    1. Tewerkstelling 57,6% 52,2% 51,1% 55,1%
    2. Vervangingsinkomen 42,4% 47,8% 48,9% 44,9%

   
In % op de bevolking worden de verschillen tussen de gewesten voor
een goed stuk uitgevlakt, zie
BuG 210 voor België
en BuG 216 voor
de gewesten voor % op de bevolking. Maar ook in het Vlaams gewest zijn er
naast de 57,6% werkenden 42,4% die van een
vervangingsinkomen leven, samen dus 63,7% die hun inkomen betrekken
van of langs de overheid. Wie het economische belang, vooral van deze
cilinder in de motor van de economie negeert en enkel inzet op de 1/3
private niet-publieke industrie zou wel eens erg bedrogen kunnen uitkomen,
zoals in Frankrijk, en nu ook in Duitsland zichtbaar wordt.

5. Ijkpunt voor besparingen en verzet

Door het in beeld brengen van de
inkomstenverwerving voor België en per gewest wordt een essentieel
ijkpunt gegeven om het effect van beleid te meten en de mate waarin de
weerstand ertegen zal lukken. Het is tevens noodzakelijk om te weten met
hoeveel men is om er wat tegen te doen en de verschuivingen te zien van
werkloosheid naar leefloon, invaliditeit of handicap, of, zoals zeker zal
gebeuren, naar publieke tewerkstelling. Dat lijkt een contradictie maar
zoals de laatste 15 jaar heeft de publieke tewerkstelling de neergang van
de industrie volledig opgevangen en gezorgd voor expansie met 10%
van het tewerkstellingsvolume, zoals trouwens Jozef Pacolet al jaren
duidelijk maakt aan de vakbonden in deze sectoren. Meer is niet nodig om
ook de vakbonden in de Non-Profit te doen beseffen dat zij de echte
speerpunt zijn in de vakbondsmacht, en dat zij, juist om die reden
“gespaard” worden in de besparingswoede, behoudens misschien de aanval op
de anciënniteitsverhogingen die niet zozeer de private profit maar de 1,7
miljoen werknemers van de publieke dienstverlening zou kunnen treffen.
Best is misschien de offensieve eis te stellen dat de tweejaarlijkse
anciënniteitsverhoging dient toegekend zolang men werkt.

De CD&V stond er bij, keek ernaar en heeft er z’n plezier in.

Voor wie de retoriek en soms ook de arrogantie onder ogen neemt van de
politiek als pleitbezorger voor de private industrie- en de voor-winst
dienstensector, staat voor een (soms aandoenlijk) schouwspel van
uitslovers en slippendragers van een economisch segment dat in feite al
afgedaan heeft. De industriële tewerkstelling zal verder afnemen, de
voor-winst dienstensector zal stabiliseren en op termijn ook afkalven en
beiden zullen gecompenseerd worden door publieke tewerkstelling die juist
de koopkracht van de mensen en de financiering van de overheid op peil
zullen houden en die de economische motor verder zal doen draaien.
 
Het is daarbij voorzienbaar dat het de laatste maal is dat een regering in
deze opzet, en met zulk een kleine steun in de bevolking, ook in het
Vlaams gewest, het politieke roer van dit land en van de economie in
handen zal hebben. En wie goed kijkt zal zien dat men het (al) weet, en de
CD&V stond erbij, keek ernaar, en heeft er z’n plezier in, omdat zij de
continuë kracht zijn vanuit het verleden naar de toekomst, mede door de
impact van de christelijke arbeidersbeweging langs beweging.net.
  
6. Een Voka-medewerker vraagt ‘wie zal dat betalen’?
 
6.1. “2/3 van alle inkomenstrekkers in België krijgen hun inkomen
vanuit de overheid
” schreven we in
vorige BuG 243. Een Voka-medewerker reageerde en wou weten
waar volgens u deze
publieke middelen aan de bron gegenereerd worden? Kan het zijn door
bedrijven en werknemers in private sectoren?

Het leek ons nuttig om het detail van deze inkomensverwerving nog eens in
beeld te brengen, en nu als % van de inkomensverwervers. Hiermee
verdwijnen degenen uit beeld die mede van dit inkomen leven, nl. 1/3
of 32,9% van alle Belgische inwoners leven van het inkomen van de
67,1%
die uit werk of uit de vervangingsinkomens hun inkomen
verwerven. Zeker als men de opdeling naar gewest maakt heeft dat grote impact
omdat de ‘noemer’ voor het % verkleint. In Brussel leven 40,5% van
haar inwoners van het inkomen van 59,5% inkomensverwervers, in
Wallonië 34,4% zonder inkomen en  65,6%
inkomensverwervers en in het Vlaams gewest leven 30,6% van het
inkomen verworven door 69,4% van de inkomensverwervers. Dit dient
in het achterhoofd gehouden wanneer men de aandacht toespits op de
inkomensverwervers zelf, en deze gelijkstelt aan 100%.

6.2. De
werknemers zorgen voor de draagkracht van de economie

Wie leeft nu van wie, zijn het de 33,3% privaat-tewerkgestelde in
private ondernemingen die voor de rijkdom zorgen of is het juist de
draagkracht van de 66,6% die de dieselmotor vormen waar de
economie op draait.Vast staat dat, zoals Moureaux in DM terecht stelt,
men geen besef heeft van het aantal mensen dat door de geplande besparingsmaatregelen geraakt worden. Niet alleen de 21,7% wiens
tewerkstelling van publieke financiering afhangt maar ook de 44,9% die hun
inkomen verwerven langs de overheid door de verschillende
zekerheidsystemen. Zij vormen samen 2/3 van de inkomenstrekkers.

 
Ook er aan
herinneren dat de financiering van deze zekerheidssystemen vooral
gebeurt door de afhoudingen op het inkomen van de werknemers en door
belastingen die in hoofdzaak betaald worden door diezelfde werknemers.Het is ook van het inkomen van werkenden én vervangingsinkomentrekkers dat
bv de studiekosten dienen betaald en de democratisering van het
onderwijs gerealiseerd moet worden (of deels mislukt is). Wie dit inkomen
langs publieke dienstverlening destabiliseert (ondermeer in cultuur,
wetenschappelijke instellingen, museaen alle ander diensten die nu
van zich laten horen) en de vervangingsinkomens onder druk zet,
fragiliseert de samenleving en zal de armoede doen stijgen. Het zal nog
verder wennen zijn aan de ‘onverantwoordelijkheid’ van de pseudomacht die
in feite de politiek zal blijken.


6.3. Ten behoeve van de Voka medewerker hebben we nog volgende toelichting
gegeven:

In het antwoord aan de Voka medewerker probeerden we alles zo eens op een
rijtje te zetten:
De 2/3
inkomensverwervers, betaald door of langs de overheid, vormen de kern van
het economische huishouden van België omdat hun geldbesteding rechtstreeks
op consumptie gericht is en binnen de Belgische lokaliteit blijft. Het
zijn zij die de economie in essentie doen draaien, dwz
 
– de meerwaarde die ze als werknemer realiseren, en die in het BNP terug
te vinden is
– de betalingen langs de sociale zekerheidsinstelling (in hoofdzaak door
diezelfde werknemers langs de bijdragen op hun loon bijeengebracht) die
ook deel zijn van de door hen geproduceerde meerwaarde in het verleden en
het heden en dus ook in het BNP terug te vinden zijn.
– de uitbetaling langs andere zekerheidssystemen zoals leefloon,
gehandicapteninkomens enz.
– ook langs de belastingen worden deze overheidsbestedingen door de
loontrekkende bevolking in hoofdzaak gefinancierd.

Het betreft dus een in hoge mate selfsupporting, zichzelf voedend systeem dat
enkel/vooral door externe factoren of een liberale politiek uit evenwicht
gebracht wordt of dreigt te geraken.

Daarnaast staat de private economie die 29% van de inkomens verstrekt aan
hun werknemers en de 4% die deze productiemiddelen in eigendom hebben of
als vennoot beheren.
Deze productie geeft maar in zeer geringe mate aanleiding tot betaling van
belastingen na afhouding van winst, winsten waarvan de besteding het
vermogen van de aandeelhouders doen stijgen en ook in beperkte mate
worden geherinvesteerd, of langs het speculatieve kapitaal geprivatiseerde
opbrengsten genereert. Het economische circuit waarin deze 1/3
inkomensverstrekkers functioneren is veel minder zeker en is in feite
‘marginaal’ tav van de inkomensverwerving en bestedingen van de 2/3 die
wel binnen België de economie doen draaien.

Doordat deze middelen, na afhoudingen en belastingen door de
overheid, binnen het
economische bestedingscircuit blijven, en doordat ze alle
meetellen in het BNP worden deze middelen aan de basis door de eigen
economische productie
van de staat zelf gegenereerd, en dus niet rechtsreeks door de
bedrijven
en private sector. De arbeid van de, in de industrie en de private

voor-winst diensten tewerkgestelde werknemers,
financiert langs de afhoudingen mede de overheid en kan deze
werknemers
ook doen terugvallen op elementen van de sociale zekerheid die de
economische molen doen draaien.

Zoals gezegd gaan de
belastingen op winsten of speculatieve bestedingen alsmaar in dalende
lijn, zodat het exclusief valoriseren van het belang van de 4% ondernemers
door de huidige politieke macht wel eens een grote destabilisering kan
teweegbrengen, en eerder jobafbraak dan de veel geprezen ‘jobcreatie’
waarmee men nu iedereen de mond probeert te snoeren. Maar volgens ons zal het zo ‘n vaart niet lopen, juist
omdat dit ‘ondernemers- en op maximale winst gericht belang in België
wordt gebufferd worden door de 2/3 inkomensverwervers die niet
afhangen van deze private bedrijven. En ook de werknemers van deze private
bedrijven zijn georganiseerd in vakbonden en zijn zelf belanghebbenden in
de handhaving van de structuur die momenteel aan 44,9% van de
inkomstentrekkers een vervangingsinkomen verzekert.

Dat lijkt een contradictie maar men moet de volumes waar het over gaat
eens tot zich laten doordringen
.”

En zou het dan zo niet kunnen zijn dat het volume vervangingsinkomens
alsmede het aandeel van de publieke tewerkstelling in stijgende lijn
zullen, gaat, en dat daarom juist België niet alleen meer crisisbestendig
zal worden maar ook haar welvaartspeil, in vergelijking met andere landen
nog zal uitbouwen? Is dat niet het ‘Belgisch’ paradigma?

7.
Inkomenstrekkers per gewest

Voor de tabellen met het volledig detail per gewest van publiek en niet-publieke
financiering zie hieronder.
De onderstaande  tabel geeft de vergelijking publiek naar gewest. Niet vergeten
dat de noemer kleiner is voor Wallonië en vooral Brussel omdat er meer
niet-inkomenstrekkers zijn dan in Vlaanderen en ze dus buiten beeld
gelaten worden.
   

% Publieke inkomensverwerving in België per gewest – 2012
  Vlaams Brussels Waals België
  63,7% 66,8% 72,2% 66,6%
    1. Tewerkstelling 21,3% 19,1% 23,3% 21,7%
         1. Loontrekkenden  20,9% 18,4% 22,6% 21,2%
         2. Zelfstandigen  0,5% 0,6% 0,6% 0,5%
            – Zelfstandigen zonder pensioen 0,4% 0,5% 0,5% 0,5%
            – Zelfstandigen na pensioen 0,0% 0,1% 0,1% 0,1%
    2. Vervangingsinkomen 42,4% 47,8% 48,9% 44,9%
        1. Sociale zekerheid 40,2% 41,4% 44,7% 41,7%
            1. Volledig werkloos 7,1% 13,8% 11,8% 9,2%
                 – NWVWZ 3,3% 10,9% 8,0% 5,5%
                 – Ander NWNWZ 0,5% 0,7% 0,9% 0,7%
                 – Oud stelsel +50 1,0% 1,2% 1,2% 1,1%
                 – Brugpensioen 1,8% 0,6% 1,3% 1,5%
                 – TBS-Onderwijs 0,2% 0,1% 0,2% 0,2%
                 – Tijdskrediet/LBO 0,3% 0,3% 0,2% 0,3%
            2. Tijdelijk op werkloosheid 2,2% 1,0% 2,5% 2,2%
            3. Volledig op ziekteverzekering 3,3% 3,3% 3,9% 3,5%
                 – Ziek op invaliditeit (+ 1 jaar) 2,8% 2,8% 3,4% 3,0%
                 – Vervr. pensioen med. redenen 0,5% 0,5% 0,5% 0,5%
            4. Tijdelijk op ziekte/Zwangerschap 2,4% 2,1% 2,2% 2,3%
            5. Pensioen 25,2% 21,3% 24,3% 24,6%
        2. Volledig leefloon 0,4% 4,0% 1,4% 1,0%
        3. Gehandicapten – Ink.  tegemoetk. 1,8% 2,3% 2,9% 2,2%

Als de aandacht gericht wordt op de mate dat
de overheid voor tewerkstelling zorgt of het beheer van de
vervangingsinkomsten zien we dat voor Wallonië 72,2% onder publieke
inkomenstrekkers vallen tegenover 66,8% in Brussel en 63,7% in het Vlaamse
gewest.

Wat tewerkstelling betreft heeft Wallonië  23,3% publieke
inkomenstrekkers langs tewerkstelling, in Brussel, zoals reeds aangegeven
19,1%
en het Vlaams gewest 21,3% met een Belgisch gemiddelde
van 21,7%. Het aandeel zelfstandig in de publieke dienstverlening is
beperkt en betreft vooral de zelfstandigen in de gezondheidszorg.

Het grootste verschil tussen de gewesten bestaat in het aandeel vervangingsinkomentrekkers in
het geheel van wie een inkomen verwerft in Wallonië, nl 48,9%,
tegenover 47,8% voor Brussel en 42,4% in het Vlaams gewest.
Het Vlaams gewest springt er evenwel uit met 1,8% Brugpensioen,
tegenover 1,3% in het  Waals en 0,6% in het Brussels
gewest, en het pensioen met 25,2% tegenover
24,3%
in het Waals gewest.
 
Maar dat weegt niet op tegenover de hogere
werkloosheid met 8,0% in Wallonië en vooral Brussel met 10,9%.
Ook de  langdurige ziekte en
invaliditeit is met 3,4% in Wallonië hoger tegenover 2,8% in Vlaanderen
en Brussel. Ook
het volledig leefloon, 1,4% in Wallonië tegenover 0,4% in
het Vlaams gewest. Maar Brussel met 4,0% van de
inkomenstrekkers langs volledig leefloon is het meest opvallende cijfer in
deze tabel,
zeker ook omdat er 40,5% Brusselaars zijn zonder inkomen terwijl
dat in het Vlaams gewestmaar 30,6% is. Verschuivingen van
werkloosheid naar leefloon vanaf 01/01/2015 staat iedereen maar vooral ook
Brusselaars te wachten, zie

DM 27/10/2014
.
 
De helft van de leefloontrekkers wisselt op een jaar.

Toch in herinnering brengen, dat volgens de overheidsdienst met de
beste en meest accurate statistiek, de helft van
de leefloontrekkers in de loop van een jaar wisselt, dwz er is
doorstroming naar andere inkomensverwerving. Het gaat dan in totaal om
74.911
volledige leefloontrekkers, afgerond 1,0% van al degenen
die een inkomen verwerven. Dat neemt niet weg dat de
hoge graad van bestaansonzekerheid en een hoge afhankelijkheidsgraad
vanwege niet-inkomenstrekkers, een dubbele klem zetten op de armoede in
Brussel.

Brussel en de migratie, het cement van België

Enkel een herverdeling van in Brussel gesitueerde arbeid en publieke
tewerkstelling naar Brussel, en het verhogen van dit volume, zal
Brussel ook laten deelnemen aan het Nationaal Binnenlands Product dat nu
in grote mate wordt weggehaald  van de inwoners van het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest door de arbeidspendel. Brussel is het gewest dat het
meeste voordeel zou halen bij een opsplitsing van het land, de N-VA zou
het mogen weten, of weet het, daarom laten ze Brussel voor wat het is.
Maar Brussel is nu juist het gewest dat het minst ziet in de opsplitsing
van België, juist omdat de inwoners die langs de migratie naar België
gekomen zijn, het cement zijn van België. En laat het nu zijn dat 3/4
van de Brusselaars een migratieachtergrond hebben. Juist om deze reden
heeft de N-VA haar nationalistische vlag al in de koffer geborgen en
proberen ze nog langs een ultra-liberalisme hun anti-Belgische oprispingen
in een al verloren strijd met de PS door te slikken. En de illusie wekken,
migratie en -asiel te (kunnen) bemeesteren.
 
Kruitvat of kruidvat?

Dat maar 14% van de Brusselse 18-plussers politiek
vertegenwoordigd is in de regeringspartijën mag de regering zorgen
baren. Ook de 82% van de Waalse 18-plussers die zich niet
terugvinden in de regeringspartijen zullen allicht meer van zich laten
horen dan nu al het geval is. Charleroi met slechts 8% politieke
aanwezigheid in de regering zal allicht nog van zich laten horen. Enkel de Vlaamse regeringspartijen zijn met
53% vertegenwoordiging legitiem maar dat is op de valreep de helft.
Antwerpen is maar voor 33% politiek aanwezig in de regering, een
voorbode voor wat Vlaanderen in de toekomst van deze
regeringssamenstellingen te verwachten heeft.

Het voornemen om het ‘overheidsbeslag’ en de vervangingsinkomens in het
vizier te nemen plaatst de regering, ook in het Vlaamse gewest, tegenover
2/3
van haar bevolking. Zien of dit een kruitvat wordt, of dat de
bevolking haar kruidvat, dwz de zorgzame overheid weet te koesteren en te
beschermen.
   

7.1. Vlaams gewest
   

  Niet-Publiek Publiek Vlaams
1. Bevolking      
2. Bevolking met inkomensverwerving 36,3% 63,7% 100,0%
    1. Tewerkstelling 36,3% 21,3% 57,6%
         1. Loontrekkenden  26,7% 20,9% 47,6%
         2. Zelfstandigen  9,6% 0,5% 10,0%
            – Zelfstandigen zonder pensioen 8,5% 0,4% 9,0%
            – Zelfstandigen na pensioen 1,0% 0,0% 1,1%
    2. Vervangingsinkomen   42,4% 42,4%
        1. Sociale zekerheid   40,2% 40,2%
            1. Volledig werkloos   7,1% 7,1%
                 – NWVWZ   3,3% 3,3%
                 – Ander NWNWZ   0,5% 0,5%
                 – Oud stelsel +50   1,0% 1,0%
                 – Brugpensioen   1,8% 1,8%
                 – TBS-Onderwijs   0,2% 0,2%
                 – Tijdskrediet/LBO   0,3% 0,3%
            2. Tijdelijk op werkloosheid   2,2% 2,2%
            3. Volledig op ziekteverzekering   3,3% 3,3%
                 – Ziek op invaliditeit (+ 1 jaar)   2,8% 2,8%
                 – Vervr. pensioen om med. redenen   0,5% 0,5%
            4. Tijdelijk op ziekte   2,4% 2,4%
            5. Pensioen   25,2% 25,2%
        2. Bestaanszekerheid – Volledig leefloon   0,4% 0,4%
        3. Inkomensvervangende tegemoetkom.   1,8% 1,8%

 

7.2. Brussels gewest
  

  Niet-Publiek Publiek Brussels
1. Bevolking      
2. Bevolking met inkomensverwerving 33,2% 66,8% 100,0%
    1. Tewerkstelling 33,2% 19,1% 52,2%
         1. Loontrekkenden  22,6% 18,4% 41,0%
         2. Zelfstandigen  10,6% 0,6% 11,2%
            – Zelfstandigen zonder pensioen 9,8% 0,5% 10,3%
            – Zelfstandigen na pensioen 0,8% 0,1% 0,9%
    2. Vervangingsinkomen   47,8% 47,8%
        1. Sociale zekerheid   41,4% 41,4%
            1. Volledig werkloos   13,8% 13,8%
                 – NWVWZ   10,9% 10,9%
                 – Ander NWNWZ   0,7% 0,7%
                 – Oud stelsel +50   1,2% 1,2%
                 – Brugpensioen   0,6% 0,6%
                 – TBS-Onderwijs   0,1% 0,1%
                 – Tijdskrediet/LBO   0,3% 0,3%
            2. Tijdelijk op werkloosheid   1,0% 1,0%
            3. Volledig op ziekteverzekering   3,3% 3,3%
                 – Ziek op invaliditeit (+ 1 jaar)   2,8% 2,8%
                 – Vervr. pensioen om med. redenen   0,5% 0,5%
            4. Tijdelijk op ziekte   2,1% 2,1%
            5. Pensioen   21,3% 21,3%
        2. Bestaanszekerheid – Volledig leefloon   4,0% 4,0%
        3. Inkomensvervangende tegemoetkom.   2,3% 2,3%

7.3. Waals gewest
 

  Niet-Publiek Publiek Waals
1. Bevolking      
2. Bevolking met inkomensverwerving 27,8% 72,2% 100,0%
    1. Tewerkstelling 27,8% 23,3% 51,1%
         1. Loontrekkenden  20,0% 22,6% 42,6%
         2. Zelfstandigen  7,8% 0,6% 8,4%
            – Zelfstandigen zonder pensioen 6,8% 0,5% 7,4%
            – Zelfstandigen na pensioen 1,0% 0,1% 1,0%
    2. Vervangingsinkomen   48,9% 48,9%
        1. Sociale zekerheid   44,7% 44,7%
            1. Volledig werkloos   11,8% 11,8%
                 – NWVWZ   8,0% 8,0%
                 – Ander NWNWZ   0,9% 0,9%
                 – Oud stelsel +50   1,2% 1,2%
                 – Brugpensioen   1,3% 1,3%
                 – TBS-Onderwijs   0,2% 0,2%
                 – Tijdskrediet/LBO   0,2% 0,2%
            2. Tijdelijk op werkloosheid   2,5% 2,5%
            3. Volledig op ziekteverzekering   3,9% 3,9%
                 – Ziek op invaliditeit (+ 1 jaar)   3,4% 3,4%
                 – Vervr. pensioen om med. redenen   0,5% 0,5%
            4. Tijdelijk op ziekte   2,2% 2,2%
            5. Pensioen   24,3% 24,3%
        2. Bestaanszekerheid – Volledig leefloon   1,4% 1,4%
        3. Inkomensvervangende tegemoetkom.   2,9% 2,9%

  
8. Karel Verhoeven in de Standaard: geen budgettaire maar ideologische
keuze

Is werkloosheidsuitkering een verworven
recht of een tijdelijke gunst? De maatregel zal bovendien veel mensen
raken. Eén op de vier werkloze Vlamingen is langer dan twee jaar werkloos.
Toch ontluisterend hoe nieuw beleid wordt gemaakt. We vroegen aan Open VLD
en N-VA cijfers over effecten en beperkingen waarmee ze de nieuwe
maatregel hebben uitgewerkt. Naar analyses van buitenlandse cases. Die
hebben ze niet. Wat doet vermoeden dat ideologie hier belangrijker is
.”
Karel Vehoeven in
De Standaard 25/10/2014, betalend deel.

We stellen de bovenstaande tabellen graag ter beschikking van de nieuwe
regering, zodat zij zelf wijs kunnen geraken uit de impact van wat ze aan
het doen zijn en de tegenstaand die ze mogen verwachten. Een verwittigde
mannen(regering) is misschien een halve waard.

Voor het volledige bericht, zie
BuG 244 on-line 
 
Jan Hertogen
, socioloog

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!