PS - PVDA is enige uitweg uit Brusselse impasse
De PS stelt een veto tegen de N-VA, en MR een veto tegen Team Fouad Ahidar.[1] Dat stropt al maandenlang de regeringsvorming in Brussel op. Als een van die twee politieke tenoren hun veto laat vallen, dan hebben we eindelijk een Brusselse regering. Dat is zowat de lezing van de meeste politieke commentatoren en van de mainstream media.
Maar die lezing geraakt niet verder dan het politieke spektakel en mist de clou als je de politieke situatie dieper gaat analyseren. Ik stel het eenvoudig: PS+PTB/PVDA[2] vormen de ruggengraat voor een leefbare politieke coalitie in Brussel, met ook Team Fouad Ahidar aan Nederlandstalige kant. Vooral zij weerspiegelen het belang van de Brusselaars die vandaag niet of nauwelijks gerepresenteerd zijn. En daar zit volgens mij de clou.
Het is mijns inziens maar een kwestie van tijd voor zo’n coalitie er komt. Ofwel na onderhandelingen, ofwel na een mogelijke tussenkomst van de federale staat en nieuwe Brusselse verkiezingen, ofwel in 2029, ofwel na een staatshervorming waarbij Brussel een vierde gewest wordt.
“Politieke apartheid”
Ik gebruik het woord apartheid bewust op basis van de volgende definitie: “Apartheid bestaat wanneer meer dan de helft van de bevolking niet politiek vertegenwoordigd is en voorwerp is van discriminatie, uitsluiting en racisme.”
De democratie in Brussel bestaat niet wanneer minder dan de helft van de Brusselaars politiek wordt vertegenwoordigd
Daarom beweer ik ook dat de democratie in Brussel niet bestaat, wanneer de politieke vertegenwoordigers minder dan de helft van de Brusselaars weerspiegelen.
Een illustratie daarvan zag je misschien in een ogenschijnlijk onschuldige televisierondvraag. De marktscène in Terzake van 2 december 2025, met “voor het eerst de ‘gewone Brusselaar’ in beeld”, toonde precies die afstand tussen Brussel op straat en Brussel in de instellingen.
52 procent Brusselaars politiek onzichtbaar
Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (18+) kom ik uit op 52 procent van de bevolking die politiek niet vertegenwoordigd is. Het gaat om 505.219 volwassenen op 977.647.
Die non-representatie is geen abstract begrip. Ze bestaat uit concrete groepen die in de optelsom van het politieke systeem wegvallen: mensen met migratieachtergrond, mensen die niet gingen stemmen of blanco/ongeldig stemmen. Samen vormen zij een meerderheid die niet vertaald wordt naar zetels en macht.
Die 52 procent is een gewestelijk gemiddelde. Per gemeente schommelt het sterk, en precies daar kan iedereen de samenhang zien. Vooral de rijkere Brusselse gemeenten zijn vaker politiek ‘gerepresenteerd’, terwijl armere gemeenten hoger scoren in non-representatie.
In Watermaal-Bosvoorde is bijvoorbeeld 33 procent niet politiek gerepresenteerd, in Sint-Agatha-Berchem 40 procent, en in Ganshoren 41 procent.
Maar in Brussel-Stad en Elsene gaat het om 59 procent, in Sint-Joost-ten-Node om 58 procent, en in Sint-Gillis om 57 procent. In Koekelberg en in Sint-Jans-Molenbeek ligt dit percentage op 50 procent. Dat is een structurele breuklijn doorheen het gewest.
Hoeveel “meerderheid” heb je eigenlijk?
Ik heb een berekening gemaakt op basis van de geldige stemmen per taalgroep, en die vervolgens vertaald naar het niveau van alle Brusselaars 18+. Dat is essentieel, want je kan pas over representatie spreken als je de hele volwassen bevolking mee in rekening brengt.
Aan Franstalige kant vormen PS (22 procent) en PTB (21 procent) samen de zwaartepunten binnen de geldige stemmen, met onder meer Les Engagés (11 procent) en Ecolo (10 procent) daarachter.
Er zijn wel ‘democratische’ instellingen, maar ze dragen geen meerderheid
Aan Nederlandstalige kant staat Groen (23 procent) bovenaan, gevolgd door Team Fouad Ahidar (16,5 procent) en Vooruit Brussels (10 procent), met PVDA (7 procent) en CD&V (6 procent) verderop.
Maar de politieke kern zit in de optelsom onderaan: wanneer je alles herleidt naar 18+ in Brussel, dan bedraagt het percentage dat vertegenwoordigd is 48 procent, tegenover 52 procent die niet vertegenwoordigd is. Dat is precies waarom ik zeg dat Brussel democratisch ontspoort. Er zijn wel ‘democratische’ instellingen, maar ze dragen geen meerderheid.
Sociale breuklijn in de cijfers
Nadere analyse toont duidelijk dat deze niet-representatie te maken heeft met klasse en uitsluiting. Anders uitgedrukt: er is een sterk verband tussen sociale kenmerken en de verkiezingsuitslag van partijen.
De sterkste verbanden zie je bijvoorbeeld bij PS en PTB met kenmerken zoals arbeidersstatuut, migratieachtergrond en moslims. Dat blanco/ongeldig stemmen of niet stemmen ook sterk samenhangt, wijst erop dat in dezelfde sociale zones zowel stemgedrag als niet-stemgedrag samen voorkomt.
In het Franstalig kiescollege zie je dat concreet. PS en PTB vertonen een sterk verband met arbeiders in de privésector en met werkloosheid. Tegelijk is er een sterk omgekeerd verband met inkomen per inwoner. Dat betekent: waar armoede en onzekerheid groter zijn, scoren PS en PTB hoger, en waar het inkomen hoger is, scoren ze lager.
Hetzelfde patroon zie je in de Nederlandstalige resultaten. Kenmerken zoals werkloosheid, leefloon, migratieachtergrond en ‘niet-Europees’ vertonen een sterk verband met ‘linkse voorkeur’, terwijl die partijen bij een hoger inkomen per inwoner lager scoren.
Keuze tegen de meerderheid
Als meer dan de helft van de volwassen Brusselaars politiek niet vertaald wordt naar vertegenwoordiging, dan is dat geen technisch detail. Dan is dat een democratisch defect dat je niet oplost met communicatie, met symboliek of met institutionele kunstgrepen.
Daarom kom ik terug bij het begin. Na meer dan 540 dagen impasse kan Brussel zich geen coalitiebouw permitteren die opnieuw voorbijgaat aan wie niet meetelt. PS samen met PVDA is niet ‘een optie’. Het is de enige uitweg die past bij wat de cijfers tonen over Brussel zoals het is, en over de Brusselaars die vandaag structureel buiten beeld blijven.
Het cijfermateriaal waarop dit artikel is gebaseerd vind je hier.
Notes:
[1]Team Fouad Ahidar is een Brusselse politieke partij/beweging rond Fouad Ahidar, opgericht nadat hij met Vooruit brak en met een eigen lijst naar de verkiezingen trok. Bij de Brusselse verkiezingen van 9 juni 2024 haalde de partij drie zetels in het Brussels Parlement (Nederlandstalige taalgroep) en profileert zich met thema’s als koopkracht, veiligheid en wonen. (nvdr)
[2] De PVDA (Partij van de Arbeid van België) en de PTB (Parti du Travail de Belgique) zijn één en dezelfde Belgische politieke partij. De reden waarom ze met twee verschillende namen en lijsten naar de kiezer trekken (een Nederlandstalige voor de PVDA en een Franstalige voor de PTB) ligt volledig bij de organisatie van de Belgische verkiezingen, die politiek opgesplitst zijn in taalgroepen en kieskringen. Kiezers stemmen in hun taalgebied op lijsten die in die specifieke taal campagne voeren, wat vooral duidelijk wordt in Brussel, waar zowel een Nederlandstalig als een Franstalig kiescollege bestaat. (nvdr)