1+[1+1]=3,141592. EEN VIRALE SOM.

1+[1+1]=3,141592. EEN VIRALE SOM.

woensdag 1 april 2020 10:44
Spread the love

In onze dagelijkse lectuur beklemtoont men zowel de hypernoodzaak om thuis te blijven als het belang van beweging buitenshuis, laat men Jan Jambon oproepen om aan het werk te blijven, kondigt men aan dat de piek nog moet komen terwijl jonge ouders getuigen dat de combinatie thuiswerk en permanent thuis verblijvende kinderen hen uitput, beschrijft men het gezonde verstand van een Zweden zonder lockdown, krijgen we bevestigd dat slechts een kleine minderheid zich niet aan de regels houdt. Dag één storten de beurzen in, dag drie pieken ze. Europa heeft geld op overschot, Europa overleeft dit niet.

Deze ononderbroken tegenspraak kan men niemand kwalijk nemen. Wel is het een indicatie. Niemand die echt weet, die met zekerheid mag beweren. Ook niet wie zekerheid orakelt. We schikken en herschikken, we oriënteren en heroriënteren, we laveren tussen krachten.
Dat geldt evenzeer voor onze bestuurders. Veel eerbare maar evenzeer losstaande pogingen. Van federaal tot lokaal.
Ergens tussen gerechtvaardigde paniek en angstreductie. Eenduidig zijn de ordewoorden van onze overheid niet en kunnen ze niet zijn. Wat een onoverzichtelijke ellende ook. Ook zij moeten het doen zonder sluitend wetenschappelijk besluit en dus met een paar kapstokken. Ieder criterium roept nieuwe vragen, afbakeningen, subcriteria en sectorspecifieke noodmaatregelen of correcties op.

Niet echt de meest onbekommerde vogel in de kooi, blijft ondergetekende hoogst bezorgd over de landelijke budgettaire ramp en het aantal onverdiende falingen bij tal van hardwerkende [vooral jonge, startende] zelfstandigen die binnen zes maanden tot een jaar politiek verhuld zullen worden. Nu evenwel moeten we deze collectieve gezondheidscrisis samen door. Dan zien we wel weer.

Onze bestuurders kunnen op veel krediet rekenen. Op ongeziene wijze tonen de burgers momenteel hun solidariteit, kracht, constructieve ingesteldheid en zin voor [zelf]discipline.

Moeder woont nog steeds zelfstandig en internetloos. Vorige week verjaarde ze. 92. Met respect voor de ordewoorden hebben we met z’n allen op afstand onze uiterste best gedaan om bij onze broze [overgroot]moeder een fractie op te roepen van wat anderhalve maand geleden nog simpel geluk heette. Wij, één van duizenden families in gelijkende situaties dezelfde dag. Vrolijk werden we er niet van, maar we doen ons deel. Bij evidentie.

Dit heersende klimaat van ondersteuning rijmt op geen enkele manier met het parallelle overtal aan boodschappen – eveneens overheidsgestuurd – dat strenge sanctie bij overtreding voorhoudt. Geen vriendelijke vermaning, niet samen zoeken naar een oplossing, niet beperkt tot moederlijk of vaderlijk gezag. Er staan meteen boete-getallen op. Niet de minste. Onvoorspelbaar fluctuerend tussen meerdere honderd- en duizendtallen. Dit creëert een klimaat waarin iedereen potentieel schuldig of verdacht is, tot zij of hij het onmogelijke tegendeel bewijst.

Echt problematisch wordt het wanneer de contouren voor dit strafbeleid niet anders dan vaag kunnen blijven en de toevallige gezagshandhaver ondertussen de maat van de sanctionering mag bepalen. De ‘noodzakelijke verplaatsing’ kan als typevoorbeeld gelden. Ergens moet wel een definitie te vinden zijn die billijk is [wie een echt wettelijke bepaling nastreeft, zal nog even geduld moeten oefenen]. Of een aantal criteria. Dan nog staat centraal hoe ‘lerend’ onze overheid met zulke – in wezen arbitraire – definities omgaat. Tenminste voor zover onze overheid in de penalisering geen noodzakelijke bron van inkomsten ziet. Misschien noodzakelijk maar ronduit kwalijk.
De jogger of fietser die zich vijf kilometer van haar of zijn woonst bevindt als semi-crimineel aanspreken, lijkt me echt wel het verkeerde signaal. Ze lijken me niet de eerste koeriers van de besmetting.

Het op zich geldige principe ‘iedereen gelijk voor de wet’ keert zich al eens selectief tegen de meest inschikkelijke burgers.
Ze laten zich het snelst intimideren en zullen de boete [kunnen] betalen die men hen oplegt. Maar is het werkelijk die groep makkelijke slachtoffers die hier ‘geresponsabiliseerd’ moet worden? Zeker in de gedachte dat het diezelfde jogger of fietser is die momenteel drager is van het aanmoedigende klimaat, die ‘s avonds viraal blijft applaudisseren en grappige filmpjes instuurt.

Onze Gentse burgemeester moest persoonlijk tussenkomen om te vermijden dat de volkstuinen in Gentbrugge tot verboden terrein zouden afgebakend worden voor de zorgzame groentekwekers. ‘Vanaf morgen’ – ‘Overtreders zouden geverbaliseerd worden.’
Hoe doortrokken van willekeur ook, deze aanpak ligt helemaal in de lijn van ‘streng optreden tegen wie zich niet aan de verordeningen inzake de noodzakelijke verplaatsing houdt.’

De arbitraire macht aan deze zijde wekt weerstand en triviale oprispingen aan gene zijde. Staan inspecteurs boven de infectie, zijn zij er immuun voor? Hoe is het met de sociale distantie gesteld in een combi met twee tot vier? Wordt het stuur dagelijks gedesinfecteerd? Respecteren de agenten de voorgeschreven afstand als ze bestuurders aan het raampje van hun wagen berispen? In welke mate kunnen ze burgers besmetten tijdens een interventie?
En: horen deze oprispingen thuis in een niet zo geïnspireerde eindejaarsshow of vallen ze onder wetenschap en instructie?

In de ‘roep om duidelijkheid’ huist een kiem van repressie die de huidige, kwetsbare goodwill ondermijnt. De Dossinkazerne leert ons tot welke verschrikkelijke gevolgen dat slag volgzaamheid kan leiden [los of niet los van de vaststelling dat zelfs in een op collectieve pijn gebouwd huis van vrede verstandig geachte mensen geen bruggen meer kunnen bouwen]. Rechtlijnige uitvoering van bevelen door politiek plus politie plus ambtenaren, giftig gecombineerd met burgers die hun selectieve tot light collaborerende gezagstrouw willig onderstrepen .

Na Charlie, de aanslagen in Parijs, Nice, Zaventem werden politie en leger tot symbool verheven: behoeders van de veiligheid voor burgers. Een wat vals sentiment van veiligheid, maar iedere illusie helpt soms. Diezelfde politie – en met haar de overheid – mag zich, na de war on terror vooral niet laten verleiden tot een war on citizens. Door een rechtlijnig-culpabiliserende omgangsvorm worden ze direct verantwoordelijk voor een algemeen onveiligheidsgevoel. Voor illustratie volstaat het alle artikels, verklaringen en begeleidende foto’s – en de stoere, viriele stijl van dat alles – over de niet-essentiële verplaatsing naast elkaar te leggen. De directe inning en de avondklok liggen amper één ‘krachtige’ beveiligingsbeslissing van elkaar verwijderd.

De politie hoeft voor mij geenszins de grote vriend te zijn van de burgers. Vijand of bewaker zijn van al wie het goed meent, werkt averechts, dient het algemeen belang niet. Het onafgebroken bestrijden van zichtbare en vooral onzichtbare criminaliteit wel. Een klimaat van vertrouwen in de letterlijke goegemeente en gezond verstand ook.

We hebben elkaars steun te hard nodig om ons tegenover elkaar te laten plaatsen. We zijn eraan herinnerd dat iets als collectieve verantwoordelijkheid behoorlijk levendig is. Het komt erop aan die bijzondere kracht maximaal te ondersteunen, niet te ontmoedigen.

Willi Huyghe, Gent.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!