"Dekolonisatie gaat niet alleen over publieke debatten waar je dingen moet uitleggen aan witte mensen"

Afbeelding
Cover van het boek 'Dochter van de dekolonisatie'.
Cover van het boek 'Dochter van de dekolonisatie'.
In dit voorwoord van het boek 'Dochter van de dekolonisatie' schrijft Bitshilualua Kabeya over waarom dekolonisatie niet alleen over grote publieke debatten gaat. "Het is niet alleen een kwestie van theorieën maar ook van ervaringen".

Wanneer ik de cover van Dochter van de dekolonisatie voor het eerst onder ogen kreeg weet ik niet meer. Maar ik herinner me nog precies wat ik dacht. Dat zwarte meisje met die witte jurk! Die gekruiste armen! Je ziet haar gezicht niet. Maar dat hoeft ook niet om te voelen hoe kwetsbaar ze is. Soms kunnen covers je raken. De cover van de eerste editie van het boek van Nadia Nsayi raakte me tot diep in mijn hart. Op een of andere manier drukte David Katshiunga, die het schilderij maakte, ermee uit hoe ik me vaak gevoeld heb in Vlaanderen. Als zwart meisje zien mensen je vaak niet staan. Voor hen heb je geen gezicht.

Ook de titel van het boek kwam binnen. Als we spreken over ‘kolonisatie’ of ‘dekolonisatie’, dan linken we dat snel aan De Grote Politiek. Het is natuurlijk waar, het debat ís ook politiek. Maar door ‘dekolonisatie’ in één adem met ‘dochter’ te noemen doet Nadia je direct begrijpen dat het niet alléén om grote verhalen draait. En ook niet per sé over publieke debatten waarin je dingen moet gaan uitleggen aan witte mensen.

Net zo goed heeft het iets heel persoonlijks. Ook in onze families moeten we erover praten. Dekolonisering gaat net zo goed over mij, over mijn naasten, over mijn vrienden. Het is niet alleen een kwestie van theorieën maar ook van ervaringen. Onze ervaringen. Het is een gesprek dat wij als gemeenschap moeten voeren.

Later heb ik me vaak afgevraagd: welke tools hadden die leerkrachten eigenlijk om mij op te vangen en op mijn gemak te stellen?

En zo kwam dat ik niet lang nadat Dochter van de dekolonisatie was verschenen naar De Standaard Boekhandel in Merchtem holde. Het was een dag in mei, het jaar was 2020, we zaten volop in de pandemie. Maar mondmasker of niet, ik had me opgemaakt. Een feestelijke jurk aangetrokken. Een tulband opgezet. Voor mij was het een overwinning, een viering, een feest, die winkel binnen te stappen, naar de toonbank te wandelen en te melden: ‘Hallo, ik ben op zoek naar Dochter van de dekolonisatie, het nieuwe boek van Nadia Nsayi.’ Je moet weten: ik ben een lezer en heb al veel boeken gekocht, daar in Merchtem. Maar nog nooit een dat voor meisjes als mij geschreven was, nog nooit een dat van de hand van een grote zus was.

Tijdens het lezen van Dochter van de dekolonisatie moest ik vaak aan mijn jaren op de gemeentelijke basisschool De Plataan in Merchtem denken. Ik belandde op mijn negende in België. Het was oktober, het schooljaar was al gestart en instaplessen Nederlands bestonden niet. Ik was de eerste leerling die rechtstreeks uit Congo kwam. Er zaten wel een paar zwarte meisjes maar die waren hier geboren.

Later heb ik me vaak afgevraagd: welke tools hadden die leerkrachten eigenlijk om mij op te vangen en op mijn gemak te stellen? Als ik ze nu tegenkom hebben we het daar wel over. ‘Als we toen wisten wat we nu weten’, zeggen ze dan, ‘we hadden de zaken anders aangepakt.’ Ik ben mild voor hen, ze deden hun best, het was een andere tijd.

Het maakt van Dochter van de dekolonisatie wel het boek waarvan ik wenste dat het al tijdens mijn tienerjaren had bestaan. Ik had het gelezen en ik had het laten lezen. Mijn tijd op school had er deels anders door kunnen uitzien. Zoals ook mijn ervaring in Vlaanderen misschien anders was geweest. Dat zijn grote woorden maar ik denk dat ze kloppen. Het boek had me beter gewapend tegen alle kwetsende opmerkingen.

‘Hadden jullie brood in Congo?’

Dan heb ik het over de ontelbare keren dat men me vertelde dat mijn verhuis van Congo naar België mijn ‘redding’ was geweest. Of dan denk ik terug aan alle verhalen over ‘de arme kindjes in Afrika’ die ik heb moeten aanhoren. Of aan dat eeuwige gevraag: ‘Hadden jullie brood in Congo?’ Als onze geschiedenissen anders waren gelopen, dan was er meer uitwisseling met mijn klasgenootjes geweest. Hing die machtsrelatie niet als een donkere schaduw over ons heen.

In de maanden en jaren na het verschijnen van het boek, begon ik steeds bewuster te zoeken: wie zijn de mensen die dit werk doen? Wie houdt het vuur van dekolonisatie brandend, niet enkel in boeken en panels, maar in het leven van elke dag? Het werd een reis vol ontmoetingen en inzichten.

De Dochter van de dekolonisatie-generatie

In Vlaanderen kwam het dekolonisatie-debat traag op gang. Mijn reis begon met vragen. Niet alleen over wat dekolonisatie betekent in theorie, maar vooral: hoe het eruitziet in het dagelijks leven. Wie belichaamt het? Wie doet het werk, wie draagt het verhaal, wie ademt het verzet?

In die zoektocht kwam ik onderweg zovele mensen en collectieven tegen die me raakten, wakker schudden en op nieuwe paden brachten. Het zijn zij die me leerden dat dekolonisatie niet enkel een analyse is, maar een houding. Een ritme. Een relatie tot de aarde, tot taal, tot geschiedenis en tot elkaar. Het Ekolo-collectief in Kinshasa was een van de eerste stemmen die mij inspireren, niet in de vorm van een luid manifest, maar via hun wandelingen. Hun manier van stappen, kijken, luisteren naar de stad en haar verborgen geschiedenissen, toonde mij dat ruimte ook een archief is.

In Brussel vond ik een echo van die praktijk bij Mémoire Colonial, die de Belgische hoofdstad laag per laag afpellen en koloniale stilte doorbreken met collectieve herinnering en publieke actie. De Congolese Kring is een ontmoetingsplek waar het verleden niet stil blijft liggen, maar in gesprek gaat met het heden. Tussen generaties, talen en perspectieven.

Het boek van Nadia bracht veel in beweging. Ook voor mij

En dan zijn er de mensen. Zusters in strijd, spiegels en vonken. Tracy Tansia en Nadège Tansia, hun poëzie en politiek, hun liefde voor het archief en de gemeenschap, blijven mij bij. Zakayo Wandoloh is voor mij meer dan een medestander, hij is iemand tot wie ik altijd kon gaan voor advies. Zijn engagement voor Congo, zijn helderheid en betrokkenheid, maakten hem tot een vaste steun. In zijn werk zie ik een diepe liefde voor het land en een scherp besef van wat dekolonisatie werkelijk vraagt: toewijding, kennis en verbondenheid, over generaties heen. En Maud-Salomé Ekila, een jonge maar heldere stem, die met elke stap toekomst opent. Activisme leeft in haar adem. Ten slotte wil ik het werk van Philsan Osman eren. Haar scherpe inzichten en engagement op het snijvlak van dekolonisatie, ecologie en intersectionaliteit tonen hoe de strijd verweven is met zorg – voor land, voor lichaam en voor elkaar.

Zij allen hebben mijn denken verrijkt, mijn hart bewogen en mijn blik gescherpt. Dit boek, Dochter van de dekolonisatie, staat niet los van hen, het groeit uit dezelfde grond.

Het boek van Nadia bracht veel in beweging. Ook voor mij. Omdat het me iets deed een Congolese vrouw uit België bij de bronnen van een schrijfopdracht te kunnen zetten. Maar ook omdat het me inspireerde. Zelf maakte ik in 2021, een jaar nadat de eerste editie in de winkel lag, een audiogids voor de expo ‘Congoville’. Die liep in het Middelheimmuseum, vlakbij de plek waar in 1920 de Koloniale Hogeschool werd opgericht, en onderzocht de sporen van de koloniale geschiedenis van de site.

Alsof er geen zwarte meisjes rondlopen die ervan dromen astronaut te worden of graag aan yoga doen

Het zorgde voor het samenvloeien van twee werelden. Aan de ene kant had je de deelnemende Afro-Amerikaanse kunstenaars. Toen ik jonger was, was Amerika ons referentiepunt. Hun werk leerde me dat het verhaal van Congo niet alleen Congolees is, maar over de grenzen heen wordt gedragen. Aan de andere kant had je bij ‘Congoville’ ook Congolese kunstenaars. Hier hoor je vaak: in Congo is niemand bezig met dekolonisering. Het tegendeel bleek waar.

Later startte ik mijn podcast Menji. Ik wilde een leemte opvullen. Als zwarte mensen in de media komen, dan is dat vaak om op racisme en discriminatie te reageren. Alsof wij daarnaast niks te vertellen hebben, alsof er geen zwarte meisjes rondlopen die ervan dromen astronaut te worden of graag aan yoga doen. Bij Menji Talks komen onze verhalen, talenten, stemmen aan bod en die zijn niet per se aan pijn gelinkt. Ik wil bovendien dat mijn gasten kunnen spreken zoals ze spreken. Vanuit eigen ervaring. En in het Nederlands, Frans, Engels en Lingala: alle talen vloeien er door elkaar.

Maar er is nog een belangrijke reden waarom ik de podcast lanceerde: de oudere generatie. Wat hebben onze ouders gedaan, zodat wij verder kunnen bouwen? Ze babbelen er niet snel spontaan over en daarom moeten we hen vragen. Het is belangrijk die sporen bloot te leggen. Want wie het hen vraagt doet ertoe. Laat mijn mama babbelen in een Vlaams praatprogramma en ze zal direct beginnen benadrukken hoezeer ze haar best heeft gedaan om zich te integreren. Maar dat weet ik al. Wat mij interesseert, is meer dan dat. Ik wil weten wie ze is, niet alleen als iemand die pijn heeft gekend, maar als iemand die liefheeft, lacht, zoekt, overleeft, verlangt en draagt. Ik wil weten wat zij aan me wil doorgeven en wat zij me wil leren.

Onze generatie trekt aan de kar terwijl we weten dat we niet alle vruchten zullen plukken

Zoals ik zijn er velen. Misschien is mijn generatie, noem ze de Dochter van de kolonisatie-generatie, minder zichtbaar, komt ze minder in de grote media. Maar ik zie waar de actievelingen van toen zitten, de drijvende krachten achter de studentenorganisaties, de activisten, de handen-uit-de-mouwen-stekers. Ze bouwen structuren uit, zijn actief in het middenveld en proberen voor verandering te zorgen.

Ja, ook onze generatie offert zich op. Daarmee bedoel ik dat wij aan de kar trekken, terwijl we weten dat we niet alle vruchten zullen plukken. Maar we zullen het estafettestokje doorgeven. En als we ooit kleinkinderen hebben, zal het heel normaal zijn dat ze aansluiten bij een Afrikaanse studentenvereniging.

Ik ben voorzichtig optimistisch. Je merkt dat er stilaan dingen veranderen. Ik werk nu bij een sociaal culturele organisatie. Een tijd geleden kregen we twee meisjes van een zwarte studentenorganisatie over de vloer. Onze directrice vroeg of ze wilden samenwerken voor een project rond dekolonisatie. Ze antwoordden dat ze daar eigenlijk niet mee bezig zijn. Daar schrok ik wel van. Maar tegelijk maakt het me blij dat Afrikaanse studenten gewoon studenten kunnen zijn.

Yaya Nadia

In het Lingala spreken we een oudere persoon aan met ‘yaya’. Nadia Nsayi is echt een yaya. Waar ze ook terechtkomt, ze opent deuren en gaat niet weg tot ze weet dat die deur veilig is. Ze is een politicoloog met heldere en coherente analyses. Maar ze neemt de verantwoordelijkheid die bij zo’n rol komt heel ernstig. In Vlaanderen is ze een unieke stem die velen inspireert. Ik hoop dat ze met deze geactualiseerde editie van Dochter van de dekolonisatie een nieuwe generatie mag inspireren zoals het dat met mij deed.

Bitshilualua Kabeya is educator en oprichter van Menji ASBL

Afbeelding
x
x

Dochter van de dekolonisatie, Nadia Nsayi, Epo Uitgeverij, 2025, pp. 250, ISBN 9789462675322

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?