De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Mensen met een handicap zijn niet louter een verliespost

Afbeelding
Foto: Marlis Trio Akbar via Unsplash
Foto: Marlis Trio Akbar via Unsplash
De zorg voor mensen met een handicap wordt vooral gezien als een bodemloze put waar veel geld in verdwijnt. Hoe zou het zijn om de logica van het economisch denken door te trekken naar het vraagstuk van de wachtlijsten?

Onze regering wil alle kernreactoren opkopen. Ik ben geen expert, dat is echt mijn domein niet. Dus ga ik me daar ook niet over uitspreken. Het was echter een uitspraak van De Wever over dit kostelijke avontuur, waar plots wel geld voor blijkt te zijn in deze strakke budgettaire tijden, die mijn aandacht trok. Hij zei: “Er zal een return on investment zijn”. (De Morgen, 30/04/2026). En dus is het gerechtvaardigd om veel geld op tafel te leggen.

“Return on investment”. Makes sense, dacht ik. Je maakt nu kosten met de bedoeling dat je op langere termijn de voordelen kan oogsten. Als je dit niet doet omdat er, ik zeg maar wat, geen geld voor is, dan ga je later met meer kosten zitten. En dat is niet wat een goede huisvader zou doen, toch? 

Een andere uitspraak in dezelfde trant: “Deze investering gaat voor extra jobs zorgen”. Dat argument werd onder andere ingezet om ons te laten zien hoe stom we zouden zijn als we die dure F35 gevechtsvliegtuigen niet zouden aankopen, omdat we ze bijvoorbeeld te duur zouden kunnen vinden.

Hetzelfde geluid horen we als het gaat over allerhande loonsubsidies voor grote bedrijven. Het gaat over miljarden. Een veelvoud van wat er nu weer bespaard moet worden. Maar hé, dat geld zal een “return on investment” opleveren, bijvoorbeeld in veel nieuwe jobs. 

Niemand spreekt in deze kwestie over de “return on investment” en de “extra jobs”

Enfin, dat was toch de bedoeling. Maar wat blijkt? De Nationale Bank (niet bepaald een links activistisch clubje) heeft vastgesteld dat het absoluut niet zo’n vaart loopt met die extra jobs. In tegendeel. Een groot deel van dat geld blijkt via een tussenstopje hier of daar gewoon bij de aandeelhouders te belanden. Niks “return on investment”. Tenzij we de return zien in een extra vakantievilla in het zuiden van Spanje, een appartement in Dubai of een mooi gevulde rekening ergens goed uit het zicht van onze belastingdiensten.

Kortom: wanneer het gaat om infrastructuur, wapens of bedrijven is het logisch dat we investeren met als doel in de toekomst daar iets voor terug te krijgen (vooral opbrengst en jobs). Waarom doen we dat niet wanneer we het hebben over de Persoonsgebonden Financiering voor mensen met een handicap? 

Een kleine 20.000 mensen wachten nog steeds op het budget waar ze recht op hebben. Deze mensen zijn een lange procedure door geploeterd, waarin ze hun hele ziel en zaligheid op tafel moesten leggen, elke keer weer voor andere mensen die mee moesten beslissen of ze wel gehandicapt genoeg waren om zo een budget te mogen krijgen. Eindeloos papierwerk, lang wachten en dan eindelijk de brief met de goedkeuring, zwart op wit. En in diezelfde brief, de zware hamer: je gaat nog vele jaren je plan moeten trekken want er is geen geld. 

De drama’s die hierdoor veroorzaakt worden zijn immens. Maar ja, we moeten het begrijpen, er is geen geld. Niemand spreekt in deze kwestie over de “return on investment” en de “extra jobs”. Terwijl die argumenten hier echt wel aan de orde zijn.

Een PVB of PAB creëert jobs. Je kan die budgetten niet gebruiken om te sparen voor een vakantievilla in Spanje; zelfs niet voor een stacaravan aan de Belgische kust. Elke euro van die budgetten moet gaan naar hulp. Niet naar hulpmiddelen, zoals een rolstoel, een aangepaste computer, een bed dat je in hoogte kan verstellen, neen, daarvoor moet je weer een andere eindeloze procedure doorlopen.

Het PAB en PVB dienen specifiek om mensen te betalen die jou helpen met alle dingen die je als gevolg van jouw handicap niet alleen of zelf kan doen. Denk maar aan persoonlijke verzorging, vervoer, administratie in orde brengen, notities nemen tijdens de les, je vrije tijd invullen omdat je dat alleen niet geordend krijgt, je ondersteunen in het leggen van nieuwe contacten, helpen met het opmaken van een weekplanning, huishoudhulp of helpen bij huiswerk. De lijst is heel lang. 

Elke keer weer wordt er gesproken over deze budgetten als enorme putten waar gigantisch veel geld in verdwijnt

Het kan zijn dat je je laat helpen door één persoon, door meerdere mensen die elk een stukje op zich nemen of door reguliere diensten zoals thuisverpleging, een dienst voor familiehulp. De bedoeling is dat je voor jezelf een unieke puzzel legt van de verschillende vormen van hulp die je kan gebruiken, zodat je je eigen leven kan leiden en zelf kan bepalen hoe jouw dagen eruit zullen zien. Jij beslist welke kant je uit wil en neemt in het kader daarvan mensen aan die je daarbij helpen. Elke euro van dit budget gaat dus rechtstreeks naar het betalen van mensen die voor jou werken. 

Maar in alle discussies over deze eindeloze wachtlijsten, hoor ik geen enkele keer dit argument vallen. Elke keer weer wordt er gesproken over deze budgetten als enorme putten waar gigantisch veel geld in verdwijnt. Alsof mensen met een beperking alleen maar een last zijn voor de samenleving. 

Dit geld stroomt rechtstreeks naar de lokale gemeenschap. Mensen uit de buurt werken voor jou via jouw budget. En met dat geld doen ze boodschappen bij de lokale winkels. Het geld stroomt dus direct terug naar de lokale economie. 

Dat is heel wat anders dan het geld dat in de handen van aandeelhouders terecht komt. Zij hebben dat geld niet nodig om boodschappen te doen. Je koopt aandelen omdat je meer geld hebt dan wat je nodig hebt voor je dagelijks levensonderhoud. De opbrengst van aandelen is een extraatje dat vaak naar het buitenland gesluisd wordt. Het wordt niet bij de lokale bakker uitgegeven.

Wanneer je met een PAB hulp inschakelt in de zorg voor een kind met een beperking, hebben de ouders meer tijd om zelf (meer) te gaan werken. Op dit moment zijn er heel veel ouders die niet kunnen gaan werken omdat de zorg voor hun kind zoveel tijd en energie vraagt, dat werken er niet meer bij kan. Mensen gaan halftijds werken en het loonverlies (en pensioenverlies) dat ze daardoor lijden, wordt nergens gecompenseerd. 

Dit zijn kosten die op termijn veel groter worden dan wanneer we van bij het begin de nodige ondersteuning hadden voorzien

Een heel aantal ouders gaan helemaal niet meer werken en krijgen in het beste geval één of andere uitkering (wat de overheid dus geld kost). Naast de mentale impact, heeft deze situatie dus een enorme financiële impact. Zodra deze ouders hulp in huis kunnen halen met zo een PAB, krijgen ze weer de kans om te gaan werken. Hun financiële situatie verbetert, stress en angst nemen af, bijgevolg verbetert hun gezondheid (zowel fysiek als mentaal) én kunnen ze al eens een extraatje uitgeven. 

De impact van zo een budget blijft maar rollen. Als “return on investment” kan dat wel tellen, zou ik denken. Terwijl de subsidies die bij de aandeelhouders belanden, heel vaak weg rollen uit onze economie. Eén keer gegeven en weg.

Tot slot: het lange wachten zorgt voor enorm veel schade. Er is het loonverlies van ouders die elke dag opnieuw de zorg voor hun kind opnemen. Er zijn de mentale moeilijkheden die uit de hand lopen omdat mensen op hun tandvlees zitten. Zowel zorgouders die uitgeput zijn als mensen met een handicap die hun eigen leven niet kunnen uitbouwen en vaak in eenzaamheid en depressie verzanden. Om dan nog te horen krijgen dat er een paar duizenden wachtenden voor hen zijn. 

Daarnaast zijn er de lichamelijke problemen die alsmaar groter worden omdat mensen continu over hun grenzen geduwd worden. Chronische ziektes, allerhande gezondheidsproblemen omdat de stress zo zwaar weegt en er vaak geen tijd of mogelijkheden zijn om degelijke medische zorg te organiseren. Dit zijn kosten die op termijn veel groter worden dan wanneer we van bij het begin de nodige ondersteuning hadden voorzien.

Een goede huisvader weet dat hij niet kan blijven rijden met zijn auto als hij de olie niet op tijd ververst. De kosten van het onderhoud liggen veel lager dan de kosten die ontstaan wanneer je de auto niet goed onderhoudt. Mensen zijn geen auto’s, maar deze vanzelfsprekende economische logica gaat ook op voor het vraagstuk van de wachtlijsten voor persoonsgebonden financiering.

Elk leven is belangrijk en waardevol

Elk leven is waardevol, of je nu zorg geeft of zorg vraagt. Of je kan praten, of je naar school kan, of je een productief lid van de samenleving kan zijn, maakt niet uit. Elk leven is belangrijk en waardevol. Ik kijk dan ook niet graag vanuit een economisch standpunt naar hulpverlening. Maar het valt me toch op dat onze overheid, met de NVA voorop, momenteel wel heel selectief is in het benadrukken van de economische logica. 

Wanneer het gaat om bedrijven, grote infrastructuur, dure wapens, dan blijkt het “gezond verstand van de econoom” te primeren. Wanneer het gaat om investeren in de zorg voor mensen die nood hebben aan ondersteuning, dan blijkt het “gezond verstand van de econoom” verdwenen te zijn. Men wil dan wel vanalles doen om de efficiëntie te verbeteren zodat er meer mogelijk is binnen “het haalbaar budgettair kader”. 

Maar wat efficiënt is op papier, is dat zelden in de realiteit. Meestal eindigt dit gewoon in het verhogen van de werkdruk bij hulpverleners en mantelzorgers die al op hun tandvlees zitten én in een afname van autonomie en mogelijkheden van de personen die nood hebben aan ondersteuning, hetgeen regelrecht indruist tegen het VN verdrag over de rechten van personen met een handicap (dat België geratificeerd heeft en dus moet naleven).

Als het om wapens, subsidies voor bedrijven en kerncentrales gaat, is er ineens veel minder sprake van een begrensd “haalbaar budgettair kader”. Dan blijkt dat budgettair kader ineens behoorlijk rekbaar te zijn en geeft men blijk van creatief boekhouden. Kwaliteiten die we veel minder zien als het gaat om de immense noden binnen de hulpverlening en de zorg voor personen met een beperking.

Ik had nooit gedacht dat ik als orthopedagoge dit ooit zou vragen, maar kunnen we alsjeblief met een logische economische blik naar het vraagstuk van de persoonsgebonden financiering kijken, net zoals we dat doen als het om die kernreactoren of wapendeals gaat? Kunnen we in de berekening van de kosten ook de return on investment meenemen? Dat gaat ons een veel eerlijker beeld geven. En wie weet kunnen we die wachtlijsten dan ineens wel wegwerken en iedereen de ondersteuning geven waar die recht op heeft.

 

Veerle Wauters spreekt uit ervaring als plus-zorgouder, is hulpverlener en is zelf een persoon met een handicap.

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?