Analyse

De verborgen schat: 13 miljard om lonen en pensioenen te redden

Afbeelding
Foto: Goodboy Picture Company via Canva Teams.
Foto: Goodboy Picture Company via Canva Teams.
Terwijl de regering zich buigt over een zomerakkoord met nieuwe besparingen op pensioenen en bevriezing van de lonen, toont een PVDA-studie dat er net wél geld is. Alleen stroomt het de verkeerde kant op: van arbeid naar kapitaal.

De federale regering-Arizona onder leiding van eerste minister Bart De Wever (N-VA) wil verder snoeien in de pensioenen en de lonen blijven blokkeren, zogezegd om dat er geen geld is.

Een nieuwe studie van de PVDA toont echter aan dat hier in werkelijkheid wél geld voor is. Dat geld zit niet bij de werknemers maar bij de winsten van bedrijven. In tien jaar tijd ging er 12,8 miljard euro van arbeid naar kapitaal.

Concreet: in 2013 ging nog 64,7 procent van de toegevoegde waarde bij niet-financiële bedrijven naar lonen en sociale bijdragen. In 2023 was dat nog maar 60,8 procent. Dat verschil — 3,9 procentpunten — komt neer op 12,8 miljard euro.

Het is niet de vergrijzing die onze pensioenen bedreigt, maar een politieke keuze om kapitaal te bevoordelen
In 2022 daalde het loonaandeel fors, vooral door de hoge inflatie en de trage aanpassing van de lonen via indexering. In 2023 steeg het aandeel tijdelijk weer, dankzij een inhaalbeweging met de loonindexering. Die opleving was echter van korte duur en veranderde niets aan de onderliggende dalende trend.

Afbeelding
Bron: PVDA
Bron: PVDA

In plaats van dat de toegevoegde waarde terechtkomt bij wie ze produceert — de werknemers — stroomt ze steeds meer naar aandeelhouders en bedrijfswinsten. Dat is het gevolg van politieke keuzes: loonwetgeving, indexsprongen, en vooral de tax shift van de vorige regeringen.

Als het aandeel van de lonen vandaag hetzelfde zou zijn als tien jaar geleden, dan konden we moeiteloos onze pensioenen financieren én de lonen verhogen met 3,2 procent.

Deze studie van de PVDA toont aan dat het dus niet de vergrijzing is die onze pensioenen bedreigt, maar een politieke keuze om kapitaal te bevoordelen.

Ten koste van sociale zekerheid

Van die 12,8 miljard is 10 miljard verdwenen door lagere werkgeversbijdragen. Vooral de tax shift van de federale regering (onder leiding van Charles Michel, 2014-2018)), die de werkgeversbijdragen van 33 procent naar 25 procent verlaagde, veroorzaakte een groot gat in de sociale zekerheid.
De verlaging van werkgeversbijdragen is een cadeau voor werkgevers, gefinancierd door een stille besparing op de sociale bescherming
Die bijdragen financieren nochtans onze pensioenen, ziekteverzekering en werkloosheidsuitkering. Deze verlaging betekende in de praktijk een belastingcadeau voor werkgevers, gefinancierd door een stille besparing op de sociale bescherming.

Deze verschuiving werd slim verpakt. Werknemers merken niet meteen dat hun sociale zekerheid wordt ondergraven. Het brutoloon blijft vaak min of meer gelijk — door indexering — maar het uitgesteld loon, zoals pensioenen of uitkeringen, holt uit.

En dat is precies wat we vandaag meemaken. Met argumenten over ‘onbetaalbare pensioenen’ en ‘exploderende kosten’ probeert de Arizona-regering miljarden te besparen, terwijl ze zélf de financiering ervan heeft uitgehold.

Een goed recent voorbeeld is de verhoging van de maaltijdcheques van 8 naar 10 euro. Dat lijkt op het eerste gezicht positief, maar ondermijnt de sociale zekerheid. Maaltijdcheques zijn namelijk vrijgesteld van belastingen en sociale bijdragen. Ze vervangen zo deels het loon, zonder dat er geld naar pensioenen, gezondheidszorg of werkloosheidsuitkeringen vloeit.

Hoe groter het aandeel van zulke cheques, hoe minder middelen er naar onze collectieve bescherming gaan. Wat voorgesteld wordt als koopkrachtverhoging, is in feite een sluipende uitholling van de sociale zekerheid.

De PVDA-studie citeert Bart De Wever zelf, die al in 2016 toegaf dat de tax shift niet was doorgerekend: “Het klopt dat de tax shift niet voldoende gefinancierd is. Men heeft doelbewust gekozen om niet alles mee te rekenen. Dat dringt op termijn een infernale besparingslogica op, en dus komt men terecht bij de overheidsuitgaven waar ze nog zitten: de sociale zekerheid”.

Als de regering echt iets wil doen aan de pensioenuitgaven, dan moet ze stoppen met het ondermijnen van de financiering ervan
De regering wil 2,4 miljard besparen op de pensioenen tegen 2029, onder andere via een pensioenmalus en beperkingen op vervroegd pensioen. Tegelijk blijft ze de werkgeversbijdragen verlagen, onder meer voor inkomens boven de 340.000 euro.

Daarbovenop komen nieuwe flexi-jobs, meer studentenarbeid en versoepelde overuren — allemaal jobs die amper bijdragen aan de sociale zekerheid.

Afbeelding
vakbondsbetoging 13 februari 2025. Foto: DeWereldMorgen
Vakbondsbetoging 13 februari 2025. Foto: Marc Vandepitte

Er is wel degelijk ruimte

Volgens de Studiecommissie voor de Vergrijzing van de Hoge Raad voor Financiën is er 6,7 miljard euro nodig om de pensioenen tegen 2029 betaalbaar te houden. Dat is ongeveer de helft van het bedrag dat nu extra naar de winsten stroomt. De andere helft, zo stelt de PVDA, kan dienen om de lonen effectief te verhogen.

Vandaag stelt de regering een loonnorm voor van 0,0 procent. Dat betekent: geen loonsverhoging, enkel indexatie. Maar wie een mediaanloon verdient van 3.100 euro per maand, zou volgens deze studie 100 euro bruto extra kunnen krijgen — als het loonaandeel wordt hersteld.

Het geld is er. De voorbije tien jaar zijn miljarden die door werknemers geproduceerd werden, doorgegeven aan de winsten van bedrijven. Die transfer is het gevolg van bewuste politieke keuzes die de sociale zekerheid uithollen en rechtstreekse loonsverhogingen blokkeren.

Als de regering echt iets wil doen aan de pensioenuitgaven, dan moet ze stoppen met het ondermijnen van de financiering ervan. En als ze meent dat werken moet lonen, dan is het herstellen van het loonaandeel de eerste stap.

Fundamentele keuze

De cijfers komen net op tijd voor de onderhandelingen van het zogenaamde zomerakkoord waar de federale regering aan werkt. Die onderhandelingen bundelen een reeks gevoelige dossiers die aan elkaar gekoppeld zijn geraakt.

Op tafel liggen onder meer een hervorming van de arbeidsmarkt, fiscaliteit en pensioenen, een plafonnering van ereloonsupplementen, extra steun voor OCMW’s én militaire investeringen in F-35’s en munitie.

De fundamentele vraag is niet of er geld is, maar wie het krijgt — en wie daarvoor moet inleveren
Het regeringsakkoord van begin 2025 droeg een duidelijke rechtse en asociale stempel. In welke mate de sociaaldemocraten van Vooruit en de christendemocraten van CD&V en Les Engagés bij deze onderhandelingen op de knieën zullen gaan voor de te verwachten rechtse pletwals van N-VA en MR is nog afwachten.

Als zij instemmen met verdere pensioenbesparingen en de loonbevriezing aanhouden, legitimeren ze mee de miljardentransfer van arbeid naar kapitaal. De fundamentele vraag is niet of er geld is, maar wie het krijgt — en wie daarvoor moet inleveren.

De volledige studie is te vinden op de website van de PVDA.

Lees ook:

- Geen geld? Jaarlijks gaat 52 miljard steun naar bedrijven - Tax the rich!

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?