Interview

Maduro: "We hebben altijd ingezet op dialoog en vrede"

Afbeelding
Foto: CC BY 4.0
Foto: CC BY 4.0
Onder de absurde beschuldiging van ‘drugshandel’ bedreigt Trump de Venezolaanse president Nicolás Maduro de laatste weken steeds driester. Maurice Lemoine, oud-hoofdredacteur van 'Le Monde diplomatique', kon Maduro interviewen en hem aan het werk zien in een dorp op 100 kilometer van Caracas.

Eind november 2025 landde ik in Caracas op een moment dat in diplomatieke kringen als “uiterst gespannen” werd omschreven. Sinds augustus lag er, voor de Venezolaanse territoriale wateren, een opvallend grote VS- troepenmacht klaar, recent versterkt met het vliegdekschip USS Gerald R. Ford

In totaal gaat het om meer dan 15.000 militairen, de grootste US-ontplooiing sinds de Golfoorlog van 1990. Ook had Trump op 14 oktober publiek erkend dat hij “geheime operaties” van de CIA op Venezolaans grondgebied had toegestaan. 

Washington verpakte die uitzonderlijke concentratie van macht in het verhaal van een “anti-drugsoperatie”. Maar zelfs in gesprekken met mensen die doorgaans voorzichtig formuleren: zakenlui, diplomaten, functionarissen, hoorde ik vooral scepsis: de fentanylcrisis in de VS staat los van Venezuela, en cocaïneroutes naar de VS lopen volgens de meeste analyses vooral via de Stille Oceaan. 

Tegelijk klonk er felle kritiek op de aanvallen op boten die zonder bewijs als “narcolanchas” (drugsboten) worden bestempeld. Internationale organisaties hebben dit veroordeeld als buitengerechtelijke executies, schendingen van internationaal recht.

Wat mij in Caracas vooral trof, was het contrast tussen de dreiging op papier en het leven op straat. Van Altamira tot de volksmarkten van La Hoyada en Cementerio oogde de stad rustig en zelfs feestelijk: versiering, lichtjes, bloemrijke pleinen. In winkelcentra als Sambil, Tolón en San Ignacio zaten de terrassen vol. 

“Als het de bedoeling was om paniek te zaaien onder de inwoners, dan leek die operatie hier niet te werken”

Geen 'paniekaankopen', geen massale nervositeit. Zelfs op de grote verkeersaders zag ik geen zichtbare militarisering: geen wegversperringen, geen tanks, geen sfeer van belegering. Als de bedoeling was om paniek te zaaien onder de inwoners, dan leek die operatie hier niet te werken.

Een ochtend later kreeg ik onverwacht bericht dat president Nicolás Maduro me zou ontvangen en dat ik hem mocht vergezellen naar een comuna. We reden naar Cagua, in de staat Aragua, ongeveer anderhalf uur van Caracas. De wijk La Segundera – laagbouw, tuinen, bloeiende rozenstokken – ademde eerder dorpsrust dan crisis. De comuna General Rafael Urdaneta was volgens de organisatoren de vierduizendste.

Afbeelding
foto Lemoine

In Venezuela is de ‘comuna’ niet zomaar een buurtcomité, maar een politieke bouwsteen: een vorm van lokale zelforganisatie waarin gemeenschappen mee beslissen over hun ontwikkeling. Men verwijst naar Chávez’ slogan “Comuna o nada !” en naar het idee van een Estado comunal, een staat die steunt op volksmacht. 

Maduro verdedigt dat model krachtig met de waarschuwing dat niemand – gouverneur, burgemeester of minister – de comunas mag 'koloniseren': ze moeten autonoom, zelfsturend en soeverein blijven.

Het was heet die namiddag, 33 graden in de schaduw. En toch: geen uitbundige menigte, geen oorverdovend gejuich dat je normaal bij een presidentieel bezoek verwacht. De straten waren opvallend leeg. Beveiliging was er wel, maar discreet: hier en daar iemand in burger, onopvallend bewapend. Alsof men elke voorspelbaarheid wilde vermijden.

Maduro dook plots op alsof hij uit de warmte zelf stapte: te voet, zonder zichtbare escorte, enkel een handvol medewerkers. Hij oogde fit, energiek, nauwelijks gespannen. Hij werd begroet door de jonge gouverneur Joana Sánchez en door Ángel Prado, de minister van Comunas. De meeste aanwezigen waren vrouwen, zij omhelsden hem, praatten door elkaar, lachten, wilden hem van dichtbij zien.

De rondgang was een aaneenschakeling van kleine, concrete inauguraties: een medisch diagnostisch centrum, materialen voor een materniteit, een opgefriste Mercal-supermarkt, waterzuivering, een kapsalon, en een sportterrein waar kinderen training kregen. 

Daarna volgde, onder grote mangobomen, een lange vergadering met de leden van de comuna, live uitgezonden op de openbare televisie. Het geheel voelde als een demonstratie van 'normaal bestuur' onder abnormale druk: niet ontkennen dat de dreiging bestaat, maar ook niet toestaan dat die het dagelijkse leven verlamt.

“Met ‘narcoterrorisme’ hebben ze een nieuw voorwendsel verzonnen om de hoop te kunnen vermoorden”

Na afloop wenkte Maduro me. We namen plaats in zijn wagen. Geen opvallende colonne, geen sirenes. Tijdens de rit terug, hij zelf aan het stuur, spraken we ruim een uur, ongewoon open, over de escalatie die boven het land hing.

Afbeelding
foto Lemoine

Ik vroeg hem hoe hij die golf van druk, beschuldigingen en dreigementen las. Hij antwoordde niet met cijfers of technische details, maar met geschiedenis: 

“Ze hebben zich enorm ingespannen om een nieuw discours te fabriceren – dat van ‘narcoterrorisme’ – maar in wezen is het altijd hetzelfde: een voorwendsel verzinnen om de hoop te kunnen vermoorden."

Hij rolde voorbeelden uit: Herinner je je hoe ze in 1954 Jacobo Árbenz, de democratische president van Guatemala, beschuldigden van ‘communisme’ omdat hij een bescheiden landbouwhervorming had doorgevoerd? Ze deden een militaire interventie en zetten hem af. Enkele decennia later boden ze hun excuses aan en erkenden ze dat Árbenz geen communist was en dat ze een fout hadden gemaakt ...

Daarna hetzelfde in Brazilië in 1964, de Dominicaanse Republiek in 1965, Chili in 1973, Iran in 1953, Irak in 2003, je weet wel de zogenaamde ‘massavernietigingswapens’. Hij wil niet een les wereldgeschiedenis geven, maar zijn punt maken: volgens hem verschuift het etiket:  “communisme”, … nu “narcoterrorisme", maar blijft het doel hetzelfde: politieke regimes onder druk zetten of omverwerpen.

Afbeelding
foto Lemoine

“Daarom zeg ik: laten we niet decennia wachten om een leugen toe te geven. Erken haar nu. En vermijd nodeloze confrontaties, verwoesting en ellende. Wij vertrouwen op God, en wij zullen altijd blijven inzetten op dialoog, onderhandeling en vrede.”

Ik vroeg hem wat er gebeurt als het niet bij dreigen blijft. Zijn stem bleef beheerst, maar de woorden werden harder: vrede is hun voorkeur, zei hij, maar we bereiden ons op alles voor. Hij benadrukte dat hij zijn aanhang en de veiligheidsdiensten herhaaldelijk had opgeroepen niet in provocaties te trappen. 

God behoede ons. We hebben al onze volks-, sociale, politieke, militaire en politiediensten opgeroepen nooit toe te geven aan provocaties; maar als ze hier in Zuid-Amerika een christelijk volk willen komen doden, roepen wij onze burgers op zich met patriottische bezieling te mobiliseren – dat is ons legitiem en soeverein recht.”

“Je moet wel heel verachtelijk en laag gevallen zijn om te willen en te eisen dat een buitenlandse macht je vaderland binnenvalt”

“Ik heb al gezegd: als ze overgaan tot een poging om Venezuela te destabiliseren, dan wordt op datzelfde moment het bevel tot mobilisatie en strijd van het hele volk afgekondigd, en zal de Venezolaanse arbeidersklasse een opstandige algemene staking ontketenen.”

“En ik voeg hieraan toe: wij zijn vastbesloten vrij te zijn. Geen enkele buitenlandse macht zal haar wil opleggen aan ons soevereine vaderland. Maar als ze de vrede verbreken en volharden in hun neokoloniale bedoeling, zullen ze met een enorme verrassing te maken krijgen. Wij willen vrede, maar wij zijn er klaar voor. Zeer goed voorbereid op elke eventualiteit. Ze zijn gewaarschuwd.”

Toen verschoof het gesprek naar interne tegenstanders. “Die ‘vijfde colonne’ is echt veel minder sterk in het land zelf dan buiten de grenzen, waar bondgenoten en mediakanalen hun invloed opblazen. Deze ‘depressief rechtse beweging’, zoals ik haar noem, is bovenal uiterst deloyaal aan Venezuela en verraden hun volk."

"Je moet wel heel verachtelijk en laag gevallen zijn om te willen en te eisen dat een buitenlandse macht je vaderland binnenvalt en het volk, je medeburgers, berooft van de rijkdommen die aan iedereen toebehoren. “

Hij haalde voorbeelden aan van plannen voor false flag-aanvallen die, zo zei hij, door de veiligheidsdiensten zijn verijdeld. “Begin oktober ontdekten we bijvoorbeeld dat extremistische groeperingen een aanval met dodelijke explosieven voorbereidden op de VS-ambassade in Caracas, om vervolgens via de media onze regering te beschuldigen van deze aanslag en een militaire escalatie uit te lokken.”

Afbeelding
foto Lemoine

Ik noteerde vooral de toon: niet triomfantelijk, maar waarschuwend: escalatie kan ook door provocatie worden geproduceerd.

Buiten werd het intussen donker. Een lichte motregen viel. Caracas slokte ons op met zijn eindeloze snelwegen en beruchte files. Geen haast, geen drift. Hij leek, paradoxaal genoeg, rustiger te worden in het verkeer, alsof het sturen hem hielp denken.

“De consolidering van een nieuwe multipolaire en multicentrische orde tast onvermijdelijk de geopolitieke invloed van de Verenigde Staten aan”

Ik vroeg hem waarom de VS net nú, zo fel zou aandringen. Zijn antwoord was uitgesproken geopolitiek: hij plaatste Venezuela in een wereld die niet langer unipolair is. China, de BRICS, het Globale Zuiden: Washington voelt de greep verslappen en wil daarom zijn invloedssfeer “dichter bij huis” herbevestigen, vooral in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied.

“We zien een poging van de Verenigde Staten om zich te herpositioneren als hegemoniale macht in een geopolitieke context die diepgaand is veranderd door de indrukwekkende opkomst van China en het verschijnen van de BRICS als mondiale beslissingsmacht.”

Hij verwees naar de Monroe-doctrine en het oude idee van Latijns-Amerika als ‘achtertuin’, een regio met ‘beperkte soevereiniteit’ in de ogen van de VS. En hij situeerde de huidige druk op hem en zijn land als een signaal aan het hele continent: “wij zijn terug”. Maar, zo vervolgde hij, de wereld is veranderd:

“De machtscentra zijn talrijker geworden, en er is een nieuw fenomeen ontstaan: het Globale Zuiden. De consolidering van een nieuwe multipolaire en multicentrische orde tast onvermijdelijk de geopolitieke invloed van de Verenigde Staten aan.”

“Als je angst je agenda laat bepalen, heeft de ander al gewonnen”

En daar, zei hij, komt Venezuela in beeld als voorbeeld dat anderen moet afschrikken: wie te onafhankelijk wordt, riskeert straf. 

“De neo-imperialisten in Washington willen een exclusieve politieke en militaire controle herstellen om opnieuw greep te krijgen op de belangrijkste strategische hulpbronnen van Latijns-Amerika – olie, gas, koper, lithium, zeldzame aardmetalen, water. Dat zal hun niet lukken.”

Aan het einde van de rit draaide hij onverwacht een poort binnen en stopte in de binnenplaats van een bescheiden huis. Enkele adviseurs kwamen dichterbij met telefoons in de hand. We stapten uit, dronken water, wisselden nog een paar woorden. Daarna nam ik afscheid.

Wat van die dag bleef hangen, was niet één quote, maar het contrast dat ik eerder die week al in Caracas zag: de dreiging is groot en wordt luid aangekondigd, maar het land probeert tegelijk normaliteit te tonen- met markten die open zijn, met drukke cafés, met een president die naar een ‘comuna’ rijdt om een waterinstallatie en een sportveld te openen. 

Dat kan je propaganda noemen, of koppigheid, of politiek theater. Maar ter plekke voelde het ook als een boodschap: als je angst je agenda laat bepalen, heeft de ander al gewonnen.

 

Deze tekst is een ingekorte vertaling van het artikel in Nodal.

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?