(6) De MOL-conferentie in Istanbul: een eerste halve inschatting
MOL-conferentie -

(6) De MOL-conferentie in Istanbul: een eerste halve inschatting

zaterdag 14 mei 2011 00:28
Spread the love

Het muisje na de berg (deel 1)

Vandaag krijgt u van mij een eerste vlugge en halve inschatting van wat de MOL-conferentie heeft opgebracht. Voor mijn eigen gemoeds- en nachtrust doe ik het in twee keer. De gal krijgt u nu. Morgen krijgt u mijn optimistische kant te zien met speurwerk naar nieuwe elementen en interessante verschuivingen.

Hebben ze zich van datum vergist?

Laat me vooraf toch nog maar eens duidelijk stellen hoe hoog de lat eigenlijk moest liggen.

Dit vierde actieplan komt er na 30 jaar mislukking van de vorige drie.
Het is een tienjarenplan dat ons aan de gang moet houden tot 2021. Ik ben dan al een paar jaar met pensioen. Wat hier wordt gepresenteerd is geen toekomstplan voor 2021, maar een vlak vademecum om enigszins mee te kunnen in 2011.

We weten natuurlijk dat een VN-conferentie geen concrete, onmiddellijk uitvoerbare maatregelen kàn opleveren. Maar ze kan wel een nieuwe analyse brengen, nieuwe concepten politiek bespreekbaar maken, akkoorden smeden rond nieuwe uitgangspunten voor beleid.

En ze kan concrete beleidsvoorstellen lanceren die in andere fora of instellingen kunnen worden verzilverd. Van alle ingrediënten kregen we hier wat te weinig.

Ik hoop van ganser harte dat ik me vergis, en dat de tijd onverwacht wonderlijke effecten van het Istanbul Plan of Action blootlegt.

Het zou niet de eerste keer zijn dat ik een conferentieresultaat verketter en dan 5 jaar later merk dat zelfs NGO-mensen dezelfde conferentie citeren als een mijlpaal in de Noord-Zuidgeschiedenis. Het overkwam me in 2002 met de ‘Monterrey consensus’ over financiering voor ontwikkeling. Maar goed, hier zal een echte wonderdokter nodig zijn om de zaak leven in te blazen.

Achteraf bekeken was het alweer voorspelbaar

In de aanloop naar de conferentie kregen ambitieuzere plannen nooit een echte kans. Het voorstel van UNCTAD (de organisatie van de VN over handel en ontwikkeling) voor een nieuwe architectuur voor de ontwikkeling van de MOL oogde mooi op papier, maar kwam niet ter sprake. Zelfs niet in de officiële ronde tafels van de conferentie.

Het oorspronkelijk eisenpakket van de Minst Ontwikkelde Landen zelf was te veel een bont boodschappenlijstje met voor elke MOL wat wils. Maar het bevatte wel genoeg elementen om, bij uitvoering uiteraard, een stevige stap vooruit te zetten.

In die voorstellen werd fel gesnoeid. Op de eerste ontwerpteksten werden, ook vanuit de Europese Unie, de traditionele vervagings- en afzwakkingtechnieken toegepast. U weet wel; “in de mate van het mogelijke” … of  “we roepen op om te onderzoeken of eventueel…”.

Voor de conferentie in Istanbul begon wisten we eigenlijk dat er, behalve rond ontwikkelingssamenwerking en handel, niet veel meer kon bewegen. Maar het zijn ook wel nog belangrijke punten.

De MOL beschreven de houding van de ‘development partners’ (de traditionele donoren) met de kernwoorden deny (ontken dat het om sytseemproblemen gaat), delay (schuif beslissingen op de lange baan), dilute (verwater voorstellen) en divide (drijf een wig tussen verschillende categoriën ontwikkelingslanden.

Geen grote doorbraak rond hulp en handel

Ook op de twee nog openstaande punten werd niet echt gescoord. De doelstelling voor meer hulp aan de MOL verschuift nauwelijks tegenover het vorige actieplan. Het blijft een menuvoorstel met een doe zo voort aan het adres van de paar landen die nu al meer dan 0,20 procent van hun nationaal inkomen aan ontwikkelingssamenwerking met de MOL besteden. Wie 0,15 procent haalt, wordt aangepord om naar 0,20 procent te stijgen. (België zit op 0,18 procent in 2009). Wie nog onder 0,15 procent zit, moet zijn best doen. Heel bindend is het niet.

Er is wel overeengekomen dat er regelmatig op VN-niveau een toetsing komt van de hulpprestaties. Ondanks veel getrek rond de formulering staat uiteindelijk toch vermeld dat die toetsing moet dienen om de hulp te versterken en te verbeteren. Na een lange dag aan de vijver ben je al blij met een klein visje.

De kwestie rond handel werd geregeld met een wat dubbelzinnig compromis. U weet misschien nog dat de Europese Unie op de MOL-conferentie in 2001 goed voor de dag kwam met een ‘everything but arms’-voorstel.

De Unie zou alle producten behalve wapentuig tariefvrij binnenlaten op de Europese markt. In de praktijk bleven nog wel wat tarieflijnen bestaan en er blijven ook wel problemen met quota, belemmeringen door oorsprongsregels en strikte kwaliteitsnormen. Maar het was toch een stap vooruit.

De vraag was om die aanpak te veralgemenen en een ‘DFQF’ (Duty free Quota free)-regeling voor alle MOL-producten te laten aanvaarden door alle noordelijke handelspartners.

Het bod strandde deze keer op een mogelijke belangentegenstelling binnen de MOL-groep zelf. De Afrikaanse MOL vrezen dat veralgemening van de DFQF-regeling het weinige dat hen nog rest aan exclusieve handelsvoordelen zal wegvegen. Ze vrezen dan uit de markt gewerkt te worden door Aziatische MOL zoals Bangladesh (dat sterk staat in textiel).

Uiteindelijk komt er geen DFQF voor alle producten van de MOL, maar DFQF voor alle MOL. Dat lijkt hezelfde, maar gaat veel minder ver.

Daarmee waren alle haakjes uit de tekst en lag de weg naar een akkoord open.

Geen bemoeienis met privézaken?

Het geloof in de privésector is sinds 2001 blijkbaar niet verminderd. Doorheen de tekst wordt het potentieel van de privésector voor de ontwikkeling van de MOL regelmatig benadrukt. Er wordt ook meer dan eens opgeroepen tot het uitbouwen van een gunstig kader voor privé-investeringen. Op zich is daar ook wat voor te zeggen.

Maar het is wel heel verwonderlijk dat de tekst niet aandringt op een bindend regelend kader om investeringen en acties van de bedrijven in ontwikkelingsplannen van de MOL te laten passen. De lessen van de voorbijen tien jaar zijn niet doorgedrongen.

De buitenlandse investeringen in de MOL zijn heel erg geconcentreerd in een beperkt aantal landen en dan nog grotendeels in de energie- en grondstoffensector. En het is geen geheim dat die sector een jungle is waar de wet van de sterkste geldt. De MOL varen er niet altijd wel bij.

En was er niet de financiële crisis van 2008. Je mag die gerust op rekening van de grote privégroepen uit de financiële sector schrijven. De crisis en de nasleep ervan smeken gewoon om transparantie en veel strakkere regulering.

Bedrijven zullen ook door het klimaatprobleem verplicht moeten worden om zich aan strengere  economische en ecologische normen te houden. Je kan er niet zomaar van uit gaan dat ze dat allemaal uit eigen beweging doen. Maar daarover wordt in het plan niet gerept.

En toch ook goed nieuws?

Een volgende blog maakt duidelijk dat er deze keer méér klimaat in de tekst zit, méér aandacht voor de productieve capaciteit van de MOL, méér aandacht voor de Zuid-Zuidsamenwerking. En we bedenken nog wel wat om het optimistisch vlammetje in u en onszelf wakker te houden.

Rudy De Meyer

Istanbul, 13 mei 2011

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!