De migratieparadox: het zelfbedrog van ‘minder migratie’
Wie er de voorbije jaren de kranten op nasloeg, zou menen dat Europa een oninneembare vesting geworden is. Meer en meer Europese politici beloven “de instroom te stoppen”, “de grenzen te sluiten”, of “de controle terug te nemen”.
Onder de eufemistische vlag van “remigratie”, dwepen radicaal-rechtse partijen zelfs openlijk met massale gedwongen deportaties. De politieke retoriek over migratie is harder, scherper en brutaler dan ooit. Ook de Belgische regering klopt zich op de borst dat ze het “strengste asiel- en migratiebeleid ooit” voert.
Wie door de opruiende slogans naar de naakte cijfers kijkt, botst op een andere realiteit
Maar wie door de opruiende slogans naar de naakte cijfers kijkt, botst op een andere realiteit: onze hoogopgeleide en vergrijzende economieën zijn structureel afhankelijk van migratie. En dus zijn het vaak dezelfde politici die met veel vertoon en verbaal spierballengerol de voordeur op slot draaien, die tegelijkertijd de achterdeur wagenwijd openhouden voor arbeidsmigranten.
In bijna alle gevallen gebeurt dan het tegenovergestelde van wat beloofd wordt: er komen méér, niet minder migranten het land binnen. Het Europese migratiedebat is zo een collectieve oefening in schone schijn geworden: terwijl politici hun kiezers de fictie van ‘gesloten grenzen’ of ‘nulmigratie’ voorhouden, rollen ze parallel en stilzwijgend de rode loper voor arbeidsmigranten uit.
De migratieparadox
De gapende kloof tussen woord en daad is geen toeval maar het resultaat van wat wetenschappers de ‘(il)liberale migratieparadox’ noemen. Die beschrijft de tegenstrijdigheid in politieke democratieën waarbij politieke voorkeuren en culturele bezorgdheden aansturen op een gesloten en restrictief migratiebeleid, terwijl economische en demografische behoeftes richting een meer open beleid duwen.
Het resultaat is een politiek schimmenspel waarbij migranten als pionnen worden gebruikt in een electorale machtsstrijd over wie het strengste durft te zijn, terwijl de economische en demografische context net een tegenovergesteld beleid voorschrijft.
Vanwege die tegenstrijdigheid zitten regeringen gevangen in een ‘migratietrilemma’. Daarbij moeten ze voortdurend laveren tussen drie fundamenteel onverenigbare beleidseisen: de politieke wens om migratie te beperken, de economische noodzaak om voldoende arbeidskrachten aan te trekken in snel vergrijzende samenlevingen, en het juridisch respecteren van de rechtsstaat en de internationale mensenrechten.
Politici bouwen hekken tegen asielzoekers om de aandacht af te leiden van het feit dat ze via werkvisa recordaantallen andere migranten binnenlaten
In praktijk komt ‘nulmigratie’ daarmee altijd neer op economische zelfverminking: wie de instroom wil stoppen of fors wil reduceren, moet bereid zijn economische krimp, personeelstekorten en een uitholling van de welvaartsstaat te aanvaarden. Geen enkele verantwoordelijke regering kan de grenzen daadwerkelijk dichtsmijten zonder de eigen samenleving in een diepe crisis te storten.
Om toch de schijn van controle te wekken, nemen politici dan ook in toenemende mate hun toevlucht tot ‘symbolische’ beleidsmaatregelen. Ze bouwen hekken tegen asielzoekers – een relatief kleine, makkelijk te demoniseren groep – om de aandacht af te leiden van het feit dat ze via werkvisa recordaantallen andere migranten binnenlaten.
Op die manier ontstaat een wrange hiërarchie: de ‘nuttige’ arbeider krijgt een vlotte doorgang (of toch minstens een stevig zijdeurtje), terwijl de ‘onwenselijke’ vluchteling in toenemende mate als hinderlijk en schadelijk wordt gebrandmerkt. Nochtans waren het nog niet zo lang geleden vooral ‘economische gelukszoekers’ die het moesten ontgelden, terwijl humanitaire vluchtelingen nog op onze gratie konden rekenen.
Verenigd Koninkrijk: kampioen in dramatische ironie
Nergens is de paradox treffender dan in het Verenigd Koninkrijk (VK). Het Brexit-project werd verkocht als het moment waarop Britten eindelijk “de controle over hun grenzen” zouden heroveren. "Het totale aantal migranten zal dalen, en we zullen ervoor zorgen dat het Britse volk altijd de controle behoudt", aldus het Manifesto van de Conservatieve partij in 2019.
De Britse migratiecijfers liggen vandaag structureel hoger dan voor Brexit: hét project dat de migratie moest terugdringen
Het draaide echter anders uit: waar vóór de Brexit jaarlijks zo’n 250.000 mensen inweken, bereikte de netto-immigratie in 2023 een historisch hoogtepunt van meer dan 900.000. Ondanks de stoere en welluidende beloftes, versoepelde de regering-Johnson en haar opvolgers stilletjes de migratieregels voor niet-EU-burgers, verlaagden ze de salarisvereisten voor zorgpersoneel en ronselden massaal studenten in het buitenland.
De verklaring voor die dubbelzinnige houding? De geboorte- en vruchtbaarheidscijfers zijn in verval in het VK en vele cruciale economische sectoren kunnen simpelweg niet functioneren zonder buitenlandse werkkrachten. Gevolg is dat de migratiecijfers vandaag structureel hoger liggen dan voor het vertrek uit Europa. Die ironie is verpletterend: hét project dat de migratie moest terugdringen, bevestigde net de onvermijdelijkheid ervan.
Italië: de dubbele tong van Meloni
Ook aan de Middellandse Zee zien we die dubbelzinnigheid terugkeren. In 2022 won Giorgia Meloni de verkiezingen met een uitgesproken en agressieve anti-migratieagenda. In haar campagne noemde ze migranten een bedreiging voor de nationale identiteit en droomde ze hardop van ‘zeeblokkades’ om de irreguliere migratie uit Afrika te stoppen.
Maar eenmaal in de regeringszetel werd ze geconfronteerd met een penibele demografische realiteit: Italië kent het laagste geboortecijfer sinds zijn eenwording, kampt met lege vacatures en ziet jongeren massaal vertrekken.
In 2022 won Meloni de verkiezingen met een agressieve anti-migratieagenda, in 2023 werd bijna een half miljoen nieuwe werkvergunningen voor niet-EU-burgers goedgekeurd
Het antwoord van premier Meloni? Via de “Instroomwet” (Decreto Flussi) een recordaantal arbeidsmigranten importeren: in 2023 werd bijna een half miljoen nieuwe werkvergunningen voor niet-EU-burgers goedgekeurd, terwijl het volgende instroomplan (voor 2026-2028) er nog eens een half miljoen bovenop gooit.
En terwijl ze de oorlog verklaarde aan bootvluchtelingen en irreguliere migranten, sloot ze achter de schermen bilaterale overeenkomsten met Tunesië, Libanon, Ethiopië en Ivoorkust om een ‘arbeidscorridor’ op te richten zodat ook uit die landen vlot en flexibel werknemers geronseld kunnen worden.
De gehanteerde tactiek is die van de ‘strategische stilte’: veel kabaal maken over een paar duizend asielzoekers die als ‘gevaarlijk’ worden gebrandmerkt, terwijl honderdduizenden werkkrachten via de achterdeur worden binnengehaald om de Italiaanse industrie en landbouw te stutten. Het resultaat is een beleid met twee gezichten: repressie aan de voorkant, openheid aan achterpoorten.
Denemarken: de schizofrenie van selectieve openheid
De migratieparadox beperkt zich niet enkel tot radicaal-rechtse partijen en regeringen. Onder het sociaaldemocratisch bestuur van Mette Frederiksen vervelde ook het Deense migratiebeleid tot een expliciet anti-immigratiebeleid.
Van het tot norm verheffen van een tijdelijke en hoogst onzekere verblijfsstatus, het aannemen van een ‘juwelenwet’ waarbij vluchtelingen van hun bezittingen beroofd kunnen worden, tot plannen om asielzoekers naar Rwanda te deporteren: het doel is om Denemarken een zo onherbergzaam mogelijk imago te geven en potentiële nieuwkomers af te schrikken.
Denemarken probeert migratiebeleid tegelijk af te schrikken en aan te trekken. Dat is een verregaande vorm van beleidsmatige schizofrenie
Maar tegelijkertijd schreeuwt de Deense industrie om werkvolk. In 2022 gaf bijna de helft van de Deense bedrijven aan de vacatures niet gevuld te krijgen. De Deense Nationale Bank waarschuwde dat zonder buitenlandse handen de economie zou vertragen.
En dus deed de regering-Frederiksen wat ook andere migratiesceptische regeringen deden: ze versoepelde de toegangsregels voor niet-EU-werknemers en sloot met verschillende landen mobiliteitsovereenkomsten om vlotter buitenlands personeel in dienst te kunnen nemen.
Denemarken probeert in haar migratiebeleid dus tegelijk af te schrikken en aan te trekken. Dat is geen doordachte strategie, maar een verregaande vorm van beleidsmatige schizofrenie.
Spanje: pragmatisch en economisch-inclusief
Een land dat koppig tegen de bovenstaande trend invaart, is Spanje. In plaats van migratie te problematiseren, omarmt het ze als motor van groei en welvaart. Het land kiest resoluut voor een nuchter en pragmatisch migratiebeleid, dat ‘de uitdagingen van immigratie onder ogen ziet, maar tegelijkertijd ook maximaal gebruik maakt van de enorme voordelen die het dit land kan bieden’.
In plaats van asielzoekers en mensen zonder papieren te verguizen en in de illegaliteit te duwen, versoepelde de Spaanse regering de migratiewetgeving, maakte gezinshereniging makkelijker, breidde regularisatieroutes uit en gaf migranten sneller toegang tot de arbeidsmarkt.
De Spaanse regering versoepelde de migratiewetgeving, niet vanuit naïef idealisme, maar uit welbegrepen eigenbelang
Niet vanuit naïef idealisme, maar wel uit welbegrepen eigenbelang. Wie legaal werkt, draagt bij. Wie rechten heeft, integreert sneller. Wie zekerheid krijgt, investeert in de samenleving. En daar vaart een land economisch wel bij: waar andere lidstaten veelal ter plaatse trappelden, tekende Spanje de laatste jaren een groei op die telkens boven de 3% uittorende.
Economische én democratische ondermijning
Er is nood aan een eerlijker en genuanceerder verhaal over migratie. Een open, welvarende economie én minder migratie gaan simpelweg niet samen. Wie de instroom wil beperken, moet aanvaarden dat essentiële economische sectoren personeel verliezen, bedrijven verdwijnen en de economische groei afkalft.
Toch blijft Europa wedijveren om het strengste migratiebeleid – een vorm van collectieve zelfbeschadiging. En ondertussen offeren we mensenrechten en mensenlevens op voor de illusie van controle, terwijl de economische afhankelijkheid intact blijft en de migratiecijfers niet dalen.
Dat dubbele discours – “luister naar wat ik zeg, kijk niet naar wat ik doe” – ondermijnt op lange termijn het vertrouwen in beleid en voedt de roep om nóg meer schijnoplossingen. Hoog tijd dus om het roer om te gooien.
Hielke Van Doorslaer is wetenschappelijk medewerker bij Denktank Minerva. Dit is een overname van het SamPol-magazine van februari 2026.
Lees hier een vooruitblik op het Minerva-onderzoeksrapport: “De migratieparadox - Hoe we onszelf economisch en demografisch in de voet schieten met het strengste asiel- en migratiebeleid ooit.”