Sociaal-cultureel werk als doelwit van politieke macht
Politieke macht heeft het vaak moeilijk met kritische stemmen. Partijen als N-VA vertalen het begrip democratie bij voorkeur als een eerder passief gebeuren, waarbij kiezers om de zoveel jaar een mandaat geven aan beroepspolitici om namens het volk beleid te maken.
Als er ontevredenheid is over de inhoud en kwaliteit van dat beleid, dan kan de kiezer dat kenbaar maken bij de volgende verkiezingen. Tot dan – zo gaat het in één adem – heeft de politieke machthebber het mandaat en het voorrecht om de politieke koers, prioriteiten en bijhorende budgetten te bepalen.
Democratie is een gebeuren van beroepspolitici
Het is vervolgens aan het parlement om daarmee in te stemmen en toe te zien op de uitvoering ervan. In die redenering is democratie een gebeuren van beroepspolitici, niet van (georganiseerde) burgers die democratie als een veel breder proces zien om maatschappelijke problemen te signaleren, voorstellen te formuleren, daar actie rond te voeren en bijsturing te eisen als het helemaal fout loopt.
Mondig middenveld
Een groot deel van de huidige generatie politieke machthebbers heeft evenwel geen al te hoge pet op van een mondig middenveld. Activisten zijn stoorzenders. Als er al sprake is van politisering rond maatschappelijke problemen, dan is dat bij voorkeur als uitvoerders en dienstverleners van het beleid. Niet als tegenmacht in een dynamisch basisdemocratisch systeem, waarin burgerinspraak tot maatschappelijke veranderingen kan leiden wanneer daar een draagvlak voor is.
De geschiedenis toont nochtans het belang van een sterke tegenmacht in een democratie. Vakbonden lagen aan de basis van ons socialezekerheidssysteem. Mensenrechtenactivisten droegen bij aan de wettelijke verankering van basisrechten. Dankzij milieuactivisten beschikken we vandaag over wetgeving die ons leefmilieu beschermt.
Ook de vredesbeweging speelde een historische rol. Ze droeg bij aan de ontwikkeling van de principes van het internationaal recht, aan beperkingen op de wapenhandel en bepaalde wapensystemen en aan de totstandkoming van een regime voor nucleaire wapenbeheersing.
De meer recente evolutie in de richting van autoritaire regimes is een wereldwijd fenomeen waar ook Europa niet van gespaard blijft. Die evolutie heeft veel van de verworvenheden inmiddels op de helling gezet via zogenaamde ‘noodzakelijke’ besparingen en de speelruimte van politieke en economische machthebbers vergroot. Dat is niet het gevolg van budgettaire noodzaak, maar van ideologische keuzes.
De maatschappelijke bewegingsfunctie moet vervallen als verplichting, “omdat die te vaak overlapt met politieke of activistische opdrachten"
De Duitse regering van bondskanselier Merz besliste het afgelopen jaar om tientallen miljarden te investeren in het militaire apparaat door schulden aan te gaan. Hiervoor werd voor het eerst in de Duitse geschiedenis de grondwettelijke ‘schuldenrem’ losgelaten, wat nooit mogelijk was voor sociale uitgaven. Merz beweert inmiddels dat er geen ruimte meer is voor de sociale welvaartsstaat zoals we die tot nu toe kenden. Ook in België wordt er bespaard op welzijn, terwijl miljarden worden gepompt in militarisering.
De geschiedenis heeft aangetoond dat autocratische regimes ook militaristische regimes zijn. Een autoritair regime heeft immers nood aan middelen om zijn wil desnoods af te dwingen, zowel in binnen- als buitenland. Interne tegenstemmen worden weggezet als landverraders, slechte patriotten of in het beste geval als ‘naïef’.
Vlaanderen is geen uitzondering op die trend. De recente beslissing van de Vlaamse regering om nog eens 5 miljoen euro te besparen op het budget voor sociaal-cultureel werk, nadat vorig jaar al 3,6 miljoen euro werd afgeroomd, moet in datzelfde politieke kader worden gezien. Samen gaat het over een besparing van meer dan 10 procent. Daarbovenop komen besparingen op de kortingen die het sociaal-cultureel werk krijgt op de RSZ-bijdragen voor moeilijke doelgroepen.
Vlaamse identiteit
Volgens de N-VA moet het sociaal-cultureel werk zich meer focussen op ‘gemeenschapsvorming’. Bij de invulling van deze term zitten we al gauw in de sfeer van het uitdragen en delen van de Vlaamse identiteit. Volgens de conceptnota die de N-VA schreef ter voorbereiding van een nieuw decreet voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk moet de maatschappelijke bewegingsfunctie vervallen als verplichting, “omdat die te vaak overlapt met politieke of activistische opdrachten die buiten de kern van het sociaal-cultureel werk vallen”.
Een dienstbaar middenveld dat moet werken aan de versterking van de Vlaamse identiteit
Voor de N-VA is er ook geen plaats meer voor de ‘kritische rol’ als sociaal-culturele functie omdat “die in het verleden tot spanningen tussen de overheid en de sector heeft geleid”. Het vat meteen de visie van de N-VA op het middenveld samen: een dienstbaar middenveld dat moet werken aan de versterking van de Vlaamse identiteit, wat die identiteit ook moge betekenen.
Het is dus niet verwonderlijk dat organisaties in de sociaal-culturele sector die zich wel kritisch uitlaten en politiserend werken het eerst worden geviseerd. Hoewel in het nieuwe decreet de maatschappelijke bewegingsfunctie behouden zal blijven, maken recente praktijken duidelijk dat de politieke macht grenzen oplegt aan de autonomie van organisaties.
Vorig jaar verloren zes organisaties (LABO vzw, Climaxi vzw, Headquarters of the Movement, Vredesactie, Vrede vzw en DeWereldMorgen) geheel of gedeeltelijk hun subsidies op vage of ongefundeerde beschuldigingen. Met name op hun zogenaamde 'weigering om afstand te nemen van geweld'. Ook Vrede vzw was dus bij de getroffenen, hoewel de organisatie nooit iets te maken heeft gehad met geweld of eender welke steun heeft gegeven aan organisaties die geweld promoten of gebruiken.
Cultuurminister Jambon viseerde Vrede vzw (en ook De WereldMorgen) al eerder, naar aanleiding van de Palestijnse kwestie. Na de aanval van Hamas op 7 oktober 2023 liet de minister de hele communicatie van de organisatie screenen om te onderzoeken of daarin steun aan ‘terrorisme’ werd uitgesproken. Hoewel het onderzoek Vrede vzw en DeWereldMorgen vrijpleitte, liet hij zijn administratie desondanks een maandelijks verslag opmaken over de verdere communicatie van de organisaties. Dat werkte intimiderend en dat was wellicht ook het opzet.
Kritische rol verdwijnt
Vorig jaar tijdens een bijeenkomst van De Federatie, de belangenbehartiger van het sociaal-cultureel volwassenenwerk, sprak minister van Cultuur Caroline Gennez over het belang van de autonomie van de sector en het recht om kritisch te zijn. Er komt een nieuw decreet aan (op aandringen van de N-VA), waaruit de ‘kritische rol’ alvast is verdwenen.
Bovendien wordt ondertussen een integriteitsvoorwaarde in de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën ingevoerd “om te voorkomen dat Vlaamse subsidies worden toegekend aan personen of organisaties die betrokken zijn bij, steun verlenen aan of oproepen tot gewelddadige radicalisering, gewelddadig extremisme of terrorisme”.
In de praktijk kan een onderzoek worden geopend naar organisaties of personen die voorkomen in de databanken van het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse (OCAD) of in de Algemene Nationale Gegevensbank (ANG) van de federale politie. Volgens minister Gennez mag dat niet misbruikt worden om kritische of radicale meningen monddood te maken.
Maar in de memorie van toelichting bij de aanpassing van het betrokken decreet staat wel degelijk iets dat argwaan wekt. “In de ANG is onder meer informatie over verstoringen van de openbare orde (waaronder veiligheid, rust en gezondheid) terug te vinden die eveneens relevant kan zijn in het kader van gewelddadig extremisme, gewelddadige radicalisering en terrorisme”, zo lezen we.
Dit is intimiderend en tast de ‘autonomie’ van middenveldorganisaties aan
Voor wie geregeld actie voert, is de kans groot dat hij of zij in die gegevensbank voorkomt. Dat leidt niet automatisch tot de intrekking van subsidies, maar er kan wel een onderzoek worden opgestart en de uitbetaling van subsidies kan tijdelijk worden opgeschort.
Het meest verontrustend is evenwel dat de nieuwe regeling een wettelijke basis geeft aan wat de zes organisaties die gesanctioneerd werden met een daling of inhouding van hun subsidies is overkomen, en dat dit bij andere organisaties en personen zal leiden tot een ‘chilling effect’: de angst voor straffen, boetes of juridische procedures, waardoor zij terughoudender worden in het uitoefenen van hun grondrechten.
Wat onze minister van Cultuur ook beweert, dit is intimiderend en tast wel degelijk de ‘autonomie’ van middenveldorganisaties aan. En wat we vooral onthouden van vorige en nieuwe besparingsrondes is dat de Vlaamse regering het middenveld via subsidies en intimidaties in de gewenste richting probeert te duwen. Zij die politiserend werken, wat de essentie zou moeten zijn van het sociaal-cultureel middenveld (het mondig maken van burgers), worden naar de uitgang begeleid.