De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.
Is dat het hele verhaal?
Wanneer twee agenten tijdens een scholierenbetoging een jonge betoger al in bedwang houden en één van hen hem toch nog een kniestoot in het gezicht geeft, welke reactie komt dan als eerste op?
"Hij had maar naar school moeten gaan."
En als hij toch naar de betoging ging?
"Zijn ouders hadden het moeten verbieden."
En als ze dat verboden hadden en hij toch ging?
"Hij had maar moeten luisteren."
En nu hij niet geluisterd heeft?
Maakt het dan niet meer uit wat de politie met hem doet?
Wat moest die kniestoot bereiken? Welk gevaar moest ermee worden afgewend?
Wanneer een agent een meisje van veertien in een wurggreep houdt en zij roept dat hij haar pijn doet, wat zouden haar woorden dan voor die agent moeten betekenen?
En wanneer ze later vertelt dat ze geen lucht kreeg, welke plaats krijgt die verklaring dan bij de beoordeling van het politieoptreden?
Wanneer onder zulke beelden reacties verschijnen waarin met de verwondingen van scholieren wordt gelachen, wat is daar eigenlijk grappig aan?
Wat heeft een jongere gedaan waardoor zijn pijn iets wordt om mee te lachen?
Hij had maar moeten stoppen
Wanneer de elfjarige Fabian in Brussel op zijn elektrische step vlucht voor een politiecontrole en tijdens de achtervolging dodelijk wordt aangereden door een politiewagen, volstaat dan "Hij had maar moeten stoppen" als verklaring?
En wat als hij niet stopt?
Welk gevaar vormde de jongen? Welk gevaar ontstond er door hem met een politievoertuig door een park te achtervolgen?
Wie besliste om de achtervolging voort te zetten? Wie kon de achtervolging afbreken?
Zou diezelfde verklaring volstaan wanneer het om het eigen kind gaat?
Wie kan garanderen dat een kind nooit in paniek raakt of een domme beslissing neemt?
En als een kind een fout maakt, welke verantwoordelijkheid dragen de volwassenen dan die daarna nog kunnen ingrijpen?
Welke vragen worden niet meer gesteld zodra "Hij had maar moeten stoppen" als verklaring volstaat?
Wat noemen we geweld?
Een steen door een winkelruit: geweld?
Graffiti op een muur: ook geweld?
Een blokkade die een fabriek stillegt: geweld? En hoe worden de activiteiten benoemd van een fabriek die al jarenlang de gezondheid van omwonenden aantast?
Waarom krijgt een beschadigde winkelruit meteen zoveel aandacht, terwijl de gevolgen van vervuiling zich jarenlang bijna onzichtbaar kunnen opstapelen?
Wanneer gezinnen door beleidsmaatregelen noodzakelijke bestaansmiddelen verliezen of jongeren daardoor niet verder kunnen studeren, wordt dat dan schade, sociale afbraak of een noodzakelijke hervorming genoemd?
En wat verandert er voor die gezinnen en jongeren als het bij die benaming blijft en niemand ingrijpt?
Waarom wordt bij een vernieling onmiddellijk naar de verantwoordelijke gezocht, terwijl diezelfde vraag bij langdurige gezondheidsschade of bestaansonzekerheid vaak veel minder dringend wordt gesteld?
Welk geweld krijgt onze aandacht? En welk geweld hebben we leren verdragen?
Wiens verhaal krijgen we te horen?
Wanneer duizenden werknemers, scholieren en studenten in Brussel betogen tegen besparingen, welke beelden halen dan de volgende dag het nieuws?
Beelden die duidelijk maken waarvoor ze protesteren? Of beelden van vernielingen en confrontaties?
Wie kiest die beelden? Wie krijgt de gelegenheid om de gebeurtenis uit te leggen?
Als de politie als eerste een verklaring verspreidt, hoeveel staat er dan al vast? En wat verandert er wanneer getuigenissen of videobeelden die verklaring later tegenspreken?
Wanneer boeren met zware tractoren Brussel blokkeren, hoeveel aandacht krijgen hun eisen dan?
En krijgen de eisen van scholieren in Luik die tegen onderwijsbesparingen protesteren, of klimaatactivisten die een vervuilend bedrijf blokkeren, evenveel aandacht?
Hoeveel ontregeling zijn we bereid te aanvaarden wanneer boeren hun bestaan verdedigen? Hoeveel wanneer vakbondsmilitanten, studenten of radicalere actiegroepen dat doen?
Wat betekent het om de normale gang van zaken te herstellen wanneer die normale gang van zaken precies is waartegen de actievoerders zich verzetten?
En als een betoging geen hinder mag veroorzaken, geen bedrijf mag stilleggen en geen enkele werking mag verstoren, hoe kan ze dan nog druk uitoefenen op degenen die de beslissingen nemen?
Wat komt er bij verzet kijken?
Wie beseft hoeveel werk er aan een grote betoging, staking, blokkade of bezetting voorafgaat?
Wie organiseert de opleidingen en actiekampen? Wie onderzoekt dossiers, werkt strategieën uit, plakt affiches en zorgt voor boterhammen en soep?
Wie organiseert juridische bijstand, verzorgt gewonde kameraden en wacht tot aangehouden actievoerders vrijkomen? Wie ziet dat werk eigenlijk?
Wanneer beelden van een radicale actie worden getoond, hoeveel valt daaruit dan af te leiden over de voorbereiding en de mensen die erbij betrokken zijn?
Hoeveel tijd en energie steken activisten in een strijd die ook opkomt voor mensen die nooit zelf op straat komen?
Hoeveel mensen die vandaag van betaald verlof genieten, staan vandaag nog stil bij de strijd die daarvoor gevoerd werd?
Wie verdedigt vandaag de loonindexering, betaalbaar onderwijs, betaalbaar wonen en onze sociale voorzieningen wanneer deze onder druk staan?
Wanneer iemand stakingen veroordeelt, geniet die dan minder van de arbeidsrechten die mede dankzij collectieve strijd bestaan?
Wanneer iemand klimaatactivisten belachelijk maakt, heeft die dan minder belang bij een gezonde leefomgeving en een toekomst met perspectief?
En als niemand nog bereid is te betogen, te staken, een bedrijf te blokkeren of een arrestatie te riskeren?
Wie staat er naast wie?
Wanneer vakbondsmilitanten staken, scholieren hun onderwijs verdedigen en klimaatactivisten een bedrijf blokkeren, welke strijd delen ze dan?
Moeten ze dezelfde actievormen kiezen om bondgenoten te kunnen zijn?
Wanneer wordt kritiek op één actie een oordeel over een hele beweging?
Wanneer na een betoging de oproep klinkt om zich van radicalere actievoerders te distantiëren, wie wordt daar dan eigenlijk mee geholpen?
Wat gebeurt er met hun gezamenlijke strijd wanneer vakbonden, klimaatactivisten, antifascisten, scholieren en andere groepen die zich tegen een rechts beleid verzetten, zich uit elkaar laten spelen?
Wat hebben we samen al verdedigd? Wat proberen we vandaag te behouden? En wat kunnen we nog veranderen als we elkaar blijven steunen?
En wie heeft er belang bij dat we de keten breken?
Paul Siperius is sociaal-cultureel agoog en betrokken bij activisme.