De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.
Waarheid, volgens Rik Torfs
Kerkjurist, ex-rector KULeuven, ex-politicus en mediafiguur Rik Torfs heeft (nog een keer) een essay geschreven. In de woelige, vaak luidruchtig gepolariseerde wereld van vandaag wil hij enkele bedenkingen kwijt over waarheid.
Ik lees het essay als een poging om verbindend te denken en te spreken. Als een stap terug of in elk geval ter plaatse om het geroep en getier vol beschuldigingen en kortzichtige vormen van cancel-acties tegen te gaan.
De auteur hanteert zijn bekende ironische en soms cynische communicatiestijl heel beperkt in dit boek. Dat begroet ik als een zegen, als ik dit woord mag gebruiken. De hoofdtoon wordt gezet in de eerste hoofdstukken, waar Torfs uitlegt dat waarheid niet kan gevonden worden als een soort zak van vaststaande feiten die kunnen verzameld worden, zoals schelpjes op het strand.
Waarheid wordt bereikt door en in gesprek, is zijn stelling. Dat refereert aan de ene kant aan een oude en respectabele traditie. Denk hierbij aan de sofisten als pragmatici en de latere platonisten als meer ‘theoretische’ denkers.
Maar de auteur is uiteraard niet naïef: gesprekken worden gevoerd, opgestart en zelfs gestopt in contexten, waar ook macht vaak een rol speelt. Wanneer macht het overneemt, dan stopt meestal de waarheidsvinding, stelt de auteur. De opvattingen rond het gesprek van Jurgen Habermas worden vervolgens voor een goed deel de gids om dit thema verder te ontwikkelen.
Wie waarheid wil onderzoeken botst op een, historisch gezien, recente ontwikkeling waarbij objectieve waarheid al te vaak gebruikt wordt om een gesprek af te stoppen: wie de ‘feiten’ niet erkent, sluit zichzelf uit van een verder gesprek.
Torfs stelt daartegenover dat ‘subjectieve waarheid’ een belangrijke rol speelt in het leven. Het hoofddeel van het boek kan gezien worden als een uitwerking van dit punt.
Om dit en andere thema’s duidelijk en breed bevattelijk te maken, verwijst de auteur vaak naar eigen ervaringen. Zo illustreert hij hoe ‘subjectieve waarheid’ werkt met een voorbeeld uit zijn jeugd: in een periode van “sociale opwaartse beweging” voelde hij zich niet aangesproken, omdat het gezin Torfs al twee hoogopgeleide ouders had. Dit toont hoe je leefcontext mee bepaalt wat je ervaart, opmerkt en betekenis geeft.
Terug naar waarheid als kernbegrip
Vanaf de introductie van het begrip ‘subjectieve waarheid’ start de auteur dan een verkenning naar verschillende verschijningsvormen van waarheid: die van de wetenschappelijke kennis, die van de rechten, die van de kunst en die van de godsdienst. In elk van die levensdomeinen kunnen we spreken van waarheid (en leugen), maar telkens op een net iets andere manier.
Door deze meer of minder verschillende invullingen van waarheid met elkaar te confronteren, verbreedt Torfs het begrip zeer sterk. Bij kunst ziet hij vooral het suggestieve en existentiële een belangrijke rol spelen. Kunst die te beschrijvend wordt, verliest volgens hem juist haar artistieke kracht.
Bij uitbreiding is de waarheid van godsdienstige uitspraken en belevingen uiteraard ook anders of – volgens Torfs – vooral breder dan die van de wetenschap. Daarnaast wordt opgemerkt dat waarheid van dé wetenschap evenmin altijd een duidelijk of zelfs een objectief statuut heeft: politiek, roem en erkenning (hier wordt het ‘geval’ Diederik Stapel met zijn vele frauduleuze publicaties toegelicht[1]) interveniëren vaak bij het vinden of produceren van wat ‘objectieve’ waarheid moet zijn.
Het boek is vaak verhelderend, mede doordat het heel duidelijke taal gebruikt. Ook het gebruik van anekdotes hier en daar bevordert de leesbaarheid. Toch moet me een soort wrevel met de begrippenwereld van Torfs van het hart.
Natuurlijk is wetenschap mensenwerk. Maar dat is zeker ook het geval voor al de andere domeinen die de auteur vermeldt - inclusief dat van de godsdienstige waarheid. Maar waarom zou je het begrip waarheid zo oprekken dat het nagenoeg alles en niets meer gaat betekenen?
Sinds we in de natuurwetenschappen de voorbije eeuwen over heel wat verschijnselen in de materiële wereld met grotere precisie en betrouwbaarheid kunnen spreken, is één versie van het begrip waarheid sterk verduidelijkt. En daardoor, grotendeels althans, bevrijd van politieke, religieuze en andere culturele ‘besmettingen’.
Dus waarom zouden we het begrip waarheid niet gewoon in die meer betrouwbare en duidelijke zin gebruiken? Waarom het dan toch met alle geweld doortrekken naar morele, esthetische, politieke en religieuze domeinen, waar de afstand tussen de ervarende mens en de werkelijkheid zo groot is dat een echt ‘objectief’ standpunt bijna onmogelijk wordt?
De humane en sociale wetenschappen hebben die pretentie al laten gelden, wat mijns inziens deze opmerking van een eminente onderzoeker op het einde van zijn leven zo sterk maakt.
Claude Lévi-Strauss, met een zeldzaam parcours van roem en erkenning, liet dan optekenen: zij die beweren in de sociale en humane disciplines aan wetenschap te doen ‘ce sont des imposteurs’ (‘het zijn bedriegers’).
Zachter uitgedrukt: de uitvergroting van het domein waarop die duidelijke en strenge criteria van waarheid in kennis (de natuurwetenschappen) naar de mens-disciplines, en zelfs nog verder naar rechten, kunst en godsdienst, is een bizar streven. Echter is dat precies wat Torfs wil doen.
Maar we hebben toch belangrijke begrippen zoals waarachtigheid, eerlijkheid, zinvolheid en misschien nog andere? Dus waarom die behoefte om die belangrijke normatieve domeinen met alle geweld te willen persen in het specifieke veld van betrouwbare, ware cognitieve kennis van een deelgebied van de realiteit zoals dat van de natuurwetenschappen?
Zou dat toch nog een restant zijn van die merkwaardige eigenschap van de godsdiensten van het boek, namelijk het totalisme? Die godsdiensten, in tegenstelling tot vele honderden andere religies in de wereld, hebben de vreemde behoefte geïnstalleerd om over alles beschrijvend en voorschrijvend (normatief) vast te leggen, en dan nog wel in teksten en met een kerkelijke structuur om dit te consolideren.
Dat mislukte echter en daaruit zou kunnen besloten worden dat die reductie een foute weg is. Dat is echter de optie die ik zie terugkeren in dit overigens heel uitnodigende essay van de theoloog: dus daarom als enige, maar toch fundamentele kritiek op dit boek een oproep om een sterk product van een heel moeizaam en lang proces van verdienstelijk denken - namelijk waarheid uit de moderne natuurwetenschappen - niet opnieuw plat en breed te willen gebruiken voor allerlei andere domeinen van menselijk verkennen en situeren.
Daarvoor hebben we goede andere begrippen zoals vermeld. Bewaak die, verfijn die, versterk die en pas ze inderdaad via onderhandeling en gesprek toe in intermenselijk samenleven. Ook dat is een antwoord op de vraag aan het einde van Torfs boek: laat ons praten.
Rik Torfs, 'Waarheid', Ertsberg, Antwerpen, 2025, 208 pp. ISBN 978 9464 9845 07
Note:
[1] Voormalige hoogleraar sociale sychologie Diederik Stapel aan de Universiteit van Tilburg werd in 2011 betrapt als wetenschapsfraudeur. Voor bekend werd dat hij fraudeerde met onderzoeksgegevens werd hij jarenlang erkend als een vooraanstaande psycholoog, die regelmatig deelnam aan het publieke debat. (Bron: WikiPedia)