‘Bosch Beach’: zwanzen en feesten terwijl de lijken uit de lucht vallen

‘Bosch Beach’: zwanzen en feesten terwijl de lijken uit de lucht vallen

zondag 11 september 2016 09:44

Ik ben altijd op mijn hoede als theatergezelschappen hun nieuwe producties aankondigen als ‘wereldpremière’. Uit jarenlange ervaring weet ik dat het woord alleen het onomstootbare feit dekt dat de voorstelling voor het eerst op de wereld opgevoerd wordt, maar niet uitsluit dat het ook voor het laatst het geval kan zijn. Het woord getuigt dan ook van een zekere hoogmoed – een van de zeven hoofdzonden – want veel gewone premières zijn sowieso wereldpremières, zonder dat er zo de nadruk op gelegd wordt.

Het Gentse productiehuis LOD, dat zich in muziektheater specialiseert, schroomde zich niet om ‘Bosch Beach’, dat gisteravond in première ging in het Concertgebouw van Brugge, een ‘wereldpremière’ te noemen. Nu ja, er waren nog andere elementen die het hoge woord schraagden. Zo werd de muziek gecomponeerd door de Portugees Vasco Mendonça (‘The House Taken Over’), het libretto was van Dimitri Verhulst (‘De helaasheid der dingen’), voor het orkest werd een beroep gedaan op het Nederlandse Asko|Schönberg en dirigent Etienne Siebens, die lange tijd aan het hoofd stond van het Symfonieorkest Vlaanderen, de regie was in handen van Kris Verdonck.

Deze laatste ontwierp ook het decor, samen met Eefje Wijnings die (samen met Andrea Kränzlin) de kostuums ontwierp. Het decor: een zwarte ruimte met achteraan een zwarte cocktailbar, zwarte parasols en zwarte strandzetels. Deze setting moest een vakantieresort voorstellen in een kustplaats waar hele drommen vluchtelingen aanmeren, maar vooral ook aanspoelen. Denk aan Lampedusa in de Middellandse Zee, of Lesbos in de Egeïsche Zee. Op het strand lopen vreemde creaturen rond, gemetaliseerde gedrochten die aan figuren uit de schilderijen van Jheronimus Bosch doen denken. Vandaar ook: Bosch Beach. Deze voorstelling was dan ook in de eerste plaats een hommage aan Bosch, die precies 500 jaar geleden overleed en die de komende maanden wel meer in de bloemetjes gezet zal worden door gesubsidieerde kunstenaars allerhande.

Dimitri Verhulst haalde zijn inspiratie naar verluidt uit ‘De zeven hoofdzonden’, een tableau waarop in zeven taferelen de zeven hoofdzonden afgebeeld worden. U kent ze wel: hoogmoed, hebzucht, wellust, afgunst, vraatzucht, woede en luiheid. Nu ja, Bosch heeft de zeven hoofdzonden natuurlijk niet zelf bedacht, waardoor de postuum gevierde schilder eigenlijk vooral een kapstok lijkt om deze voorstelling aan op te hangen.

In ‘Bosch Beach’ staan drie toeristen centraal. Ze zijn naar het eiland afgezakt om hun vakantie door te brengen: luieren, bier drinken, cocktails zuipen, een grote mond opzetten, vulgaire praat uitslaan, flirten, neuken, beetje massage, beetje yoga, beetje aquagym, beetje dansen… Ondertussen vallen de lijkzakken met dode vluchtelingen bij bosjes uit de lucht, maar dat hoort er nu eenmaal bij. Al doen ze wel hun beklag bij de manager van het resort en op het einde van de voorstelling stellen ze zich wel vragen rond hun geweten, maar alla, straks is hun vakantie voorbij, staan ze weer dagelijks in de file, moeten ze weer elf maanden hard werken en volgend jaar boeken ze wel een andere vakantiebestemming.

Meer krijgen we in ‘Bosch Beach’ niet te zien. Het libretto is bij momenten banaal, wat ongetwijfeld de banaliteit van de toeristen moet weergeven, bij momenten vulgair, heel af toe poëtisch en een gezongen opsomming van alle trendy cocktails mocht ook niet ontbreken.

De dreigende muziek van Vasco Mendonça moest de tegenstrijdige sfeer in het vakantieoord benadrukken. Tussendoor kregen we een klassieke bewerking van disco en samba te horen, omdat er natuurlijk ook gefeest moest worden, lijken of geen lijken.

Over de drie operazangers wil ik kort zijn: ik ken daar niets van. Dus citeer ik het volgende uit het programmaboekje: “Een assertieve basbariton (bedoeld wordt: Damien Pass) wordt een trots, zelfzuchtig, maar vervreemd karakter, terwijl het etherische geluid van de contratenor (Rodrigo Ferreira) geschikt is voor ethische of spirituele vragen. De sopraan (Marion Tassou) wordt aanvankelijk als lustobject ingezet, maar blijkt uiteindelijk de enige echte sterke kracht in het werk te zijn. Constante in de hele partituur is de aandacht voor de onderste – de donkerste – regionen, de basklanken van contrabas, trombone, contrabasklarinet en zelfs didgeridoo.”

Dixit Klaas Coulembier in het programmaboekje. Wellicht omdat ik dié finesses niet heb waargenomen, heeft ‘Bosch Beach’ weinig indruk op mij gemaakt. De drie acteurs leken me te oud om zich zo infantiel te gedragen, maar ik ben dan ook nog nooit in een vakantieresort geweest. Misschien worden toeristen er wel kinds als ze er veertien dagen hun dagelijkse beslommeringen mogen vergeten.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!