‘West-Europa kreunt onder de druk van migranten’

‘West-Europa kreunt onder de druk van migranten’

vrijdag 26 november 2010 16:17

Dat is althans de mening van zovelen die zich laten leiden door wat de ‘publieke opinie’ genoemd wordt. De grootste migratiestroom naar België gebeurt via gezinshereniging: ‘Alle vreemdelingen met een verblijfsvergunning kunnen hun familie (partner, kinderen, ouders, grootouders …) naar ons land laten overkomen’, zo luidt het.

Dat ingewikkelde migratiedossier ligt nog niet op tafel bij de regeringsvorming, maar het komt zeker, desnoods na Nieuwjaar. De migratiestroom zal aan banden gelegd worden door de huwelijksmigratie tegen te gaan, bijvoorbeeld door de leeftijd van Belgen die willen trouwen met iemand uit een niet EU-land op te trekken tot 25 jaar (een idee dat de Antwerpse burgemeester een jaar geleden lanceerde).

De zomervakantie zit er al een paar maanden weer op, ook voor zoveel Belgen van Turkse en Marokkaanse origine die in hun land van herkomst op zoek gingen naar een huwelijkspartner. Het is voldoende bekend dat via huwelijksmigratie en gezinshereniging meer dan 60 % van alle legale migraties plaatsvinden. Dat is vooral het geval in de zogenaamde Turkse, iets minder in de Marokkaanse gemeenschap.

Dergelijke uitlatingen doen vermoeden dat de vreemdelingen al decennia lang altijd voort uit Marokko en Turkije komen.  Volgens cijfers van het Rijksregister blijkt daarentegen dat bijvoorbeeld van alle geregistreerde migraties in 2007 slechts 8,39% Marokkanen en 3,41 % Turken waren. Het allergrootste deel komt uit Frankrijk en Nederland. We moeten voorzichtig zijn als we het over die stroom van vreemdelingen hebben.

Niettemin blijkt het wel te kloppen dat nieuwe Turkse en Marokkaanse migranten naar hier komen op basis van huwelijksmigratie of gezinshereniging. Legaal migreren moet je doen door te trouwen met een Belgische jongeman of vrouw. Dat is meteen van twee walletjes eten: die jongeren hebben het lief van hun leven gevonden en ze komen meteen terecht in de zevende hemel.
Helaas, zo rooskleurig is de Belgische hemel voor die jonge Turken en Marokkanen niet. Ruim een derde van die huwelijken lopen ondanks de strenge tradities op de klippen.

Die heerlijke zomervakanties.

Jongeren met Turkse en Marokkaanse ‘roots’ zijn loyaal tegenover hun ouders en tegenover de gemeenschap waar die ouders vandaan komen, incluis de islamitische context waarbinnen de tradities gedijen.  Er bestaan zo te zien zelfs geen verschillen tussen Turken en Marokkanen, ze laten zich op een minderheid na, allemaal uithuwelijken. In de zomervakantie trekken ze massaal met hun ouders mee, om na die vakantie ‘getrouwd’ terug te keren.

Hoe valt in Gods naam te begrijpen dat die jongeren geen weerstand bieden? Vanwaar die loyaliteit? Vanwaar die conflictvermijding? Tegenover deze vreemde toestand staat toch dat autochtone Belgische jongens en meisjes van 16 tot 20 jaar quasi niet met hun ouders op zondagmiddag mee op familiebezoek willen. Wat jongeren doorgaans toch typeert is dat zij als adolescenten hun eigen identiteit ontwikkelen door zich op een of andere manier af te zetten tegen elke vorm van autoriteit. De loyaliteit van autochtone jongeren tegenover hun ouders is op zijn minst altijd gekleurd door een soort verlangen naar verschil. Jongeren geven hun leven vorm in verhouding tot hun ouders, maar niet samen met hen, niet door hen bewust te kopiëren.

Toch is het precies dat wat allochtone jongeren van Turkse en Marokkaanse origine blijken te doen. Wat hen typeert is dat zij in vergelijking met de autochtonen uiterst loyaal zijn. Zij zouden er alle belang in stellen om vooral identiek te zijn aan hun ouders, om de verantwoordelijkheid voor de aloude tradities op zich te nemen, ondanks de wetenschap dat zij daardoor in dezelfde ellende terecht komen.

Ze halen hun man of vrouw uit een land waar ze quasi niets mee te maken hebben. Ze zijn niet in staat om met hun kersverse partner veel te delen, omdat ze er zo goed als niets mee gemeen hebben. Ze missen de gemeenschappelijke taal, de gemeenschappelijke leefgewoontes, de omgeving, het land en het volk. Bovendien weten ze dat hun toekomstige partner hier een uiterst geïsoleerd bestaan zal kennen waardoor het verwerven van een maatschappelijke positie bijzonder moeilijk zal zijn. Kortom, zij doen in alle opzichten het omgekeerde van wat alle rechtschapen autochtonen verlangen te doen, tegen beter weten in.

Alle jongeren dromen, en in hun dromen zullen ze het beter doen dan hun ouders. Maar niet de Turken en de Marokkanen, zo blijkt. Zij zijn anders, zij hebben ergens een andere cultuur, een andere ‘roots’. En toch, al die jongeren zijn hier geboren. Ze leven in zovele opzichten op identieke wijze als autochtone jongeren, met alles wat hun maatschappelijk bestaan kleurt, inclusief GSM, Ipod, uitgaan en chique kleren. Maar als het op trouwen aankomt, zijn ze plots weer zo ouderwets. Ze kiezen ervoor om afstand te doen van de enige wereld die ze kennen.

Hoe komt het toch dat de macht van de familie bij Belgische Turken en Marokkanen zo groot is?

Huwelijksmigratie bij Turken en Marokkanen is de processie van Ichternach. De nieuwkomers die geen Nederlands spreken en slecht geschoold zijn, zorgen ervoor dat we steeds weer opnieuw moeten beginnen. De meesten vinden zelfs na drie jaar nog geen werk. Daardoor creëren ze op hun beurt voor hun kinderen een structurele schoolse achterstand, enzovoort. Dweilen met de kraan open dus.

Dat moeilijke cultuurverschil.

Maar nemen we toch niet te gemakkelijk aan dat allochtone jongeren de voorkeur geven aan familiale tradities in plaats van een individuele partnerkeuze? Misschien verschillen de allochtonen toch niet zoveel van de autochtonen. Misschien gebruiken wij al te gemakkelijk het vermeende cultuurverschil als verklaring voor alles waar zij ander gedrag ten toon spreiden. Waarom zouden  Turkse en Marokkaanse jongeren niet verlangen om een eigen identiteit te ontwikkelen, om in vrijheid ten volle van het leven te genieten, om hoge verwachtingen te stellen en te hopen op een leven dat beter is dan dat van hun ouders?

Het zijn de levensomstandigheden van hun ouders die danig verschillen van de autochtonen. Hun ouders behoren tot de migrantengemeenschap, die steevast gestigmatiseerd is rond een heel aantal denigrerende beelden. Kinderen zijn loyaal met hun ouders als die ouders belaagd worden, als die ouders in het verweer moeten gaan en alle moeite van de wereld hebben om het hoofd boven water te houden.  En diegenen die hen belagen, zijn het zogenaamde Westen en de Westerse cultuur. En dus keren die jongeren, in coalitie met hun ouders, zich tegen ‘het Westen’. Hun achtergestelde positie flankeren ze vanuit een ‘anders zijn’: Marokkaans, Turks, Arabisch, Moslim, enz. In het zich aanmeten van een andere identiteit ontdoen ze zich van die minderwaardige maatschappelijke positie waar ze zich in bevinden. Daardoor zijn ze in hun beleving niet langer de zwakke groep onder de gelijken van de Belgische bevolking, maar ze zijn een andere groep, anders dan de anderen en dus onvergelijkbaar. Dat geldt voor alle migranten, maar dus te meer voor dezen die de concurrentie niet aankunnen, dezen die per definitie structureel achtergesteld zijn.

Het is die drijfveer om iets of iemand te zijn die Turkse en Marokkaanse jongeren ertoe brengt om hun bruid of bruidegom van ginder te halen. Ze affirmeren een eigen identiteit door zich af te zetten tegen de dominante Westerse identiteit. Hun loyaliteit heeft iets van schijn. Ze zijn wel ‘trouw’ aan hun familie, maar ze gaan des te meer te keer tegen dat Westen, dé autoriteit bij uitstek.

Zo te zien, hebben maatregelen om de huwelijksmigratie tegen te gaan via  het verhogen van de leeftijdsgrens, niet veel zin. Als dat al gebeurt, zullen die jongeren, samen met hun ouders wachten tot hun 25ste om hun bruidschat op te halen. Moeten we dan niets ondernemen en alleen maar toekijken? Dat is een veel moeilijker vraag. Maar in elk geval kunnen we maar hopen dat de emancipatie en ontvoogdingsstrijd bij die specifieke allochtonen ooit goed op gang komt. Als we ook dat in hun plaats doen, haalt het klaarblijkelijk niet veel uit.

Bovendien, laat ons niet overdrijven als het om het probleem van de huwelijksmigratie gaat. 8,39 % Marokkaanse immigranten en 3,41 % Turken? Daarnaast zijn er bijna 5 % uit Brazilië, Thailand en de Filippijnen. En dat zijn bijna allemaal vrouwen. Voor wie zouden die dan naar onze contreien overkomen?

Paul De Roo
Is als onderzoeker rond migraties en sociaal werk verbonden aan de
Arteveldehogeschool en de Universiteit Gent.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!