200 j Ugent-studenten: “heerkens van goed leven”

200 j Ugent-studenten: “heerkens van goed leven”

zondag 8 oktober 2017 06:23

 



Gent, Een geschiedenis van universiteit en stad 1817-1940, Ruben Mantels, Ugent Memorie

 Als studenten vandaag uithangen in de Overpoortstraat, in zaken als ‘Café Point Final’, was dit een kleine eeuw geleden helemaal anders. Anderhalve tot twee eeuwen geleden zag het uitgangsleven van de student er dan weer nog anders uit. 

 

UGent zag het licht in 1817 en van toen af werd het Gentse stadsleven verrijkt met de aanwezigheid van studenten. Napoleon was net verslagen en we leefden onder het bewind van de Hollandse koning Willem I.

Het had niet veel gescheeld of niet Gent, maar wel Brugge, had de universiteit onderdak geboden. Althans, sommige van Willem I’s adviseurs hadden daar voor gepleit. Die wijsheid en andere wijsheden plukten we uit het boek ‘Gent; Een geschiedenis van universiteit en stad 1817-1940’ van Ruben Mantels (Mercatorfonds/UGent Memorie, 2013).

Op ruim een eeuw (1817-1940) steeg de studentenpopulatie met 800%. Dit had impact op Gent.



Recolettenlei – Cercle Artistique et Littéraire

De eerste studenten vielen erg op in het straatbeeld, in een stad met vele arbeiders. Ze werden schamper de “heerkens van goed leven” genoemd. Los van het bijwonen van colleges, genoten zij immers van een grote graad van vrijheid. Overigens bestond de eerste studentengeneratie grotendeels uit telgen van de gegoede klasse van Franstalige bourgeois, wat zich uiterlijk vertaalde in het dragen van een kostuum, een hoed en een modieuze sjaal. 



Kouter – Maison Falligan

Deze 19e eeuwse heerkens – dames waren uiterst zeldzaam – kregen gemakkelijk toegang tot de herenclubs op de Kouter, zoals bv. de Katholieke ‘Société Littéraire’ (in Maison Falligan) of de Liberale ‘Concorde’, of nog: de ‘Cercle Artistique et Littéraire’ aan de Recolettenlei.  

Den uitgank heeft studenten altijd al bezig gehouden, zoals ook Ernest Staas, een fictief prototype van negentiende eeuwse student, ontsproten aan de pen van student van vlees en bloed Tony Bergmann. 



Korte Meer – La Concorde – pic beeldbank.gent

Hij was ook “strijder voor Vlaams en Vrijzinnig”. Toch zou de 19e eeuwse student eerder een romantisch karakter gehad hebben, die zich in zijn vrije tijd eerder met roeien en schermen bezig hield, dan met activisme, wat eerder in de 20e eeuw naar boven kwam. 



Klein Turkije – Rooden Hoed

Studenten groepeerden zich naar hun ideologie. Zo kwam de ‘Gé Catholique’ naast de ‘Gé Libérale’ te staan. (Gé was de afkorting voor ‘Société Générale des Etudiants…’) Al in 1882 verzamelden de Katholieke studenten zich in ‘Le Chapeau Rouge’ – u raadt het: de ‘Rooden Hoed’, aan Klein Turkije, in de schaduw van de Sint-Niklaaskerk.  

Eerder hadden ze hun studentenvereniging boven het doopvont gehouden in ‘Café Nouveau Sint-Luc’ aan de Paddenhoek, een steeg in de vorm van een winkelhaak die de Volderstraat met de Kalandestraat/Lange Kruisstraat verbindt.



Volderstraat – hoek Paddenhoek

Studentenhuizen uit de 19e eeuw waren niet zomaar achterafzaaltjes. Wel: herenhuizen met bibliotheek en restaurant. En studentencafés waren ook niet zomaar cafés, maar chique zaken.  

 

Katholieken waren er weinig in de beginjaren van de Gentse universiteit, tot het tij begon te keren in 1884, datum waarop de eerste schoolstrijd werd beslecht.

De studentenbevolking groeide niet enkel aan omdat Katholieken hun intrede deden. De universiteit begon vanaf 1860 ook vele buitenlanders aan te trekken, dankzij de renommé van haar ingenieursopleiding. Vanaf een dikke halve eeuw na de oprichting van de universiteit waren ongeveer een derde van de studenten van buitenlandse afkomst. In 1930 waren het er 600.



Sint-Jansvest – Alma Mater

Nog vermeldenswaardig: na 1930 – met de vernederlandsing van de universiteit – kwam de communautaire kwestie op de proppen. Daarmee veranderde ook het profiel van de student. “De heerkens van goed leven” – vaak romantici – ruimden de plaats voor de ‘student-activist’.

In 1924 al werd een Algemeen Studentenhuis geopend, bestuurd door de universiteit zelf, met de bedoeling om de wrijvingen onder de studentengemeenschappen, als gevolg van de strijd om de vernederlandsing, te temperen. In deze “Alma Mater” aan de Sint-Jansvest konden alle studenten goedkoop eten, sigaren roken en kaart spelen.



Korte Kruisstraat – hoek Mageleinstraat – café Uilenspiegel -Elckerlinc – Roeland

De stijgende populariteit van de universiteit zorgde ook nog voor een ander nieuw facet in de studentenpopulatie: de spoorstudent maakte zijn entrée, maar ook de ‘huisstudent’, dit wil zeggen: de Gentenaar die dus ook niet op kot zat. Deze categorieën kwamen samen in een eigen club, de ‘Gentsche Club’, in de Korte Kruisstraat in lokaal ‘Uilenspiegel’. Deze plek mag niet worden verward met “Den Uil”, waarmee de plaatsen in de nok werden aangegeven van het ‘Grand Théâtre’ aan de Kouter. 

Zo schrijft student van Haverbeke in zijn verhaal ‘De Jacht naar het Geluk’ in 1929: “Wij gaan eerst rolmops eten bij den Rik en dan kruipen we in den Uil.”



Cataloniëstraat – hoek Heilige Geeststraat – Vermoedelijk ooit café De Pluim

Meerdere studenten lieten geschriften achter over hun tijd aan de universiteit. Zo schreef student Alfons Prayon-Van Zuylen in 1873 ‘De Geboorte van het Zwijnschap’. In het etablissement ‘De Pluim’ – ook likeurhandel Plumet – op de hoek van de Cataloniëstraat en de Heilige Geeststraat viel allerlei te beleven. 



Cataloniëstraat – hoek Heilige Geeststraat – Vermoedelijk café De Pluim

Een fragment uit de geschriften van de student, toen die daar aanwezig was tijdens een woelige, en met drank overgoten, vergadering: “Toen men lang genoeg over die belangrijke quaestie [een uitstap naar de kermis] tamelijk verwarde gedachten al drinkende had gewisseld, zoo goed namelijk als het kon, onder het getier der menschen, het geblaf der honden, het geklank der glazen, en het gedurig slaan op tafels en vloer met vervaarlijke stokken (…).” 

 

Anderhalve eeuw geleden verplaatste het epicentrum van UGent zich van de Kuip, de Zuid en de Vlaanderenstraat naar de buurt van het Sint-Pietersplein. Dit was het gevolg van het feit dat de universiteit, naast het gebouw aan de Volderstraat, een nieuwbouw optrok aan de Blandijnberg.



Sint-Pietersnieuwstraat – Vooruit

Ruben Mantels: “Op enkele honderden meter van het Instituut voor de Wetenschappen [Ledeganckstraat] lag bijvoorbeeld het ‘Café du Nouveau Théâtre’ (…).” De ‘Vooruit’ aan de Sint-Pietersnieuwstraat was de stek van de socialistische studenten.  



Sint-Baafsplein – ‘t Voske

Neringdoeners deden hun profijt met de studenten. Zo schrijft Ruben Mantels in het hierboven geciteerde boek: “Volgens een uitgevoerd in 1910 waren er 3.329 drankgelegenheden in Gent, dat wil zeggen: één voor elke 53 bewoners.” 



Kortedagsteeg – Vermoedelijk ooit ‘t Zwitschers Hof

Omdat vele cafébazen uit die tijd reclame maakten in de studentenpers, zijn enkele namen tot op vandaag nog gekend. Eén ervan is “’t Zwitschersch Hof’ aan de Korte Dagsteeg 19. Daar werd het vertier een handje geholpen door een accordeoniste-pianiste, en door een lilliputter-stepdanser. We schrijven 1937. In datzelfde jaar maakte “’t Voske” – dat uiteraard nog steeds bestaat – aan het Sint-Baafsplein reclame voor zijn fijne bieren en zijn broodjes met hesp en kaas (voor 1 frank). 



Lange Violettestraat – ooit

Niet enkel cafés maakten van de studentenbevolking hun créneau, zo ook andere zelfstandigen. In 1936 wierp Leo Vandeghinste, gevestigd aan de Lange Violettestraat 26, zich op als dé apotheker voor de studenten. Wat hij dan in huis had wat collega’s niet aan studenten konden aanbieden, laat zich raden.

Vanaf de vroeg 20e eeuw waren er ook de studentenboekhandels, annex drukkerijen en uitgeverijen, zoals: ‘Van Goethem’ op de Vogelmarkt bij de Kouter, ‘Herckenrath’ op de hoek van de Volderstraat en de Veldstraat. Ook in de buurt van de Aula: ‘Snoeck-Ducaju’ en ‘Dubrulle’. En voor de papierwaren en schrijfbenodigdheden: ‘Huis Tack’ aan het Sint-Baafsplein en ‘Huis Dewolf’ aan de Mageleinstraat.  

Het overgrote deel van de studenten waren mannelijk, en die hadden oog voor de meisjes in de stad. Niemand minder dan Karel Van de Woestijne beschrijft in een brief, aan een zekere Herman, een volksbal op de Kouter in 1928. “De meisjes-van-den-winkelstand, – zij zijn mooi Herman! – wachten op de ooglonken der studenten; intussen kussen zij elkander.” 

Alvorens den blok. Op het einde van het academiejaar vond in de jaren 1800 traditioneel het ‘fête champêtre’ plaats in Heusden, Destelbergen of Laarne. Deze traditie werd in 1930 overgenomen door het Gentsch Studentenkorps (GSC) en werd het ‘Roelandtfeest’ in het Kasteel van Mariakerke – een semi-officieel feest met toespraken van professoren en oud-studenten.

Deze bijdrage verscheen eerder in persblog.be – Verhalen uit en over Gent

 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!