Begrotingsgesprekken: verhoging btw geen goed idee
Het is Bart De Wever menens. Hij wil 10 miljard euro bijeen schrapen om de begroting op orde te krijgen. Daarvoor denkt hij onder meer aan een btw-verhoging. Dat zo’n verhoging onrechtvaardig is en vooral de lage inkomens treft, zal hem worst wezen.
Momenteel zijn er vier btw-tarieven: 0, 6, 12 en 21 procent. Premier De Wever stelt voor om de huidige verlaagde btw-tarieven van 6 en 12 procent samen te voegen tot één enkel tarief van 9 procent.
Geschiedenis
De letters btw staan voor ‘belasting over de toegevoegde waarde’, en is een indirecte verbruiksbelasting die de overheid heft op de verkoop van producten of diensten. In België bestaat de btw sinds 1 januari 1971. Interessant is dat de afstemming tussen EU-landen op dit terrein het verst gevorderd is.
Al vroeg bestond er een consensus dat een gemeenschappelijke markt geen grote verschillen van productbelastingen mocht kennen. In 1970 kwamen de eerste btw-richtlijnen tot stand. Toen werd ook beslist om een deel van het budget van de Europese Gemeenschap uit de btw-inkomsten van de lidstaten te halen.
Hogere btw-tarieven invoeren zullen ongetwijfeld leiden tot meer ongelijkheid
De integratie van de productbelastingen kwam in een stroomversnelling naar aanleiding van de voltooiing van de interne markt in 1993. Het wegvallen van de grenscontroles zou de grensoverschrijdende consumptie in de hand werken, wat uiteindelijk de bedoeling was, maar zodoende ook een neerwaartse spiraal tot stand brengen inzake productbelastingen.
Om deze fiscale concurrentie tegen te gaan, werden er binnen de Europese Unie vorken vastgelegd waarbinnen de productbelastingen mogen evolueren.[1]
Onrechtvaardig
Maar de btw is een onrechtvaardige belasting omdat iedereen, ongeacht het inkomen, hetzelfde tarief betaalt, op hetzelfde bedrag. Hogere tarieven invoeren, zullen dan ongetwijfeld leiden tot meer ongelijkheid.
Zo betaalt iemand met een maandinkomen van 10.000 euro evenveel belasting bij de aankoop van een brood, als iemand met een maandinkomen van 1.500 euro. Dat betekent dat iemand met een lager inkomen proportioneel meer betaalt dan iemand met een hoger inkomen. Een verhoging van de btw-tarieven treft dus vooral de laagste inkomens.
Het is pijnlijk vast te stellen dat onrechtvaardige belastingen meer opbrengen dan rechtvaardige
Wanneer we de totale inkomsten uit de personenbelasting vergelijken met de totale inkomsten uit belastingen op goederen en diensten (btw en accijnzen[2]), dan is er nog meer onrechtvaardigheid te ontdekken. De personenbelasting is een progressieve belasting. Dat wil zeggen dat het belastingtarief stijgt naarmate het belastbaar inkomen groter wordt.
Hoewel dit principe de laatste dertig jaar helemaal is uitgehold in het voordeel van de rijksten, blijft het de rechtvaardigste manier om belastingen te innen. Dat in tegenstelling met de btw waar iedereen, ongeacht het inkomen, hetzelfde tarief op hetzelfde bedrag betaalt.
Maken we de vergelijking van de totale inkomsten tussen deze twee belastingen, dan zien we dat de belastingen op goederen en diensten 3 miljard euro meer opbrengen dan de personenbelastingen.[3] Het is pijnlijk om vast te stellen dat een onrechtvaardige manier om belastingen te innen nu al meer opbrengt dan een rechtvaardige manier. En De Wever wil nu het onrechtvaardige aandeel verder verhogen.
Het is niet normaal dat inkomen uit kapitaal minder belast wordt dan inkomen uit arbeid
Afgezien van het onrechtvaardige karakter is het maar zeer de vraag of de berekening van De Wever wel klopt. Hij hoopt met zijn btw-hervorming op ongeveer 3 miljard euro extra inkomsten. Maar dat bedrag is lang niet zeker omdat de btw-hervorming in tegenspraak is met andere ingevoerde en geplande Arizona-maatregelen die de koopkracht aantasten. Denk maar bijvoorbeeld aan de loonstop en de indexsprong.
Deze maatregelen zullen de koopkracht uithollen, wat zal resulteren in minder consumptie, waardoor de overheid minder btw-inkomsten zal ontvangen.
Alternatieven
De begroting in evenwicht brengen met een btw-verhoging is hoe dan ook de verkeerde weg. Een verantwoordelijk regeringsbeleid haalt zijn inkomsten niet uit een onrechtvaardig belastingsysteem, maar uit een fiscaliteit die billijk en rechtvaardig is. We schetsen drie alternatieven.
Een eerste alternatief is het globaliseren van alle inkomsten en het verbeteren van de progressiviteit van die belastingen. De inkomsten globaliseren betekent dat alle inkomsten - beroepsinkomsten, financiële inkomsten en onroerende inkomsten - worden samengeteld en onderworpen aan de personenbelasting.
Als je wil dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen, dan is het niet normaal dat inkomen uit kapitaal minder belast wordt dan inkomen uit arbeid. Daarom is het nodig dat er een dubbele hervorming wordt doorgevoerd in de personenbelasting: de inkomsten samentellen en de progressiviteit verbeteren.
Een tweede alternatief is een ‘waardevolle’ miljonairstaks. We gebruiken hier het begrip ‘waardevol’ omdat de miljonairstaks die de partij Vooruit voorstelt "peanuts" is. Dat zijn niet mijn woorden, maar die van professor Paul De Grauwe van de London School of Economics. In zijn voorstel kan een miljonairstaks 11 miljard euro opbrengen. Het voorstel van Vooruit brengt amper 1 miljard euro op.
Een miljonairstaks had er eigenlijk al lang moeten komen. Daar is een groot draagvlak voor
Het meest uitgewerkte voorstel van een miljonairstaks is van de PVDA, die jaarlijks netto 8 miljard euro kan opbrengen. Voor het belastingtarief wordt een eenvoudige formule aangehouden: op netto vermogens tussen de 5 en de 10 miljoen euro wordt een belastingtarief van twee procent gehanteerd en op de netto vermogens boven de 10 miljoen euro wordt het belastingtarief verhoogd naar drie procent.
Zo’n miljonairstaks had er eigenlijk al lang moeten zijn. Voor deze taks is er een groot draagvlak: tachtig procent van de bevolking is voorstander.
Derde alternatief: maak een ernstige analyse van de overheidssteun aan privébedrijven met winstoogmerk. In een studie berekende de denktank Minerva dat in 2022 naar schatting 51,9 miljard overheidssteun ging naar privébedrijven met winstoogmerk in België. Die massa geld gaat naar de werkgevers, zonder dat daar strikte voorwaarden inzake tewerkstelling aan verbonden zijn.
“Door zijn financiële steun”, schrijven de onderzoekers van Minerva, “geeft de staat een bijna onvoorwaardelijke winstgarantie aan de eigenaars van bedrijven. Ze zijn namelijk niet verplicht om terug te betalen als ze hun verplichtingen niet nakomen. Dat wil zeggen: op zijn minst de werkgelegenheid handhaven. Het risico van kapitalistische investeringen wordt dan, via de staat en de sociale zekerheid, overgedragen op de belastingbetalers, leraren, ambtenaren, verpleegkundigen, enz.”
De conclusie ligt voor de hand. Alle loonsubsidies moeten grondig doorgelicht worden: wat levert het op aan jobs tegenover de kost, en waar zitten de neveneffecten? Zo’n oefening kan miljarden opleveren.
“Het rotten moet stoppen”
Over de begroting zei Bart De Wever heel stoer dat “het rotten moet stoppen”. Maar het is de N-VA zelf dat het rottingsproces mee in gang heeft gezet. Toen ze in de regering-Michel zaten (2014 – 2018), waren ze mee verantwoordelijk voor de taxshift en al helemaal voor de verlaging van de vennootschapsbelasting, zonder dat deze werden gecompenseerd.
Onder de taxshift moet worden verstaan: de verlaging van de werkgeversbijdragen van 32,4 procent naar 30 procent in 2016 en vervolgens van 30 procent naar 25 procent vanaf 2018. Het Federaal Planbureau berekende dat de sociale zekerheid in 2023 door deze maatregelen 7,8 miljard euro aan inkomsten verliest in de commerciële sectoren.
Een rechtvaardig beleid komt enkel onder druk van de straat en de werkvloer
Onder dezelfde regering met de N-VA werden de belastingtarieven van de vennootschapsbelasting verlaagd. De toenmalige minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) beloofde deze kost volledig te dekken door een aantal compenserende maatregelen.
Zo zou hij het aantal belastingverminderingen beperken. De hele operatie zou dan budgettair neutraal zijn. Maar het omgekeerde gebeurde. De meeste fiscale aftrekposten werden behouden en sommige zelfs uitgebreid. Minerva schat het verlies in 2023 voor de overheid op 5,4 miljard euro.[4]
Alleen al het terugdraaien van de taxshift én de verlaging van de vennootschapsbelasting levert ruim meer op dan de 10 miljard die Bart De Wever zoekt om de begroting te herstellen en het rotten te stoppen. Maar dat is natuurlijk een politieke keuze die enkel zal gemaakt worden onder druk van de straat en de werkvloer. Daarom kondigen de vakbonden een 'November appel' aan, een stakingsdriedaagse op 24 november (in openbaar vervoer), 25 november (in openbare diensten) en 26 november (nationale stakingsdag).
Lees ook:
- Begrotingsgesprekken: De Wever mikt op zieken en spaart de miljonairs
- Dossier: De plannen van de regering De Wever
Notes:
[1] Lesage, D., Mondialisering en fiscale rechtvaardigheid, Belastingpolitiek in een open wereldeconomie, Leuven 2006, p.167.
[2] Accijnzen zijn net als de btw een indirecte belasting en worden over het algemeen geheven over de hoeveelheid van het product (bijvoorbeeld 0,60 euro per liter benzine) en niet over de waarde daarvan. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de btw, de belasting over de toegevoegde waarde.
[3] Het gaat om respectievelijk 69 en 66 miljard euro. Nationale Bank, Verslag 2024, p.288.
[4] Minverva, Overheidssteun voor privébedrijven met winstoogmerk in België, p.5.