Opinie

Sinterklaas, een traditie die racisme reproduceert

Afbeelding
Foto: Ziko van Dijk, creativecommons /CC BY-SA 4.0
Foto: Ziko van Dijk, creativecommons /CC BY-SA 4.0
Het Sinterklaasfeest zoals we het kennen draagt een koloniale erfenis. Zwarte Piet werd in de negentiende eeuw een karikatuur van onderdanigheid en ‘exotiek’ - een beeld dat, zelfs met roetvegen, blijft doorwerken.

Twee blonde kinderhoofdjes schuiven giechelend een roetzwart, papieren Pietje onder de haard. Op hun zwart-wittekening kleuren alleen de lippen felrood en op de muts hebben ze echte veren geplakt. Een werkje waar Sinterklaas onmogelijk omheen kan: extra marsepein, mandarijntjes en, met wat geluk, een doos Playmobil.

Van mythologie naar koloniale karikatuur

Lang voor onze jaartelling duikt in de Europese folklore al een winterse figuur op met een dubbelzinnige begeleider. Veel historici zien een link met de Germaanse god Odin, die volgens de mythologie op zijn witte, achtbenige paard door de lucht raasde, vergezeld van twee zwarte raven. Die vogels luisterden aan schoorstenen om hem verslag uit te brengen van het goede en slechte gedrag van stervelingen. Toen de Katholieke Kerk dit heidense winterverhaal wilde verchristelijken, legde ze er simpelweg Sint-Nicolaas – een Turkse bisschop uit de vierde eeuw – overheen.

Maar het oude verhaal liet zich niet helemaal uitwissen. De mysterieuze begeleider bleef bestaan, telkens in een andere gedaante. In Oostenrijk en Zuid-Duitsland heet hij Krampus, een duivels gedrocht met horens. In Noord-Duitsland is het Ruprecht, een norse kluizenaar. Alleen in de Lage Landen transformeerde hij in de negentiende eeuw tot een zwarte dienaar met rode lippen, krulhaar en gouden oorbellen. 

Dat is nauwelijks los te zien van het koloniale wereldbeeld van die tijd, waarin zogenaamd biologische rassenverschillen en exotische karikaturen moesten helpen het koloniale project te legitimeren. Niet toevallig werd Zwarte Piet neergezet als de luie, brutale, onderdanige en niet bijster intelligente knecht van Sint-Nicolaas.

Een halfslachtige evolutie

Na decennia van activisme begint dat koloniale erfgoed eindelijk te schuiven. De zwarte schmink maakt steeds vaker plaats voor roetvegen, en hier en daar verdwijnen ook de rode lippen, oorbellen en krullenpruik. Die evolutie is welkom, maar ze blijft halfslachtig. Want het probleem gaat dieper dan enkele cosmetische aanpassingen aan Piet.

Het hele Sinterklaasfeest zoals we het vandaag kennen is geworteld in racisme en kolonialisme. Ook het disciplinerende karakter (“wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe”), de machtsverhouding tussen knecht en witte baas, en de stoomboot uit het zuiden beladen met zoete rijkdommen zijn weinig subtiele verwijzingen naar het koloniale tijdperk. 

De geschiedenis van de pepernoot bijvoorbeeld, is nauw verbonden met de Nederlandse VOC, genocide en de uitbuiting van inheemse volkeren. Zoals ook sociolinguïst Sibo Kanobana benadrukt: de intocht van Sint en Piet herdenkt dat gewelddadige verleden niet, maar poetst de koloniale gruwel weg en verpakt het als vrolijk kinderfeest.

Naar een inclusief kinderfeest

Wie begrijpt waar de Sinterklaastraditie werkelijk vandaan komt, ziet dat ze altijd vloeibaar is geweest. Ze veranderde mee met schuivende religies, politieke structuren en machtsverhoudingen. Waarom zouden we haar uitgerekend nu bevriezen? 

En ja, ik begrijp de kracht van nostalgie. Ook mijn witte lichaam koestert warme herinneringen aan mijn eigen kinderfeesten. Maar een traditie die mensen buitensluit, kwetst en racisme reproduceert, verdient geen beschermde status. Beste Sint, in navolging van de twee blonde kopjes stuur ik u via deze weg en met enige urgentie mijn eigen verlanglijstje op: mogen we u en uw feest nogmaals herschrijven, zodat het niemand uitsluit?

Afbeelding
https://www.dewereldmorgen.be/steun-ons
Steun ons | De Wereld Morgen

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?