Open brief

Universiteiten marcheren mee: academisch onderzoek in dienst van de oorlogseconomie

Afbeelding
Bewerkt beeld: Vectorfair J, Adrien_Coquet, Collabno1, Paula via canva.com
Bewerkt beeld: Vectorfair J, Adrien_Coquet, Collabno1, Paula via canva.com
Onder het mom van ‘defensie’ zoeken Vlaamse universiteiten almaar nauwere banden met de militaire industrie. De gevolgen zijn niet alleen moreel pijnlijk, maar fundamenteel ondermijnend voor hun maatschappelijke opdracht. Zo pleiten verschillende docenten en onderzoekers in deze open brief.

Aan de Universiteit Antwerpen verscheen onlangs, weggestopt in een interne nieuwsbrief, een bevraging over “defensie-gerelateerd onderzoek”. De openingsvraag wekte de schijn van openheid - “Is er ruimte voor dit type onderzoek aan de universiteit?” - maar de rest van de enquête liet weinig ruimte voor twijfel. “Moet militair onderzoek altijd een ‘dual-use’ hebben?” “Mag dat met fondsen van eender welke partner, of alleen van NAVO-bondgenoten?” “Hoe kunnen we u ondersteunen om deze subsidies aan te vragen?”

Het uitgangspunt was duidelijk: er moet ruimte zijn voor militair onderzoek. De enige open vraag lijkt hoe het voor medewerkers toegankelijker en aantrekkelijker kan worden gemaakt.

Na jaren van studentenprotesten tegen de aanhoudende invloed van fossiele bedrijven op het universitaire onderzoek en beleid, en tegen de academische medeplichtigheid aan apartheid en genocide, markeert deze nieuwe stap richting militarisering een nieuw moreel dieptepunt voor onze universiteiten. De hypocrisie is pijnlijk: terwijl instellingen in hun officiële communicatie plechtig verwijzen naar mensenrechten, duurzaamheid en vrede, maken ze achter de schermen haastig plaats voor samenwerking met de defensie-industrie.

En UAntwerpen staat hierin niet alleen. De Universiteit van Luik ondertekende recent een partnerschap met Thales, een Franse wapenproducent die onderdelen levert voor drones van het Israëlische leger - drones die onder meer boven Gaza werden ingezet. Aan Howest wordt in samenwerking met Defensie gewerkt aan een ‘Cyber Defence Factory, die studenten klaarstoomt voor cyberoorlogvoering. UGent, UAntwerpen en UHasselt voegen op vraag van het ministerie van Defensie  “oorlogsgezondheidszorg” toe aan hun medische curricula - niet met het oog op volksgezondheid, maar om artsen op te leiden voor militaire missies.

Maar laat ons helder zijn: “defensie” is een eufemisme

Onder coördinatie van VLAIO en WEWIS wordt een inventaris opgemaakt van alle relevante expertise aan hogescholen en universiteiten die inzetbaar is voor ‘defensie’: lucht- en ruimtevaart, AI, biotech, quantum computing, maritieme technologie en energie. Tegelijkertijd moedigen universiteiten hun onderzoekers actief aan om militaire fondsen aan te boren: het Europees Defensiefonds, ReArm Europe, Horizon Europe Defence, en het Vlaams Defensieplan.

Maar laat ons helder zijn: “defensie” is een eufemisme. Het gaat hier niet over dijken, noodplannen of socio-economische bescherming. Het gaat over conventionele wapensystemen, nucleair onderzoek, chemische en biologische wapens, sensor- en surveillancetechnologie, geavanceerde bewapening, battlefield-AI, militaristische diplomatie en militaire geneeskunde - inclusief de behandeling van fysieke en psychologische trauma’s veroorzaakt door deze technologieën. Kortom, onderzoek voor oorlog en de middelen waarmee die gevoerd en gelegitimeerd wordt.

Het feit dat dit nu gebeurt, is geen toeval. We leven in een periode van escalerend ecologisch verval, groeiende ongelijkheid, repressie van sociale bewegingen, en het steeds luider klinkende oorlogstromgeroffel van EU en NAVO. Terwijl sociale bewegingen strijden voor vrede, economische en sociale rechtvaardigheid, waardigheid en duurzaamheid, kiezen universiteiten steeds vaker de kant van de oorlogseconomie. Ze ondergraven daarmee hun eigen doelen rond duurzaamheid, academische onafhankelijkheid en maatschappelijke relevantie.

De militaire industrie wordt nu steeds nadrukkelijker als strategische partner omarmd

De motivatie is ondertussen pijnlijk voorspelbaar: decennia van bezuinigingen hebben academici in een wanhopige precaire situatie gebracht. Ondergefinancierde universiteiten zoeken hun heil bij de markt. Dat leidde eerder al tot diepgaande samenwerkingen met fossiele bedrijven, financiële instellingen en de havenindustrie. De militaire industrie stond al langer op de radar, maar wordt nu steeds nadrukkelijker als strategische partner omarmd. Niet omdat het moet, maar omdat het loont.

Het gevolg is een vorm van intellectuele mercenarisme. Universiteiten schakelen hun infrastructuur, personeel en reputatie in ten dienste van industrieën die rechtstreeks bijdragen aan geweld en onderdrukking. En wanneer studenten daartegen in opstand komen, zoals we dit academiejaar op meerdere campussen zagen, volgt repressie, delegitimatie en vertragingstactiek. “Er is dialoog nodig”, klinkt het dan, terwijl achter de schermen de volgende contracten worden ondertekend.

Aan de UAntwerpen ondertekenden meer dan 120 studenten en medewerkers een brief tegen deze militarisering. Ze vroegen transparantie, een ethisch kader, en een duidelijke keuze voor duurzame vrede. Het antwoord van de universiteit? Een lofrede over “diverse perspectieven” en een verwijzing naar de lange geschiedenis van militair onderzoek aan de universiteit. Intussen bleef de promotie van militaire onderzoeksfondsen gewoon doorgaan.

Dit is dezelfde universiteit die weigert haar banden met Israëlische instellingen te verbreken, ondanks de betrokkenheid van die instellingen bij militaire operaties en scholasticide in Gaza. “Boycots werken toch niet”, luidt het excuus. Maar intussen bouwt men wel met veel overtuiging nieuwe bruggen naar de industrie die diezelfde genocide mogelijk maakt. Er is geen discussie meer of men meestapt. Alleen nog hoeveel van onze sociale missie we bereid zijn op te offeren tijdens de opmars naar oorlog.

Als we willen onderwijzen voor vrede en rechtvaardigheid, kunnen we geen dodelijke wapens helpen ontwikkelen

Nochtans bestaan er alternatieven. Na hun medplichtigheid in oorlogsmisdaden, verplichten zogenaamede “civiele clausules” universiteiten in Duitsland en Japan tot burgergericht onderzoek. In het Verenigd Koninkrijk groeit de beweging voor een gedemilitariseerd hoger onderwijs. In België blijven zulke voorstellen voorlopig dode letter - maar de schandvlek van de Duitse en Japanse naoorlogse wetenschappers kan ook ons bevlekken.

Universiteiten zijn, met hun maatschappelijke mandaat, publieke financiering en educatieve rol, méér dan doorgeefluiken van economisch opportunisme. Of zouden dat toch moeten zijn. Als we willen onderwijzen voor vrede en rechtvaardigheid, kunnen we geen dodelijke wapens helpen ontwikkelen. Als we een duurzame toekomst willen, kunnen we geen verdere partnerschappen aangaan met oliebedrijven en wapenproducenten. Als we rechtvaardigheid willen, kunnen we onze studenten en onderzoekers niet blijven aanbieden aan een industrie die winst haalt uit vernietiging.

Bepaal mee de toekomst”, luidt de slogan van UAntwerpen. Als dit de toekomst is die onze universiteiten voorbereiden, dan is dat geen onderwijs meer. Het is een intellectuele dienstplicht.

Thies Gehrmann (Postdoctorale Onderzoeker, UAntwerpen)

Astrid Jamar (Postdoctorale Onderzoeker, UAntwerpen)

Gert Van Hecken (Hoofddocent, UAntwerpen)

Devanshi Saxena (Doctoraatsonderzoeker, UAntwerpen)

Matthias De Groof (Docent, UAntwerpen)

Paolo S. H. Favero (Hoogleraar, UAntwerpen)

Tomaso Ferrando (Hoofddocent, UAntwerpen)

Koen Bogaert (Hoofddocent, UGent)

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?