Europese Investeringsbank blijft miljarden pompen in wegen en luchthavens
In 2021 riep de Europese Investeringsbank (EIB) zichzelf uit tot de ‘klimaatbank van de EU’. Een kritische analyse van haar investeringsbeleid toont echter dat ze nog altijd een hoop geld leent aan klimaatonvriendelijke projecten, volgens een rapport van de milieu- en transportkoepelorganisatie Transport & Environment (T&E).
Volgens de analyse van T&E blijkt dat de EIB tussen 2021 en 2024 6,1 miljard heeft uitgeleend voor de aanleg van nieuwe wegeninfrastructuur. Daarbij was onder meer een snelweg in Noord-Polen doorheen beschermde natuurgebieden, waarvan de bank zelf had geschat dat die meer dan 3000 ton CO2-uitstoot zou veroorzaken.
De EIB leende ook nog eens bijna een miljard (890 miljoen euro) aan projecten voor de uitbreiding van luchthavens. Zo ontving de luchthaven van het Italiaanse Bologna 90 miljoen euro voor een uitbreiding. Het Spaanse luchthavenbedrijf AENA, dat plannen heeft om de luchthaven van Madrid en twaalf andere luchthavens uit te breiden, kreeg een lening van 800 miljoen euro voor haar investeringsplan.
Olie op het vuur
Volgens Till Eichler, beleidsmedewerker Duurzame Financiering bij T&E “gooien de voortdurende leningen van belastinggeld aan snelwegen en luitbreiding van luchthavens olie op het vuur van de klimaatcrisis.”Om echt een ‘EU-klimaatbank’ te worden, moet de EIB haar steun voor emissiereducties opvoeren, verklaart Eichler. “Dat betekent het risico van investeringen in de Europese productie van e-brandstoffen en batterijen en hun componenten verminderen. Het is tijd dat de EIB haar transportinvesteringen afstemt op Europese klimaat- en industriële ambities.”
Uit het rapport blijkt dat amper 0,7 miljard van de EIB-leningen bestemd waren voor groene of op waterstof gebaseerde brandstoffen. Nochtans zijn die essentieel om de luchtvaart en scheepvaart te vergroenen, stelt de koepel. Als Europa een kans wil maken in de race om schone technologie, moeten deze investeringen sterk omhoog.