Wie durft de Verenigde Staten te straffen?
De discussie over de deelname van Israël aan het Eurovisie Songfestival is ondertussen wat gaan liggen. Nochtans was die een tijd bijzonder fel. In verschillende landen klonken stemmen dat Israël niet zou mogen deelnemen vanwege de verschrikkelijke genocide in Palestina. Voor veel mensen was de redenering simpel: een land dat betrokken is bij zulke zware misdaden hoort niet thuis op een podium dat pretendeert te staan voor vrede, cultuur en verbinding.
Sommige landen gingen zelfs een stap verder en lieten verstaan dat ze liever helemaal niet deelnemen dan mee te doen aan een festival waar Israël gewoon aan kan deelnemen. Daarmee wilden ze een politiek en moreel signaal geven: internationale evenementen staan niet los van wat er in de wereld gebeurt. Zo hebben onder meer Spanje, Nederland, Ierland, Slovenië en IJsland aangekondigd dat ze het festival zullen boycotten als Israël deelneemt.
Dat was een stevig signaal. Die landen zeiden eigenlijk: als een land betrokken is bij zware schendingen van het internationaal recht, hoort het niet thuis op een podium dat zogezegd staat voor samenwerking, cultuur en verbinding. Een begrijpelijke redenering dus. Maar zodra je die redenering begint door te trekken, bots je meteen op een ongemakkelijke realiteit: de internationale gemeenschap past haar principes niet altijd op dezelfde manier toe. En nergens wordt dat duidelijker dan bij de rol van de Verenigde Staten.
Rusland werd gestraft, maar anderen niet
Toen Rusland Oekraïne binnenviel, ging het snel. Rusland werd uitgesloten van het Songfestival, maar ook van tal van sportcompetities. Russische teams mochten niet meer deelnemen aan internationale wedstrijden en werden gebannen uit grote toernooien.
De boodschap was toen terecht helder: oorlog en internationale agressie zijn onverenigbaar met internationale sport en cultuur. Veel mensen vonden dat logisch. Internationale evenementen zouden immers symbool moeten staan voor vrede en samenwerking.
Maar dan rijst de vraag die bijna niemand luidop stelt: waarom geldt die regel niet voor iedereen? Want als we eerlijk zijn, is Rusland lang niet het enige land dat de afgelopen jaren betrokken was bij militaire interventies, regimewissels, sanctieoorlogen en geopolitieke druk.
De lange schaduw van Washington
Wanneer we kijken naar de internationale politiek van de laatste twintig jaar, komen we onvermijdelijk uit bij één supermacht: de Verenigde Staten. Washington heeft een lange geschiedenis van militaire interventies en geopolitieke operaties over de hele wereld. Irak, Afghanistan, Libië, Syrië, het lijstje is eindeloos.
Maar de afgelopen maanden ging het van kwaad tot erger. De Verenigde Staten blijven een centrale speler in meerdere internationale conflicten. Neem bijvoorbeeld de genocide in Gaza. De VS is veruit de grootste militaire en financiële steunpilaar van Israël. Zonder Amerikaanse wapens, financiering en diplomatieke bescherming zou de situatie er totaal anders uitzien.
Toch hoor je zelden iemand voorstellen om Amerikaanse teams te weren uit internationale evenementen. Integendeel. Deze zomer wordt het grootste voetbaltoernooi ter wereld, de FIFA World Cup 2026, grotendeels georganiseerd in de Verenigde Staten. Niemand die daarover een boycot aankondigt.
Venezuela, Groenland en Iran
De Verenigde Staten hebben de afgelopen maanden opnieuw het internationaal recht met de voeten getreden. Amerikaanse troepen voerden begin 2026 een militaire operatie uit op het grondgebied van Venezuela, waarbij de zittende president Nicolás Maduro met geweld werd meegenomen. Voor velen was dit geen arrestatie maar een ontvoering, waarna hij naar de VS werd gebracht om daar voor een rechtbank terecht te staan.
Tegelijkertijd zagen we geopolitieke spanningen rond Groenland, dat ooit openlijk werd genoemd als mogelijke aankoop door Washington alsof het om een stuk vastgoed ging. Wanneer dat niet lukte, klonk het dat het eiland desnoods militair onder Amerikaanse controle kon worden gebracht, om het uiteindelijk als een soort 51e staat bij de Verenigde Staten in te lijven.
Maar als kers op de taart kregen we recent de oorlogsverklaring van de Verenigde Staten, in samenwerking met Israël, aan Iran. Opnieuw een militaire escalatie door twee staten die zichzelf graag presenteren als verdedigers van de internationale orde, maar datzelfde internationaal recht keer op keer met de voeten treden. En dat terwijl ze nota bene opnieuw aan de onderhandelingstafel zaten met Iran om tot een nieuwe nucleaire deal te komen, een proces dat door deze aanval letterlijk en figuurlijk werd opgeblazen.
Bij de eerste bombardementen vielen meteen de eerste onschuldige slachtoffers. Volgens lokale berichten kwamen onder meer 168 schoolkinderen om. Kinderen, geen soldaten, geen strijders, kinderen die simpelweg naar school gingen en nooit meer thuiskwamen. En terwijl dit wordt geschreven, duurt die oorlog al meer dan dertien dagen, zonder dat er voorlopig enig zicht is op een einde.
Dit zijn geen kleine incidenten meer die nog onder de mantel der liefde kunnen worden gestopt. Dit zijn zware geopolitieke beslissingen die de wereldpolitiek mee vormgeven, die hele regio’s in brand zetten. En laat niemand denken dat wij daar niets mee te maken hebben. De gevolgen sijpelen altijd door. We zien het nu al: stijgende spanningen op de energiemarkten, dreigende explosies van brandstofprijzen, economische onzekerheid. De bommen die daar vallen, voelen wij hier uiteindelijk ook, al is het via onze portefeuille. En toch zegt niemand dat de Verenigde Staten daarom uitgesloten zouden moeten worden van internationale sport- of culturele evenementen.
Principes of macht
En dat brengt ons terug bij de kern van het probleem. Als landen zoals Spanje of Nederland het Songfestival boycotten omwille van mensenrechten, is dat een principiële keuze. Dat verdient respect. Maar als we die redenering serieus nemen, moeten we ook durven kijken naar andere landen, inclusief de grote geopolitieke spelers.
Want zolang internationale regels alleen worden toegepast op landen die politiek geïsoleerd zijn, en niet op machtige bondgenoten, blijven die regels ongeloofwaardig. Dan gaat het niet meer over principes, maar over macht.
Eén maatstaf voor iedereen
Internationale evenementen zoals het Songfestival, het WK voetbal of de Olympische Spelen worden vaak voorgesteld als plekken waar politiek even opzij wordt gezet. Maar in werkelijkheid zijn ze altijd politiek geweest. De echte vraag is niet of politiek een rol speelt, maar volgens welke regels.
Als oorlog en mensenrechtenschendingen echt een reden zijn om landen uit te sluiten, moet die regel voor iedereen gelden. Voor Rusland, voor Israël, maar ook voor de Verenigde Staten. Eén regel voor de zwakken en een andere voor de machtigen, dat is geen rechtvaardigheid. Dat is pure geopolitiek, overgoten met een dun moreel sausje, geserveerd op een hard bed van realpolitik en doordrenkt met een groot vat hypocrisie.