Over het verband tussen de opkomst van AI en de ecologische crisis
Is het toeval dat de ecologische crisis en de opkomst van artificiële intelligentie zich tegelijkertijd voordoen? Die eenvoudige, bijna naïeve en tegelijk onvoorstelbaar verstrekkende vraag kwam een tijdje geleden bij mij op en ik stelde hem dan maar meteen aan een van de betrokkenen.
Ontstaan uit zelfde systeem
De AI-chatbot van Google antwoordde het volgende: “Nee, het is geen toeval dat de ecologische crisis en de opkomst van artificiële intelligentie (AI) tegelijkertijd plaatsvinden. Beide ontwikkelingen komen voort uit dezelfde economische drang naar grenzeloze groei en technologische controle.”
Als AI zich zo antikapitalistisch blijft opstellen, is er misschien nog hoop dacht ik onwillekeurig. En dan volgde een opsomming van de vreselijke ecologische aspecten van AI: gigantisch energieverbruik en dus dito CO2-uitstoot, massaal waterverbruik voor koeling, nood aan zeldzame aardmetalen, met zowel ecologische roofbouw als sociale uitbuiting tot gevolg.
Ook de hulp die het kan bieden om de ecologische problemen op te lossen kwam aan bod. Dat was een interessante reactie op zich, maar geen goed antwoord op mijn vraag. Ik vroeg naar een causaal verband.
Dat ze aan hetzelfde systeem zijn ontsproten, is een truïsme: er zijn zoveel dingen uit het kapitalisme voortgekomen. Dat de landing op de maan en de oorlog tegen Vietnam beiden voortkomen uit de wil van de VS tot wereldoverheersing is interessant en wellicht ook gewoon waar, maar het is nog geen echt intern verband.
Het is ook zeker waar dat AI onze ecologische problemen aan het verergeren is. Voorlopig weegt zijn positieve bijdrage aan de ‘aardsysteem-wetenschappen’ daar niet tegenop. Maar hoe dan ook kan het nog altijd perfect toeval zijn dat AI net tot ontwikkeling komt op het fatale moment waarop de permanente catastrofe echt is begonnen.
De vraag naar het verband tussen ecologische crisis en de opkomst van AI is een verstrekkende filosofische vraag, omdat ze bijna vooronderstelt dat er zoiets als een noodzaak zou kunnen zijn, en dat is al snel een verborgen plan. En dat is bijna meteen theologie. Op het moment dat God ziet dat die apen van mensen zijn schepping aan het verknoeien zijn, laat hij ze net op tijd een nieuw soort intelligentie aanboren die hen en vooral zijn schepping kan redden.
Zoiets. Het klinkt vreemd, maar op zijn honderdste dacht James Lovelock (1919-2022) enigszins in die richting. Hij is mede-uitvinder van de fameuze Gaia-hypothese: het idee dat de aarde een groot levend wezen is.
In zijn boek Novacene: the Coming Age of Hyperintelligence, dat hij in 2019 op honderdjarige leeftijd publiceert, eindigt hij met de overtuiging dat AI het ecologische probleem zal helpen oplossen. Omdat ze een koel, stabiel klimaat nodig hebben, zullen deze AI-systemen optreden als beheerders van de biosfeer en de problemen die de mensen hebben veroorzaakt oplossen.
De meest voor de hand liggende manier om die vraag te beantwoorden, bestaat erin AI te zien als de technologische realisatie van 'de absolute geest' van de Duitse filosoof Georg Hegel (1770 – 1831). Dat zou een zelflerende superintelligentie, ook bekend als De Singulariteit, zeker zijn: een soort van absoluut alleswetende instantie, die sneller denkt dan zijn eigen schaduw.
De Franse filosoof Jean-François Lyotard (1924-1998) dacht in de late jaren tachtig van de vorige eeuw, in zijn ‘zwarte hypothese’ al in die richting. De ‘technoscience’ wordt een zelfstandige soort van machines met een doel voor ogen: ze wil de dood van de zon, desnoods de mensheid zelf, overleven.
Dat was een erg pessimistisch visioen, want de mens en de natuur lijken daarin overbodig. Niet zeker dus of Lovelocks argument over die nood aan een koele stabiele planeet wel echt opgaat.
Hoewel, als we de maatschappelijke orde desintegreren, als we in Mad-Max-toestanden terechtkomen – wat met de ketting aan ecologische, economische en politieke crisissen die we nu meemaken, niet zo heel onmogelijk lijkt – dan zou er zich wel eens een gigantische technologische en culturele terugval kunnen voordoen, zoals na het einde van het Romeinse Rijk.
Catastrofe op zich
Het ziet er voorlopig alleen maar naar uit dat AI onze problemen zal vergroten en dus in feite een ecologische catastrofe op zich is. Ook al omdat we er niet in slagen om AI zuinig en verstandig te gebruiken, laat staan te reguleren.
Het is een soort van ‘runaway process’ geworden, een ontsporende ontwikkeling, elke dag een beetje meer. Blijft staan dat AI inderdaad zeer behulpzaam kan zijn bij het aanpakken van de ecologische crisis, maar toevallig zijn de techbros Musk, Zuckerberg, Bezos en consoorten daar niet in geïnteresseerd.
Voor velen onder hen is klimaat bijzaak, als ze al geen klimaatontkenners zijn. Trump op kop. Maar ook Musk zoekt liever zijn heil op Mars, dan zich in te zetten voor de biosfeer. Weliswaar was hij pionier van de elektrische wagen, maar de ecologische voetafdruk van al zijn bedrijven, Space X op kop, moet gigantisch zijn.
Het interne historische verband tussen de ecologische polycrisis en de opkomst van AI blijft heel ondoorzichtig en complex. Misschien is het gewoon een onmogelijke vraag, zoals zoveel filosofische vragen.
Maar er is in elk geval een aantoonbaar verband tussen de ecologische crisis en de haast van de technokapitalisten om de ruimte te exploreren: ze willen weg van de aarde. Die nieuwe wensdroom in de politiek die weg wil van de aarde, noemde de Franse filosoof Bruno Latour (1947-2022) als reactie op het presidentschap van Trump Hors-Sol: weg van de wereld.
AI past voorlopig helemaal in die nieuwe richting. Met artificiële intelligentie lijkt het alsof je zo weg kunt van de natuur en de wereld, je hebt ook nauwelijks nog mensen nodig. De zelfsturende technologie en de visionaire technokapitalisten maken zich klaar om de onleefbare aarde te verlaten.
Dat is wellicht het oorzakelijke verband tussen de opkomst van AI en de ecologische crisis. Nog zwarter dan Lyotards zwarte hypothese. Je kan alleen maar bidden dat Lovelock het toch bij het rechte eind had.