De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.
Blijven ‘beulen van Guatemala’ onbestraft?
In de periode tussen het einde van de jaren 70 en begin jaren 80 verloren meer dan 200.000 Guatemalteken het leven door toedoen van een meedogenloos militair regime. Geruggensteund door onder meer de CIA en de Mossad werden burgers en verzetsstrijders ontvoerd, gefolterd en vermoord.
In naam van ‘de strijd tegen het communisme’ ging het regime steeds driester te werk, tot op het punt dat hele inheemse dorpen werden platgebrand en uitgemoord wegens vermeende steun aan terroristen.
Ook drie Belgen die als missionaris naar Guatemala waren getrokken (Walter Voordeckers, Serge Berten en Ward Capiau) en zich aan de kant van de burgerbevolking schaarden, verloren het leven. Een vierde missionaris, Paul Schildermans, werd ontvoerd en gefolterd, maar kwam uiteindelijk na drie dagen vrij door bemiddeling.
Scheutist Raf Allaert (lid van de katholieke congregatie), vandaag 79 jaar oud, stond eveneens op de radar van het regime. Hij ontvluchtte Guatemala uiteindelijk een week voordat zijn goede vriend Serge Berten vermoord zou worden.
Tot op vandaag heeft de veroordeling vooral een symbolische waarde gehad
Carlos Colson, een neef van de vermoorde Walter Voordeckers, was een van de burgerlijke partijen tijdens het proces in Leuven. Hij is net als Allaert lid van de vzw Guatebelga, die er mee voor zorgde dat het proces er uiteindelijk kwam.
Beide mannen kijken vandaag met gemengde gevoelens terug op het proces en de afwikkeling ervan. Tot op vandaag heeft de veroordeling immers vooral een symbolische waarde gehad.
Gezamenlijke criminele onderneming
Colson vat het lange traject samen:
“Het heeft 22 jaar geduurd voordat het proces er uiteindelijk is gekomen. In 2015 hing het aan een zijden draadje, omdat het erop leek dat we de effectieve moordenaars - de mannen die daadwerkelijk de trekker hadden overgehaald - zouden moeten opspeuren en vervolgen. Maar dat uitzoeken was onbegonnen werk en we wilden vooral de machinerie achter de verdwijningen, folteringen en moorden aanklagen."
De zaak kon in België gevoerd worden op basis van de zogenaamde ‘genocidewet’
"Uiteindelijk is het proces er gekomen en zijn de vijf nog levende beklaagden ook veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Drie andere beklaagden, waaronder ex-president Fernando Lucas García, zijn gestorven in de lange aanloop naar het proces. Dat het proces er uiteindelijk gekomen is en tot veroordelingen heeft geleid, was eigenlijk al een overwinning op zich.”
Het hof veroordeelde de beklaagden als leden van een ‘gezamenlijke criminele onderneming’, omdat ze het staatsapparaat zouden hebben misbruikt om misdaden tegen de mensheid te plegen en hun macht te behouden en te vergroten.
De zaak kon in België gevoerd worden op basis van de zogenaamde ‘genocidewet’, die het mogelijk maakt om een rechtszaak aan te spannen in België voor misdaden begaan in het buitenland tegen mensen die een link hebben met ons land.
Allaert benadrukt het precedent en trekt het door naar andere contexten: “Het concept van de ‘gezamenlijke criminele onderneming’ is nu ook opgenomen in de Belgische rechtspraak. Zij die zich ongenaakbaar voelen, kunnen zo vervolgd worden."
"Om een concreet voorbeeld te geven: een Palestijn die de Belgische nationaliteit heeft, of getrouwd is met iemand die de Belgische nationaliteit heeft, en het slachtoffer wordt van het Israëlische leger, zou nu in België een proces kunnen starten tegen Netanyahu en zijn entourage.”
De verklaringen maakten het geweld tastbaar: massa-executies, foltering, verdwijningen, en het systematisch zaaien van angst
Naast de Belgische slachtoffers bood het proces ook ruimte voor Guatemalteekse getuigen. Hun verklaringen maakten het geweld tastbaar: massa-executies, foltering, verdwijningen, en het systematisch zaaien van angst.
Colson wijst erop dat de verdwijningen geen “nevenschade” waren, maar onderdeel van een strategie. Men wilde angst en onzekerheid verspreiden. Het lichaam van Serge Berten werd ook nooit teruggevonden. Jarenlang bleef zijn familie hopen dat hij toch nog zou opduiken.
Levenslang zonder gevolgen
De vijf werden in ons land bij verstek veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf, maar tot nu toe werd nog niemand uitgeleverd aan België. Waarschijnlijk is twee jaar na datum zelfs nog geen enkele veroordeelde officieel op de hoogte gebracht van zijn veroordeling.
In juli van dit jaar overleed de eerste van de vijf. Callejas y Callejas was 85 jaar oud en het hoofd van de militaire inlichtingendienst van juli 1978 tot maart 1982. In 2018 werd hij in Guatemala samen met enkele andere militairen veroordeeld voor de verdwijning van een 14-jarige jongen en de verkrachting van diens zus in de jaren 80.
Hij werd echter in vrijheid gesteld omwille van gezondheidsproblemen.
De andere veroordeelden zijn ook allemaal (hoog)bejaard. Zo vierde Ángel Aníbal Guevara Rodríguez, toenmalig minister van Defensie en medeschuldig bevonden aan de dood van Walter Voordeckers, in oktober zijn honderdste verjaardag. De kans dat de veroordeelden ooit effectief in een Belgische cel zullen belanden, lijkt erg klein.
Er zijn bovendien praktische en juridische hindernissen. Guatemala levert niet graag onderdanen uit en kent geen veroordelingen bij verstek. Een van de veroordeelden zou ondergedoken leven. Tegelijk staan de veroordeelden internationaal geseind. In theorie kan een arrestatie en uitlevering volgen wanneer één van hen opduikt in een land dat wél meewerkt.
Het zou natuurlijk kunnen dat de veroordeelden bewust verhinderen dat de officiële kennisgeving plaatsvindt en doen alsof ze van niets weten
Cruciaal is de officiële kennisgeving van het vonnis. Zolang niet formeel kan worden aangetoond dat het arrest officieel is meegedeeld, blijven uitzonderlijke termijnen mogelijk en kan de zaak door procedurele stappen weer vertragen.
Stephan Parmentier (hoogleraar criminologie en mensenrechten aan KU Leuven) verduidelijkt de impasse: “De burgerlijke partijen hebben van de Belgische justitie vernomen dat men het arrest verstuurd heeft naar dezelfde adressen die werden gebruikt op het moment dat de beschuldigden voor het proces geconvoceerd werden."
"Maar ondanks hun inspanningen om meer informatie te bekomen, hebben de burgerlijke partijen nog steeds geen duidelijk antwoord gekregen op de vraag of de veroordeelden nu officieel op de hoogte zijn gesteld van hun veroordeling of niet. Ze blijven er bij justitie op aandringen om nieuwe stappen te zetten en niet passief af te wachten."
"Het zou natuurlijk kunnen dat de veroordeelden bewust verhinderen dat de officiële kennisgeving plaatsvindt en doen alsof ze van niets weten. Zolang men geen formeel bewijs heeft dat de formele kennisgeving effectief is uitgevoerd, kan die verzetstermijn niet beginnen lopen. Het kan dus gewoon een vertragingstactiek zijn. Dat is één van de zwakke plekken van de tenuitvoerlegging van nationale arresten in een ander land.”
Colson wijst op het risico dat de zaak, als ooit iemand wél in België belandt, opnieuw gerekt wordt: “Als één van die mannen hier ooit in België terechtkomt omdat ze uitgeleverd worden, dan is het aan het Openbaar Ministerie om te bewijzen dat ze al lang van de veroordeling afwisten."
"Anders kunnen ze verzet aantekenen tegen het verstekvonnis en moet het assisenproces in het slechtste geval overgedaan worden. En dan kunnen ze ook nog in cassatieberoep gaan. Dat is nogal belangrijk vind ik, want we spreken hier over mannen op hoge leeftijd en die procedurele spelletjes kunnen toch al gauw weer tot twee à drie jaar vertraging leiden.”
De zoektocht naar geld
Mocht uitlevering onhaalbaar blijken, dan blijft het burgerrechtelijke luik geldig: naast de straf werd ook een financiële tegemoetkoming aan de burgerlijke partijen opgelegd, en zouden de veroordeelden moeten instaan voor proceskosten.
Parmentier schetst waarom dit meer is dan een detail: “Dat zou toch een extra motivatie kunnen zijn voor de Belgische justitie om werk te maken van een effectieve formele kennisgeving en tenuitvoerlegging van het arrest. De veroordeelden moeten nog 91.000 euro terugbetalen aan de Belgische staat."
"Het is niet duidelijk hoe men aan dat exacte bedrag is gekomen, want dat is niet opgedeeld in specifieke onderdelen. Maar ik denk dat we mogen stellen dat dit een absoluut minimumbedrag is."
"Want wat zouden de totale kosten precies geweest zijn? Er is gigantisch veel tijd in dit dossier gekropen, verspreid over een periode van 22 jaar onderzoek. Er zijn twee rogatoire commissies geweest, waarbij men met ongeveer tien mensen naar Guatemala is gevlogen en er bijna twee weken heeft doorgebracht."
"En dan zijn er nog alle getuigen die uit Guatemala naar hier zijn overgebracht. Dat brengt reiskosten met zich mee, verblijfkosten, vertaalkosten, mogelijks politiebeveiliging enzovoort."
De machtsverhoudingen in Guatemala spelen een sleutelrol in de vraag of het Belgische arrest gevolgen krijgt
"Deze veroordeling werd bovendien ‘hoofdelijk’ uitgesproken, wat inhoudt dat elke veroordeelde kan aangesproken worden voor het totaalbedrag van de schadevergoeding ten aanzien van elke burgerlijke partij.”
Er zijn aanwijzingen dat sommige veroordeelden bezittingen in het buitenland hebben, ook in Europa. Zo zou één van hen mede-eigenaar zijn van een Frans-Engels olieboormaatschappij. Maar bij zulke vermogenssporen duiken meteen ook moeilijkheden op. Eigendommen en aandelen staan zelden rechtstreeks op naam, er zijn constructies via familie of bedrijven, en het opsporen en bevriezen ervan vraagt tijd, middelen en juridische slagkracht.
Tegelijk biedt het burgerrechtelijke luik “ademruimte” omdat het niet noodzakelijk stopt bij het overlijden van de veroordeelde. Allaert wijst erop dat de vordering ook op erfgenamen kan verhaald worden, mits de burgerlijke partijen die stap willen zetten en de bijhorende kosten kunnen dragen. Ook wanneer iemand overlijdt, kan een schuldvordering dus blijven doorwerken in de nalatenschap.
Fragiele hoop op gerechtigheid
Tot op heden maken de massamoordenaars en hun nazaten nog steeds deel uit van de elite in Guatemala. Ze behoren tot de kleine groep grootgrondbezitters en ook het justitieapparaat en de politieke macht zijn nog steeds voor een groot stuk in hun handen.
De machtsverhoudingen in Guatemala spelen dan ook een sleutelrol in de vraag of het Belgische arrest gevolgen krijgt. Eind 2023 werd Bernardo Arévalo verrassend verkozen tot de nieuwe president van Guatemala. Hij is het speerpunt van de inheemse burgerbeweging La Semilla en ondanks pogingen om zijn inauguratie tegen te houden en hem daarna van de macht te verdrijven, zetelt hij nog steeds.
Binnen de Guatemalteekse instellingen blijven echter oude netwerken invloedrijk, wat elke samenwerking kan vertragen of blokkeren. Zo is ongeveer 70 procent van de congresleden geen aanhanger van de president en worden de meeste voorstellen tot verandering door hen geblokkeerd.
Parmentier beschrijft hoe Arévalo reageerde op het Belgische arrest: “Tijdens een werkbezoek aan Guatemala met een delegatie van Guatebelga hebben we de president vorig jaar ontmoet en hadden we echt wel de indruk dat hij van goede wil is. ‘Guatemala moet zijn internationale verplichtingen naleven’, zei hij. ‘De Guatemalteekse justitie moet hier haar rol spelen.’"
"Maar formeel gezien heeft de president hierover niets te zeggen, en dient de lokale justitie inderdaad het initiatief te nemen en de samenwerking met de Belgische justitie vorm te geven.”
“Ik twijfel steeds vaker of we naar een wereld evolueren waarbij dictators ongestraft hun misdaden kunnen begaan”
Pedro Garcia Arredondo, toenmalig hoofd van de geheime dienst van de politie, is op 4 december 81 jaar oud geworden. Donaldo Alvarez Ruiz, voormalig minister van Binnenlandse Zaken, leeft ondergedoken en is ondertussen 94 oud. Beiden werden in Leuven tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld wegens hun betrokkenheid bij de moorden op Walter Voordeckers en Ward Capiau. Daarnaast werden ze ook schuldig bevonden voor hun aandeel in de marteling en ontvoering van Paul Schildermans en de verdwijning van Serge Berten.
Manuel Benedicto Lucas Garcia werd in augustus 92 jaar oud. Hij is de broer van de voormalige president en bekleedde verschillende topfuncties tijdens diens bewind. Garcia werd ervan beschuldigd het bevel gegeven te hebben om meer dan 1.200 inheemse burgers te doden, verantwoordelijk te zijn voor talloze verdwijningen en het gebruiken van seksueel geweld. In augustus is hij 92 jaar oud geworden.
Na een groots proces in Guatemala waarbij meer dan 150 getuigen werden gehoord, werd er dit jaar in juni uiteindelijk beslist dat een andere rechtbank bevoegd is en dat daar alles vanaf nul zou moeten worden overgedaan. Het is wrang dat er tegen deze oorlogsmisdadigers in België wel een veroordeling werd bekomen, maar dat die zonder gevolgen blijft.
Voor Parmentier staat de legitimiteit van de Belgische justitie hier op het spel: “Het is fantastisch dat het proces er is gekomen en men tot een goed gemotiveerd arrest is gekomen. Maar slaagt men er ook in om het daadwerkelijk te laten uitvoeren?”
Colson maakt zich dan weer zorgen over de tendens waarbij hooggeplaatste misdadigers hun straffen ontlopen. “Tot een paar jaar geleden was ik ervan overtuigd dat we naar een wereld evolueerden waarbij dictators niet ongestraft hun misdaden konden begaan. Daarom had deze veroordeling voor mij ook zo’n belangrijke symbolische waarde. Maar ik moet toegeven dat ik de laatste tijd steeds vaker twijfel of we effectief nog in die richting aan het evolueren zijn.”