Hoe meer hitterecords sneuvelen hoe minder ertegen gedaan wordt

Afbeelding
Foto: Josie Walck, VS-leger
Foto: Josie Walck, VS-leger
Terwijl Europa zucht onder recordhittegolven, lijkt de politiek de kop in het zand te steken en blijven concrete klimaatplannen uit. Hoe is het mogelijk dat, terwijl de aarde steeds sneller opwarmt, er minder actie wordt ondernomen dan ooit tevoren?

“De aarde warmt op maar de wereld verkilt. Nog niet alles is om zeep. Wat je ook aan het doen bent, doe vooral verder.” Het Zesde Metaal[1]

De zomer van 2025 is amper begonnen, en toch sneuvelen de temperatuurrecords al één na één. Zowel in Europa als de VS worden miljoenen mensen geconfronteerd met extreme hitte als gevolg van zogenaamde heat domes, of hittekoepels. Dat zijn weersystemen waarbij een hardnekkig hogedrukgebied warme lucht vasthoudt boven een regio, waardoor extreme en langdurige hitte ontstaat.

In België en Nederland waren er in de maand juni dagen met temperaturen van 5 tot 10 °C boven de seizoensnorm. In Engeland werd de heetste juni sinds het begin van de metingen genoteerd. In Noord-Frankrijk klom het kwik zelfs boven de 40°C, dat is 10 tot 14°C boven de normale temperatuur voor deze tijd van het jaar.

Kop in het zand

Toch blijft het opvallend stil bij onze politieke verantwoordelijken. Terwijl mensen puffen in broeierige woningen, boeren kampen met droogte, en zorginstellingen waarschuwen voor hittestress, hoor je amper een politicus die het verband legt met klimaatverandering.

Ondanks de huidige extreem hoge temperaturen dreigt de klimaattop in Belém van november 2025 een flop te worden. De politieke wil ontbreekt, fossiele belangen winnen terrein en grootvervuilers blijven vaag over hun plannen.

Er is een totale disconnectie tussen de realiteit en de politieke agenda
Er is een totale disconnectie tussen de realiteit en de politieke agenda. Het lijkt wel of men de ernst van de situatie collectief wegwuift – of gewoon niet meer durft te benoemen.

De paradox is schrijnend. Nooit eerder was het wetenschappelijke bewijs voor de klimaatcrisis zo duidelijk. De oceanen warmen sneller op dan ooit, hittegolven worden intenser, en extreem weer komt in steeds kortere intervallen.

Tegelijk zien we een politieke en maatschappelijke terugslag. Klimaatmaatregels worden afgeremd, uitgesteld of zelfs afgeschaft. Met alle gevolgen van dien.

Zelfs als alle landen hun gedane beloftes nakomen, dan zal dat slechts goed zijn voor ongeveer 30 procent van de emissiereducties die nodig zijn om de opwarming te beperken tot 1,5°C, zoals afgesproken in het Akkoord van Parijs. Geen wonder dat de wereld zelfs in het beste scenario afstevent op een opwarming van 2,1°C tot 2,8°C.

‘Nieuwe’ ontkenning

Rechtse en extreemrechtse partijen halen stemmen door klimaatbeleid als elitair en betuttelend af te schilderen. En ook grote bedrijven keren terug naar fossiele brandstoffen, onder druk van aandeelhouders en kortetermijnwinsten.
De oude vorm van klimaatontkenning is vervangen door iets sluwer: twijfel zaaien over de oplossingen
De oude vorm van klimaatontkenning – het simpelweg ontkennen van opwarming – is grotendeels vervangen door iets sluwer: twijfel zaaien over de oplossingen.

Volgens een recent onderzoek gebeurt 70 procent van de klimaatdesinformatie online via dit soort ‘nieuwe ontkenning’: video's en berichten die stellen dat elektrische wagens vervuilender zijn dan dieselauto’s, dat windmolens de natuur verwoesten, of dat hernieuwbare energie ‘onbetaalbaar’ is.

Dit narratief is minder grof dan de ontkenning van vroeger, maar minstens even schadelijk. Het roept geen twijfel op over de feiten, maar ondermijnt het vertrouwen in de oplossingen – en dus in de wil tot handelen.

Ideologisch strijdpunt

Overal in het Westen zien we hoe (extreem)rechtse leiders van klimaatbeleid een ideologisch slagveld maken. In de VS noemt Donald Trump klimaatactivisten “milieugekken die de automobielindustrie en ons land willen vernietigen”. In het Verenigd Koninkrijk waarschuwde de rechtse premier Rishi Sunak voor “groene betutteling” en schoof hij niet-bestaande plannen zoals “vleesbelasting”, “verplicht autodelen” of “zeven verschillende vuilnisbakken” naar voren als schrikbeelden.

Ook in Duitsland wist extreemrechts terrein te boeken door woede op te kloppen over verplichte warmtepompen. En in Nederland groeide de BoerBurgerBeweging razendsnel door verzet tegen stikstofbeleid, dat weliswaar niet direct over CO₂ gaat, maar wel raakt aan ecologisch beleid.

Veel klimaatmaatregelen waren tot op vandaag onvoldoende sociaal rechtvaardig
Het succes van deze nieuwe klimaatretoriek bestaat erin de echte zorgen van mensen – koopkracht, bestaanszekerheid en autonomie – te vertalen in verzet tegen klimaatmaatregelen. En daar ligt ook een pijnlijke waarheid het klimaatbeleid en de groene beweging: veel maatregelen tot op vandaag waren onvoldoende sociaal rechtvaardig.

‘Heb je poen, stem voor groen’, wordt sarcastisch gezegd. Dure renovaties, hogere energiefacturen, elektrische wagens die onbetaalbaar blijven. Voor wie al moeilijk rondkomt, voelt ‘groen’ als een bijkomende last.

Zonder herverdeling van kosten en investeringen in publieke infrastructuur, wordt klimaatrechtvaardigheid een hol begrip. En daar spelen populisten en (extreem)rechts gretig op in. Ze presenteren zich als verdedigers van ‘de gewone man’ tegen een groene elite. En in de afwezigheid van sterk, sociaal gedragen klimaatbeleid, slaat die boodschap aan.

Fossiele reuzen versus wetenschappers

Terwijl de publieke opinie verdeeld raakt en politici aarzelen, gaan olie- en gasbedrijven vrolijk door met het uitbreiden van hun activiteiten. Zelfs bedrijven die eerder voor vergroening kozen, zoals het energiebedrijf Equinor in Noorwegen, draaien hun strategie terug: minder investeren in hernieuwbaar en méér in fossiel.

Voor elke dollar die de fossiele industrie vandaag investeert in olie- en gasboringen en -exploratie, gaat er slechts 4 cent naar schone energie en koolstofopvang. Jaarlijks maken de vijf grootste oliebedrijven samen meer dan 100 miljard dollar winst. Zij hebben geen enkele reden om vrijwillig ‘gas’ terug te nemen.

De vertraging is geen toeval. Ze is het resultaat van georganiseerde tegenmacht
En zij vinden steeds vaker politieke partners die hun belangen beschermen. Lobbygroepen ondermijnen klimaatwetgeving op alle niveaus: ze financieren desinformatie, beïnvloeden verkiezingen en kopen medewerking van regeringen. In de VS worden wetenschappers het zwijgen opgelegd, en in Europa winnen fossiele bedrijven opnieuw invloed bij beleidsmakers.

De vertraging is dus geen toeval. Ze is het resultaat van georganiseerde tegenmacht.

Ondertussen geven steeds meer klimaatwetenschappers toe dat de situatie ernstiger is dan wat de officiële rapporten suggereren. Modellen uit het verleden blijken te optimistisch. De opwarming gaat sneller, natuurlijke systemen slaan op hol, en de huidige maatregelen volstaan totaal niet.

Wat moet er gebeuren?

Er is dringend een drastische omslag nodig om het tij te keren. En dat dit mogelijk is toont China. Dat land vormt een opvallend contrast met de stilstand in het Westen. Met gigantische investeringen in zonne-energie, elektrische wagens en batterijtechnologie jaagt het land de energietransitie in ijltempo aan. Hoewel steenkool voorlopig nog een rol blijft spelen, ligt het tempo van verandering er veel hoger dan in Europa of de VS.

China is hard op weg om de eerste groene stroomstaat ter wereld te worden. China toont ook aan dat om de opwarming onder controle te houden, het niet langer volstaat om wat aan groene belastingen en technologie te sleutelen. Er zijn in de eerste plaats grootschalige investeringen nodig, waarbij de overheid een centrale aansturende rol speelt.

Volgens het Internationaal Energieagentschap moeten investeringen in zonne- en windenergie tegen 2030 verviervoudigen, en moet er tegen dan jaarlijks 5.000 miljard dollar naar klimaatmaatregelen gaan.

Ontwikkelingslanden kunnen dit onmogelijk zelf financieren. Ze hebben nood aan technologie, schuldverlichting en minstens 1.000 miljard dollar per jaar aan internationale steun. Tot nu toe beloven rijke landen slechts 100 miljard – en zelfs dat halen ze niet.

Intussen maken NAVO-landen plannen om hun militaire uitgaven op te trekken tot 5 procent van het bbp. Als die plannen uitgevoerd worden zal dat neerkomen op een jaarlijkse meeruitgave van meer dan 1.200 miljard dollar.[2] Als ze die middelen zouden inzetten voor het klimaat dan zou de wereld er fundamenteel anders kunnen uitzien.

Naast grote investeringen moeten de klimaatmaatinspanningen ook sociaal rechtvaardig zijn. Zonder flankerend sociaal beleid zal klimaatbeleid oneerlijk overkomen, waar extreemrechts dankbaar gebruik van zal maken.

Klimaatmaatbeleid kan pas breed gedragen worden als het gepaard gaat met rechtvaardige herverdeling
Klimaatmaatbeleid kan pas breed gedragen worden als het gepaard gaat met rechtvaardige herverdeling: investeringen in sociale huisvesting, gratis of betaalbaar openbaar vervoer, steun voor wie het niet breed heeft om te renoveren of isoleren. Klimaatrechtvaardigheid betekent dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Gebeurt dat niet, dan worden klimaatmaatregelen een voedingsbodem voor sociaal protest en electorale winst voor het extreemrechtse kamp.

Een radicale koerswijziging is nodig en veel tijd is er niet meer. Binnen drie jaar is ons ‘koolstofbudget’[3] op. ‘Doen we vooral verder zoals we bezig zijn’, zoals het Zesde Metaal zo mooi bezingt, of komen we in opstand en dwingen we politici hun verantwoordelijkheid op te nemen?

Afbeelding
x
x

Notes

[1] Dit is een ‘vertaling’ in het algemeen Nederlands. Oorspronkelijke tekst: 'T is nog al nie naar de wuppe Doe maar voort … Gelijk wat da je aan 't doen waart Doe maar voort

[2] Berekend op basis van Reuters.

[3] Het koolstofbudget is de maximale hoeveelheid broeikasgassen die we wereldwijd nog kunnen uitstoten om de opwarming van de aarde onder 1,5 °C te houden.

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?