Een jaar na verschijnen heb ik de graphic novel versie van het bekende verhaal van William Golding De Heer van de Vliegen, Lord of the Flies, gelezen. Dat boek werd destijds (1954) na de eerste druk in 44 talen vertaald. De schrijver nam als soldaat deel aan de landing op D-Day, een hel die velen goed bekend is, onder andere door films als The Longest Day en Saving Private Ryan. De "strip" door Aimée De Jongh (1988) werd met veel lintjes en veel lof onthaald. Mijn verwachtingen over dit boek waren hooggespannen, maar na het boek vorig jaar even in te kijken, dacht ik dat de lectuur mij zeker ging teleurstellen.
Nu heb ik de 335 bladzijden tekeningen en de toelichtingen achteraf van een collega cartoonmaker en van de maakster zelf gelezen, en ik moet vaststellen, teleurgesteld ben ik niet. Wel integendeel. Het thema van het boek, dat het dus tot wereldliteratuur maakte en de schrijver de Nobelprijs opleverde, is inderdaad een van de allergrootste vragen over de mens en de mensheid.
(Spoiler alert). Het verhaal is ruim bekend, daar kan ik snel over gaan. Na een vliegtuigramp zijn een groep kinderen, jonge en wat oudere teenagers, op een onbewoond eiland terecht gekomen zonder enige volwassene. In het paradijselijke kader ontstaat al snel echter rivaliteit onder twee leidersfiguren, en agressie eist haar plaats op in de jonge gemeenschap. Jack, een felle jongen die graag bevelen uitdeelt, spiegelt de kinderen angstwekkende gevaren voor waartegen zij zich moeten wapenen, en zweept hen op om de wilde zwijnen te bejagen. "Wij willen Vlees!" is de kreet, zoals Oorlogsminister Churchill meende dat de Britse soldaten moesten "beef" te eten krijgen, een echo van een bekende opvatting uit die de tijd in het verhaal. Er ontstaan twee kampen en dat van de militaristische leider zwelt het sterkst aan. Het duurt niet lang of de agressie ontspoort en er vallen doden. Als op een dag de redding lijkt te komen in de vorm van een officier met een sloep matrozen, blijkt dat die thuis hoort op... een slagschip. De "volwassen" mensen die de geordende wereld bevolken, blijken geen haar beter dan de kinderen die in chaos, angst, hebzucht en geweld vervielen op hun eenzame eiland.
Als jager, historicus, met enige kennis over de dierlijke zijde van de mens en van de krijgsgeschiedenis, erken ik grif dat de kwestie, die primordiaal is en niet zomaar op te lossen, helder getekend, geschetst wordt. De laatste vijf jaren, toenemend sinds de inval van de Russische legers in Oekraïne, heb ik deze vraag geregeld behandeld in de blogs.
Ze heeft te maken met vraagstellingen van brave burgers, vriendelijke oud-professoren en ook verstandige schrijvers in mijn kennissenkring, die soms al een leven van zeventig jaar lang oprecht geloofden dat we als samenleving Oorlog voor altijd konden uitbannen. Het is de vraag waar pacifisten, de ene al met wat meer succes als de andere, zich door laten sturen bij het schrijven van opiniestukken, van boeken soms, en bij het organiseren van manifestaties.
Het is de vraag waarom de mens niet lijkt zonder Oorlog te kunnen. Niet zonder zware legerwapens, staande legers en Defensie.
Heel veel mensen leken zich na de laatste Wereldoorlog het innerlijke leven gemakkelijk te maken door het idee aan te hangen: het is voor altijd voorbij. Make Love, not War, daar gaan we voor, daar gaan we iedereen van overtuigen, waarom zou dat niet kunnen? "Imagine..." zoals John Lennon zong.
Het thema van dit boek is de verbijstering die we sinds de publicatie in januari 2024 zich zien verspreiden over de onverwacht optredende maar heftige opstoot van de behoefte tot Herbewapening bij alle staten in Europa.
De verbijstering als we moeten zien hoe voor onze ogen, na meer dan een halve eeuw van relatief rustige, ordelijke tijden, extreem rechtse partijen stap voor stap tien procent of meer kiezers erbij krijgen bij verkiezingen in bijna geheel Europa.
Het is de verbijstering bij lieden die de wetgeving, het Recht, goed kennen en die van mening waren dat internationale verdragen, en het kroonstuk van De Mensenrechten zoals de vrouw van de Amerikaanse Oorlogs-President, Eleanor Roosevelt, ze had uitgedacht, voor eens en altijd een soort christelijke mensenliefde, vredelievendheid en veiligheid gingen brengen.
Het is de verbijstering waarmee wij nu al meer dan vijftien maanden naar het bloedbad in Gaza kijken. Hoe een volk, een leger, eenheden van soldaten en officieren, in deze tot voor kort uitermate beschaafd geachte tijden, losgeslagen aan de slag gaat en vrouwen en kinderen, artsen en hulpverleners dood maakt; niet alleen soldaten van de tegenpartij, van de Vijand, zoals menselijkerwijs zou mogen verwacht en geëist worden.
Dit boek laat toe, en dat is een heel huzarenstuk, het thema doorvoeld te begrijpen en in overweging te nemen, zonder de inspanning te moeten leveren de roman te lezen. Het zware thema, want zwaar is het, zoveel is zeker, komt beter dan in de film (die ik als tiener zag) op een relatief verteerbare manier op je bord. Met als kader een lichtjes paradijselijk, groen en aantrekkelijk eiland bedekt met tropisch woud en een bergtop met uitzicht of twee. Met herkenbaar kinderlijke personages, in hun liefelijkheid, kwetsbaarheid, onervarenheid en onschuld - maar dus ook in hun vatbaarheid voor heftige collectieve emoties van destructieve aard.
Zoals volwassenen dus in bepaalde omstandigheden vatbaar blijken te blijven voor geweld en genadeloosheid. Van een raid door hooligans, waar we eveneens een recent voorbeeld van te verwerken kregen, tot all out-oorlogen.
En inderdaad, misschien is er een verband met de Jacht. Hoewel ik kan en moet getuigenis afleggen dat ik in die kringen, toen ik er gedurende tien jaar dagelijks mee te maken kreeg, weinig machtsmisbruik of botte bloeddorst heb gezien.
Mede daardoor blijf ik geloven in een toekomst waarin de Mens telkens weer (!) zijn felste, krachtigste en meest gevaarlijke instincten, die wellicht onmisbaar geweest zijn in een verleden dat zich over meerdere miljoenen jaren uitstrekt, zal kunnen be-heersen. Zodat het leven voor mens en natie geen akelige chaos vol doodsgevaar wordt, of tenminste dit niet voor lang blijft.
Intussen lijkt mij een van de centrale conclusies van dit werk, ook in deze getekende vorm, dat de "beest"-kant in de mens diep verborgen zit, maar op onvoorspelbare momenten dan ook weer naar boven kan en zal komen.
Het gevaar van een ontketende "Jager" en tiran in de mens, in de man lijkt mij vandaag vooral in die personen geïncarneerd die ongeremd achter grondstoffen, energiebronnen en geld aan gaan. Een pervert soort Jacht die onder andere in The Woolf of Wall Street aan bod kwam en in het boek van Tom Lanoye "Gelukkige slaven". En in de ronduit profetische werken van Nick Meynen zoals "Frontlines" en "De val van Icarus".
De les, de boodschap lijkt inderdaad ook dit besef:
"Geloof niet dat je voor altijd veilig bent, niet als individu en niet als natie, voor de ergste, meest gewelddadige chaos die Oorlog altijd is en meebrengt."
In een achtergrond-niveau kan je "oorlog" dan mijns inziens ook vervangen door de hel van een uitgeputte aarde. Een planeet, een bodem waar geen koper, goud, aardolie, lithium enzomeer meer te vinden is. Waar de voedingsbronnen dodelijk schaars werden nadat het ondersteunende ecologische web van duizenden diersoorten en ermee verbonden flora is verdwenen. Of waarin de voedingsrijke bodem overal is geërodeerd, en verstoorde klimaatomstandigheden normale teelten voor eeuwen onmogelijk maken.
Het lijkt nu tijd denkwerk te verrichten hoe we toekomstige gewapende conflicten kunnen binnen de perken houden. Hoe we de gevaarlijkste aandriften van de mens zelfs in situaties van "rupture", van doorbreken van de vredevolle wettelijkheid, kunnen matigen. En om twee keer na te denken voor we onze like of onze stem aan extreme partijen en hun mooipraters geven. En dat dit niet altijd over extreem rechts gaat, bewijst de situatie in de Verenigde Staten van Amerika én deze in de Russische Federatie. Het zwarte varken, de Heer van de vliegen die op het kadaver af komen in het verhaal van mevrouw De Jongh, het komt telkens weer in andere vermommingen.
Creative commons