Longread

'Ex Oriente Odysseus': deze Westerse Griekse held heeft Oosterse roots

Afbeelding
Odysseus, de zeevaarder. Beeld: Public Domain
Odysseus, de zeevaarder. Beeld: Public Domain
In dit essay confronteert historicus Jacques Pauwels de premissen van de film The Odyssey van Christopher Nolan met de historische bronnen. De mythe van Odysseus is geen klassieke ‘Westerse’ Griekse creatie maar een adaptatie van traditionele verhalen uit Mesopotamië en verder. Oosterse handelsroutes, migratie en culturele invloeden creëerden de mythe van Odysseus.

Gelukkig is hij die, net als Odysseus, een prachtige reis heeft gemaakt.
En vervolgens is teruggekeerd, vol ervaring en wijsheid,
Om de rest van zijn leven onder zijn familieleden door te brengen!

Dit is een gedicht van de Franse renaissance-dichter Joachim du Bellay (1522-1560) (Originele tekst, zie 1). De Odyssee is een Grieks episch gedicht dat de tien jaar durende omzwervingen beschrijft van een van de Griekse helden uit de Trojaanse Oorlog, Odysseus, op zijn terugweg naar zijn thuis op het eiland Ithaca. 

Het zusterwerk is de Ilias, die zich richt op het verhaal van die oorlog, een conflict waarbij de Grieken Troje belegerden en uiteindelijk verwoestten, een stad in het noordwesten van Anatolië, die dankzij haar ligging de doorgang via de Dardanellen kon controleren, de strategisch en commercieel belangrijke zeestraat die de Egeïsche Zee en de hele Middellandse Zee met de Zwarte Zee verbindt, Troje stond ook bekend als Ilion (of Ilium), vandaar de titel Ilias, wat ‘Saga van Troje’ betekent.

Lange tijd werd aangenomen dat de Ilias en de Odyssee het werk waren van één enkele Oudgriekse auteur, Homerus genaamd; maar aan het einde van de 19e eeuw raakten historici er steeds meer van overtuigd dat deze twee epische gedichten waarschijnlijk het werk waren van verschillende auteurs die, ergens tussen 800 en 700 BC, de mondeling overgeleverde verhalen op schrift stelden, geïnspireerd door een historische oorlog die veel eerder was uitgevochten, namelijk rond 1200 BC, dat wil zeggen aan het einde van de Bronstijd. 

Een dichter Homerus heeft dus misschien wel nooit bestaan: Homerus was vrijwel zeker een „samengesteld personage“ of een "personificatie" van de vele anonieme dichters en zangers die de mondeling overgeleverde verhalen bedachten en populair maakten, verhalen die uiteindelijk werden vastgelegd in de vorm van de Ilias en de Odyssee.

Hoe het ook zij, de Ilias en de Odyssee zijn de oudste werken van de westerse literatuur, worden volgens AI algemeen beschouwd als de ‘fundamentele teksten van de westerse literatuur en het westerse bewustzijn’ en vormen zelfs de ‘grondslag’ van de Griekse cultuur en de westerse beschaving in het algemeen. 

Dit tweeluik past perfect in het paradigma van het ‘Griekse wonder’, de ‘eurocentrische’ theorie die in de 19de eeuw door Europese geleerden werd ontwikkeld, namelijk dat de beschaving van het Oude Griekenland, de oorspronkelijke westerse beschaving, vrijwel ex nihilo was ontstaan of, om een Griekse uitdrukking te gebruiken, ‘volgroeid uit het voorhoofd van Zeus was ontsprongen’, net als de godin van de wijsheid, Athena.

Daarentegen erkennen veel, zo niet de meeste historici, tegenwoordig de enorme invloed die de oude Mesopotamische beschaving van Mesopotamië op Griekenland heeft uitgeoefend. Deze beschaving ontstond al in het 5de millennium BC in Sumerië, maar bereikte haar hoogtepunt ten tijde van de heerschappij van koning Hammurabi (1792–1750 v.Chr.), toen Babylon de metropool van de regio was. 

Het architectonische symbool van deze stad, een ziggurat of trapvormige piramide met tuinen op de terrassen – de zogenaamde ‘hangende tuinen’ – zou door de Grieken zelf worden uitgeroepen tot een van de zeven wereldwonderen. 

In dat gouden tijdperk van Mesopotamië was de dominante taal niet langer het Sumerisch, maar het Akkadisch. Hoe dan ook, het idee dat het ‘licht’ van de beschaving vanuit het oosten de westelijke landen, waaronder Griekenland, had bereikt, is samengevat in het door de zonsopgang geïnspireerde aforisme Ex Oriente Lux (‘het licht komt uit het oosten’).

De ‘oosterse’ cultuur van Mesopotamië bereikte de ‘westerse’ Griekse wereld zowel over zee, via Fenicië, als over land, via Assyrië aan de bovenloop van de Tigris en via de uitgestrekte hooglanden van het Anatolische schiereiland (het hedendaagse Turkije). 

Een soortgelijke bevruchting van Griekenland werd in gang gezet door impulsen uit Egypte, waarbij opnieuw de Feniciërs als tussenpersonen fungeerden, en in mindere mate door de Minoïsche beschaving op Kreta, die in taalkundige of culturele zin niet Grieks was. 

Het was onder die historische omstandigheden dat de Myceense bronstijdbeschaving van Griekenland, halverwege het tweede millennium BC ontstond met als kerngebied het schiereiland Peloponnesos. Homerus beschreef de strijders in de historische Trojaanse Oorlog niet als Grieken: die benaming bestond in zijn tijd nog niet.

Hij verwees naar hen met de naam van specifieke „stammen“, voornamelijk de Achaeërs en Danaërs (of Danaoi), die worden beschouwd als behorend tot de etnische groepen die gezamenlijk worden aangeduid als Myceëners.

Het is ook geen toeval dat in de Ilias de Griekse aanvoerder Agamemnon de koning van Mycene was, een stad op de Peloponnesos waarvan de indrukwekkende ruïnes vandaag, meer dan 3.000 jaar na de bloeitijd van Mycene, een van de belangrijkste toeristische trekpleisters zijn van het moderne Griekenland.

De overdracht van de Mesopotamische cultuur naar Griekenland was veelzijdig en kende ook een zeer belangrijke taalkundige component. Het Akkadisch, een Afro-Aziatische taal van de Semitische (in tegenstelling tot de Hamitische) variant, oefende een aanzienlijke invloed uit op het Grieks, dat tot de Indo-Europese taalfamilie behoort, met name op lexicaal niveau. 

Ook van belang in dit opzicht was de taal van de Feniciërs, die zowel veel Mesopotamische als Egyptische cultuur naar Griekenland overbrachten. Hun taal behoorde eveneens tot de Semitische tak van de Afro-Aziatische taalfamilie. Deze leek sterk op het Hebreeuws en was, net als het Hebreeuws, een naaste verwant van het Akkadisch.

Van Ionisch Griekenland aan de Egeïsche Zee aan het westelijke uiteinde van Anatolië kan worden gezegd dat het de doorgang was waarlangs zowel Mesopotamische als Egyptische culturele en taalkundige invloeden de Griekse wereld binnenkwamen, om van daaruit naar het Griekse vasteland te worden verspreid. 

Al in de oudheid werd Ionië in verband gebracht met Homerus, van wie werd aangenomen dat hij in Smyrna woonde, of misschien op het voor de kust gelegen eiland Chios. En volgens AI zijn de Ilias en de Odyssee geschreven in ‘Homerisch Grieks’, ook bekend als ‘Episch Grieks’ en gedefinieerd als “een literaire mengvorm van Ionisch Grieks en andere dialecten”. Het is dan ook niet verrassend dat de Ilias en de Odyssee wemelen van namen die vrijwel zeker van Akkadische oorsprong zijn.

Homerus kwam vermoedelijk uit Ionisch Griekenland, maar wat betekent Ionië eigenlijk? De naam was van Afro-Aziatische oorsprong: in het Oud-Egyptisch was het ‘Jawan’, in het Hebreeuws ‘Javan’ en in het Akkadisch ‘uwanu’ (of ‘ummanu’). 

Zo vond de naam zijn weg naar de Indo-Europese talen van India en Iran als ‘yavana’ en ‘yauna’. Het betekende ‘menigte’, ‘volk’, ‘mensen’. Oorspronkelijk lijkt de naam een nogal pejoratieve connotatie te hebben gehad. 

De Mesopotamiërs gebruikten de term om te verwijzen naar de vanuit hun oogpunt cultureel minder ontwikkelde bewoners van Anatolië in het algemeen, ongeacht etniciteit of taal. De betekenis verschoof geleidelijk om specifiek Grieken aan te duiden die langs de Egeïsche kust van Anatolië woonden en uiteindelijk alle Grieken, waar ze ook woonden. 

Dit verklaart waarom zelfs de wateren die zich uitstrekken van de westkust van het Griekse vasteland tot Italië de Ionische Zee worden genoemd, wat Griekse Zee betekent. Het waren echter de Grieken die in Anatolië woonden die gewoonlijk de Ionische Grieken werden genoemd, en hun West-Anatolische gebied Ionië. 

Grieken bleven daar wonen tot hun verdrijving in de jaren 1920 in de nasleep van de oorlog tussen Griekenland en Turkije. Wat de Turken betreft, toen zij rond het jaar 1000  vanuit hun Centraal-Aziatische thuisland naar het Midden-Oosten en helemaal naar Anatolië migreerden, namen zij een variant van de oude Iraanse benaming voor Griekenland over. Zelfs vandaag de dag noemen de Turken Griekenland nog steeds Yunanistan, ‘het land [= stan] van de Ioniërs’.

Het was waarschijnlijk in Ionië dat de Grieken een Akkadische term overnamen om de gebieden in het westen, aan de andere kant van de Egeïsche Zee, aan te duiden, namelijk ereb(u), wat ‘[land van] de ondergaande zon’, ‘zonsondergang’ en ‘avond’ betekende, wat ze later omvormden tot ‘Europa’. In het Duits en het Nederlands zijn respectievelijk Abendland en Avondland synoniemen voor Europa, wat ‘land van de avond’ betekent: een perfecte interpretatie van ereb!

Maar laten we ons concentreren op het thema van Homerus en zijn beroemde epische gedichten over de Trojaanse Oorlog en de nasleep daarvan. De titel Ilias verwijst naar Ilion of Ilium wat, zoals reeds vermeld, een andere naam was die de Grieken gebruikten om Troje aan te duiden. 

Ilion is een plaatsnaam van Mesopotamische oorsprong, die doet denken aan het Akkadische zelfstandig naamwoord ilum of elum, dat ‘bovenste deel van een stad’ of ‘citadel’ betekent. Wat de naam Troje betreft, die weerspiegelt het Akkadische werkwoord tarum, ‘[met een muur] omcirkelen’, en betekent dus ‘ommuurde stad’. Beide namen duidden in feite een versterkte stad op een heuvel aan, wat overeenkomt met de topografie van Troje.

Odysseus was een van de grote helden van de Trojaanse Oorlog, aan Griekse zijde welteverstaan. Hij was het brein achter de beroemde list met het houten paard die de overwinning van de Grieken bezegelde, en hij was natuurlijk de hoofdpersoon van Homeros’ tweede meesterwerk, dat zelfs naar hem is vernoemd: de Odyssee. 

Hij belichaamde de intelligentie, moed en persoonlijke integriteit die aan Grieken worden toegeschreven, maar net als Homerus heeft hij in werkelijkheid een Mesopotamische afkomst. Waarom zou hij anders een naam hebben die niet met behulp van de Griekse taal kan worden geïnterpreteerd, maar wel gemakkelijk kan worden ontrafeld met een beetje kennis van het Akkadisch? 

Het eerste deel van de naam van de held roept maar liefst twee termen uit dat Babylonische idioom op: (w)udu, ‘wijze persoon’, en edu of idu, ‘ervaren zijn’, ‘weten’, enzovoort; en het tweede deel van zijn naam doet denken aan ussu, Akkadisch voor ‘gids’ of ‘leider’. 

Die combinatie verklaart Odysseus tot een ‘wijze leider’, wijs, dat wil zeggen, door ervaringen in de oorlog en vooral tijdens reizen. Een aannemelijke interpretatie, vooral omdat zowel in het epos van Homerus als in de film van Christopher Nolan de wijsheid van de held grotendeels het resultaat is van zijn ervaringen tijdens een lange reis?

In dit verband is het de moeite waard erop te wijzen dat Gilgamesj, hoofdpersoon van een beroemd Mesopotamisch epos, vaak wordt aangehaald als prototype voor Homerische en andere Griekse helden. Ook hij verwierf grote wijsheid tijdens een lange en gevaarlijke reis. 

Ter vergelijking: het verhaal van Gilgamesj dateert van ongeveer 2000 BC, het was dus al meer dan 1000 jaar oud toen de Ilias en de Odyssee op papyrus werden vastgelegd! De reizende Odysseus was in het Grieks ook bekend als Oulixeus, wat in het Latijn Ulixes, in het Frans Ulysse en in het Engels Ulysses oplevert. Die term doet denken aan het Akkadische werkwoord alik(su), dat ‘zich verplaatsen’, ‘reizen’ betekende.

Wat de vrouw van Odysseus betreft: haar naam, Penelope, kan eveneens worden geïnterpreteerd als een echo van Akkadische termen. Semerano stelt dat de naam oorspronkelijk niet met „pene-“ zou zijn begonnen, maar met „kene-“, en dat „kene-“ overeenkomt met het Akkadische „kenu“, wat „ware, trouwe gevoelens“ betekent. 

De Italiaanse paleolinguïst interpreteert het tweede deel van de naam als een vorm van het Akkadische libbu, ‘hart’ of ‘gevoel’. Penelope komt daarmee neer op ‘trouw hart’. Het is een benaming die zij ruimschoots verdiende, aangezien zij tien jaar lang trouw wachtte tot haar krijger-echtgenoot naar huis zou terugkeren.

In de film The Odyssey van regisseur Christopher Nolan, maar niet in het oorpsronkelijke verhaal van Homerus, staat Penelope onder druk om te trouwen, omdat de stad Ithaca beter kan worden verdedigd door een mannelijke leider tegen een mogelijke aanval van mysterieuze buitenlandse plunderaars die bekendstaan als de ‘Zeevolken’. 

Dit is een subplot die door Christopher Nolan werd bedacht en waarvan het doel aan het einde van de film wordt onthuld. Nolan liet zich inspireren door het historische feit dat het einde van de Bronstijd gekenmerkt werd door gewelddadige invallen in de dominantie rijken van die tijd door tot dan toe onbekende maar zeer oorlogszuchtige volkeren uit verre overzeese landen, die de ‘Zeevolken’ werden genoemd. 

Deze plunderaars werden door farao Ramses III (1194-1162 3 BBC) uit Egypte verdreven, zij het niet zonder moeite. Men veronderstelt dat zij verantwoordelijk waren voor de ineenstorting van het in Anatolië gevestigde rijk der Hittieten.

Wat dan met Telemachus, dappere zoon van Odysseus en Penelope? AI wil ons doen geloven dat zijn naam een combinatie is van [de Griekse term] tele, wat ‘ver weg’ betekent en makhe, wat ‘strijd’ of ‘gevecht’ betekent.

Dat laat zich vertalen als ‘verre krijger’, wat dat ook moge betekenen. Semerano daarentegen, hoewel hij Telemachus niet bij naam noemt, geeft aanwijzingen voor een andere en overtuigender interpretatie. Beide delen van de naam Telemachus lijken afgeleid te zijn van de Akkadische taal. 

Het eerste deel van de naam Telemachus weerspiegelt de term tele’u, wat ‘bekwaam’ en ‘moedig’ betekent, die Italiaans linguïst Giovanni Semerano (1911-2005) meent te herkennen in de naam van de mythologische held Telephus, zoon van Heracles (Hercules).

Het tweede deel van Telemachus’ naam is een vorm van het werkwoord mahasu, ‘vechten’ of ‘doden’, een werkwoord waarvan de Griekse term makhe is afgeleid. De figuur Telemachus bleek inderdaad een bekwaam strijder-moordenaar te zijn. Hij hielp zijn vader met de slachting van de vrijers van zijn moeder…

Laten we Odysseus vergezellen naar enkele van de intrigerende plaatsen die hij bezocht tijdens zijn lange en avontuurlijke reizen door het Middellandse Zeegebied. Deze held werd jarenlang gevangen gehouden door de nimf Calypso, wier naam zoals bekend is afgeleid van het Oudgriekse werkwoord kalypto, dat ‘verbergen’ of ‘verhullen’ betekent. Calypso is ‘zij die zich [in een grot] verbergt’. Minder bekend is echter dat dit Griekse werkwoord niets anders was dan een variant van het Akkadische ‘halapu’, met dezelfde betekenis.

De plaatsnaam Sorrento – Latijns Surrentum – bevat duidelijk ook de term sur, ‘rots’, die tegelijkertijd doet denken aan een ander Akkadisch woord, saru, ‘hoog’. Deze naam lijkt ook het Akkadische woord voor ‘water’, (w)enu, te verbergen. 

Wat betreft de laatste lettergreep van Sorrento, die is waarschijnlijk een variant van een Afro-Aziatische term die een land of plaats aanduidt, namelijk ‘ta’ in het Oud-Egyptisch en ‘etu’ in Semitische talen zoals het Akkadisch. 

Dit levert de zeer aannemelijke betekenis op van ‘stad op de hoge rotsen met uitzicht op het water’, wat niet toevallig een volkomen treffende beschrijving is van de schilderachtige ligging van Sorrento bovenop hoge kliffen die loodrecht uit het blauwe water van de Baai van Napels oprijzen.

Op weg naar Sorrento om de gezangen van de Sirenen (zeemeerminnen) te horen, glipten Odysseus en zijn groep metgezellen door de Straat van Messina, die de punt van de Italiaanse laars scheidt van het eiland Sicilië.

Dit smalle stuk water wordt gekenmerkt door kliffen en rotsen, evenals gevaarlijke stromingen, waaronder draaikolken, onderstromingen en dergelijke. Deze Straat zou de inspiratiebron zijn geweest voor het verhaal van de angstaanjagende monsters Scylla en Charybdis. 

In de film van Nolan weet Odysseus op het nippertje te voorkomen dat hij in zijn geheel wordt opgeslokt door een gapende draaikolk, maar een groot aantal van zijn mannen wordt vervolgens gegrepen en verslonden door een monster dat op de kliffen woont. 

De draaikolk is het monster Charybdis, het angstaanjagende wezen met meerdere nekken en koppen is Scylla. Hun namen weerspiegelen Akkadische terminologie: de eerste doet denken aan haribtu, ‘baarmoeder’ of ‘uterus’, en het laatste, kullu, “weggrissen”.

Odysseus keerde “vol ervaring en wijsheid” terug van zijn tien jaar durende reis, plein d’usage et raison, zoals de Franse Renaissance-dichter Joachim du Bellay schreef in een prachtig gedicht dat eerder werd geciteerd. Christopher Nolan benadrukt het op zijn eigen filmische manier tegen het einde van zijn film. 

Op dat moment deelt de held Odysseus met Penelope iets wat hij tijdens zijn lange en zware terugreis naar huis was gaan inzien. De overwinning van de Grieken op Troje wasmogelijk gemaakt door zijn list met het paard. Het was echter geen glorieuze aangelegenheid, maar een verschrikkelijke slachtpartij, een prestatie die geen trots, maar wroeging rechtvaardigde. 

De Grieken, zo vertrouwt hij Penelope toe, waren in feite zelf de Zeevolken of een leger dat op de Zeevolken leek, schimmige plunderaars die angst hadden gezaaid in de harten van de inwoners van Ithaca, een angst die de druk op Penelope had vergroot om met een van haar vrijers te trouwen. Schrijver-regisseur Nolan maakt zijn punt filmisch duidelijk door het paard van Troje rechtstreeks vanuit de zee Troje binnen te laten slepen.

Nolans idee dat de Grieken die Troje belegerden en verwoestten deel uitmaakten van de beruchte Zeevolken is allerminst vergezocht. Het epos van Homerus werd immers geïnspireerd door een echte oorlog. Die werd rond 1200 BC uitgevochten, precies ten tijde van het traumatische einde van de Bronstijd, toen „volkeren uit de zee” Egypte overvielen en het rijk van de Hittieten in Anatolië ten val brachten. 

Egyptische bronnen bevatten lijsten met namen van volkeren die tot die beruchte horde behoorden, waaronder Grieken uit de Bronstijd zoals de Achaeërs uit de Ilias en de Odyssee. Van hen wordt aangenomen dat zij de Ahhiyawa zijn die in Hittitische teksten van die periode worden vernoemd. 

Bovendien, veel historici stellen Troje gelijk aan Wilusa, een stad in het noordwesten van Anatolië die deel uitmaakte van, of wellicht een satellietstad was van, het Hittitische Rijk. Deze gegevens bewijzen niet, maar suggereren wel degelijk, dat de Trojaanse Oorlog mogelijk een operatie was die door Myceense Grieken werd uitgevoerd in de algemene context van de verwoesting, door plunderaars uit het buitenland, van de eens zo machtige staat van de Hittieten.

Volgens een oud spreekwoord zullen zij die “bij het zwaard leven” ook “door het zwaard sterven”. Dit is uiteindelijk wat er met de Myceense Grieken gebeurde. Hun beschaving stortte, net als die van de Hittieten, in tijdens de nadagen van de Bronstijd. Bij haar ondergang speelden ongetwijfeld gewapende conflicten een rol, hoewel het onduidelijk is tegen wie. 

De Myceëners lieten indrukwekkende ruïnes achter die eveneens door Duits archeoloog Heinrich Schliemann (1822-1890) werden opgegraven en schatten opleverden, zoals een prachtig gouden masker waarvan de Duitse antiquair ten onrechte dacht dat het Agamemnon voorstelde. 

Hij is de Griekse aanvoerder die in de film gekleed gaat in een gitzwart harnas en wat op Darth Vader lijkt. Zijn masker wordt omschreven als de ‘Mona Lisa van de prehistorie’ en is nu te zien in het Nationaal Archeologisch Museum van Athene.

Wat Odysseus betreft, lijkt er geen gouden masker te bestaan, ook al was hij onbetwistbaar een even grote held als Agamemnon of Achilles. Hij was ook een fatsoenlijke en slimme ‘goede kerel’, de ‘gouden jongen’ van Homeros’ meesterwerk. 

Misschien werd hij niet als voldoende Grieks beschouwd om zo’n grote eer te ontvangen? Zoals we inderdaad hebben gezien, liet Homerus hem voor zijn naoorlogse avonturen naar westelijke landen varen voordat hij uiteindelijk terugkeerde naar zijn eiland aan de westkust van Griekenland.

De oorsprong van de sluwe held Odysseus lag in het oosten: Ex Oriente Odysseus!

 

Dit is de vertaling van 'Ex Oriente Odysseus: the Babylonian Connection of a Greek Hero' in Counterpunch van 21 augustus 2026. In het origineel vind je de referentiebronnen en voetnoten bij de tekst.

Afbeelding
https://www.dewereldmorgen.be/steun-ons
Steun ons

 

Notes:

(1) “Heureux qui, comme Ulysse, a fait un beau voyage, et puis est retourné, plein d’usage et raison, vivre entre ses parentsle reste de son âge”.

(2) Mesopotamië is de Griekse naam voor wat nu Irak en Koeweit is, het gebied ‘mesos potamos’, ‘tussen de stromen’ Tigris en Eufraat. Sumerië is het zuidelijke deel van Mesopotamië. De ruïnes van Babylon bevinden zich op ongeveer 85 kilometer ten zuiden van de Iraakse hoofdstad Bagdad.

Jacques Pauwels
Jacques Pauwels

Beneath the Dust of Time

Jacques R. Pauwels. Beneath the Dust of Time - A History of the Names of Peoples and Places. Trine Day, Walterville, OR, US, 2025, 240 pp. ISBN 978 1634 2446 26

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?