De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Het janusgezicht van de tijd / The Janus Face of Time

Teaser fallback community afbeelding
Cultuurfilosoof Lieven De Cauter mediteert over versnelling en vertraging van de tijd en de tijdsbeleving, maar ook over traagheid in de versnelling van de moderniteit.
Philosopher of culture Lieven De Cauter meditates on acceleration and slowing down in the experience of time, but also on inertia in the acceleration of modernity.

[english underneath]

Binnenkort, op Valentijnsdag, is het de vierde verjaardag van onze ontmoeting in Parijs, het officiële beginpunt van onze hervonden liefde en mijn vriendin vraagt of het mij lang lijkt of kort. Ik zeg dat het dubbel is: enerzijds lijkt het een eeuwige toestand, bijna ondenkbaar dat er een andere zou zijn geweest, een tijd voorafgaand aan onze liefde. Dat geeft een gevoel dat het lang geleden is dat we opnieuw zijn begonnen. Maar anderzijds lijkt het gisteren, alsof we even met de ogen hebben geknipperd en dat er vier jaar zijn voorbijgevlogen. 

Die dubbelheid zullen de meeste mensen herkennen. Het zijn twee tegengestelde kanten van de tijdsbeleving. Ze lijken onverzoenbaar, diametraal tegenover elkaar te staan maar elkaar toch niet tegen te spreken. Dat dubbele gezicht van de tijdsbeleving doet zich vaker voor, niet alleen in de liefde… Iedereen kent die ervaring, maar het zou kunnen dat het zich in sommige gevallen scherper laat voelen, zoals in de liefde. Wat men het janusgezicht van de tijd heeft genoemd is ook ruimer, het is de dubbelheid van het heden dat geprangd zit tussen verleden en toekomst. Janus is de god van de drempels en de overgangen. Zo zwenkt ook de mens tussen toekomstgerichtheid en vasthangen aan het verleden, tussen anticipatie en nostalgie. 

Bewustzijn van het nu 

Een mogelijke verklaring voor die tegelijk vanzelfsprekende en mysterieuze dubbelheid, dat iets eeuwen geleden en tegelijk pas gisteren lijkt te zijn gebeurd, zou erin kunnen liggen dat men beweert dat met ouder worden de tijd begint te versnellen. Voor kinderen is alles nieuw en dus lijkt de tijd lang. Zomervakanties leken wel een wereldreis. Er waren eeuwige zomers in de kinderjaren. We kennen ook als ouderen die ervaring: maak een tocht door onbekend gebied, slaap elke dag elders en na een week lijkt het alsof je een maand op tocht bent: omdat alles nieuw is, telkens opnieuw, elke dag. Omgekeerd kan je stellen: gewenning doet de tijd versnellen. Het extreem daarvan zou naar verluidt de tijdservaring van gevangenen zijn: omdat de dagen eender zijn, vliegen ze voorbij. Dus afwisseling, nieuwe landschappen, nieuwe ervaringen lijkt de tijdsbeleving uit te rekken, te vertragen. En gewenning doet de tijd versnellen. Omdat ons leven naarmate we ouder worden toch nog altijd een mix van beide blijft, wordt ook dat janusgezicht van de tijd meer uitgesproken.

Mijn geliefde gaat de andere kant op als ook zij begint te filosoferen over haar omgang met tijd. Ze zegt dat we allemaal de neiging hebben om van alles te doen, om een soort van accumulatie van activiteiten onszelf het gevoel te geven dat we de tijd goed gebruiken, dat we profiteren van de tijd die ons gegund is, maar eigenlijk blijkt vertraging de beste strategie tegen het feit dat de tijd ons ontsnapt, traag leven en intens genieten van elk moment. Bewust bestaan, bewust zijn van het zijn, niet zozeer als grote metafysische contemplatie (in de trant van Heidegger, een naam waarmee ze me steevast plaagt) maar als het besef van kleine dingen. Het is als met eten of wijn, het gaat niet om veel eten en veel drinken, maar om bewust te proeven. Dat zegt ze nadrukkelijk aan het drankorgel in mij.

Ze gaat door op haar meditatie. Tijd is alleen het moment, het nu, zegt ze. Als je met je hoofd met de toekomst bezig bent of met het verleden, dan leef je niet in het nu. Je mist het enige wat je echt hebt: het nu. Ze begint over het feit dat ze ontzettend veel spijt heeft dat ze de handen van haar vader niet meer heeft gestreeld toen hij nog leefde. Nu doet ze dat: haar moeders handen grijpen en bewust zijn van dat moment. Dus dat besef van het nu beseffen en ook vasthouden in je geest, is erg fysiek. Ik krijg tranen in de ogen van de oprechte intensiteit waarmee ze dat zegt. 

De badkamer van Adolf Loos

Dat lijkt allemaal subjectief, maar iets analoogs doet zich ook voor in de wereld der objecten. Ook de modernisering vertoont een janusgezicht. Modernisering is versnelling, van de stoomtrein tot AI. Maar dat proces van versnelling dringt soms tergend traag door. De wet van de inertie speelt ons altijd opnieuw parten en vaak gelukkig maar. Maar soms is het ook bijna onbegrijpelijk. Neem nu de opkomst van de badkamer. 

Aan het eind van de negentiende eeuw, in 1898 om precies te zijn, schrijft de beroemde architect en essayist van de modernisering van het bouwen, Adolf Loos een tekst onder de titel ‘Die Plumber’, de loodgieters. Onder de indruk van een bezoek aan Amerika beschouwt hij de badkamer als het toppunt van moderniteit en roept de loodgieters uit tot de helden van die modernisering. Hij had een punt. Want, wat hygiënisch comfort betrof konden de Europeanen veel leren van de American way

De badkamer was een zeldzame, late verschijning in Europa. In mijn geboortehuis was geen badkamer. Het bad gebeurde elke zaterdag in een zinken kuip in de keuken die met kokende moren gevuld werd met warm water (die fluitketels werden zo genoemd omdat die zwart zagen van het roet, het is pas eeuwen later dat ik me dat heb gerealiseerd, maar we hebben hier geen tijd voor een pietendiscussie. R Roetketels, allez). Het duurde tot 1970 tot wij een badkamer hadden. Ik weet het nog goed, want datzelfde jaar stierf mijn grootvader en verhuisden we naar het grootvaderlijk huis, dus die badkamer kwam te laat om zo te zeggen. Ook in het licht van Loos’ tekst was ze te laat. Nog in 1991, op zoek naar een appartement met mijn aanstaande bruid, stootten wij tot onze verbazing in Brussel op een appartement zonder badkamer. 1991 - dat is bijna een eeuw na het badkamermanifest van Loos. 

De versnelling van de moderniteit is traag op gang gekomen. Dus: moderniteit is versnelling, maar die komt soms tergend traag op gang. Het is enerzijds een furie, een vortex die alles met zich meesleurt en anderzijds vertoont ze een slakkengangetje van jewelste. 

Dat zou men het janusgezicht van de tijd kunnen noemen: de traagheid in de versnelling, maar ook de wet der traagheid van de versnelling: een object in beweging kent een eenparig versnelde beweging als er geen tegenkracht is om haar versnelling te temperen.  De technologie is een niet te stoppen versnellingsvector in onze beschaving. Men zou het de techno-attractiviteit kunnen noemen, een soort van teleologie, doelmatigheid zonder doel, wat de Duitse filosoof van de Günther Anders in zijn monumentale werk met de moeilijke vertaalbare, maar makkelijk begrijpelijke titel Die Antikiertheit des Menschen (het achterhaald zijn van de mens) al in 1956 formuleerde als een fatale wet: wat kan worden gedaan zal worden gedaan. Helaas zien we deze ijzeren wet in zijn blinde logica aan het werk op alle fronten, zowel in de droneoorlogsvoering, de datamining als in de AI-revolutie. 

Men zou het ook vanaf een andere kant bekeken een bijna ‘spirituele’ kracht kunnen noemen, de ontsnappingslogica, het vervliegen en vervluchtigen, een soort van omgekeerde zwaartekracht: de eeuwige vlucht vooruit. Alsof de technologie een doeloorzaak heeft: de menselijke intelligentie overtreffen, de mens zo van extensies voorzien, van verlengstukken, van knots tot ruimtetuig, dat die de mens stilaan kan worden vervangen en de technologie dus zichzelf als doel heeft, haar eigen zelfbewustzijn zoekt (De franse filosoof François Lyotard noemde dat ooit l’hypothèse noire). Dit zou de motor kunnen zijn van de versnelling van de AI-revolutie. 

Vertragingsmanoeuvers

Hoe dan ook, meer dan ooit zijn vertragingsmaneuvers nodig. Misschien moeten we, zoals mijn vriendin voorstelde, meer de handen van onze geliefden vasthouden, om dat nu-moment van tederheid in ons geheugen te griffen voor later. Want dat is als ik er zo over nadenk wat ze met haar aandoenlijke gebaar probeert te doen: het nu vereeuwigen. Vertragingsmaneuvers tegenover het acceleraties die ons omringen. Het accelerationisme heeft ons in de greep. We moeten daaraan ontsnappen, door de wet der traagheid in te roepen, door wrijving, door tegenstand tegen de versnelling, bijvooorbeeld door bewust te vertragen. We zijn in de tijd van het snelle: Fast food, fast fashion, fast forward. En daartegen moeten we inzetten op slow food, slow fashion, slow science, slow tourism, slow living, slow everything. Alleen de vertraging kan ons redden. Bewust aanwezig zijn bij onze geliefden, lijkt me een goed begin bij deze nieuwe mindfulness. Aandacht voor het hier en nu, tegen de furie van het verdwijnen. (Het is goed om daar bij stil te staan op gezette tijden, zoals op verjaardagen.) 

 

 ----

The Janus face of time

 

Soon, on Valentine's Day, it will be the fourth anniversary of our meeting in Paris, the official starting point of our rediscovered love, and my girlfriend asks me whether it seems long or short to me. I say it's both: on the one hand, it seems like an eternal state, almost inconceivable that there could have been another, a time before our love. That gives the feeling that it was a long time ago that we started again. But on the other hand, it seems like yesterday, as if we blinked and four years flew by. 

Most people will recognize this duality. These are two opposing sides of the perception of time. They seem irreconcilable, diametrically opposed, yet not contradictory. This duality in the perception of time occurs more often, not only in love... Everyone knows this experience, but it may be more acute in some cases, such as in love. What has been called the Janus face of time is also broader; it is the duality of the present, caught between the past and the future. Janus is the god of thresholds and transitions. In the same way, humans swing between future orientation and clinging to the past, between anticipation and nostalgia. 

Awareness of the present 

A possible explanation for this duality, which is both obvious and mysterious, that something seems to have happened centuries ago and at the same time only yesterday, could lie in the claim that time begins to accelerate as we age. For children, everything is new and so time seems long. Summer holidays seemed like a trip around the world. There were endless summers in childhood. We also know this experience as older people: take a trip through unfamiliar territory, sleep somewhere different every day, and after a week it seems as if you have been traveling for a month: because everything is new, over and over again, every day. Conversely, you could say that habituation makes time speed up. The extreme of this is said to be the experience of time by prisoners: because the days are all the same, they fly by. So, variety, new landscapes, new experiences seem to stretch out the experience of time, to slow it down. And habituation makes time speed up. Because our lives remain a mixture of both as we get older, that Janus face of time becomes more pronounced.

My beloved takes the opposite view when she too begins to philosophize about her relationship with time. She says that we all have a tendency to do everything, to accumulate activities to give ourselves the feeling that we are using time well, that we are taking advantage of the time we have been given, but in fact, slowing down turns out to be the best strategy against the fact that time is escaping us: living slowly and enjoying every moment intensely. Conscious existence, conscious awareness of being, not so much as a great metaphysical contemplation (in the vein of Heidegger, a name she invariably teases me with) but as an awareness of small things. It's like eating or drinking wine, it's not about eating and drinking a lot, but about tasting consciously. She emphasizes this to the drinker in me.

She continues her meditation. Time is only the moment, the now, she says. If your head is preoccupied with the future or the past, then you are not living in the now. You are missing the only thing you really have: the now. She starts talking about how she deeply regrets not caressing her father's hands more when he was still alive. Now she does that: she takes her mother's hands and is conscious of that moment. So that awareness of the now, and holding on to it in your mind, is very physical. The sincere intensity with which she says this brings tears to my eyes. 

Adolf Loos' bathroom

This all seems subjective, but something similar also occurs in the world of objects. Modernization also has two sides. The Janus face of modernity, so to speak. Modernization is acceleration, from the steam train to AI. But that process of acceleration sometimes penetrates agonizingly slowly. The law of inertia always plays tricks on us, and often fortunately so. But sometimes it is also almost incomprehensible. Take, for example, the rise of the bathroom. 

At the end of the nineteenth century, in 1898 to be precise, the famous Austrian architect and essayist on the modernization of the art of building, Adolf Loos, wrote a text entitled "Die Plumber" (The Plumbers). Impressed by a visit to America, he considered the bathroom to be the pinnacle of modernity and proclaimed plumbers to be the heroes of that modernization. He had a point. When it came to hygienic comfort, Europeans had a lot to learn from the American way

The bathroom was a rare, late arrival in Europe. There was no bathroom in the house where I was born. Every Saturday, we bathed in a zinc tub in the kitchen, which was filled with hot water using boiling kettles. It wasn't until 1970 that we had a bathroom. I remember it well, because that same year my grandfather died and we moved into my grandfather's house, so that bathroom came too late, so to speak. In light of Loos' text, it was also too late. As recently as 1991, while looking for an apartment with my future bride, we were surprised to find an apartment in Brussels without a bathroom. 1991—that's almost a century after Loos' bathroom manifesto. 

The acceleration of modernity has been slow to get underway. So: modernity is acceleration, but it sometimes gets implemented at an excruciatingly slow pace. On the one hand, it is a fury, a vortex that sweeps everything along with it, and on the other hand, it moves at a snail's pace. So, both this subjective side and the objective side make together a strange constellation, besides anticipation and nostalgia (on which I have written elsewhere) this double faced head, this Janus face of time.

There is more, besides the slowness in acceleration, there is also the law of inertia of acceleration: an object in motion has a uniformly accelerated motion if there is no counterforce to temper its acceleration. Technology constitutes an unstoppable acceleration vector in our civilization. One could call it techno-attractiveness, a kind of teleology, efficiency without purpose, which the German philosopher Günther Anders formulated as early as 1956 in his monumental work with the difficult-to-translate but easily understandable title Die Antikiertheit des Menschen (The Obsolescence of Man) as a fatal law: what can be done will be done. Unfortunately, we see this iron law at work in its blind logic on all fronts, in drone warfare, data mining, and the AI revolution. 

Viewed from another angle, one could also call it an almost 'spiritual' force, the logic of escape, of evaporating, a kind of reverse gravity: the eternal flight forward. As if technology has a purpose: to surpass human intelligence, to provide humans with extensions, from clubs to spacecraft, so that humans can gradually be replaced and technology thus has itself as its goal, seeking its own self-awareness (the French philosopher François Lyotard once called this l'hypothèse noire, the black hypothesis). This could be the driving force behind the acceleration of the AI revolution. 

Delaying tactics 

In any case, delaying tactics are needed more than ever. Perhaps, as my sweetheart suggested, we should hold the hands of our loved ones more often, to engrave that moment of tenderness in our memory for later. Because when I think about it, that is what she is trying to do with her touching gesture: immortalize the present. We indeed need, also in a more general way, delaying tactics in the face of the acceleration that surrounds us. Accelerationism dominates us. We must escape it by invoking the law of inertia, by friction, by resistance to acceleration, for example by consciously slowing down. We live in the age of fast: fast food, fast fashion, fast forward. And to counter that, we must focus on slow food, slow fashion, slow science, slow tourism, slow living, slow everything. Only slowing down can save us. Being consciously present with our loved ones seems to me a good start to this new mindfulness. Attention to the here and now, against the fury of disappearance. (It is good to reflect on this at regular intervals,for instance on birthdays.) 

 

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?