Nieuwjaarsbrief aan Jan Blommaert: “De reden dat ik je schrijf is de verstikkende politieke stilte”
Beste Jan,
Het is december 2025. Ik zit hier in mijn schuur, de plek waar we elkaar ooit ontmoetten, en de wereld buiten deze muren is inmiddels een paar keer over de kop gegaan sinds je er niet meer bent. Ik overwoog even om de avond in een roes door te brengen om de scherpe kantjes van de werkelijkheid af te vijlen, maar de realiteit dwong me tot nuchterheid. En dus zit ik hier met een kop koffie en Willie Nelson op de achtergrond.
Zijn stem klinkt als de waarheid: krakend, eerlijk, en zonder franjes. Precies de taal die jij altijd probeerde te pellen uit de dikke lagen bullshit van de samenleving. Het is bijna 7 januari, Jan. Vijf jaar alweer. Vijf jaar waarin jouw stem gemist wordt in een publiek debat dat steeds meer op een hysterische echoput is gaan lijken. Ik schrijf je deze brief als een soort verjaardagsgroet aan de andere kant, een manier om die vijf jaar te overbruggen en je weer even hier in de schuur te trekken, op de plek waar de tijd altijd even leek stil te staan.
Verstikkende politiek
Jan, de reden dat ik je schrijf is de verstikkende politieke stilte die momenteel over ons heen hangt. Je zou je ogen niet geloven als je zag hoe de "sociolinguïstiek van de macht", waar jij je hele leven voor op de barricaden stond, is gemuteerd tot iets monsterlijks. We leven nu in een tijd waarin de democratie niet langer sterft in duisternis, maar in een overvloed aan felgekleurd spektakel. De politiek is een inhoudsloos algoritme geworden.
Het gaat over wie de meeste emotionele ruis kan produceren op een scherm van vijf bij tien centimeter
Het gaat niet meer over de precaire staat van de arbeider of de uitsluiting van de vreemdeling op basis van zijn accent; het gaat over wie de meeste emotionele ruis kan produceren op een scherm van vijf bij tien centimeter. De taal is gekaapt, Jan. Termen als ‘vrijheid’ en ‘soevereiniteit’ worden nu gebruikt door degenen die de muren het hoogst optrekken.
De macht is onzichtbaar geworden, weggeglipt uit de instituten en ondergebracht in ondoorzichtige technocratische structuren die geen verantwoording meer afleggen. Jij zag toen al hoe de bureaucreatie mensen vermorzelde, maar nu is die bureaucreatie geautomatiseerd. De "voice" waar jij voor vocht - het recht om gehoord te worden in je eigen taal, vanuit je eigen context - is gereduceerd tot een datapunt.
Puur bewustzijn
Ik heb me de laatste tijd verdiept in Nisargadatta Maharaj. Hij zegt dat we het pure bewustzijn zijn, los van alle structuren. Maar als ik naar de wereld van 2025 kijk, zie ik dat die structuren ons harder dan ooit in de tang houden. Hoe kun je "puur bewustzijn" zijn als de taal waarin je denkt al is voorgekookt door een miljardenindustrie?
Jij keek altijd naar de buitenkant, naar de rauwe machtsverhoudingen in de publieke ruimte. Je wist dat je de taal van de macht moet beheersen om haar te kunnen breken. Vandaag de dag lijkt de macht de taal zo volledig te beheersen dat het verzet niet eens meer de woorden vindt om zichzelf te formuleren. Ik zie je nog zitten hier in de schuur. Stoned, maar messcherp.
Geen professor die de les las, maar een kameraad die de wereld ontleedde terwijl de rook tussen ons in hing. Dat was een vorm van 'betekenis' die nu bijna uitgestorven lijkt: directe, fysieke aanwezigheid zonder tussenkomst van een interface. Vandaag is alles 'gemedieerd'. Iedereen schreeuwt in een digitale leegte, terwijl de echte beslissingen worden genomen door mensen die geen gezicht meer hebben.
Je wist altijd de verbinding te leggen tussen die ene kleine interactie op een marktplein en de grote geopolitieke verschuivingen
De precariteit is nu totaal: mentaal, sociaal en politiek. We zijn de grip op ons eigen verhaal kwijt. Ik mis je analyse van de "onderstroom". Je wist altijd de verbinding te leggen tussen die ene kleine interactie op een marktplein en de grote geopolitieke verschuivingen. Vandaag de dag hebben we alleen nog maar experts die naar hun eigen navel staren, terwijl de wereld om hen heen in brand staat. De "vrije ruimte" waar wij toen in zaten, die schuur, voelt meer en meer als een laatste reservaat.
Ik probeer vanavond de 'waarnemer' te zijn waar Maharaj over spreekt, maar de politieke woede in mij maakt dat lastig. Ik observeer de wereld en ik zie hoe de ongelijkheid tot kunstvorm is verheven. Ik zie hoe de taal van de zorg wordt vervangen door de taal van de markt, zelfs in de meest intieme hoeken van ons bestaan. Ik laat de muziek nog even lopen.
Willie zingt over hoe de tijd wegglipt. En dat doet het ook, Jan. De scherpte die jij bracht, die genadeloze dissectie van "hoe de machine draait", die is harder nodig dan ooit. Ik zit hier in de schuur en ik probeer de vonken die je achterliet brandend te houden, tegen de wind in. Nu 7 januari nadert, besef ik pas goed hoe groot het gat is dat je achterliet.
Drie vragen
Voordat ik deze brief afsluit en me weer bij de nuchtere realiteit van alledag voeg, zijn er drie vragen die door mijn hoofd blijven spoken en waar ik jouw licht over had willen laten schijnen.
Ten eerste, over de taal van het verzet. Nu de macht elk kritisch woord onmiddellijk incorporeert en neutraliseert (branding, marketing, "wokeness"), welke taal is er dan nog over om écht verzet te plegen zonder zelf onderdeel te worden van het systeem?
Ten tweede, over de digitale infrastructuur. Is het überhaupt nog mogelijk om een "authentieke voice" te hebben binnen een infrastructuur die volledig is gebouwd op surveillance en data-extractie, of zijn we inmiddels allemaal slechts echo's van een algoritme?
Ten derde, over de essentie. Is het politieke gevecht uiteindelijk zinvol als we, zoals de mystici zeggen, alleen maar de waarnemer zijn van een voorbijgaand schouwspel, of is het juist de plicht van die waarnemer om de illusie van de macht met alle macht te bestrijden?
Bedankt voor de lessen, Jan. De schuur staat nog, en de strijd gaat door. Je vriend uit de schuur.
Jenny van der Aa was naaste collega en vriend van Jan blommaert en werkte meer dan 20 jaar met hem samen. Ze is gast onderzoeker bij het Titus Brandsma Instituut (Radboud Universiteit Nijmegen) waar ze het werk van James Baldwin onder de loep neemt.