Na 25 jaar heeft België een actieplan tegen racisme, maar dat is allerminst een overwinning
Na 25 jaar wachten heeft België eindelijk een Nationaal Actieplan tegen Racisme (NAPAR). Dat kondigde minister van Gelijke Kansen Rob Beenders (Vooruit) vandaag aan in een persbericht. Geen dag te vroeg, want al in 2001 engageerde België zich tijdens de VN-Wereldconferentie tegen Racisme in Durban om een nationaal actieplan tegen racisme te ontwikkelen. Het NAPAR moest de complexe bevoegdheidsverdeling tussen de verschillende Belgische overheden overstijgen en een gezamenlijke aanpak mogelijk maken.
Helaas is dat niet gelukt. Het plan bevat nauwelijks concrete acties en is een samenraapsel van bestaande beleidsmaatregelen die bovendien niet eens in één document zijn samengevoegd. Voor Wallonië, Brussel en de Duitstalige gemeenschap werd zelfs nog geen enkele maatregel voorgesteld.
Terwijl de normalisering is doorgedrongen tot in de Universiteit van Gent, wordt het alsmaar moeilijker om een klacht in te dienen tegen racisme
Een gezamenlijke aanpak is nochtans hard nodig. Aan bewijs van structureel racisme in België ontbreekt het allerminst. Het huidige NAPAR grijpt echter op geen enkel vlak structureel in op de verschillende vormen van racisme, die al jarenlang worden gedocumenteerd.
Zo is er aantoonbare discriminatie op de Belgische huur- en arbeidsmarkt, microagressie op het werk en segregatie en racisme in het onderwijs, zelfs al spreekt het Vlaams onderwijsbeleid daar niet over. Maar ook binnen de overheid en haar diensten vindt structureel racisme plaats. Van het federaal migratiebeleid tot de domiciliekwestie in Aalter en het hoofddoekenverbod in Oost-Vlaanderen.
Terwijl de normalisering is doorgedrongen tot in de Universiteit van Gent, wordt het alsmaar moeilijker om een klacht in te dienen tegen racisme door een versnipperd landschap van gelijkheidsorganen. Het kritische middenveld dat deze mechanismen blootlegt wordt ondertussen steeds verder monddood gemaakt. Hoe kan het dan dat er voor geen enkele van bovenstaande problemen een oplossing in het NAPAR te vinden is
Knip- en plakwerk
Het probleem begint bij de manier waarop het NAPAR werd opgesteld. Het gemeenschappelijk methodologisch kader voor interfederale actieplannen laat deelstaten toe om bestaand beleid onder de noemer van het NAPAR te verzamelen.
Dat is geen louter technische kwestie: het gevolg is namelijk dat de Vlaamse bijdrage nu enkel bestaat uit knip-en-plakwerk van bestaande maatregelen die bovendien al weinig ambitieus waren. Het plan zal in de praktijk dus niets veranderen aan de Vlaamse aanpak van racisme.
Het middenveld werd bij de opmaak van het Vlaamse deel van het plan bovendien nooit gevraagd om input te leveren. Als de andere deelstaten dezelfde weg volgen, dreigt het NAPAR uiteindelijk niet meer te zijn dan een bundeling van bestaand beleid onder een nieuwe titel. Een plan dat de mechanismen die racisme in stand houden op geen enkel vlak afbreekt, mist daarmee precies zijn belangrijkste opdracht.
Het plan zal in de praktijk niets veranderen aan de Vlaamse aanpak van racisme
Tot slot bieden ook de vier eerdergenoemde transversale maatregelen weinig reden tot optimisme. Deze 'maatregelen' zijn namelijk geen concrete acties tegen racisme. Ze werden zelfs niet specifiek voor het antiracismeplan opgesteld.
'Deze maatregelen zijn niet specifiek voor dit actieplan ontwikkeld', zo staat te lezen in de begeleidende tekst. Het is een standaardlijstje dat 'van toepassing is op alle thematische interfederale actieplannen tegen discriminatie'.
Het is dan ook niet verrassend dat de transversale maatregelen zeer algemeen blijven, en nergens specifieke acties tegen racisme bevatten. Ze beperken zich tot voorbereidende stappen, zoals het in kaart brengen of centraliseren van data, wetsevaluaties, de versnippering van gelijkheidsorganen en steunmogelijkheden voor organisaties.
Een actieplan hoort echter concrete en afdwingbare maatregelen te bevatten die racisme voorkomen, bestrijden of structureel terugdringen. Dat betekent bijvoorbeeld praktijktesten met sancties, een antiracismebeleid in onderwijs en politie, of het afschaffen van het hoofddoekenverbod.
Trekken aan een dood paard
Dat het plan zo zwak is, is des te teleurstellender omdat het er pas is gekomen na decennia van nationale en internationale druk. België werd de voorbije 25 jaar door vijf verschillende VN-controlemechanismen in totaal tot zeven keer opgeroepen om een NAPAR op te stellen. Ook Unia en het middenveld bleven België systematisch vragen om een plan op te stellen.
In 2018 richtten zelfs een zestigtal middenveldorganisaties de NAPAR-coalitie op om verder druk te zetten. De coalitie ontwierp in 2020 een memorandum dat diende als voorzet voor een plan.
Ondanks internationale richtlijnen die duidelijk stellen dat een NAPAR in structurele samenwerking met het middenveld moet plaatsvinden, werd er nauwelijks geluisterd naar mensen die racisme meemaken. Zij mochten in het inspraaktraject weliswaar voor de zoveelste keer getuigen over hun traumatische ervaringen met racisme, maar in het uiteindelijke plan is daar niets mee gedaan.
Minister van Gelijke Kansen Rob Beenders en zijn partij Vooruit kondigden het NAPAR na 25 jaar stagnatie met enige trots aan. Maar vooralsnog kan er eigenlijk niet gesproken worden over een echt interfederaal plan, aangezien de bijdragen van de andere deelstaten ontbreken.
Dit NAPAR is een vorm van politieke gaslighting
Er is geen gezamenlijke aanpak, afdwingbare maatregelen ontbreken en het middenveld werd onvoldoende betrokken. Geen enkele maatregel uit het memorandum van de NAPAR-coalitie is één op één terug te vinden in het huidige plan.
Het grootste probleem is dat het plan daarmee geen antwoord biedt op de vormen van structureel racisme die al jaren worden gedocumenteerd. Door iets te lanceren dat de indruk wekt dat er een volwaardig actieplan tegen racisme bestaat, terwijl de noodzakelijke structurele maatregelen ontbreken, is dit NAPAR een vorm van politieke gaslighting.
Nu er een plan ligt, wordt het bovendien moeilijker om ambitieuzere maatregelen af te dwingen. Een slecht plan verbeteren is nu eenmaal moeilijker dan van bij de start een goed plan maken.
Na 25 jaar strijd had een NAPAR een hoopvol moment kunnen zijn. Het huidige plan kan echter op geen enkele manier als een overwinning worden beschouwd. Zeker na de keer op keer op een presenteerblaadje aangereikte aanbevelingen door het middenveld en de academische wereld. Als middenveld mogen we ons dan ook niet achter het huidige NAPAR scharen.