“Een ander beleid is mogelijk”: ACV’ers kiezen voor de PVDA

“Een ander beleid is mogelijk”: ACV’ers kiezen voor de PVDA

dinsdag 16 april 2019 12:09

Interview met Maria Vindevoghel en Jozef Mampuys

Beweging.strijdbaar sprak met Maria Vindevoghel en Jozef Mampuys. Maria trekt de lijst PTB-PVDA voor het federaal parlement in Brussel waarop zowel Nederlandstaligen als Franstaligen hun stem kunnen uitbrengen. Jozef komt op als lijstduwer voor de partij op de lijst voor de Europese verkiezingen in het Nederlandstalige kiescollege. Allebei zijn ze ‘gepokt en gemazeld’ in de christelijke arbeidersbeweging. Maria eerst als militante en vakbondsafgevaardigde voor het ACV bij Sabena, later als vrijgestelde en Jozef als militant en in tal van kaderfuncties van de beweging. Wat heeft hen er toe aangezet om deze keuze te maken? Hierbij een samenvatting van het gesprek. (1)

Beweging: Hoe zijn jullie tot de beslissing gekomen om voor de PVDA op te komen?

Maria: Die keuze is een logisch gevolg van mijn syndicaal werk, de verderzetting van wat ik altijd deed. En altijd kwam ik daar de PVDA tegen, de meest consequente partij als het aankomt op de verdediging van de belangen van de werknemers.

Jozef: Ik kan dat alleen maar bevestigen. Bij mij leefde al lang een ongenoegen als ik tijdens vormingsbijeenkomsten telkens geconfronteerd werd met de vraag van de deelnemers ‘maar voor wie moeten wij nu stemmen ?’ Als je zoals het ACV een campagne voert onder het motto ‘een ander beleid is mogelijk’, dan rijst automatisch de vraag ‘met welke partijen’? En dan is het zonneklaar dat sommige partijen daar niet voor in aanmerking komen. Zo kwam ik bij de PVDA terecht, een partij waarvan het programma het dichtst aansluit bij de standpunten van de vakbond. Dat is de voorbije tien jaar telkens gebleken als studie- en vormingsdiensten van de vakbonden de partijprogramma’s met mekaar vergeleken.

Beweging: Vanwaar jullie betrokkenheid op de werkmens, op de kleine mens die als afval gedropt en vernederd wordt?

Maria: Omdat ik het zelf heb meegemaakt als lid van een schoonmaakploeg bij Sabena. Ik ken het gevoel van vernedering, van gebrek aan respect en dat druist in tegen mijn rechtvaardigheidsgevoel.

Jozef: Het heeft zeker te maken met mijn, zeg maar ouderwetse katholieke opvoeding die sterk doordrongen was van rechtvaardigheid. Ik herinner me, als we Driekoningen gingen zingen, dat we het ingezamelde geld niet mochten houden. Wij hadden genoeg, vonden ze thuis, ook al waren wij een bescheiden arbeidersgezin. Het ingezamelde geld was voor degenen die het echt nodig hadden. Natuurlijk kregen wij dus liever snoep dan geld. Het is onder meer die voorrang voor ‘de armen onder ons’ die mij later heeft geïnspireerd om voor de vakbond te gaan werken.

Beweging: Hoe kijken jullie naar de samenwerking tussen de christelijke arbeidersbeweging en de CD&V? Er zit natuurlijk al wat sleet op die formule en Leemans stelde vorig jaar dat “de exclusieve band van een beweging met één partij in vraag wordt gesteld, zeker nu we geconfronteerd worden met de resultaten van dit politiek beleid.” Hoe hebben jullie dat ervaren?

Maria: Jan Cap was de eerste om die band tussen de christelijke arbeidersbeweging en de CD&V in vraag te stellen. Ondertussen hebben al veel militanten een andere politieke keuze gemaakt. Dat lag ook voor de hand omdat je als militant wel door had dat de CD&V niet voor de belangen van de werknemers op kwam. Het partijprogramma van de PVDA daarentegen is wel uitgesproken syndicaal. Elke militant krijgt het op zijn heupen van de beslissingen van Kris Peeters. Bovendien is het mij niet alleen te doen om een programma, het gaat vooral om de praktijk en een levensstijl. Dat spreekt mij aan bij de PVDA. Ik stap niet in de politiek om me te verrijken. Ik sta achter de leuze: wat je predikt, moet je ook doen.

Jozef: Als historicus begrijp ik de link tussen CVP en ACW. Het katholicisme domineerde, via de verzuiling, het denken van de mensen. Een breekpunt kwam er tijdens de jaren zestig. De verzuiling brokkelde af en een aantal vanzelfsprekendheden werden in vraag gesteld. Ook de rol van de CVP werd aan kritiek onderworpen. Waar staat die partij eigenlijk voor? En het werd duidelijk dat je als syndicalist steeds meer vragen had bij het programma van de CVP. Dat evolueerde steeds meer in neoliberale richting waarin de behartiging van de belangen van de welstellenden steeds meer op de voorgrond trad. De kritiek kwam van overal. Van christelijke basisgroepen zoals Christenen voor het Socialisme. Van interne kritiek, van groepen zoals ‘Vakbond en Democratie’, de ‘Werkgroep Kongres Besluiten’, later de ‘Werkgroep Kristelijke Arbeiders Partij’ en van ‘Beweging voor een strijdbare en politiek onafhankelijke opstelling van de christelijke arbeidersbeweging’. Maar de roep om zich los te weken van de CVP viel bij de leiding lange tijd in dovemansoren. Voor vele militanten werd de PVDA een alternatief omwille van haar tomeloze militante inzet, de aanwezigheid bij stakingspiketten, haar authenticiteit en consequente houding.

Beweging: Jullie roepen op om de platgetreden paden te verlaten en op zoek te gaan naar politieke alternatieven. Is die oproep die voor jullie uitmondt in een keuze voor de PVDA maar voor anderen eventueel voor SP.A of Groen, geen verzwakking van de politieke slagkracht van de christelijke arbeidersbeweging? Speelt dat niet in het voordeel van de rechterzijde?

Jozef: Misschien wel. Maar wat is die politieke slagkracht echt waard wanneer die ene partij waarmee je je verbindt een programma, en nog meer een beleid, verdedigt dat haaks staat op de visie van de christelijke arbeidersbeweging? Het is belangrijk dat militanten van de vakbond de ruimte en de kansen krijgen om zelf een keuze te maken. En dat doe je door de programma’s te vergelijken. Als je dat ernstig doet kom je niet bij de CD&V terecht. En bovendien mag je zeker niet uit het oog verliezen dat een programma maar waard is wat er op het terrein al dan niet mee gebeurt.

Maria: Dat is ontzettend belangrijk. Wat partijen effectief doen is het belangrijkste criterium. Wat doen ze met dat programma als ze aan de macht zijn? Ik kan er best inkomen dat militanten voor SP.A of Groen kiezen. Dat is wellicht hun eerlijke keuze. Maar zelf heb ik in mijn lange carrière als syndicaliste nog niet veel gezien van wat ze effectief hebben gedaan om de werknemersbelangen te verdedigen. Neem nu de pensioenen. Wie heeft er tegen de verlenging van de pensioenleeftijd gestemd? Wie is er lang bevoegd geweest voor de pensioenwetgeving en hoe verklaar je dan dat we in België met erg lage pensioenuitkeringen zitten? En dat misschien even terzijde, maar als het klopt dat nu in Gent door Groen en de SP.A de privatisering van de daklozenopvang wordt georganiseerd, dan is dat toch moeilijk te vatten.

Beweging: De vraag blijft hoe in deze gewijzigde constellatie de christelijke arbeidersbeweging effectief over een sterke politieke slagkracht kan beschikken?

Jozef: De politieke slagkracht van de christelijke arbeidersbeweging zal op het terrein moeten bevochten worden. We moeten uitgaan van de kracht van de werknemers zelf. We moeten niet al onze boontjes te weken leggen bij de politieke partijen. De arbeidersbeweging krijgt een grotere slagkracht als ze zich sterk opstelt. En dat betekent mobilisatie, verzet, strijd en als het nodig is stakingen. Zo simpel is dat. Maar dat betekent dan ook, bij een staking bijvoorbeeld, meer dan een dag wat stoom afblazen. Dat verzet groeit uit een visie en een programma, concrete verzuchtingen die we aan de politieke partijen voorleggen. En dan moeten we die partijen steunen die zich daar achter scharen.

Maria: Ik geloof ook niet dat we op zoek moeten gaan naar een formule waarbij beweging.net een cruciale rol te spelen heeft als politieke spreekbuis van de christelijke arbeidersbeweging. We moeten andersom werken. Het zijn wij, de militanten, die de sterkte en de koers van de christelijke arbeidersbeweging bepalen. En dat doen we met strijd en verzet tegen een beleid dat tegen de belangen van de werknemers in gaat. Aan wie geven we onze steun? Aan een partij die achter ons staat. En in het parlement moet de stem van de mensen gehoord worden, moet de link met de straat gelegd worden. Anders gaat er niet veel veranderen.

Beweging: Jullie laten de woorden verzet en strijd vallen, terwijl het ACV vaak het verwijt krijgt zich vooral op overleg toe te spitsen. Hoe ervaren jullie dat? Ligt daar ook geen tegenstelling met de keuze van de PVDA voor de klassenstrijd?

Jozef: Er wordt vaak een valse tegenstelling gelegd. Alsof overleg en strijd twee totaal onverenigbare dingen zijn die elkaar uitsluiten. Maar die kunnen best samen gaan. En voor klassenstrijd kies je niet. De klassenstrijd is een feit. Strijd is er. Ook voor het ACV. Dat ontkennen betekent zoveel als het licht van de zon negeren. Kijk naar 1936. Daar werd onnoemelijk veel bereikt door overleg na strijd. Kijk vandaag naar de staking bij busbouwer Van Hool. De vakbonden haalden het stakingswapen boven. Ze gaven niet af en hun strijd dwingt de werkgever nu om aan tafel te gaan zitten voor onderhandelingen.

Beweging: Stel dat jullie verkozen worden, waar willen jullie prioritair werk van maken?

Maria: Voor mij liggen de kaarten blijkbaar gunstig. Ik zal ook in het parlement de syndicalist blijven die ik altijd geweest ben. Ik zal dus intens de sociaaleconomische dossiers volgen. De discussie rond de pensioenhervorming, de SWT-regeling, de discussie over de zware beroepen, jobs voor jongeren, een kortere werkweek, betere openbare dienstverlening, enz. Ik zal me zeker kwaad maken over een fiscaal beleid dat de bevolking verarmt en de rijken nog rijker maakt. Eigenlijk wil ik wegen op alle maatregelen die tegen de belangen van de gewone mensen ingaan. Ik wil ook feministisch uit de hoek komen. Als ervaringsdeskundige. Ik weet wat arbeid met vrouwen doet. Ik zal zoals vroeger, zowel aan de onderhandelingstafel als met de megafoon tijdens acties, de stem van de gewone mensen laten klinken. Misschien toch nog een kleine anekdote. Tijdens de stakingsactie op 13 februari botste ik op een syndicalist die toevallig mijn ‘strijdwapen’, had ontdekt, de megafoon waarvan ik me bediende in de tijd dat ik vakbondsdelegee was bij Sabena. Hij beloofde me die megafoon plechtig te overhandigen op de eerste dag dat ik in het parlement mijn intrede doe.

Jozef: Voor mij ligt dat enigszins anders. Ik sta niet op een verkiesbare plaats en dat is een kanjer van een understatement. Voor mij blijft mijn werk in de christelijke arbeidersbeweging absoluut prioritair. In de partij zal ik de aandacht blijven vestigen op het belang van de grootste sociale organisatie in ons land. En ik heb niet de indruk dat mijn keuze voor de PVDA mij binnen de christelijke arbeidersbeweging kwalijk wordt genomen. Daar weten ze waar ik voor sta, voor een sterke, strijdbare en authentieke arbeidersbeweging. En dat blijft zo, ook na mijn kandidatuur voor de PVDA. En Maria en ik zijn niet de enigen. Meer en meer militanten en (ex-)vrijgestelden kiezen voor de PVDA. We bevinden ons in goed gezelschap met Omer Mommaerts, Kathleen Bevernage, Marie-Paul Bické, Guido Deckers, Toon Danhieux, Yüksel Kalaz, Peter Degand, Luc Van Der Schoot, Rob Eeman en nog vele anderen.

Beweging: Jullie zijn beiden lid van Christenen voor het Socialisme (CvS). Heeft dat lidmaatschap geholpen in de keuze voor de PVDA?

Maria: Ik ben nog altijd lid van een basisgroep van CvS. Ik heb me altijd sterk betrokken gevoeld bij standpunten rond sociale rechtvaardigheid en herverdeling. Ook acties rond racisme en vluchtelingen hebben me geïnspireerd. Al die dingen vertonen een samenhang en vaak kom je dan dezelfde mensen tegen. Christen zijn is voor mij: kant kiezen, of partij kiezen als je wil. Voor de machtigen of voor het volk? Daar is geen discussie over.

Jozef: Ik stond mee aan de wieg van CvS midden jaren 70. Mijn kandidatuur voor de partij is in zekere zin de partijpolitieke consequentie van mijn engagement in CvS. Binnen CvS werd er gezocht naar een radicale interpretatie van het geloof. Dan kom je al gauw bij een keuze voor armen en verdrukten. En dan is de link met de PVDA ook niet ver. Met CvS kozen we van bij het begin voor een engagement in de christelijke/katholieke wereld, in de eerste plaats binnen de christelijke arbeidersbeweging. Daar hebben wij ons van bij het begin verzet tegen de exclusieve binding met de CVP/CD&V, waarvan de praktijk volgens ons helemaal niet zo christelijk was als uit de naam zou moeten blijken.

Beweging: Bedankt voor dit gesprek en we wensen jullie nog veel succes.

Interview: Jef Mariën, Anne Dhooghe, Willy Verbeek

(1) Voor het volledige interview, klik hier.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!