“Wil de nieuwe Jef Houthuys opstaan?”

“Wil de nieuwe Jef Houthuys opstaan?”

donderdag 12 mei 2011 17:47
Spread the love

Dat was de vraag die hoofdredacteur Johan Van Overveldt stelde in zijn editoriaal in Trends van 24 februari 2011.  De directe aanleiding was de discussie over hoe het nu verder moet met de automatische koppeling van onze lonen en sociale uitkeringen aan de evolutie van de consumptieprijzen. Voor Van Overveldt was en is hierover reeds lang geen discussie meer nodig: “Willen we in de eurozone tot een efficiënt sociaaleconomisch beleid komen, dan moeten we de indexering zoals we die vandaag kennen integraal loslaten. Wie dat niet inziet, heeft echt niet begrepen wat het lidmaatschap van een monetaire unie aan onvermijdelijke consequenties met zich brengt”.  Wie dat in ieder geval niet begrepen heeft volgens Van Overveldt zijn de vakbonden. Dat is ooit anders geweest. “Om tot een serene discussie te komen over de afschaffing van het indexmechanisme  moeten vakbondsmensen opstaan die bereid zijn om het algemeen belang te laten primeren op het enge groepsbelang. Dat vergt een type van moed en burgerzin waar het binnen belangengroepen meestal aan ontbreekt. Nochtans zijn er binnen het vakbondsgebeuren duidelijke voorbeelden. Dat van ACV-boegbeeld Jef Houthuys ten tijde van de devaluatie van februari 1982 spreekt wellicht het meest tot de verbeelding.” En dan volgt in een notendop het verhaal van Poupehan en hoe Jef Houthuys aan eerste minister Wilfried Martens beloofde om het onvermijdelijke pakket begeleidende maatregelen voor de devaluatie, een tijdelijke opschorting van de automatische indexering en een aantal diepsnijdende ingrepen in de sociale zekerheid, er bij zijn achterban door te sleuren. En Van Overveldt besluit: “Houthuys hield woord en de sociale rust bleef bewaard”.

Wat leert ons dit verhaal over de nieuwe Jef Houthuys die Van Overveldt, en met hem de hele werkgeverswereld en de meeste politieke partijen, wil zien opstaan? Op de eerste plaats moet het iemand zijn die kiest voor een neoliberaal beleid met harde sociale maatregelen.  Op zijn minst een niet zo voor de hand liggende keuze voor een vakbondsleider.  Ten tweede moet die vakbondsleider kiezen  voor staatsmanschap: het algemeen belang dat voorrang krijgt op het belang van de groep waarvan je verondersteld wordt de eerste belangenverdediger te zijn. Op zich ook wat bizar. Want waartoe dient belangenverdediging als je, wanneer het er echt op aan komt,  het  zogenaamde ‘algemeen belang’ – hoe ‘algemeen’ is dat belang wel? –  voorrang moet geven? En tenslotte moet je kunnen bouwen op die vakbondsleider, het moet iemand zijn die trouw is  aan een gegeven woord en die bereid is heel ver te gaan om die trouw ook in daden om te zetten. De verleiding is groot om enkel die laatste invalshoek te beluisteren. Maar de realiteit is natuurlijk dat je die drie invalshoeken niet kon scheiden in de persoon van Jef Houthuys. En dan blijft de vraag: hebben wij zo’n nieuwe Jef Houthuys nodig?

Wat we in ieder geval nodig hebben is een nieuwe voorzitter van het ACV.  Een beetje met horten en stoten heeft Luc Cortebeeck laten weten dat hij vanaf 1 januari 2012 aftreedt als voorzitter van het ACV. De traditie wil dat die nieuwe voorzitter nog een tijdje samen loopt met de oude, kwestie van de overgang vlot te laten verlopen. Vandaar dat de opvolger van Luc Cortebeeck  binnenkort officieel  bekend zal zijn.  Ook de manier waarop zo’n nieuwe ACV-voorzitter er komt heeft zijn traditie. En wat dat betreft is er bij de keuze van zo’n nieuwe voorzitter niet direct sprake van democratie met een grote D. De huidige voorzitter samen met de algemeen secretaris doen hierover een prospectieronde bij de leiding van centrales en verbonden. Zij stellen daarbij een aantal vragen zoals: aan welk profiel moet de nieuwe voorzitter beantwoorden, zien jullie mogelijke kandidaten die aan dat profiel beantwoorden en, misschien wel de belangrijkste vraag, wat vinden jullie van de namen die nu de ronde doen, of zeg maar, wat vinden jullie van de kandida(a)t(en) die het Dagelijks Bestuur van het ACV naar voor schuift. Uiteindelijk hakt het nationaal bestuur van het ACV dan de knoop door en beslist welke kandidaat zal voorgedragen worden aan de Algemene Raad. Op die Algemene Raad kan dan voor het eerst de basis, bij monde van de militanten, zijn zeg doen. In werkelijkheid is alles beslist voor die Algemene Raad en mogen de militanten met hun applaus een democratisch sausje gieten over de procedure tot aanstelling van de nieuwe ACV-voorzitter.  Ondertussen weten de militanten voor wie ze eind mei mogen applaudisseren: huidig nationaal secretaris Marc Leemans.

Maar de kern is en blijft: aan welk profiel moet de nieuwe voorzitter van het ACV beantwoorden, over welke visie en capaciteiten moet de nieuwe voorzitter beschikken om als de eerste en beste belangenverdediger van alle werknemers en hun gezinnen op te treden?

Op de eerste plaats moet een ACV-voorzitter kiezen voor een rechtvaardige samenleving. Sinds de recente financiële crisis is eens te meer en overduidelijk gebleken dat de huidige neoliberale vrije markteconomie eerder leidt tot onrechtvaardigheid en grotere ongelijkheid. Een nieuwe ACV-voorzitter moet zich dus duidelijk uitspreken tegen de huidige door neoliberale principes gedomineerde samenleving waarin de winst voor enkelen primeert boven het goede leven voor velen. Zoals het ACV zelf voortdurend stelt: de economie moet in dienst staan van de samenleving en dus van de mensen, of zoals het Internationaal Vakverbond het stelt: Put People First. Maar natuurlijk is het onvoldoende om op congressen of in allerlei ronkende verklaringen zich hiervoor uit te spreken. Vooral in de praktijk, door het formuleren van concrete alternatieven zoals een rechtvaardige fiscaliteit, een versterking van de sociale zekerheid, enz. moet blijken voor welke keuzes de ACV-voorzitter staat. En misschien nog belangrijker is dat die nieuwe voorzitter zijn organisatie en zijn leden mobiliseert om deze concrete alternatieven in realiteit om te zetten. Die mobilisatie is de lakmoesproef voor de echtheid van de maatschappelijke keuze die wordt gemaakt.

En natuurlijk staat het ACV niet alleen om die maatschappelijke keuzes te realiseren. Sterker nog: alleen kan het ACV die keuzes niet realiseren. En dus moet een ACV-voorzitter  alles op alles zetten om tot een goede samenwerking te komen met iedereen en alle organisaties die gelijklopende doelstellingen nastreven. Hij moet dus een ‘bruggenbouwer’ zijn, zoals dat vandaag heet. Dat geldt natuurlijk op de eerste plaats binnen het ACV zelf. Maar het geldt nog veel meer voor de samenwerking met organisaties buiten onze eigen organisatiestructuren, op de eerste plaats de andere vakbonden, zowel nationaal als internationaal. Wat zich de voorbije maanden heeft afgespeeld tussen de leiding van Belgische vakbonden is onaanvaardbaar en heeft als enige resultaat dat de belangen van de werknemers  geschaad worden met als enige winnaar de werkgever. Meningsverschillen zullen er altijd zijn, maar het is de opdracht van iedere vakbondsleider die meningsverschillen binnenskamers te overwinnen. Wanneer vakbondsleiders vooral door werkgevers(organisaties) worden geroemd om hun bruggenbouwerscapaciteiten, dan is de kans heel groot dat die vakbondsleiders te kort zijn geschoten in hun verantwoordelijkheid tegenover hun achterban. Die bruggenbouwerscapaciteiten moeten op de eerste plaats de belangenverdediging van de werknemers versterken en niet de werkgevers een goed gevoel geven bij de bereikte onderhandelingsresultaten. En de eerste voorwaarde voor iedere bruggenbouwer is dat hij goed kan luisteren naar diegenen in wiens belang het is om bruggen te bouwen. Voor een vakbondsleider zijn dat de werknemers en hun families en al diegenen die van een sociale uitkering (moeten) leven. Luisteren en gehoor geven aan de leden en militanten van de vakbond is de enige garantie dat vakbondsleiders hun verantwoordelijkheid tegenover hun leden niet inruilen voor een ‘staatsmanschap’ in een door de financieel-economische machten gedomineerde staatsstructuur.

Om aan zo’n profiel te beantwoorden hebben we zeker geen behoefte aan een ‘nieuwe Jef Houthuys’. Tenzij dan misschien dat het een goede zaak zou zijn moest die nieuwe ACV-voorzitter even vastberaden, ‘recht voor de raap’, ‘niet op zijn mond gevallen’ zijn als zijn illustere voorganger. Maar dan wel vanuit een uitgesproken antikapitalistische maatschappijkeuze waarin het concrete en massale werknemersbelang primeert op een flou ‘algemeen belang’ dat dikwijls in het voordeel is van een veel kleinere groep dan die van de werknemers, de sociale uitkeringstrekkers en hun gezinnen.
We kijken er naar uit of de nieuwe ACV-voorzitter er in zal slagen om aan dit profiel te beantwoorden.

Jef Mariën
Omer Mommaerts

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!