Europese Unie: vredesproject of gemilitariseerd machtsblok?
In maart 2025 pakte Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen - in een vorig leven Duits minister van Defensie - uit met een grootscheeps herbewapeningsplan van 800 miljard euro dat ze ‘ReArm Europe’ doopte. Later werd het op verbloemende wijze herdoopt tot ‘Readiness 2030’.
“Na een lange periode van onderinvestering is het nu van het grootste belang om de defensie-investeringen voor een langere periode op te voeren”, aldus von der Leyen afgelopen maart. Naast de omvang van het bedrag, was haar initiatief weinig verrassend.
De bloedige oorlog in Oekraïne en de trans-Atlantische crisis die uitbrak na het aantreden van Donald Trump als VS-president, vormden een welkom excuus om dit militaristisch financieringsplan te lanceren. Toen ze opnieuw de post van EU-Commissievoorzitter mocht bekleden in juli 2024 noemde von der Leyen veiligheid en defensie een topprioriteit voor de komende beleidsperiode.
In haar beleidsplan ‘Europa’s Keuze’ beloofde ze de “chronische onderinvestering in Europese militaire capaciteiten” te lijf te gaan met een versterking van de militaire industrie, met initiatieven voor gezamenlijke investeringen en de bevordering van de samenwerking. Ze stelde een Europese Commissaris van Defensie aan (een primeur) en uitte haar ambitie om te werken aan een “ware Europese defensie-unie”, hoewel defensie en veiligheid onder de exclusieve bevoegdheid van de afzonderlijke lidstaten vallen en geen bevoegdheid zijn van de Commissie.
Diezelfde von der Leyen weigert om Israël te sanctioneren
In het heersende Europese narratief is de bewapening noodzakelijk omwille van de – in de woorden van von der Leyen - “systematische aanval op Europa, onze waarden en de op regels gebaseerde internationale orde”. Diezelfde von der Leyen weigert al maanden om sancties te nemen als antwoord op Israëls systematische inbreuken op het internationaal recht en de genocide die in Gaza plaatsvindt.
Twee decennia Europese militarisering
Dat de EU-lidstaten hun defensie chronisch zouden hebben verwaarloosd, strookt niet met de realiteit. De afgelopen tien jaar zijn de militaire uitgaven van de lidstaten gestegen met 144 miljard euro (dat is een stijging van 79 procent) - van 182 miljard euro in 2014 naar 326 miljard in 2024. Met het Verenigd Koninkrijk erbij gaat het zelfs over 400 miljard euro. Daarnaast waren er ook al bijkomende grote militaire uitgaven gepland vóór von der Leyen haar bewapeningsplan lanceerde.
De Europese militarisering is eigenlijk al twee decennia aan de gang. In het Verdrag van Lissabon (2007) werd daarvoor een heel instrumentarium ontwikkeld. Artikel 42.3 voerde een verdragsrechtelijke bewapeningsverplichting in (“De lidstaten verbinden zich ertoe hun militaire vermogens geleidelijk te verbeteren”). Een Europees Defensieagentschap (EDA) - opgericht in 2004 - moet de “industriële en technologische basis van de defensiesector verbeteren”.
Het Europees Defensie Actieplan moet de militaire budgetten "regelmatig" doen stijgen
Het Brits referendum (2016) dat enkele jaren later tot de Brexit leidde, bracht de militarisering in een stroomversnelling. Er kwam een Europees Defensie Actieplan (2016) om de basis van de militaire industrie in de EU verder te versterken, gevolgd door de activering (2017) van de Permanente Gestructureerde Samenwerking (PESCO), met daarin de verbintenis om de militaire budgetten “regelmatig” te doen stijgen en 20 procent van deze budgetten te gebruiken voor militaire investeringen.
Een Europees Defensiefonds (2021) van 8 miljard euro voor onderzoek en ontwikkeling van wapens en van militaire uitrusting zou de EU - in de woorden van toenmalig commissievoorzitter Juncker - strategische autonomie geven via “een sterke, concurrerende en innovatieve industriële defensiebasis”.
Militarisering in stroomversnelling
Sinds de recente trans-Atlantische breuk staat er totaal geen rem meer op de militarisering van de EU. Lidstaten moeten “massaal in defensie investeren, defensiesystemen kunnen aanschaffen en de paraatheid van de Europese defensie-industrie op lange termijn kunnen vergroten”, aldus het Europese defensie-Witboek Readiness 2030.
Volgens dat plan mogen de EU-lidstaten vier jaar lang, jaarlijks 1,5 procent van hun Bruto Binnenlands Product (BBP) in hun legers stoppen, zonder dat ze de Europese begrotingsregels moeten respecteren (geschat op 650 miljard euro van de door ReArm voorziene 800 miljard euro). De overgebleven 150 miljard (SAFE - ‘Security Action for Europe’) bestaat uit Europese leningen voor investeringen in bewapening.
Een belangrijk onderdeel van het plan is de “strategische dialoog met de defensie-industrie”Deze gulheid staat in schril contrast met de geëiste begrotingsdiscipline voor alle andere overheidsuitgaven. Midden vorig jaar is de procedure voor buitensporig overheidstekort opgestart tegen zeven lidstaten, op straffe van boetes. In de praktijk betekent dit dat deze landen moeten besparen op hun sociale uitgaven.
Readiness 2030 is de facto een EU-pakket met fiscale en wettelijke maatregelen om tientallen miljarden overheidsgeld door te sluizen naar particuliere wapenbedrijven. Weinig verrassend: een belangrijk onderdeel van het plan is de “strategische dialoog met de defensie-industrie”.
Geen strategische autonomie
Volgens de Commissie zal de militarisering de “strategische autonomie” vergroten en de EU in staat stellen om zich zelfstandig te verdedigen. Europese kringen verwijzen daarbij gretig naar Rusland, “een zwaar gemilitariseerd land dat een existentiële bedreiging vormt voor ons allemaal”, aldus Kaja Kallas, de Hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid.
Dat stijgende militaire uitgaven de strategische autonomie van de Unie vergroten, is bij de haren getrokken, want binnen het kader van de NAVO bepalen de geostrategische prioriteiten van de VS al decennia de politiek-militaire ontwikkelingen in Europa. Het protest van president Boris Jeltsin tegen de plannen van Washington begin jaren 1990 om de NAVO uit te breiden met voormalige Warschaupactlanden (het militaire bondgenootschap in communistisch Europa tijdens de Koude Oorlog) werd genegeerd en het westers militair bondgenootschap breidde uit in oostelijke richting.
In 2008 lieten landen als Frankrijk en Duitsland ook hun verzet varen tegen het VS-plan om aan Georgië en Oekraïne het NAVO- lidmaatschap te beloven. “Wij zijn tegen de toetreding van Georgië en Oekraïne, omdat wij vinden dat dit niet het juiste antwoord is op de machtsverhoudingen in Europa en tussen Europa en Rusland, en wij willen hierover een dialoog aangaan met Rusland”, luidde het nochtans eerder bij toenmalig Frans premier Fillon.
De VS was eveneens de architect van de compromisloze diplomatieke dans die de Russische invasie van Oekraïne voorafging
De VS duwde door, zij het zonder daar een concreet traject aan te verbinden (een zogenaamd ‘membership action plan’). Dat geldt ook voor de bouw van een raketschild in Oost-Europa, wat de toorn opwekte van president Poetin op de veiligheidsconferentie van München (2007). De VS was eveneens de architect van de compromisloze diplomatieke dans die de Russische invasie van Oekraïne voorafging, waarna een veto volgde op vroege vredesonderhandelingen.
Toen een triomfantelijke von der Leyen opeenvolgende EU-sancties aankondigde om de Russische basis voor de oorlog te ondermijnen, schoot de EU in eigen voet. Goedkoop Russisch gas werd vervangen door duurder vloeibaar gemaakt aardgas (LNG) uit de VS, dat zijn uitvoer naar Europa zag verdrievoudigen op evenveel jaar tijd. In Europa sloeg ondertussen de inflatie toe en Duitsland kwam in een recessie terecht. Een uniek geval van economische automutilatie, aldus 'Le Monde Diplomatique'. De EU is nu afhankelijk gemaakt van de energiebevoorrading vanuit de VS. Wie heeft het dan over strategische autonomie?
Dat Europese militarisering niet gelijkstaat met strategische autonomie blijkt ook uit het feit dat 64 procent van de Europese bewapening de afgelopen jaren afkomstig was uit de VS – ondanks de vele eigen EU-programma’s. Vaak gaat het om hoogtechnologische snufjes, zoals de F35 gevechtsvliegtuigen - vliegende computers die alleen bij de gratie van de VS van de landingsbanen kunnen blijven opstijgen. De eis van Washington aan zijn Europese bondgenoten om de militaire uitgaven stevig op te drijven, is daar zeker niet vreemd aan.
Het 5 procent dictaat van Washington
Volgens de VS moeten de NAVO-lidstaten 5 procent van hun BBP uitgeven aan hun militaire apparaten. Het vastleggen van een nieuwe norm voor militaire uitgaven is het belangrijkste agendapunt op de komende NAVO-top in Den Haag (24 en 25 juni). De VS geeft niet de indruk dat het veel onderhandelingsmarge zal laten: “Elke bondgenoot moet zich ertoe verbinden om vanaf nu ten minste 5 procent van het BBP te investeren in defensie en veiligheid”, zo stelde Matthew Whitaker, de VS-ambassadeur bij de NAVO, enkele weken voor het begin van de NAVO-top.
“Dit wordt niet alleen een belofte. Dit wordt een verbintenis”, zo voegde hij eraan toe. Hoewel de appetijt daarvoor bij veel Europese NAVO-lidstaten niet bijster groot is, omdat de budgettaire ruimte er simpelweg niet voor bestaat, lijkt geen enkele Europese NAVO-lidstaat expliciet tegen Washington in te durven gaan.
In verschillende Europese hoofdsteden denkt men aan hooguit 3,5 procent, en dan nog. De Britse regering maakte nog maar net haar plan bekend om naar 2,5 procent te gaan tegen 2027 en naar 3 procent tegen 2034 “wanneer de economische en financiële voorwaarden” dat toelaten. Spanje, Italië en België hebben aangegeven dat ze dit jaar ‘pas’ 2 procent van het BBP zullen halen, terwijl Canada dit doel in 2027 wil bereiken.
Terwijl miljarden verdwijnen in de kassa’s van de militaire industrie in de VS, is de Europese elite zich goed bewust van de gevaren
Toch lijkt er zich recent een consensus af te tekenen over het feit dat de nieuwe NAVO-norm voor militaire uitgaven op 5 procent van het BBP moet komen te liggen, maar dan verdeeld over 3,5 procent directe militaire uitgaven en 1,5 procent uitgaven die defensiegerelateerd zijn (waaronder bijvoorbeeld wegeninfrastructuur). Hoewel het noordelijke en oostelijke deel van Europa - waar om historische redenen de angst voor Rusland veel nadrukkelijker wordt gecultiveerd - een gewillig oor heeft voor wat Washington wil opleggen, is de contradictie binnen Europa groot.
Het ongenoegen voor Trumps regering, haar agressief handelsbeleid, haar steun aan Europees extreemrechts en haar politiek rond Oekraïne, staat in groot contrast met de militaristische volgzaamheid van de Europese lidstaten. Terwijl miljarden verdwijnen in de kassa’s van de militaire industrie in de VS, is de Europese elite zich goed bewust van de gevaren. Zowel op het vlak van de reële dreigingen als op het vlak van de sociale offers die daarvoor zouden moeten worden gebracht, is de enorme wapenwedloop niet te verantwoorden.
De sociale afbraakpolitiek die noodzakelijkerwijs met de volgzaamheid voor de VS-militarisering gepaard gaat -en die door de Europese Unie wordt gestimuleerd- zou wel eens als een boemerang terug in het gezicht van de Europese elite kunnen slaan, met groeiende sociale onrust en de verdere opkomst van een door Washington gesteund extreemrechts.
De balans is zoek
Een blik op de cijfers toont dat de overbewapening niets te maken heeft met wat onder de noemer defensie of veiligheidsbeleid kan worden gevat. Als alle NAVO-lidstaten naar de 5 procent-norm zouden gaan, dan stijgen hun gezamenlijke militaire uitgaven naar meer dan 2.700 miljard dollar, zo’n 1.200 miljard dollar meer dan wat de NAVO-landen samen besteedden in 2024. Ter vergelijking: dat zou evenveel zijn als wat de hele wereld in 2024 spendeerde aan militaire uitgaven, namelijk 2.718 miljard dollar.
De voortdurende herhaling van de mythe van de Russische dreiging zaait een angstcultuur
Hoewel expliciet wordt verwezen naar de Russische dreiging is elke balans zoek. Rusland besteedde in 2024 149 miljard dollar aan zijn militair apparaat en zat daarmee al aan 7,2 procent van zijn BBP. Daarvan gaat grofweg 60 procent naar de oorlog in Oekraïne. Zelfs met een verdubbeling van de Russische militaire uitgaven blijft Moskou hangen op 10 procent van wat de NAVO plant uit te geven. In dat geval zouden de Russische militaire uitgaven rond de 14 procent van het BBP opsouperen of driekwart van de federale begroting van het land. Rusland kan de wapenwedloop met de NAVO met andere woorden onmogelijk volhouden. Desondanks beweert NAVO-secretaris-generaal Rutte theatraal dat we allemaal Russisch zullen spreken als niet minstens 3,5 procent van het BBP naar ‘defensie’ gaat.
De voortdurende herhaling van de mythe van de Russische dreiging zaait een angstcultuur die de bereidheid moet creëren om de militarisering te financieren met sociale besparingen. In werkelijkheid gaat het om platte propaganda en moet de overbewapening het strategische overwicht garanderen in een wereld waar rivaliserende machten ernaar streven om hun toegang tot markten, grondstoffen en transportkanalen te consolideren of uit te breiden.
Een economisch blok met een militaire arm
Het internationaal gezag van de EU en daarmee ook haar strategische impact worden bovendien ondermijnd door de dubbele maatstaven die het hanteert tegenover Rusland enerzijds en Israël anderzijds. Volgens von der Leyen vecht Oekraïne voor de Europese vrijheid, democratie en waarden. Maar terwijl ze in haar beleidsverklaring oreert: “We zullen altijd de mensenrechten respecteren”, blijft de Europese samenwerking met de genocidale Israëlische regering die de Palestijnse rechten op alle vlakken schendt, onaantastbaar.
Als het doel van Europa vrede en welzijn is, dan zou zich dat moeten vertalen in een ander veiligheidssysteem
Het militarisme van de EU valt moeilijk te rijmen met de identiteit zoals die gedeclameerd staat in het Verdrag betreffende de Europese Unie: “De Unie heeft als doel de vrede, haar waarden en het welzijn van haar volkeren te bevorderen” (Art. 3.1.). Sociale bezuinigingen en het bevoordelen van militaire uitgaven vallen bovendien moeilijk te rijmen met het voornemen van de Unie om “sociale uitsluiting en discriminatie te bestrijden, en sociale rechtvaardigheid en bescherming te bevorderen” (Art. 3.3).
Het EU-Witboek wil ons geruststellen met de Orwelliaanse conclusie dat ondanks de bewapening de “EU een vredesproject is en blijft”, waarna het holle jargon over ‘waarden’ volgt.
Als het doel van Europa vrede en welzijn is, dan zou zich dat moeten vertalen in een ander veiligheidssysteem waarin wapenbeheersing, samenwerking en vertrouwenwekkende maatregelen - in de geest van de Helsinki-akkoorden van 1975 - centraal staan. Ontwapening is evenwel al jaren uit het EU-discours én het beleid geschrapt, en samenwerking is vervangen door confrontatie en kanonneerbootdiplomatie. Op de verpakking blijft het als vanouds als vrede en
Dit artikel maakt deel uit van een dossier over de militarisering van Europa. Lees hier het volledige dossier.