Analyse

Het Sinterklaasjournaal, burgerschap en militarisering

Afbeelding
Sinterklaas intocht In Amsterdam, 2007. Foto: Wikimedia Commons.
Sinterklaas intocht In Amsterdam, 2007. Foto: Wikimedia Commons.
Wat als het Sinterklaasjournaal minder over pepernoten gaat en meer over noodpakketten, soldaten en brave burgers? Achter de grapjes en schoenzetkalenders schuift het programma kinderen stilaan een verhaal van militarisering en individuele schuld in de schoenen.

Altijd wat aan de hand in Sinterklaasland

Pakjesavond staat voor de deur en dat zal heel Nederland geweten hebben. De intocht van de Sint op 15 november en het dagelijkse Sinterklaasjournaal (online en op NTR) bereiden jong en oud voor op het jaarlijkse kinderfeest. Het populaire televisieprogramma schuwt politieke boodschappen niet. 

Het Sinterklaasjournaal anno 2025 leest tot dusver vooral als een pleidooi voor militarisering en een spoedcursus burgerschap

Hoewel sommige onderzoekers beweren dat het Sinterklaasjournaal schadeloos is en dat het programma de jonge kijkers niet politiek beïnvloedt, geven enkele belangrijke verhaallijnen in het huidige seizoen van het Sinterklaasjournaal stof tot nadenken. 

Afbeelding
.

Is het programma wel zo onschuldig als sommigen laten uitschijnen? 

Het Sinterklaasjournaal anno 2025 leest tot dusver vooral als een pleidooi voor militarisering en een spoedcursus burgerschap. De invulling die het programma aan burgerschap geeft, is bovendien erg eng.

De schoenzetkalender als burgerschapseducatie

De plotlijnen van de eerste afleveringen van het gefictionaliseerde nieuws in het Sinterklaasjournaal lezen als koren op de molen van rechtsgezinde politici. Naar goede gewoonte bevat het programma komische noten, bijvoorbeeld rond Piet Paniek die een puinhoop van puzzels maakt en de Pieten die elkaar aan de lopende band in de maling nemen met woordmopjes. 

Een klein voorbeeld van burgerschapseducatie is het nieuwsitem in aflevering vier dat het publiek instrueert over een kader voor schoencadeautjes. Journaalanker Merel Westrik kondigt het als volgt aan: 

“Voor iedereen die niet precies weet wanneer je je schoen mag zetten, is er goed nieuws want de schoenzetkalender staat weer op sinterklaasjournaal.nl. Het is de bedoeling dat je ’m zaterdag [na de intrede van Sinterklaas] in je schoen stopt en er een paar kleurpotloden bij legt. ’s Nachts kleuren de Pieten dan de schoentjes bij de dagen waarop je je schoen mag zetten.” 

“We moeten voorbereid zijn. Er moeten meer kazernes komen en dan komt zo’n leeg gebouw goed van pas”

Enerzijds is deze kalender een handig hulpmiddel voor de volwassenen die de schoencadeautjes zo naar eigen inzicht kunnen inperken dan wel toelaten. Anderzijds is het nieuwsitem ook een les in burgerschap: flinke kinderen horen te weten wanneer ze hun schoen mogen zetten. Als ze het al niet uit zichzelf weten, horen ze de kalender te volgen. 

Voor kijkers die de kalender gebruiken, speelt het Sinterklaasjournaal dus een sturende rol in de vormgeving van de Sinterklaastraditie.

Militarisering als noodzakelijk kwaad

Iets minder lichtvoetig is een erg prominente verhaallijn die expliciet inspeelt op het heersende discours over een groeiende dreiging van buitenlandse machten die om een toenemende militarisering vraagt. 

Elk verhaal heeft een conflict nodig om het narratief voort te stuwen en een zo’n conflict introduceert het Sinterklaasjournaal meteen in de eerste aflevering. Daarin gaat reporter Jeroen poolshoogte nemen van de voorbereidingen in het Pietenhuis, waar de Sint en zijn gevolg zouden moeten intrekken na de feestelijke intrede. 

“Zouden moeten”, want dit jaar lijkt het anders te lopen. Het voorziene gebouw is namelijk afgesloten voor het publiek. Een buurtbewoner legt aan de reporter uit dat een groep soldaten er hun intrek heeft genomen: “Het schijnt dat ze er een kazerne van gaan maken. Tijden zijn veranderd. Uitbreiding van de krijgsmacht,” licht hij toe. 

De man vervolgt: “We moeten voorbereid zijn. Er moeten meer kazernes komen en dan komt zo’n leeg gebouw goed van pas.” Wanneer zelfs een kindertraditie als het Sinterklaasfeest – die althans volgens verdedigers van Zwarte Piet onschuldig en apolitiek is en zou moeten zijn – niet gespaard blijft van weinig verhulde propaganda, is dat wel heel erg ironisch.

Politici die de Nederlanders willen overtuigen van de noodzaak van een groter leger krijgen hier een heel grote spreekbuis

In aflevering twee zien we een handvol militairen die met een kaart in de hand het terrein rond het Pietenhuis afspeuren. De man uit de eerste aflevering krijgt bovendien gezelschap van een vrouw, die wat optimistischer ingesteld blijkt. Zij oppert dat de soldaten wellicht gekomen zijn om de Pieten te helpen. 

De man wuift haar tegenargumenten weg als zouden ze naïef zijn – een klassiek geval van mannelijke rationaliteit die vrouwelijke emotionaliteit verwerpt. Bovendien blijkt de vrouw in aflevering vijf gelijk te krijgen. De man doet er echter nog een schepje bovenop en insinueert dat de soldaten op zoek zijn naar een oude bom. 

Sterk staaltje paniekzaaierij, als je het mij vraagt. Het Sinterklaasjournaal geeft politici die de Nederlandse burgers willen overtuigen van het nut van het leger en de noodzaak van de uitbreiding ervan hiermee wel een heel grote spreekbuis.

Het noodpakket als redmiddel

Intussen, op de stoomboot, doet de Hoofdpiet zijn duit in het zakje door te anticiperen op mogelijke problemen. Ook hij laat zien wat hij onder burgerschap verstaat. Hij maant de kijkers namelijk tot alertheid: 

“Dat denkt iedereen nou net iets te vaak, ‘Het zal allemaal wel meevallen,’ terwijl er dan toch elke keer iets misgaat. We hebben met z’n allen veel te lang gedacht dat ons niks kan overkomen. Maar het kan elk moment en daar moet iets aan gebeuren.” 

Hoofdpiet: “Om te beginnen zou iedereen een noodpakket in huis moeten hebben”

Op de vraag van Westrik wat dat dan moet zijn, antwoordt de Hoofdpiet: “Om te beginnen zou iedereen een noodpakket in huis moeten hebben.” 

Handig genoeg valt dat noodpakket te bestellen op de website van het Sinterklaasjournaal, met een gepersonaliseerd filmpje dat eerst nog wat suspense creëert doordat de Pieten die de naam van de aanvrager op het etiket moeten schrijven doen alsof ze die niet kennen en het dus lijkt alsof je geen pakket zal kunnen krijgen. 

Dat pakket moet helpen “om het Sinterklaasfeest door te komen voor als er iets misgaat. Want het is niet de vraag, Merel, óf er iets misgaat… het is de vraag wannéér er iets misgaat,” aldus Hoofdpiet. Met deze speech sijpelt het discours over oplettendheid nauwelijks verholen het kinderprogramma binnen. 

Een bijkomende reden om het noodpakket in huis te halen, zo leren we in aflevering drie, is dat de vuurtoren op Texel, waar de stoomboot op 15 november zou moeten aankomen, buiten gebruik is. Door het wegvallen van het begeleidende licht, verdwaalt de stoomboot op zee. 

In aflevering vijf blijkt dat de vuurtorenwachter en zijn broer proberen het probleem op te lossen door online een nieuwe lamp voor de vuurtoren te bestellen, maar blijken de verkeerde maat te hebben gekozen. Het ziet er dus niet goed uit voor de intocht van Sinterklaas. (Intussen weten we dat de Sint en de Pieten alsnog aangekomen zijn.)

Het is de taak van de kijkers om een noodpakket aan te vragen

Voor de kijkers thuis brengt het noodpakket ook hier soelaas. Want, zo weet de Hoofdpiet, “Iedereen maakt zich zorgen over wat er zou kunnen gebeuren,” maar “een noodpakket stelt de mensen gerust”. Met een noodpakket in je bezit “kan er niets gebeuren,” verzekert de Hoofdpiet het nieuwsanker herhaaldelijk. 

Westrik sluit aflevering vier af met een herhaling van de hoofdpunten. Ze meldt doodleuk, “Bij het Grote Pietenhuis ontploft morgen een bom. Je zou denken dat je straks maar beter een noodpakket in huis kunt hebben voor als het niet goedkomt.” Van een vals gevoel van veiligheid gesproken.

Burgerschap als individuele verantwoordelijkheidszin

De twee verhaallijnen die het noodpakket als redmiddel voorstellen, leggen de nadruk op een heel specifiek aspect van burgerschap. Ze leggen de verantwoordelijkheid voor het anticiperen op een aankomende ramp bij de individuele burger. 

Het is de taak van de kijkers om een noodpakket aan te vragen. De Pieten – die hier instaan voor de overheid – kunnen het pakket leveren, maar het is aan het publiek om zich ervoor aan te melden en hun weerbaarheid in eigen handen te nemen. 

De boodschap lijkt te zijn dat je er zelf voor moet zorgen dat je het Sinterklaasfeest – of het leven an sich – moet kunnen doorkomen in het geval er iets fout gaat. Het is je burgerplicht om dat pakket aan te vragen en voorbereid en weerbaar te zijn.

Wie heeft er baat bij dit soort bangmakerij? De overheid, allicht, die verantwoordelijke, weerbare burgers wil kweken

Die boodschap roept een heleboel vragen op. Wat als kinderen het pakket om wat voor reden dan ook niet krijgen? Het risico ontstaat dat jonge kijkers zich uitgesloten voelen en zich ongerust maken omdat ze niet beschermd zijn tegen de crisis die er volgens de Hoofdpiet sowieso zit aan te komen. Wie heeft er baat bij dit soort bangmakerij? De overheid, allicht, die verantwoordelijke, weerbare burgers wil kweken. 

Jong geleerd is immers oud gedaan. Een goede burger, zo leren de eerste afleveringen van het Sinterklaasjournaal hun jonge kijkers, weet wanneer die hun schoen mag zetten, ziet het belang van toenemende militarisering in, en neemt individuele verantwoordelijkheid voor hun eigen weerbaarheid door een noodpakket aan te vragen. 

Dat de makers van het Sinterklaasjournaal Sinterklaas voor de spreekwoordelijke kar van zulke propaganda spannen, en die schaamteloos door de strot van de jonge kijkers rammen, geeft het kinderfeest dit jaar een bijzonder wrange bijsmaak.

 

Dit artikel verscheen eerder op Diggit Magazine

Afbeelding
https://www.dewereldmorgen.be/steun-ons

Steun ons | De Wereld Morgen

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?