De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Over het moeilijke evenwicht tussen geluk en het besef van de verschrikkingen van de wereld / On the Difficult Balance between Happiness and the Awareness of the Horrors of the World

Teaser fallback community afbeelding
Tijdens een verblijf in Spanje filosofeerde cultuurfilosoof Lieven De Cauter met de zus van zijn geliefde over de moeilijke verhouding tussen geluk en het besef van de verschrikkingen van de wereld. Hij balanceert tastend en weifelend tussen actualiteit en tijdloosheid, tussen activisme en escapisme.

Voor Enci

[English version underneath]

Tijdens een lang telefoongesprek met de oudere zus van mijn geliefde, een Spaanse schoonheid en de liefde van mijn leven, wisselden we van gedachten over het moeilijke evenwicht tussen geluk en de verschrikkingen van de wereld. Het begon heel onschuldig: toen ik zei dat ik hier heel gelukkig was met haar geweldige zus aan de prachtige Asturische kust, antwoordde ze dat het feit dat anderen gelukkig zijn, haar ook gelukkig maakte. Vervolgens kwamen we, op een nog onschuldiger manier, op het weer en op de extreme hitte die Europa teistert, niet alleen in Spanje (haar land) maar ook in België (mijn land). Dit schril contrast tussen geluk en rampspoed domineerde de rest van het lange telefoongesprek en de daaropvolgende gesprekken. 

Ik zei dat ik vond dat de toestand in de wereld zo deprimerend was dat het bijna onmogelijk was om het bij te houden, om er bewust van te blijven. Ik vertelde haar dat ik de laatste tijd moe was van het activisme. Tijdens een VN-dag in Brussel over Palestina, een ‘overlegdag met het maatschappelijk middenveld’, gebruikte iemand het woord Fatigue, ‘moeheid’, en dat werd voor mij het thema van de dag: Activist fatigue, activisme-moeheid. Verder vertelde ik haar dat het nieuws me deprimeerde, dat ik de neiging had om mijn toevlucht te zoeken in escapisme: genieten van de liefde met haar zus, reizen, allerlei teksten schrijven, zoals mijn boek over erotiek, beginnen aan een roman over de vijver uit mijn jeugd, films kijken, feestjes bouwen met vrienden, dat soort dingen. Het schrijven van opiniestukken leek me te veel gevraagd. Met welk doel? Israël, Trump, ecologische rampen, … de krachten van gruwel, chaos en catastrofe lijken niet te stoppen. 

Om me te troosten zei ze dat gelukkig zijn een manier is om bij te dragen aan een betere wereld. Althans, zo begreep ik het. Het deed me denken aan een citaat dat me al sinds mijn jeugd achtervolgt; het kwam ter sprake tijdens de cursus esthetica van een marxistische priester-leraard, die een grote invloed had op mijn wereldbeeld als puber, en het was afkomstig van Karel Appel, de Cobra-kunstenaar: ‘Laat het aan ons, kunstenaars, zijn om de wereld te redden, door van ons leven een feest te maken’. Ze zei dat dit niet echt was wat ze bedoelde…

Ze stelde dat we ook de goede dingen in de wereld moeten zien, dat we niet mogen vergeten dat slechte dingen zichtbaarder zijn dan de goede, omdat de media de neiging hebben om het negatieve te benadrukken. Positieve verhalen zijn geen nieuws, en dat vertekent onze indruk van de wereld. Ze benadrukte dat wij mensen sowieso geprogrammeerd zijn om het negatieve te zien: om te overleven is het belangrijk om het negatieve te zien, om gevaren onder ogen te kunnen zien en te vermijden. Ik besefte dat beide ideeën belangrijk zijn om in gedachten te houden wanneer we nadenken over het probleem van geluk in het licht van de gruwelen van de wereld.

Toen ik haar een paar dagen later vertelde dat ik ons gesprek op papier begon te zetten, zei ze plotseling: ‘la felicidad tiene algo de revolucionario’. Geluk heeft iets revolutionairs. Het raakte me, het klonk als een vuurwerk uit het niets, terwijl we naar huis liepen na een drankje met haar moeder en mijn geliefde voor ons, vlak voor zonsondergang in een plaatselijk park. Ik was onder de indruk van de apodictische toon en de radicaliteit van de uitspraak; ik vond het erg mooi, maar wist niet zeker of ik het begreep. Veel geluk was eerder gezellig dan revolutionair en verbonden met privilege, en in dat opzicht diep conservatief, maar ik veronderstelde toen dat ze bedoelde dat het verlangen om gelukkig te zijn de kracht had om dingen te veranderen, zowel collectief als individueel. Collectief kon de uitspraak zeker aannemelijk worden gemaakt: er zouden hele geschiedenissen geschreven kunnen worden om te laten zien hoe de droom van geluk, de wil om een beter leven te hebben, de drijvende kracht is geweest achter vele sociale bewegingen en zelfs revoluties. 

In een daaropvolgend telefoongesprek zei ik dat ik graag teksten schrijf op basis van gesprekken. Ze antwoordde dat dialoog een manier was om uit de eenzaamheid te breken en inzichten met anderen te delen. Terwijl we methoden bespraken om gesproken, geïmproviseerde dialoog om te zetten in tekst, zei ik dat naar mijn ervaring indirecte rede beter werkte dan directe rede. Zoals het lezen van een roman beter werkt dan het lezen van een toneelstuk. Want indirecte rede werkt filmischer, en de situatie is toegankelijker voor de lezer. 

Ze stemde ermee in door te stellen dat verbeelding inderdaad cruciaal was; we kunnen ons veel dingen voorstellen. Ik begreep dat de mogelijkheid tot verbeelding een manier was om de banaliteit van het leven om te zetten in iets spannenders. Ik kon bijna het diepe, verborgen verlangen naar bevrijding in haar horen. Intensiteit. De intensiteit van een gesprek is voor mij een vorm van geluk, realiseer ik mij, terwijl ik dit stukje van ons gesprek opschrijf – een gesprek dat ik met haar had via de telefoon, terwijl ik probeerde aan de hitte te ontsnappen door aan de oever van de rivier te zitten, in de schaduw bij een prachtige stroomversnelling met grote rotsblokken in de rivier de Sil, in het centrum van Ponferrada, waar ik nu een paar weken verblijf om dicht bij de liefde van mijn leven te zijn. 

Stroomversnellingen werken als natuurlijke luchtkoelers en maken dat heerlijke geluid van stromend water; ze bieden een eeuwig aangenaam schouwspel van water dat zich tussen de grillige rotsen een weg baant, terwijl vogels rondvliegen en af en toe een vis uit het water springt. Ik probeerde een afspraak te maken om samen aan deze tekst te werken, maar het telefoongesprek bleek opnieuw de beste manier om deze tekst te voeden. Een persoonlijke ontmoeting, met zijn tweeën, leek moeilijk te regelen, gezien haar zorg voor de mama en mijn idee om aan de tekst te werken tijdens de werktijd van mijn geliefde. Maar hoe dan ook, ontsnappen aan de hitte en verlichting en geluk vinden in de schaduw aan de rivieroever, is misschien allegorisch voor de relatie tussen escapisme en bewustzijn. En misschien kan ik deze tekst met dit beeld afsluiten. 

Wat zou de conclusie kunnen zijn? Aangezien ons verlangen naar geluk de potentie heeft om de wereld te verbeteren, is het een zonde om ongelukkig te zijn, of is het op zijn minst een plicht om geluk te omarmen, dankbaar te zijn voor dit voorrecht, in de hoop dat het verlangen van de mensheid naar geluk op een dag een revolutie teweeg zal brengen in de wereld en een einde zal maken aan alle gruwelen. Misschien te optimistisch. Ja, veel te optimistisch. Bijna een verontschuldiging voor escapisme. Het zij zo.

 

 

-----

On the difficult balance between 

happiness and awareness of the horrors of the world

 

For Enci

 

In a long telephone conversation with the older sister of my sweetheart, a Spanish beauty and the love of my life, we exchanged views on the difficult balance between happiness and the horrors of the world. It started in a very innocent way: when I said I was very happy here with her wonderful sister on the beautiful Asturian coast, she answered that knowing that others are happy made her happy too. Then we, in an even more innocent way, came to talk about the weather and the extreme heat that strikes Europe, not only in Spain (her country) but also in Belgium (my country). This stark contrast between happiness and catastrophe dominated the rest of the long call and subsequent conversations. 

I said that I thought the state of the world was too depressing almost to keep up with it, to stay aware of it. I told her that recently I was tired of activism. During a UN day in Brussels on Palestine, a ‘consultation day with civil society’, somebody used the word ‘fatigue’, and it became the topic of the day for me: activist fatigue. Furthermore, I told her that the news depressed me, that I had a tendency to embrace escapism, enjoying love with her sister, traveling, writing all sorts of texts, like my book on eroticism, starting a novel about the pond of my childhood, see movies, have parties with friends, those sort of things. Writing op eds seemed too much asked. For what purpose? Israel, Trump, ecological disasters, … the forces of horror, chaos and catastrophe seemed unstoppable. 

To console me, she said that being happy is a way of contributing to a better world. Or at least that is what I understood. It made me think of a quote that haunts me since my youth, it was in the course of aesthetics of a Marxist priest teacher, who had a big influence on my adolescent world view, it came from Karel Appel, the cobra artist: ‘let it be us, artists, who may save the world, by making our lives into a festive event’. She thought that was not really what she meant…

She argued that we should also see the good things in the world, that we should not forget that bad things are more visible than the good things, as the media have a tendency towards the negative. Positive stories are not news, that distorts our impression of the world. She stressed that we humans are anyway wired to see the negative: to survive, seeing the negative is important, to be able to face and avoid dangers. I realized both ideas are important to note when we think about the problem of happiness in the light of the horrors of the world.

When I told her a few days later that I was starting to write out our conversation, she suddenly said: ‘la felicidad tiene algo de revolucionario’. Happiness has something revolutionary. It struck me, it sounded like a firecracker out of the blue, as we were walking home after a drink with her mother and my sweetheart in front of us near sunset in a local park. I was impressed by the apodictic tone and the radicality of the phrase, I liked it a lot but was not sure I understood it. A lot of happiness was rather cozy than revolutionary and linked to privilege, and in that respect deeply conservative, but then I supposed she meant that wanting to be happy had the power to change things, both collectively and individually. Collectively the phrase certainly could be proved plausible: entire histories could be written to show how the dream of happiness, the will to have a better life, has been the motor of many social movements and indeed revolutions. 

In a subsequent telephone conversation, I said I like making texts based on conversations. She replied that dialogue was a way to break out of loneliness and share insights with others. While we were discussing methods to turn spoken, improvised dialogue into text, I said that in my experience indirect speech worked better than direct speech. Like reading a novel works better than reading a theater play. For the indirect speech works more cinematic, and the situation is easier accessible to the reader. 

She insisted that indeed imagination was crucial, we can imagine many things. I understood that the possibility of imagination was a way to transform the banality of life into something more exciting. I could almost hear the deep, hidden desire for liberation inside her. Intensity. Intensity of exchange is a form of happiness, for me, I am inclined to state, as I write out this piece of conversation, one that I had on the phone with her, while I was trying to escape the heat, by sitting by the riverside, in the shade near a beautiful rapid with big chunks of rocks in the river Sil in the center of Ponferrada, where I am staying now for a few weeks, to be close to the love of my life. 

Rapids work like a natural air-cooling devices and make this lovely sound of streaming water, and they give an eternally pleasant spectacle of water moving between the erratic rocks, while birds are flying about and occasionally a fish jumps up. I was trying to make an appointment to work on this text together, but the telephone conversation proved again maybe one of the best ways to feed this text. Meeting in person, just the two of us, seemed difficult to organize, given her care for the mama and my idea of doing the work on the text during my sweetheart’s working time. But anyway, escaping the heat and finding relief and happiness in the shade at the riverside, is maybe allegorical for the relationship between escapism and awareness. And maybe I can close this text with this image. 

What could be the conclusion? As our longing for happiness has the potential of making the world a better place, it is a sin to be unhappy, or at least it is a duty to embrace happiness, to be grateful for the privilege, hoping that humanity’s craving for happiness one day will revolutionize the world and do away with all the horrors. Too optimistic maybe. Yes, far too optimistic. Almost an apology for escapism. So be it.

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?