“De PS is sedert lang voorstander van regionalisering”
Bart de wever, Frank Vandenbroucke, Paul Magnette, Dave Sinardet, Maarten Van Ginderachter, André Renard, André Cools, Guy Spitaels, Jacques Yerna, Herman Balthazar, Rik Coolsaet -

“De PS is sedert lang voorstander van regionalisering”

dinsdag 23 november 2010 21:06

Aan het woord is Paul Magnette, federaal minister en PS-boegbeeld. Hij zetelt naast Frank Vandenbroucke in een debatpanel, met prof. Dave Sinardet (politicoloog, U.A.) en prof. Maarten Van Ginderachter (historicus, U.A.). Prof. Rik Coolsaet (UGent) stelt vragen en laat de panelleden langdurig hun ideeën uiteenzetten. We hebben in Vlaanderen niet zo vaak de kans een PS-kopstuk uitgebreid te horen. Dat is de verdienste van de Gerrit Kreveld Stichting die ook Samenleving en Politiek uitgeeft (voorzitter Herman Balthazar). Van TV weten we al dat Magnette Nederlands spreekt zonder papiertjes. De balzaal van de Vooruit in Gent is volzet, er moeten nog stoelen aangesleept worden.

De PS is nu een regionalistische partij, dus voorstander van meer bevoegdheden voor de gewesten. Daarover hebben wij geen probleem met de N-VA, maar wel met hun rechts sociaal-economisch en fiscaal programma. Wij zijn voor de regulering van de markt. Best zou dat op EU-vlak gebeuren, maar beter regionaal dan federaal. Wij  vrezen fiscale concurrentie, dat is slecht voor de werknemers. Tot vandaag staat de PS heel dicht bij de vakbonden.

“Bovendien kent Bart De Wever geen eigen bevoegdheden toe aan Brussel. Terwijl de socialistische beweging in Brussel zeer multicultureel is, de sterkste figuren zijn van Turkse of Marokkaanse oorsprong. De Franstalige Brusselaars zijn geen Walen. Sociologisch zijn er drie gewesten, en de PS is een bi-regionale partij: de afdelingen in Wallonië, èn deze van Brussel. Over Brussel zijn de documenten van Sp-a erg onduidelijk.

“Het regionalisme van de PS kwam geleidelijk tot stand onder de leiding van André Cools, later Guy Spitaels, en onder invloed van Jean-Marie Dehousse en José Happart. De start van deze beweging lag niet bij de PS, maar was geheel syndikaal, nl. het renardisme (naar ABVV-leider André Renard). Dit was het Waalse vervolg op de algemene staking van de eeuw (1960-61), tegen de Eenheidswet van vader Eyskens (Gaston), toenmalig premier”.

Moet Sp-a zich Vlaamser opstellen?

Die vraag kregen de andere panelleden te beantwoorden.

Maarten Ginderachter, die wetenschappelijk publiceert over het nationalisme eind 19e begin 20e eeuw[1]: “Men hoort meermaals de vraag: waarom hebben de socialisten de aansluiting met de Vlaamse beweging gemist? Die vraag wordt verkeerd gesteld. Waarom heeft de Vlaamse beweging de aansluiting met het socialisme gemist! De socialisten vochten voor het algemeen stemrecht, de katholieken waren ertegen. De socialisten voelden zich wel Vlaams, maar identificeerden zich prioritair als sociale klasse. Het Vlaamse nationalisme was hoofdzakelijk conservatief, met alle uitwassen vandien, niet emancipatorisch. Destijds kwamen de stakingsbrekers uit Vlaanderen”. Van Ginderachter citeert Cortebeeck van het ACV: ‘Vlaamse strijdkreten hebben niets van doen met sociale strijd’.

Dave Sinardet: “Wat verstaan we onder “Vlaams”? Is dit louter communautair, de verfransing van de Brusselse rand, BHV? Of gaat het over bevoegdheidsuitbreiding van de Vlaamse regering; of moet het federaal beleid anders gekleurd worden, “Vlaamser”, bijvoorbeeld inzake meer activering van werklozen, waartegenover de PS huiverachtig staat? Sp-a is geen haantje-de-voorste inzake taal, ze volgt eerder de andere partijen. Behalve dan de fameuze brief van minister Leo Peeters (Sp-a) aan de Franstaligen in de faciliteitengemeenten. Peeters verplichtte hen om jaarlijks hun aanvraag te hernieuwen om Franstalige documenten te ontvangen. Olivier Maingain (FDF) stuurt nog elk jaar bloemen aan Peeters”.

Frank Vandenbroucke begint met Jacques Yerna

uit 1958 te citeren, strijdmakker van André Renard en jarenlang leidende linkse figuur in het Waalse ABVV:”De Vlaamse beweging is een sociale beweging”. Maar dat is vandaag passé, zegt FVDB: “de Vlaamse arbeiders worden niet meer onderdrukt door de Franstalige bourgeoisie van Brussel. Echter, gemeenschapszin en groepsvorming worden gemaakt door de taal: mensen voelen samen tegenover de onzekerheden van vandaag. Ontnederlandsing van onze leefwereld schept een probleem in de Brusselse rand. Socialisten moeten hier belang aan hechten, en nieuwkomers moeten een grote inspanning doen (om Nederlands te leren), dat wordt zeer geapprecieerd. Op de vraag: moeten we socialistischer of Vlaamser worden, antwoord ik: socialisten moeten zich meer met het immateriële bezighouden, met de leefwereld van de mensen; niet alleen met centen. Onze malaise, van de sociaal-democraten, is een tekort aan aandacht voor de leefwereld, dit is taal, verbondenheid. Maar ik ben geen nationalist. Het verschil tussen mij en anderen (N-VA…) is dat gemeenschapszin niet hoeft te leiden tot natievorming. In Brussel wonen ook Vlamingen, en daar leeft een andere gemeenschap. Ik ben ertegen dat we ons (in Vlaanderen) terugtrekken”.

Maarten Van Ginderachter: “Identiteit zit tussen de oren, is een gevoel, heeft geen objectieve criteria. Links moet er zijn eigen invulling aan geven. Wordt het beleid socialistischer indien het Vlaams is?

“Dave Sinardet: “Een Antwerps gemeenschapsgevoel scheppen is een vorm van city marketing. Indien het federaal niveau nog belangrijk blijft, moet de sociale cohesie versterkt worden, bijvoorbeeld door een federale kieskring, door het stimuleren van uitwisselingen tussen de gemeenschappen, tegen de clichés. Het probleem Brussel is typisch voor een grootstad: de beter begoeden gaan in de rand wonen, en dat heeft altijd (negatieve) sociale gevolgen: voor de huizenprijzen, en voor de cohesie tussen de bewoners. Hierbovenop komt het feit dat het om Franstaligen gaat. Ik ben voorstander van een versterking van het Vlaams karakter van de rand, maar dat kan ook door een positief taalbeleid, bijvoorbeeld Vlaamse scholen voor Franstaligen. De brief van Leo Peeters heeft een averechts effect gehad, hij heeft gepolariseerd”.

Frank Vandenbroucke wil geen eigen Brussels onderwijsnet, zoals professor Philippe Van Parijs. Hij vertelt dat hij tijdens de zomer heeft getracht een diplomatieke formule voor het ingewikkelde Brussel uit te werken. Bijvoorbeeld taalgemengde lijsten samen met bestuurlijke hervormingen voor Brussel. Maar bij N-VA en CD&V bestond daarvoor geen belangstelling!

Magnette: “Wij steunen tweetalige lijsten in Brussel“.

Sinardet: “De ondermaatse tewerkstelling van jonge allochtonen in Brussel is o.m. een onderwijsprobleem; maar Brussel heeft daarover geen bevoegdheid”.

FrankVDB: “In de Vlaamse beweging zijn kolossale fouten gemaakt. Ze is (sterk) gekleurd door revanchisme: ‘mijn ouders werden onderdrukt door Franstaligen, dus ben ik tegen België’. Bart DW wil geen discussie onder Vlamingen”. Maarten VG: “De België heeft tevéél geschiedenis, die blijft rancunes, gevoelens opwekken die vandaag gerationaliseerd worden”. DaveS: “De onderstroom in het N-VA discours is sterk emotioneel. Bart DW heeft dat gerationaliseerd: ‘de federale staat werkt niet””.

Is er een Vlaams front en een Franstalig front? Het antwoord van Frank VDB was vrij lang; we beperken ons tot dat van Magnette: “Aangezien de voorzitter niet kan garanderen dat hier niets buiten de zaal gaat, zal ik antwoorden: ja, er is een Franstalig front” (gelach).

Welke gesplitste bevoegdheden?

Frank VDB: “Solidariteit en arbeidsrecht kunnen niet vrijwillig zijn, ze moeten dwingend opgelegd worden. Idem voor de vervangingsinkomens en kinderbijslag: dit zijn dwingende regelingen. Daarom moeten ze federaal zijn; geen shopping tussen gemeenschappen of bewoners. Een regionale kinderbijslag? Die zou dan verschillend worden in Brussel, wat een onzin! Maar wat wel territoriaal kan, is het arbeidsmarktbeleid. Wij zijn allen aandeelhouders van de NV België. Om beter te functioneren moeten we responsabiliseren. Het is een moeilijk model, omdat een minderheid bestaat uit krijgers (ontvangers), en een meerderheid zijn gevers”.

Welk arbeidsmarktbeleid?

Dat Frank Vandenbroucke een eigen arbeidsmarktbeleid wil, is van hem een oude eis. Reeds ten tijde van het voorzitterschap van Steve Stevaert schreef FVDB zijn fameuze brief aan de media, en stapte hij over van de federale naar de Vlaamse regering. Zijn argument dat sociale zekerheid, uitkeringen en arbeidsrecht federaal moeten blijven omdat ze een dwingend, opgelegd karakter hebben, geldt evengoed voor de activering en schorsing van werklozen. Welke verandering zal het eigen Vlaamse arbeidsmarktbeleid ons brengen? Concreet: wat vandaag de nationale RVA nog doet, dus werklozen schorsen van uitkering.  Zullen er door de Vlaamse regering méér, of minder werkzoekenden geschorst worden? Zullen er arbeidsplaatsen bijkomen, dankzij een strengere activering? (de vraag formuleren is voldoende voor het antwoord). Gaat de VDAB elke vacature invullen met de juiste werkzoekende en hem/haar een contract aanbieden? Misschien zou het Vlaams beleid kunnen uitmonden in een bredere inhoud van het begrip “gepast werk”: insluiten van een job op vele uren afstand van de woonplaats, van lagere lonen, van tijdelijke kortdurende contracten, of het tussen haakjes plaatsen van studieniveau en diploma. We zullen het snel te weten komen, want Frank Vandenbroucke en Bart De Wever willen beiden de gehele regionalisering, en de PS verzet zich niet. Ook de werkgevers willen het. De vakbonden daarentegen hebben gevraagd dat het opjagen van werklozen op een laag pitje zou gezet worden zolang bedrijven verder gaan met arbeidsplaatsen schrappen, en zolang de wanverhouding tussen aantal werkzoekenden en aantal vacatures blijft stijgen**. Houdt “responsablisering” in dat een regering financieel beloond wordt voor elke werkloze minder in de statistiek, in plaats van voor elke arbeidsplaats die erbij komt?

Belgian Society and Politics 2010.

Dat is het jaarboek door de Stichting Gerrit Kreveld eveneens op 18 november voorgesteld. 207 bladzijden van 28 niet al te lange (Engelstalige) artikels, over het prangende tema: “What next for the left?” Een brede selectie van auteurs, nogal wat mediamensen, en drie syndicalisten. Het meest aandacht trekt hoofdstuk 4, met 14 bijdragen, onder de vraag: “What next for the Sp.a?” Er is eten en drinken in dit boek. Dat bespreken we wellicht een andere keer. Adres van de Stichting: stichting.kreveld.wvermeersch@telenet.be; www.stichtinggerritkreveld.be

(nog bijgewerkt op 6 dec – FR).

[1] Enkele publicaties van M. Van Ginderachter: http://journals.cambridge.org/action/displayAbstract?fromPage=online&aid=1192876   http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/j.1354-5078.2005.00203.x/abstract  zie ook Googlescholar

**zie bijvoorbeeld F.Roels: https://www.dewereldmorgen.be/artikels/2010/06/16/iedereen-aan-het-werk-maar-waar-zijn-de-jobs   https://www.dewereldmorgen.be/blog/froels/2010/07/07/quaad-op-uitstap-het-uitstoot   http://hdl.handle.net/1854/LU-823964 http://hdl.handle.net/1854/LU-823964   http://hdl.handle.net/1854/LU-430427   http://hdl.handle.net/1854/LU-430415  http://hdl.handle.net/1854/LU-426682  http://hdl.handle.net/1854/7577

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!