De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.
Een kleine theologie van de verzorgingsstaat
De Standaardversie focuste enkel op zijn statement dat de verzorgingsstaat geen enkele hogere waarheid vertegenwoordigt, deze onderhavige langere versie ook op het feit dat niemand ervoor wil sterven.
In een opiniestuk onder de titel ‘Het is gedaan met Europa: niemand geeft zijn leven voor de verzorgingsstaat’ zwaait Benno Barnard zoals gebruikelijk met veel panache met geschiedenis en literatuur (De Standaard, 27 september). Maar plots pakt hij uit met de retorische vraag: “Wie wil er nu sterven voor de verzorgingsmaatschappij, die geen enkele hogere waarheid vertegenwoordigt, alleen de sociale zekerheid en morele platitudes?”
Daar ben ik het hartgrondig, bijna afgrondelijk mee oneens. De verzorgingsstaat vertegenwoordigt niet alleen het beste maatschappelijke systeem uit de wereldgeschiedenis – ik zie, als ik ‘van Altamira tot heden’ de maatschappijsystemen in de loop van de geschiedenis overschouw, bitter weinig concurrentie – maar de verzorgingsmaatschappij belichaamt ook nog eens het hoogste goed: zijn wederzijdsheid.
We zijn het vergeten, maar de sporen zijn nog overal duidelijk: het ziekenfonds heet nog altijd ‘mutualiteit’, wat letterlijk wederzijdsheid, wederkerigheid betekent. De werkloosheidsuitkering wordt nog altijd – zeer tegen de zin van onze premier – uitgekeerd door de vakbonden.
Waarom? Omdat de sociale zekerheid, niet alleen de werkloosheidsuitkering, maar ook de ziekteverzekering én de pensioenen werden uitgevonden door de mijnwerkers en de industriële arbeiders in de 19e eeuw. Je vraagt je af waarom dat zo wordt verdrongen in ons collectieve geheugen.
Staande op één been
Wederzijdsheid is de hoogste waarde. Barnard noemt de religie naast de kunst de belichaming van het hogere. Maar hij vergeet uit te leggen waarom. Ik wil hem even een handje helpen.
Omdat hij net als ik een groot bewonderaar is van de joodse traditie, begin ik daar. Bij Hillel. Die rabbijn, een van de wijste mensen die ooit op deze aardkloot hebben rondgelopen, beweerde met enig gevoel voor humor dat je de Thora – de leer, de morele wet maar ook de hele Heilige Schrift van de joden – moest kunnen uitleggen staande op één been.
Lijkt niet zo simpel, maar hij deed het: “Doe nooit een ander aan, wat je niet wil dat een ander jou aandoet. Dat is de hele Thora. Ga en leer.” Formidabele formule.
Hoera voor Hillel. Christus noch Kant deed ooit beter, zij verzonnen alleen fabuleuze varianten op dat bijna axiomatische basisprincipe. Zeker Kants categorische imperatief is niets anders dan een prachtige filosofische parafrase. ‘Handel zo dat je maximes veralgemeenbaar zijn’.
Abstract, maar uiteindelijk komt het op hetzelfde neer. Als je leefregels voor iedereen moeten kunnen gelden, betekent dat wat voor mij geldt, ook voor jou geldt en omgekeerd, altijd weer die reciprociteit.
De wonderbare broodvermenigvuldiging
Het moet gezegd dat de wederzijdsheid van Christus daar wel nog een serieuze laag bovenop legde, zoals in de parabel van de wonderbare broodvermenigvuldiging: als iedereen het zijne bijdraagt, is er overvloed. Prachtige aanschouwelijke uitleg van het principe van de ‘commons’: sharing is caring.
En het werkt, dat mirakel herhaalt zich probleemloos in het gebruik dat in het Frans Auberge Espagnole heet en in het hedendaagse Nederlands potluck: als iedereen wat eten en drank meebrengt, krijg je gegarandeerd altijd een rijkelijk festijn.
En de eucharistie, het delen van het brood, is alleen maar universeel in het licht van dat samen eten en drinken, dat delen, als antropologisch oerritueel. “Bemint de naaste als uzelf”, is de apotheose van die overmaat van het delen.
Maar het ligt toch dicht bij Hillel. Hier nog een van zijn onnavolgbare oneliners: “Indien niet voor mij, voor wie dan wel? Indien alleen voor mij, wat ben ik dan?” Pakkend en grappig tegelijk. Een doordenkertje. Beter dan veel zen-boeddhistische koans (paradoxale uitspraken uit het Zen-boeddhisme die rationeel denken willen doorbreken en intuïtief inzicht willen stimuleren, n.v.d.r).
De verzorgingsstaat belichaamt het hoogste goed, en het is veruit het beste maatschappelijke systeem dat de geschiedenis ooit heeft voortgebracht
Wel dat, dat idee van wederzijdsheid, mijn beste Benno Barnard, is het principe dat de uitvinders van de sociale zekerheid, de mijnwerkers van de negentiende eeuw, in de meest barre omstandigheden, hebben heruitgevonden en toegepast: als iedereen bijdraagt, dan kunnen we mensen die zonder werk vallen, ziek worden of te oud zijn om nog te kunnen werken, bijspringen.
De verzorgingsstaat belichaamt dus het hoogste goed, volgens Hillel, Kant en Christus. En het is daarenboven, alles wel beschouwd, veruit het beste maatschappelijke systeem dat de geschiedenis ooit heeft voortgebracht.
En dan dat sterven
En dan is er nog de vraag waarom niemand voor de verzorgingstaat wil sterven. Barnard heeft daar een punt: niemand wil ervoor door het vuur gaan, blijkbaar. Dat heeft precies te maken met dat totale gebrek aan collectief geheugen wat betreft de oorsprong van de verzorgingsstaat.
Want voor de rechten van de sociale zekerheid hebben vele mensen hun leven gegeven. En dat vergeten werd bewust georganiseerd. Het heet neoliberalisme.
Voor de rechten van de sociale zekerheid hebben vele mensen hun leven gegeven
Ex-premier Alexander De Croo (Open VLD) vertelde ooit dat, toen zijn zoontje hem vroeg waarom wij belastingen betalen, hij na even nadenken, het naar eigen zeggen dan maar meteen opgaf, het leek hem onbegonnen werk.
Wat? Alles, beste zoontje van De Croo, alles wat je ziet, van de straatstenen, de waterleidingen en het water, de telefoonleidingen, de kerncentrales, het gratis onderwijs, je school, alles is gebouwd en wordt onderhouden met belastinggeld.
Nondeku, seg
Maar, dat is de truc, het is allemaal zoveel mogelijk vakkundig geprivatiseerd onder het neoliberalisme, met een economische toverformule: ‘privatisering van de winsten, socialisering van de kosten’.
De baten zijn voor de ondernemers, de kosten voor de belastingbetaler. Zo werkt de farma-industrie samen met onze universiteiten bijvoorbeeld. De universiteiten dragen de loonkosten, de laboratoria, de gebouwen, en de industrie privatiseert de resultaten van het onderzoek.
We zijn getuige van een langlopende, slopende samenzwering tegen de verzorgingsstaat. Het is jammer dat onze historici en onze schrijvers zich daar zo weinig van bewust zijn.
Die neoliberale campagne loopt van Friedrich Hayek en Milton Friedman tot de jonge Paul De Grauwe, van denktanks als de Mont Pelerin Society tot Liberales en Itinera, van Ronald Reagan en Margaret Thatcher tot Bart De Wever en Matthias Diependaele, om roeptoeter speedy Gonzalez Georges-Louis Bouchez niet te vergeten (en speedy mag je hier letterlijk nemen).
Het is werkelijk een allesoverheersend wereld- en mensbeeld, dat ons reduceert tot of egoïstische consumenten of ondernemers, maar daardoor bewust vergeet dat we in eerste en laatste instantie burgers zijn, die op basis van wederzijdsheid een sociaal contract aangaan.
Zolang die ‘hegemonie’ van het neoliberalisme, die alomtegenwoordige hersenspoeling, die overheersing van al ons denken en doen, niet doorbroken wordt, zolang zullen er inderdaad geen mensen zijn die willen sterven voor de verzorgingsmaatschappij.
Het zou ijdele hoop zijn dat mijn kleine apologie, of zelfs theologie van de verzorgingsstaat daar verandering in zou kunnen brengen. Maar, zoals het Vlaamse gezonde boerenverstand zegt ‘alle baten helpen’.
Laat ons tenminste blijven protesteren tegen het misprijzen en het vergeten.