Oorlog, olie en klimaat: hoe het militair fossiele complex de wereld in zijn greep houdt
Het militair-fossiele brandstoffencomplex is de heilige alliantie tussen enkele van de meest koolstofintensieve organisaties ter wereld – de strijdkrachten – en de bedrijven die het meest verantwoordelijk zijn voor de opwarming van de aarde.
Deze twee sectoren zijn niet slechts losjes verbonden; ze versterken elkaar wederzijds. Als we willen begrijpen waarom de wereld gevangen zit in een cyclus van eindeloze oorlog en versnellende klimaatinzinking, moeten we begrijpen hoe oorlog en olie zo nauw met elkaar verweven zijn geraakt.
Oorlog is een koolstofintensieve bezigheid
Laten we beginnen met het voor de hand liggende: oorlog is slecht voor de planeet. Het Amerikaanse leger is met afstand de grootste militaire macht ter wereld. Het is ook de grootste institutionele verbruiker van olie ter wereld, volgens het Costs of War Project aan de Brown University.
Als het Amerikaanse leger een land zou zijn, zou het de 46e grootste uitstoter van broeikasgassen ter wereld zijn. De tanks, straaljagers, vliegdekschepen en logistieke operaties die nodig zijn om een wereldwijd netwerk van meer dan 800 militaire bases te onderhouden, worden allemaal aangedreven door fossiele brandstoffen.
Waar olie is, is conflict
Militaire emissies worden bewust uitgesloten van veel nationale en internationale klimaatakkoorden. Het Kyotoprotocol bijvoorbeeld sloot militaire emissies uit van zijn doelstellingen, mede dankzij lobbywerk van de Verenigde Staten. Deze maas in de wet bestaat grotendeels nog steeds. Het stelt de oorlogsmachine in staat om ongehinderd koolstof uit te stoten, terwijl politici zich druk maken over het recyclen van huishoudelijk afval.
Maar het leger verbruikt niet alleen fossiele brandstoffen; het beschermt ze ook. Ondanks eindeloze beloften over een energietransitie blijft olie een van de strategisch belangrijkste hulpbronnen op aarde. En waar olie is, is conflict. De invasie van Irak in 2003 was een schoolvoorbeeld van hoe militaire macht wordt ingezet om energiebronnen veilig te stellen onder het mom van democratie en terrorismebestrijding. De bezetting liet een verwoeste staat achter, een kwart miljoen doden, en een geprivatiseerde, gedereguleerde olie-industrie die energiebedrijven enorme winsten opleverde.
Petrodollars en de doodshandel
Er is nog een andere link tussen fossiele brandstoffen en geweld: de inkomsten uit fossiele brandstoffen beschermen regeringen tegen hun eigen bevolking, en versterken daarmee enkele van de meest gewelddadige en repressieve regimes ter wereld.
Autocraten van Saoedi-Arabië tot Rusland en de VAE zijn afhankelijk van olie- en gasexporten om hun macht in stand te houden. Deze inkomsten verminderen de noodzaak tot belastingheffing, verzwakken het sociaal contract en nemen elke prikkel weg om te democratiseren. In plaats van op instemming te regeren, gebruiken deze regimes repressie, surveillance en waar nodig brute kracht.
Regeringen als die van Saoedi-Arabië mogen dan autoritair zijn, maar het zijn onze
autoritairen
In veel gevallen kijkt het Westen liever de andere kant op. Regeringen als die van Saoedi-Arabië mogen dan autoritair zijn, maar het zijn onze autoritairen: strategische partners die de olie laten stromen en de vijand in toom houden.
Hun veiligheid wordt gegarandeerd door westerse wapenleveringen en militaire allianties. Hun repressie wordt gelegitimeerd met termen als ‘stabiliteit’. Hun rijkdom wordt gerecycled in de financiële centra van Londen en New York.
Olie-inkomsten financieren niet alleen onderdrukking in eigen land; ze bekostigen ook een wereldwijde wapenhandel die wordt gedomineerd door Amerikaanse en Europese bedrijven. In 2023 was Saoedi-Arabië de vijfde grootste wapenimporteur ter wereld, waarbij het merendeel afkomstig was van Amerikaanse bedrijven zoals Lockheed Martin, Raytheon en Boeing. Deze aankopen worden betaald met de miljarden die het koninkrijk verdient aan olie-export.
Dezelfde regeringen die oproepen tot vrede en decarbonisatie, bewapenen despoten en boren naar meer olie. Sterker nog, een groot deel van de reden dat olieverkopen in dollars worden afgerekend – de zogenaamde ‘petrodollars’ – is zodat die fondsen kunnen worden hergebruikt voor wapeninkopen. Deze regeling is voordelig voor zowel de VS als Saoedi-Arabië – en voor secundaire spelers zoals het VK, thuisbasis van wapenfabrikant BAE Systems. Deze relaties zijn vaak doordrenkt van corruptie. In de jaren ’90 werd BAE op heterdaad betrapt op het omkopen van de Saoedische koninklijke familie als onderdeel van de beruchte Al-Yamamah wapenovereenkomst.
Deze cyclus – olie voor dollars, dollars voor wapens, wapens voor controle – bindt de fossiele brandstofindustrie en de wapenindustrie in een grimmige wederzijdse afhankelijkheid. Dezelfde bedrijven die de planeet opwarmen, profiteren ook van haar instabiliteit. Dezelfde regeringen die oproepen tot vrede en decarbonisatie, bewapenen despoten en boren naar meer olie.
Een systeem van permanente oorlog en permanente extractie
Het militair-fossiele brandstoffencomplex is geen fout in het systeem – het is het systeem. Deze verbinding produceert oorlog om fossiele brandstoffen veilig te stellen. Het verbrandt fossiele brandstoffen om oorlog te voeren. Het ondersteunt autoritaire regimes om toegang tot olie te behouden. En het bewapent die regimes met wapens die zijn betaald uit oliewinsten.
Totdat we deze alliantie tussen militaire macht en fossiel kapitaal doorbreken, zal er geen vrede zijn
Het resultaat is een wereldorde gebaseerd op permanente oorlog en permanente extractie: een systeem waarin de vernietiging van mensenlevens en de vernietiging van de planeet geen nevenschade zijn, maar deel uitmaken van het verdienmodel. Totdat we deze alliantie tussen militaire macht en fossiel kapitaal doorbreken, zal er geen vrede zijn – en geen klimaatrechtvaardigheid. De strijd voor klimaatrechtvaardigheid is ook een strijd tegen het imperium, tegen militarisme, en tegen de mondiale oligarchie van olie en wapens. Het is, in essentie, een strijd voor
democratie.