Opinie

Toen ze achter Dalilla Hermans aangingen, hebben we niet gezwegen, omdat we enkel samen sterker staan

Afbeelding
Foto: Dalilla Hermans, Instagram Dalilla Hermans.
Foto: Dalilla Hermans, Instagram Dalilla Hermans.
Wat je aandacht geeft, groeit, en dus verdienen haatcampagnes niet te veel aandacht. Maar er komt een moment waarop je de haat niet langer kan negeren, dat het negeren van de haat een privilege wordt voor diegenen die niet met de haat te maken krijgen.

“Ik snap niet waarom sommige politici, schrijvers en gazetten er zo veel plezier in lijken te scheppen om mij zo hard te kwetsen zodat ik verdwijn. Ik was al zo goed als verdwenen. Ik kom al sinds 2019 niet meer op televisie. Ik schrijf al sinds 2021 geen opiniestukken meer, enkel cursiefjes over mijn dagelijks leven. Het is al gelukt.”

"Het is al gelukt"

Ik keek begin deze week naar de video van Dalilla Hermans waarin ze reageerde op de haatcampagne die op gang kwam naar aanleiding van haar bijdrage aan de wereldtentoonstelling in Osaka. Heel onrechtvaardig voelt het om te moeten zien dat Hermans zich gedwongen voelt om zich publiekelijk te verantwoorden voor elke euro die ze heeft ontvangen: volgens welke barema’s ze is betaald, hoeveel zwangerschapsverlof ze heeft genomen, of de minimale hoeveelheid subsidies die ze heeft aangevraagd en nog niet eens heeft ontvangen.

Daar heeft uiteindelijk niemand iets mee te maken. Maar als een schrijver, een krant en een politicus een zwerm trollen aansturen om daar een constante stroom aan desinformatie over te verspreiden, dan is dat wat je creëert.

Als je niet reageert, geef je ook het signaal dat het normaal is

“Het is al gelukt.” Bij het horen van die woorden moest ik even slikken. Wat je aandacht geeft, groeit, en dus verdienen haatcampagnes niet te veel aandacht, zo zei Hermans ook in haar video. Maar als je niet reageert, geef je ook het signaal dat het normaal is, dat het maar moet kunnen. Als een bepaalde groep mensen op een georganiseerde manier systematisch het publieke debat uit wordt gepest, dan helpt het niet om dat dood te zwijgen.

Haat negeren is een privilege

Want dat is wel degelijk wat er gebeurt. Enkele jaren geleden getuigde journaliste, schrijfster en mensenrechtenactiviste Samira Atillah:

“De waarheid is dat ik elke dag, iedere dag, haatberichten krijg. Daar zitten ook doodsbedreigingen bij, zoals gisteren en dit weekend. Ik lees elke dag zo’n dingen in mijn inbox, ik krijg anonieme telefoontjes met bedreigingen, online-lynchpartijen, mijn naam en foto’s worden in groepen gedeeld om me aan te vallen als mensen me tegenkomen. Elke dag krijg ik bedreigingen, haat, en ik kijk altijd over mijn schouders. Het heeft een zwaar effect op mijn leven, en ik wou jullie dat gewoon vertellen. Ik voel me een stuk opgejaagd wild, en het wordt elke dag erger.”

Zulke haat schrikt wel degelijk af om nog langer je mening te uiten

Wie iets gelijkaardigs meemaakte, was Jihad Van Puymbroeck. Zij getuigde in Zwijgen is geen optie hoe in het Discord-account van Schild & Vrienden pagina’s aan chatberichten aanwezig waren, waarin werd overlegd over de intimidatiecampagne tegen haar. Een intimidatiecampagne die trouwens mee mainstream werd gemaakt door Theo Francken. Diezelfde Theo Francken die door het opiniestuk over Dalilla Hermans van Marnix Peeters in Het Laatste Nieuws te delen, de haatcampagne tegen Hermans mee groot heeft gemaakt.

Wat de getuigenissen van mensen zoals Dalilla, Samira en Jihad ons zouden moeten leren, is dat er een moment komt waarop je de haat niet langer kan negeren. Dat het een grote impact kan hebben op je leven, op je gevoel van veiligheid. Dat zulke haat wel degelijk afschrikt om nog langer je mening te uiten. Dat het dus werkt. Dat het negeren van de haat vooral een privilege is voor diegenen die er niet mee te maken krijgen.

Samen sterk

Terwijl sommigen vanuit een comfortabele positie overal waar ze maar willen mogen roepen dat ze ‘tegenwoordig niks meer mogen zeggen’, worden mensen die het opnemen voor zij die aan de onderkant staan systematisch monddood gemaakt. Het begint niet toevallig bij mensen zoals Jihad, Samira en Dalilla, kritische jonge vrouwen van kleur. Maar de manier waarop zij aangevallen worden, zegt ook iets over de manier waarop men mensen, en dus ons allemaal, kan gaan behandelen indien we dit niet stoppen.

We hebben dus niet de luxe om de haat te negeren. Uiteindelijk zal men zich richten tot alle kritische journalisten, syndicalisten, klimaatactivisten. En als er niemand meer over is om ons te verdedigen, zullen we allemaal verliezen. Tenzij we nu allemaal duidelijk zeggen – en het maakt daarbij niet uit of je haar leuk vindt en of je haar visie volgt: “Toen ze achter Dalilla Hermans aangingen, hebben we niet gezwegen, omdat we enkel samen sterker staan.”

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?