Spaanse huurschandaal toont permanent onrecht tegen huurders
De maandelijkse afbetaling van een hypotheek mag dan wel hoger zijn dan een huurprijs voor eenzelfde woning. Na 20-25 jaar hypothecaire afbetalingen wordt ze wel je volledige eigendom. Huurders blijven daarentegen doorbetalen tot het bittere einde, dat er dikwijls komt wanneer hun pensioen niet langer volstaat voor de huur die ze jarenlang wél met hun loon konden betalen.
Maricarmen is geen uitzondering
Dat was zeker het geval voor de 87-jarige Maricarmen (María del Carmen Abascal). Zij werd op 23 september 2026 door het immobiliënkantoor Urbagestión uit haar vierkamer-appartement gezet in de Madrileense wijk Retiro. Daar woonde ze sinds 1956 met haar ouders, en na hun overlijden als alleenstaande.
Oorspronkelijk was dit een sociale woning, waarvan de huurprijzen beschermd waren. Toen Urbagestión het appartementsgebouw opkocht in 2018 verhoogden zij de huurprijs onmiddellijk van 500 naar 2650 euro. Daar kwam het bedrijf later wat op terug met een huurprijs van 1650 euro.
Dat nieuwe bedrag was nog altijd onmogelijk hoog voor duizenden mensen als Maricarmen met haar maandelijks pensioen van 1350 euro netto. Met de hulp van lokale organisaties voor bescherming van huurders spande zij een proces aan tegen Urbagestión. Dat verloor ze na jaren procederen en drie eerdere pogingen van het bedrijf om haar uit haar woning te zetten.
Maricarmen werd gehospitaliseerd door de stress van de uitzetting
Een laatste juridische poging tot rechtvaardigheid mislukte toen het Spaanse Hooggerechtshof haar veroordeelde tot betalen of vertrekken, wat het bedrijf vrijwel onmiddellijk in de praktijk zette. Ze werd door de politie op een draagberrie uit haar woning gezet, terwijl haar bezittingen op straat zonder bestemming werden achtergelaten. Maricarmen werd vervolgens gehospitaliseerd door de stress van de uitzetting.
Na dagenlang massaal protest onder de slogan Ni una Maricarmen más (Niet één Maricarmen meer) kwam de federale regering tussenbeide en kon ze haar appartement terug betrekken. De Spaanse regering besliste twee zaken: een bevriezing van de huurprijzen tot 2030 en de verplichting nooit meer dan 30 procent van een loon te eisen voor de huur van een woning.
Protest met lange voorgeschiedenis
Dat Maricarmen-protest is geen alleenstaand gebeuren. Spanje kent reeds jaren gelijkaardige grote protestgolven. Het protest van de Indignados (de verontwaardigden) in 2011 was grotendeels tegen de woningcrisis gericht. Ook toen was het plein Puerta del Sol in Madrid het epicentrum van het protest. Dit leidde tot de oprichting van de partij Podemos (wij kunnen).
Daarna kwam de campagne Stop Desahucios (stop uitzettingen) die vijf jaar duurde en met blokkades in meerdere grote steden duizenden uitzettingen kon verhinderen. Tussen 2018 en 2023 organiseerden lokale huurdersvakbonden betaalstakingen en acties tegen de huurpraktijken van Airbnb. De voorbije twee jaar volgen massale betogingen elkaar op die wonen als een recht opeisen.
De regering moet echter nog een parlementaire meerderheid zien te vinden om die voorlopige maatregelen in wetten om te zetten. Ze heeft geen meerderheid en moet voor elk wetgevend initiatief bondgenoten vinden bij een of meer van de partijen van de oppositie.
Dit gaat veel dieper dan dit ene schokkende geval
Het recente Maricarmen-protest is na die nationale tussenkomst echter niet gaan liggen. Daar is een eenvoudige verklaring voor. Wat Maricarmen overkwam is immers allesbehalve uitzonderlijk. De Spaanse steden worden sinds 2008 geteisterd door dit soort gewelddadige uitdrijvingen, dikwijls van gezinnen met kleine kinderen. Dit gaat met andere woorden veel dieper dan dit ene schokkende geval.
Het Spaanse maatschappelijke middenveld heeft zich tegen deze wanpraktijken georganiseerd. Het Plataforma de Afectados por la Hipoteca (la PAH) heeft afdelingen in alle Spaanse steden en werkt samen met gelijkaardige organisaties in andere EU-lidstaten. Daarnaast zijn er in de Spaanse steden en regio’s lokale organisaties actief als huurdersverenigingen.
Een overschot aan leegstaande woningen
Het begon allemaal in 2008. Toen werd Spanje getroffen door een financiële crisis, gevolg van jarenlange speculatieve woningbouw waarbij in Spanje op een bepaald ogenblik meer huizen werden gebouwd dan in Duitsland en Frankrijk samen. Toen die bubbel ontplofte zakten de prijzen met 40 procent in elkaar. Duizenden onafgewerkte huizen bleven desolaat achter.
Ook lokale overheden in de regio’s en de steden deelden door hun aandeel in die bouwpspeculatie in de klappen. In een poging hun deficit te dempen verkochten steden en regio’s massaal hun sociale woningen aan de privémarkt. Die kon de noodlijdende overheden tot lage verkoopprijzen dwingen.
De immobiliënbedrijven eisten daarop onmiddellijk hoge huur- en verkooprijzen (voor woningen die ze dus zelf lager dan de marktprijzen konden kopen). De gevolgen zijn bekend. Spanje heeft tegelijkertijd een overschot aan leegstaande woningen en een enorm daklozenprobleem, wat de zogenaamde privémarkt goed uitkomt.
De ideale overheid heeft geen sociale verplichtingen
Tegenstanders van sociaal woningbeleid zoals de N-VA in Vlaanderen hebben twee argumenten om zich hier tegen te verzetten. Volgens hen heeft een overheid geen sociale verplichtingen buiten orde, justitie en het garanderen van de juiste wettelijke omkadering voor de ‘vrije’ markt. Bovendien, zo argumenteren ze, als woningen te duur zijn en niet verkocht raken zullen de prijzen wel vanzelf zakken, zodat meer mensen zich een woning kunnen aanschaffen.
De oververhitting van de huizenmarkt in heel Europa bewijst voldoende dat van dat tweede argument niets klopt. Blijft over het eerste argument: een leefbare woonst garanderen voor iedere burger is géén taak van de overheid. Wonen is in die ideologie geen recht. Critici van dit asociaal beleid stellen dikwijls dat de politici die dit beslissen geen idee hebben van de sociale wanhoop die ze met hun non-beleid creëren. Dat is een vergissing.
Er zullen tussen de politici van N-VA en MR best wel enkelen zitten die echt geloven dat de vrije markt dat allemaal zal oplossen. De anderen – meestal, maar niet altijd, zij die doorstoten tot een ministerplaats in de regering – weten wel beter. Zij weten perfect wat de sociale gevolgen zijn. Dat willen ze zo, het zijn bewuste politieke afwegingen.
Of het nu specifiek gaat over het sociaal woonbeleid of meer algemeen over de begroting van Vlaamse en federale regeringen, critici van dit beleid moeten zich realiseren dat voor hun tegenstanders budgettaire deficits en sociaal wanbeleid gewenste doelstellingen zijn. Geen ‘probleem’ dat ze ‘moeten’ aanpakken met harde maatregelen, maar een gewilde situatie.
Een voortdurende overheidsschuld is immers het ideale vehikel om te pleiten voor ‘ontvetting’ van de staat, dat onding dat voor iedereen wil zorgen in plaats van de economische belangen van een minderheid te koesteren. Als de huidige Vlaamse én federale regeringsmeerderheid van N-VA, met gulle steun van Vooruit en CD&V, kan blijven doorgaan met haar huidig beleid staat ook België zijn Maricarmen-schandalen te wachten.