11 juli: het middenveld tijdens de hoogdagen van de etniciteit

11 juli: het middenveld tijdens de hoogdagen van de etniciteit

maandag 11 juli 2011 13:20

In  de antropologische literatuur heerst sedert Fredrik Barth’s klassieker “Ethnic groups and boundaries” (1969) een consensus: culturele emblemen en symbolen zijn geen vaststaande kenmerken, maar zijn producten van bricolage. Die door sociale en maatschappelijke belangen geïnspireerde bricolage leidt tot het ontstaan van een “cultureel wij”-gevoel, tot onderlinge solidariteit tussen de “insiders” die zich tot een bepaalde culturele groep zien behoren, en het leidt tegelijk tot tegenstellingen met een groep van “culturele outsiders”.

Het is daarbij echter niet de Canadees of Mexicaan die voor de Fries, Catalaan of Vlaming een referentiepunt is om de eigen identiteit aan te scherpen. Wie de etnisch voelende Catalaan of Vlaming interesseren, zijn deze mensen uit zijn omgeving die niet dezelfde taal spreken of niet dezelfde godsdienst belijden.

Eenmaal dat die grenzen getrokken zijn, krijgt de “in-group” normaal vooral positieve kenmerken toegeschreven en de “out-group” negatieve kenmerken. De “hard werkende” Vlaming… blijkt in Europees verband weliswaar opvallend veel vakantie te nemen, maar alla… en wie ooit in een stad in China rondgewandeld heeft en er de coiffeurs nog om 23 uur ’s avonds aan het werk ziet, denkt er ook wel het zijne van.

Na het ineenstuiken van het absolute karakter van de institutionele godsdiensten en het afbrokkelen van de grote verhalen over economisch klasse-behoren, is de niet-rationele ruimte vandaag veroverd door de etniciteit (en bij uitbreiding het nationalisme).

Wat we vandaag zowat overal in Europa meemaken zijn de hoogdagen van de etniciteit. Italië, België, Spanje, zelfs het V.K.. In Italië hebben sommigen in de Lega Nord het klaargespeeld om de variëteiten waarmee het Italiaans gesproken wordt als een belangrijk criterium van onderscheid, basis van insider-loyauteit en outsider-creatie, in te voeren.

Voor veel mensen lijkt die etniciteit dezelfde natuurlijke absoluutheid verworven te hebben als de godsdiensten eertijds. Gevolg: eenzelfde sociale controle, eenzelfde sociale druk, eenzelfde absoluut leiderschap, eenzelfde verwantschapsretoriek onderling.

Je staat er gewoon van te kijken hoe het menselijk orkest bij herhaling eenzelfde motief, onder een nieuwe variant, kan opvoeren, met steeds eenzelfde applaus gewaarborgd. De globalisering die ten onrechte de indruk wekt dat alles wat lokaal is, weggeblazen wordt, is de nieuwe compositieruimte

Is er dan iets verkeerd met etniciteit? Misschien mag dit met twee tegenvragen beantwoord worden: Was en is er op zich iets verkeerd met godsdienst? Was en is er op zich iets verkeerd met een groot verhaal over klassentegenstellingen?

Op zich… vermoedelijk niet. Maar er is altijd een grote voorwaarde geweest, namelijk dat het individu zijn kritisch spreken mag behouden en zichzelf mag blijven zonder daarom afgestraft te worden. Met de grote verhalen uit het verleden is het verkeerd gaan lopen als die  kritische ruimte om te spreken en te handelen aan banden gelegd werd.

We moeten vandaag willen leren uit het verleden. Enkel als een voldoende groot aantal individuele mensen zich in hun kritisch spreken en handelen kunnen blijven uiten, blijft de toestand voldoende gezond. Dit is bij uitstek de ruimte die het terrein is voor de sociale en culturele initiatieven: het middenveld. De dag dat die middenveldruimte bedreigd wordt, moet bij ons een rood knipperlicht beginnen branden.

Welnu, vandaag merkt men hoe de overheid meer en meer het middenveld puur als een verlengstuk van eigen beleid wenst te zien. Een overheid kan dit, omdat ze zich sterk voelt. Ze voelt zich gedragen door een indrukwekkende etnische aanhankelijkheid, zoals andere overheden vroeger of elders zich gedragen voelden door even totale godsdienstige of klasse aanhankelijkheid.

Daarenboven voelt een overheid zich vandaag extra sterk omdat ze merkt dat ze meer dan het middenveld toegang heeft tot de media, die er ten onrechte van uitgaan dat ze de plaats van het middenveld overgenomen hebben.

Sedert Robert Putnam’s “Bowling alone” (2000, en ook al vroeger)  weten we echter dat de media weliswaar een belangrijke beïnvloedende factor geworden zijn voor mensen die zich traditioneel op het middenveld richtten, maar in feite hebben de media de rol van het middenveld niet overgenomen.

Het is de taak van het middenveld om opnieuw zijn positie terug op te eisen.

Wel hebben ze het middenveld gedwongen om zich te herpositioneren. Dit heeft het middenveld een tijdlang gedestabiliseerd, maar het is nu de taak van dit middenveld om opnieuw het woord te nemen en zijn positie terug op te eisen.

Hoe dit kan gebeuren? Zijn woordvoerders moeten, bij ons, de politieke partijen dwingen om kleur te bekennen. Elke politieke formatie moet aangespoord worden om haar visie op de al dan niet autonomie van het middenveld en op het vrije, creatieve spreken en handelen van mensen bekend te maken.

Slechts dan weten mensen welke politieke formatie naast het koesteren van regionale en etnische interesses ook nog wil waarborgen dat mensen in de sociale en culturele sector in alle vrijheid en zonder sociale dwang initiatieven zullen kunnen blijven nemen. Het is een actie waarin mensen zowel uit de culturele als uit de sociale sectoren mekaar dringend zullen moeten leren vinden.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!