Lobbytop in Antwerpen verdient niet alle bejubeling
“Hoever staat de Europese Unie met haar plannen om de industrie, en in het bijzonder de energie-intensieve bedrijven, uit het slop te halen?” Die vraag stond dinsdag 10 februari 2026 centraal in De Standaard. De dag erna, op woensdag wordt daaraan toegevoegd dat het Europees systeem voor emissiehandel (ETS) verouderd is en dat dit ervoor zorgt dat “Europa 'de enige regio in de wereld' is waar bedrijven boetes moeten betalen voor hun uitstoot, waardoor ze een 'aanzienlijk concurrentienadeel' ervaren.”
Wat echter centraal zou moeten staan, is dat dit een top is die georganiseerd wordt door CEFIC
We lezen jubelberichten over het belang van deze top in Antwerpen en Alden Biesen en over de rol die premier Bart De Wever daarin speelt. Wat echter centraal zou moeten staan, is dat dit een top is die georganiseerd wordt door CEFIC, de Europese koepelorganisatie van de chemische industrie. CEFIC behoort tot de invloedrijkste lobbyorganisaties in Brussel en heeft haar kantoor letterlijk naast de Europese instellingen. Met een jaarlijks lobbybudget van meer dan 40 miljoen euro bepaalt zij in belangrijke mate de agenda van het Europese industriebeleid. Tot haar leden behoren onder meer BASF, Shell en ExxonMobil: bedrijven die diep verankerd zijn in het fossiele model.
Deze lobbymachine heeft maar één doel: het verdedigen van de kortetermijnbelangen van grote industriële spelers en hun aandeelhouders. Onder het mom van het versterken van de concurrentiekracht van de Europese industrie op de wereldmarkt worden de maatschappelijke kosten systematisch buiten beschouwing gelaten. De baten zijn privé, de kosten publiek.
De agenda die hier op tafel ligt, heeft niet tot doel om versneld minder CO₂ uit te stoten, noch om duurzame jobs te creëren zonder bijkomende uitstoot van stikstof, methaan en pesticiden in onze leefomgeving.
Wat Europa echt nodig heeft, is een langetermijnvisie die vertrekt van het volledige kostenplaatje
Dat heeft zeer concrete gevolgen. Terwijl in de Antwerpse Handelsbeurs wordt gesproken over concurrentiekracht en investeringszekerheid, worden burgers geconfronteerd met de realiteit van een ontwrichtend klimaat. De mensen die recent hun huizen moesten verlaten door de zoveelste overstromingen in Spanje, Portugal of Marokko weten wat dat betekent. Ook boeren die opnieuw hun velden onder water zagen lopen, weten niet of er dit jaar een oogst mogelijk zal zijn. Dit zijn geen abstracte toekomstscenario’s, maar huidige realiteiten.
Wat Europa echt nodig heeft, is een langetermijnvisie die vertrekt van het volledige kostenplaatje. Dat betekent ook rekening houden met de maatschappelijke kosten van vervuiling door onder meer plastics en chemische stoffen. Bedrijven als Ineos dragen aantoonbaar bij aan plasticvervuiling, terwijl pesticiden, eufemistisch “gewasbeschermingsmiddelen” genoemd, ons grondwater blijven vervuilen, insecten doden en zo hele ecosystemen onder druk zetten. Het recente vogeltelweekend toonde opnieuw aan dat dit effect doorwerkt tot bij vogels. De gevolgen hiervan worden, onder invloed van lobbyisten, door De Wever en co genegeerd.
Dat het hier niet om details gaat, toonde de zogenaamde Grote Sprong Voorwaarts van Mao Zedong tussen 1959 en 1961. Ook daar lag de focus op het versterken van industriële vooruitgang, zoals de productie van staal, bouwmaterialen en basischemicaliën. Om dit te financieren moesten boeren meer produceren: er moest meer export komen. Om de graanproductie te verhogen, werd een vernietigingscampagne opgezet, met name gericht op mussen die het graan zouden opeten. Het gevolg was echter een sprinkhanenplaag, die juist het tegenovergestelde effect had. De mus bleek als knooppunt binnen een groter geheel essentieel voor het functioneren van verschillende ecosystemen.
De “bejubelde” industrietop in Antwerpen dient vooral om de vervuilende industrie toe te laten haar praktijken verder te zetten
De vernietigingscampagne die vandaag door CEFIC wordt opgezet, is minder zichtbaar, maar niet minder dodelijk. De doden die vandaag al vallen, worden in de meeste gevallen niet geteld als een direct gevolg van de vervuilende industrie. PFAS en andere forever chemicals, asbest en plastic: het zit in ons eten, in ons drinken én in onze lucht.
Een Europese top die enkel oog heeft voor kortetermijnbelangen en weigert de grotere maatschappelijke, klimatologische en ecologische kosten mee te nemen, zorgt voor een dodelijke cocktail voor de burger. Risico’s en schade worden op de samenleving afgewenteld. De “bejubelde” industrietop in Antwerpen dient vooral om de vervuilende industrie toe te laten haar praktijken verder te zetten. Het zou journalisten en beleidsmakers sieren om verder te kijken dan het rooskleurige verhaal dat vandaag wordt gepresenteerd, en kritischer te onderzoeken wie hier werkelijk baat bij heeft, en wie de rekening betaalt.