‘Het gras betaalt de prijs van de vechtende olifanten die op haar stampen’, Palestijns gezegde

‘Het gras betaalt de prijs van de vechtende olifanten die op haar stampen’, Palestijns gezegde

woensdag 10 november 2010 18:15

Het is nog donker als  het concert begint met het polyfone gebed van de muezzin, prompt gevolgd door  een canon van hanengekraai, een  intermezzo van mussengetsjilp en een slotakkoord van klepperende abdijklokken. Dit is Nazareth, de stad waar het samenleven van moslims, joden en christenen al lang een feit is, de stad van de heilige familie.

Nazareth in Galilea, zo anders dan Jeruzalem. Nazareth is een verademing na de voorbije, hectische dagen, de vele indrukken en verhalen die de complexe situatie in en rond Jeruzalem ons geven.  We logeren in een prachtig pelgrimhuis, midden in de stad, met rustgevende binnenkoer, palmbomen, mooie kapel,…

Vandaag gaat de trip naar het noorden, naar het meer van Tiberias en naar de Golanhoogte waar we in België te weinig over horen. Galilea is groener en  vochtiger dan Juda.  Het meer van Tiberias  is  de plek bij uitstek om dat te ervaren.  Het ligt er stil bij, als een spiegel, schitterend in volle zon.  Een prachtig panorama. We voelen: ‘Laat ons hier maar even vertoeven’.

We bezoeken Tabga met zijn kleurrijke mozaïeken, de plaats van de broodvermenigvuldiging. Vervolgens Kafarnaüm, op bezoek bij Petrus’ schoonmoeder. De ruïnes tonen ons  het beeld van de  ‘domus ecclesias’, een huis waar de eerste christenen hun vieringen hielden. Kafarnaüm was de thuisbasis van Jezus terwijl hij hier in Galilea rondtrok. Met Hem belanden we op de  plaats van de Zaligsprekingen. Die geven ons zoveel méér dan de geboden; ze geven ons de troost en de hoop dat ook zij die naar gerechtigheid zoeken, dat zij die vervolgd worden mogen rekenen op een thuiskomst in ‘het nieuwe Jeruzalem’. Dit  zijn hier geen goedkope woorden; zij zijn een riem onder het hart voor allen die zich bij Pax Christi en Broederlijk Delen engageren!

We rijden verder door dit land van melk en honing (nu groeien er bananen…) naar de bronnen van de Jordaan.  Hier zijn de laatst overgebleven landbouwkibboets (de eerste Joodse coöperatieven).

De bronnen van de Jordaan liggen in Syrië, in  een gebied dat in de oorlog van 1967 door Israël werd geannexeerd.  Met de bronnen onder zijn controle heeft Israël de macht over drinkwater en landbouw. Syrië is sinds dan afgesloten van het meer van Tiberias.  Opnieuw valt er schaduw over dit idyllische land, opnieuw moeten we de confrontatie aan met de feitelijke toestand van annexatie, verdrijving van de bevolking,  afbraak van dorpen, militaire posten, nederzettingen van Israëlische kolonisten, onzekerheid voor de kleine groep van Syrische bewoners die bleven.

Aan de bronnen van de Jordaan  kunnen we ons bezinnen over de vraag die Jezus daar  aan Petrus stelde – en die Hij ook vandaag nog aan ons stelt : ’Wie zegt gij dat ik ben? ’

Dan  gaat de tocht verder naar  de Golanhoogte, tot aan de grens  met Syrië.  Shifa wacht ons op. Zij spreekt vanuit de vereniging ‘Golan For Development’. Shifa toont de (slechts vijf) overgebleven stadjes van de Druzen, oorspronkelijke Syrische bewoners van deze streek.  We zien het levensnoodzakelijke meer dat  nu bijna leegstaat door een te grote afname van water door  Israël.  Appel- en kersenplantages dreigen droog te vallen. 

Deze bewoners mogen hun oogst pas verkopen nadat de bezetters hun eigen voorraad verkocht hebben, terwijl ze in verhouding veel minder land mogen bewerken.  Andere problemen: bijna geen werk, zeker voor wie hogere studies volgde, landmijnen, bouwvergunning nauwelijks te verkrijgen, bewegingsvrijheid naar andere landen zeer beperkt,…  De dag begon in een nieuw licht maar hier, op de Golan, valt alweer  de avond over het land en toch schittert een ster… de volhardende inzet van Shifa en haar ngo.

In Nazareth wacht ons nog een avondmaal en de ontmoeting met journaliste Simone Korkus. Gedurende de negen jaar dat zij hier woont,  is zij getuige van continue bezetting, verschillende conflicten, hoop op toekomst en de moeilijke dialoog daarrond tussen beide volken. Haar kernwoorden, voor wat zij hier voelt leven, zijn: ‘angst’ voor o.a. verlies van thuisland, ‘apathie’ door o.a. verlies van vertrouwen in hun leiders en, aan de kant van de joodse Israëliërs, toch ook ‘verrukking’ om wat ze hier al gerealiseerd hebben. Ze citeert een Palestijns gezegde: ‘Het gras betaalt de prijs van de vechtende olifanten die op haar stampen’. Betrokkenheid van de wereld ontbreekt. Kritische woorden worden door de Israëlische overheid meer en meer bemoeilijkt.

Blijven spreken vraagt moed.  Het verhaal van Simone geeft blijk van veel moed.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!