De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.
De moord op Julien Lahaut: 75 jaar later blijft de beerput open
18 augustus 2025
Julien Lahaut was een Belgisch arbeider, vakbondsman en politicus. Hij begon zijn leven als metaalbewerker en groeide uit tot een belangrijke leider binnen de arbeidersbeweging. Lahaut speelde een centrale rol in de Communistische Partij van België (KPB) en werd tijdens de Tweede Wereldoorlog een bekend verzetsfiguur.
Na de bevrijding werd hij parlementslid en partijvoorzitter, en stond hij bekend als een onverzettelijke verdediger van de arbeidersklasse.
Op 11 augustus 1950, tijdens de eedaflegging van koning Boudewijn, riep Julien Lahaut in het parlement “Vive la République!”. Zijn kreet sloeg in als een bom. België zat midden in de Koningskwestie: het land was diep verdeeld over de terugkeer van koning Leopold III, die tijdens de oorlog omstreden beslissingen had genomen.
De moord op Lahaut was politiek gemotiveerd genoot steun uit politieke, militaire en kerkelijke hoek
Voor de conservatieve en katholieke elites was Lahauts uitroep een regelrechte provocatie. Het werd gezien als een symbool van verzet tegen de monarchie en een bedreiging voor de gevestigde orde. Amper een week later, op 18 augustus 1950, werd Lahaut voor zijn woning in Seraing doodgeschoten.
De moord was politiek gemotiveerd en werd al snel gelinkt aan anticommunistische netwerken die steun genoten uit politieke, militaire en kerkelijke hoek.
Tot vandaag blijft de moord een scharniermoment in de Belgische geschiedenis, als symbool van hoe ver het anticommunisme in ons land reikte.
Senaatsrapport bracht nieuwe puzzelstukken
Tien jaar geleden verscheen het Senaatsrapport Wie heeft Lahaut vermoord?. Dat rapport leverde eindelijk een sleutel om de moord op Julien Lahaut beter te begrijpen.
Maar eigenlijk waren de contouren van het complot al veel eerder bekend. Dertig jaar voordien hadden historici Rudi Van Doorslaer en Etienne Verhoeyen de zaak tot in de details blootgelegd.
Centraal in hun onderzoek stond Auguste Roeseler. Hij maakte deel uit van een katholiek stay-behindnetwerk, dat zich zogezegd voorbereidde op een mogelijke Russische inval. In dat netwerk zaten ook figuren als Leclef, de secretaris van kardinaal Van Roey, kolonel Mampuys en André Moyen van Milpol.
In de boeken van de onderzoekers kreeg Roeseler de codenaam “Marc”. Maar wie aandachtig las, kon er onmogelijk naast kijken.
“Marc” kon maar één man zijn
De beschrijving sloot perfect aan bij het profiel van Roeseler. Hij was voorzitter van de Brusselse KAJ, samen met Jean Peeters betrokken bij de Hulp voor Arbeiders in de Vreemde en Werkweigeraars[1], en ook nog voorzitter van het Nationaal Verbond voor Weggevoerden en Werkweigeraars (NVW).[2]
Het kon eigenlijk maar één man zijn: Auguste Roeseler. Dat was voor ingewijden én voor buitenstaanders duidelijk, zo stelde Jean-Pierre Van Rossem in zijn boek Onverwerkt verleden – de moord op Lahaut (2010).
Van Rossem kwam tot dat besluit na het lezen van het intrigerende werk van Pieter Lagrou, Mémoires patriotiques et Occupation nazie. Daarin verwees Lagrou in een beruchte voetnoot naar details die onmiskenbaar naar Roeseler wezen.
Opvallend is dat Lagrou al in 1992, tijdens een symposium over de verplichte tewerkstelling in Duitsland, snoeihard uithaalde naar het NVW. Dat gebeurde nota bene onder het voorzitterschap van... Roeseler zelf.
Tot vandaag blijft het verbazen dat Auguste Roeseler decennialang ongemoeid zijn weg kon gaan
Intussen trad Roeseler ook al naar buiten als een gerespecteerd spreker. In 1986 kwam hij samen met Robert Hertogen aan het woord in de BRT-reeks Verzet, over de hulp aan weggevoerden en werkweigeraars. En in 1989 verscheen het boek KAJ, haard van verzet, geschreven door oudgedienden van de KAJ – opnieuw met Roeseler als een centrale figuur in de achtergrond.
De moordenaar van Lahaut
Tot vandaag blijft het verbazen dat Auguste Roeseler decennialang ongemoeid zijn weg kon gaan. Al sinds 1985 lag er immers voldoende informatie op tafel om hem te linken aan een geheim “stay behind”-netwerk dat ‘communisten’ opspoorde in bedrijven en administraties, en die informatie doorspeelde aan burgerlijke en militaire veiligheidsdiensten. Toch werd dat spoor jarenlang genegeerd.
Historici Etienne Verhoeyen en Rudi Van Doorslaer zagen het al vroeg. In hun onderzoek uit 1985 schreven zij hoe ‘Adolphe’ via Jean Peeters in contact kwam met ‘Marc’ – Roeseler dus – die hem vervolgens aan André Moyen voorstelde. Wat toen nog verzwegen bleef: de identiteit van ‘Adolphe’.
De Senaatscommissie van 2015 leverde een cruciale doorbraak
Vandaag weten we dat het François Goossens was, de man die de vier dodelijke kogels op Julien Lahaut afvuurde. De link met Roeseler was er dus wél, alleen plakte niemand er toen nog expliciet een naam op. Dat dit gegeven in 1985 niet voldoende was om Roeseler ter verantwoording te roepen, blijft een schokkend voorbeeld van bewust wegkijken.
Verloren PV
De Senaatscommissie van 2015 leverde een cruciale doorbraak. Op basis van een verloren gelegd proces-verbaal kon de band tussen Auguste Roeseler en François Goossens eindelijk zwart op wit worden aangetoond.
Dit document werd tot twee maal toe in het rapport integraal weergegeven met onder andere deze inhoud:
"...Met zekerheid kan eveneens worden gemeld dat volgende personen werkzaam zijn voor Moyen, A., en tevens daadwerkelijk optreden in het kader van het BACB:
1. Goossens, Frans, assureerder, wonende te Halle, De Maeghtlaan nr 124-telefoonnummer 565657 - die deel uitmaakt van de Weerstandsgroepering 'AS', en dewelke blijkbaar niet achteruit schijnt te deinzen voor eender welke actie, die hem gebeurlijk zou worden opgelegd....
2. Roseleer, wonende te Brussel, alwaar hij als bediende werkzaam is op de Banque de Bruxelles (hoofdzetel). Voornoemde laat zich doorgaan als vertrouwensman van Moyen, A., dewelke hem doorgaans belast met de speciale opdrachten voor de provincie-hoofden van de beweging. ...
In het onderzoeksrapport in opdracht van de senaat wordt driemaal gesproken over de 'aandachtige lezer'. Deze 'aandachtige lezer' zal in onderstaande oplijsting met linken naar de originele uitgaven, alle elementen vinden om het hierboven geschetste tot in detail na te gaan.
Waarom is pas in 2015 het onderzoek in opdracht van de Senaat uitgevoerd?
Het senaatsrapport heeft geen duidelijkheid kunnen brengen over de juiste toedracht van de feitelijke sabotage van het onderzoek naar de moord op Lahaut, noch over de opdrachtgevers ervan. Wel werd een gedetailleerde analyse gemaakt van het anti-communitische Netwerk (van Adré Moyen) en de BACB als kader waarbinnen François Goossens tot de actie is overgegaan.
Onderzoek vol gaten
Maar ook na al die nieuwe onthullingen blijven er hardnekkige vragen hangen. Hoe kan het dat na 1985 niemand Auguste Roeseler aansprak op zijn rol in het netwerk van André Moyen? Zelfs de makers van de BRT-serie Verzet, die ongetwijfeld het boek van Van Doorslaer en Verhoeyen kenden, lieten het onderwerp onaangeroerd.
Waarom werd zijn naam vervolgens doodgezwegen in KAJ, Haard van Verzet uit 1989? Dat boek kwam nochtans tot stand met de medewerking van mensen die zij aan zij met Roeseler hadden gewerkt in de hulp aan werkweigeraars en weggevoerden. Ook zij konden niet onbekend zijn met de eerdere onderzoeksresultaten over de moord op Lahaut.
Waarom is pas in 2010 een vervolg gegeven aan de vaststelling van 1985 door de beide auteurs, en nog wel door dezelfde auteurs en is pas in 2015 het onderzoek in opdracht van de Senaat uitgevoerd?
De rol van de katholieke kerk blijft in deze geschiedenis een open wonde
Maar ook als de kogels zwegen, betekende dat niet dat de anticommunistische actie verdwenen was. Integendeel. Na 1965 verschoof de focus naar het opkomende ‘nieuw links’. Studentenbewegingen, radicale arbeiders en later de PVDA/PTB werden objecten van observatie, infiltratie en provocatie.
Het repertoire van André Moyen en zijn netwerk bleef doorwerken, al veranderden de middelen. Het recente boek van Hermy over de zogezegd ‘kameleontische PVDA’ past perfect in diezelfde traditie.
Daarnaast blijft ook de rol van de katholieke kerk in deze geschiedenis een open wonde. Het aartsbisdom, via de secretaris van kardinaal Van Roey, was rechtstreeks betrokken bij het stay-behind-netwerk. Toch werd dit luik nooit echt grondig onderzocht.
De parallellen met andere doofpotoperaties dringen zich op: zoals de decennialange stilte en ontkenning rond seksueel misbruik binnen de kerk. Ook hier koos de clerus ervoor om weg te kijken in plaats van verantwoordelijkheid op te nemen.
Vergeten geschiedenis
Het is misschien wel de grootste ironie van de geschiedenis: het keiharde anticommunisme dat na de oorlog de toon zette, lag tegelijk mee aan de basis van het ontstaan van ‘nieuw links’ aan de katholieke universiteit van Leuven.
De democratisering van het onderwijs in de jaren zestig bracht kinderen van de vroegere KAJ-ers naar de universiteit. Hun rol was cruciaal, zeker de KWB’ers[3] van 1963/1964, die met hun manifestactie en het jaarprogramma “Het kapitalisme maakt de mens kapot” een duidelijk signaal gaven.
Toen deze twintigers thuis kwamen met hun nieuwe ontdekkingen over marxisme, communisme en het idee van een gemeenschappelijk front tussen arbeiders en studenten, klonk dat in veel katholieke gezinnen verrassend vertrouwd.
Het blijft wachten tot historici deze vergeten geschiedenis eindelijk ten volle blootleggen
In plaats van de communistische ideeën uit te roeien, zoals de BACB en haar netwerken hadden gewild, kregen ze een nieuwe voedingsbodem. Het resultaat was niet minder dan een tegenbeweging die de christelijke arbeidersbeweging jarenlang zou verlammen. Tot vandaag nog wordt de PVDA/PTB vaak niet als een volwaardig stemalternatief erkend binnen die traditie.
Die geschiedenis is nog lang niet afgeschreven.
Wanneer komt er eindelijk een onderzoek naar het draagvlak dat ook binnen de christelijke arbeidersbeweging groeide voor het ontstaan van nieuw links in de studentenrevolte van de jaren zestig? Hoe dit vervolgens tot uiting kwam in de Fordstaking van 1968, de textielstaking van 1969, de mijnstaking van 1970, de Boelstaking van 1971 en zoveel andere momenten van strijd?
En wat met de Witte Woede van 1985 tot 2005, die dezelfde onderstroom van verzet verderzette? Het blijft wachten tot historici deze vergeten geschiedenis eindelijk ten volle blootleggen.
Jan Hertogen is socioloog en publicist
Lees meer:
Met de update van de site www.julienlahaut.be zijn de belangrijkste boeken en rapporten toegankelijk gemaakt aangevuld met enkele nieuwe elementen. Je vindt ze hier terug.
Notes:
[1] De organisatie ‘Hulp aan Arbeiders in de Vreemde en Werkweigeraars’ ontstond in België vlak na de Tweede Wereldoorlog. Ze werd opgericht om concrete steun te bieden aan Belgen die tijdens de oorlog verplicht naar Duitsland waren gedeporteerd om er te werken – de zogenaamde ‘Arbeiders in de Vreemde’ – én aan de werkweigeraars die weigerden hieraan mee te werken en daarom gevangenisstraffen, vervolging of onderduik moesten doorstaan.
[2] Het Nationaal Verbond voor Weggevoerden en Werkweigeraars (NVW) was een Belgische organisatie die na de Tweede Wereldoorlog werd opgericht om de belangen te verdedigen van de tienduizenden Belgen die tijdens de oorlog door de nazi’s verplicht tewerkgesteld werden in Duitsland of die als werkweigeraar in de gevangenis of ondergedoken terechtkwamen
[3] De KWB, of Katholieke Werkliedenbeweging, was een Vlaamse arbeidersorganisatie die in 1945 ontstond als onderdeel van de christelijke arbeidersbeweging. Ze bracht vooral mannelijke arbeiders samen rond vorming, solidariteit en sociale strijd, met een duidelijke katholieke inspiratie.