Christelijk nationalisme in de VS, een sluipende autoritaire machtsgreep

Afbeelding
Religie en staat zijn één en ondeelbaar (Raleigh, North Carolina, 6 januari 2021). Foto: Anthony Crider/CC BY-SA 2:0
Religie en staat zijn één en ondeelbaar (Raleigh, North Carolina, 6 januari 2021). Foto: Anthony Crider/CC BY-SA 2:0
Niet alle staatsgrepen grijpen de macht met geweld of in een oogwenk. Sommigen voltrekken zich traag, bijna onopgemerkt. Dat is de beangstigende stelling van VS-journalist Talia Lavin over het christelijke nationalisme in haar boek 'Wild Faith: How the Christian Right is Taking Over America'. Christelijk nationalisme is geen uniek VS-fenomeen, maar dat dit gebeurt in de grootste supermacht op aarde is zéér problematisch, voor de VS-bevolking en voor de wereld.

In haar boek Wild Faith: How the Christian Right is Taking Over America (‘wild geloof: hoe christelijk rechst Amerika overneemt’) beschrijft journalist Talia Lavin hoe de christelijk-nationalistische beweging in de VS sluipend invloed heeft vergaard.

Het gezin als ideologische mini-staat

Deze beweging, die haar wortels heeft in de jaren 1970, is niet zomaar een marginale groep extremisten, maar een diepgewortelde kracht die op subtiele maar doeltreffende wijze het Amerikaanse politieke landschap heeft veranderd.

De auteur legt uit hoe autoritaire gezinsstructuren – gekenmerkt door strengheid, gehoorzaamheid en een rigide interpretatie van Bijbelse principes – fungeren als een microcosmos van de samenleving die christelijke nationalisten willen realiseren.

In deze huishoudens wordt empathie gezien als zwakte en wordt gehoorzaamheid aan hiërarchisch gezag verheven tot hoogste deugd. Deze opvoedpraktijken bereiden kinderen voor op een wereldbeeld waarin ‘macht is recht’ centraal staat.

Het vormt de psychologische basis waarop autoritaire leiderschapsculturen kunnen bloeien, zoals die rond Donald Trump. Een veelzeggend voorbeeld hiervan is de manier waarop figuren als Mel Gibson en Tucker Carlson Trumps herverkiezing verbeelden als een strenge vader die thuis de orde komt herstellen – inclusief het beeld van "geslagen worden met de riem", wat bedoeld wordt als positieve correctie.

Religie als politiek wapen: spirituele oorlogvoering

Binnen het christelijk nationalisme wordt politiek niet alleen als een ideologisch strijdtoneel beschouwd, maar als een vorm van spirituele oorlog. Tegenstanders zijn geen medeburgers met andere ideeën, maar vijanden van het geloof.

Deze retoriek draagt bij aan een sterke polarisatie en rechtvaardigt het streven naar totale controle, ook via ondemocratische middelen.

Door gebruik te maken van een eigen subcultuur – compleet met films, lesmateriaal, opvoedgidsen en alternatieve media – creëert deze evangelische beweging een parallelle samenleving die nauwelijks meer in aanraking komt met bredere democratische waarden of pluriformiteit.

Het gaat voor deze christelijke nationalisten niet om een gevoel van onderdrukking, maar om het verlies van hun dominantie
Deze samenleving voedt een breed gedragen slachtofferschap: de idee dat het niet kunnen opleggen van de eigen religie aan anderen gelijkstaat aan vervolging. Deze slachtoffergedachte is een kernaspect van het christelijk-nationalistische wereldbeeld.

Het gaat hen niet om feitelijke onderdrukking, maar om het verlies van dominantie. Wanneer bijvoorbeeld wetten gelijke rechten garanderen aan LGBTQ+-personen, of wanneer scholen verplicht zijn neutraal onderwijs te geven, ervaren veel aanhangers dit niet als pluralisme, maar als een aanval op hun geloof.

Talia Lavin on how the Christian Right is taking over America (Engels, geen ondertitels, 58:46):

In plaats van religieuze vrijheid op te vatten als het recht om de eigen overtuiging privé te beleven, eisen zij de ruimte om die overtuiging publiek en normatief op te leggen – desnoods ten koste van anderen.  Zo wordt tolerantie omgekeerd: het weigeren van religieuze suprematie wordt voorgesteld als intolerantie.

Het gevaar van onderschatting

Een van de krachtigste inzichten in Lavins werk is dat christelijk nationalisme vaak wordt gezien als een randverschijnsel. In werkelijkheid gaat het om een invloedrijke beweging met diepe institutionele wortels en een breed netwerk van invloed – van de homeschool-beweging tot conservatieve denktanks.  Hun strategie is langdurig, stil en effectief: een “langzame staatsgreep” die instituties verandert van binnenuit.

De beweging is sterk gegroeid sinds haar activisme tegen schooldesegregatie in de jaren 1970.

Onder het mom van religieuze vrijheid bouwden ze aan een alternatieve infrastructuur: privéscholen, thuisonderwijs, kerken met eigen rechtsregels en een politieke lobby die zich verzet tegen sociale diensten en overheidsinvloed.

Controle via onderwijs en homeschooling

Het vernietigen van publieke voorzieningen, met name het publieke onderwijs, is een belangrijk speerpunt van de beweging. Door homeschooling te promoten en regulering ervan tegen te werken, creëren christelijke nationalisten meer controle binnen het gezin – en meer isolement van kinderen.

Hierdoor hebben kinderen minder contact met leerkrachten of hulpverleners die mogelijk misbruik kunnen signaleren. In staten als Utah worden wetten voorgesteld die zelfs veroordeelde kindermishandelaars toestaan hun kinderen te homeschoolen.

Bovendien wordt binnen de openbare scholen steeds meer controle geëist door ouders die willen bepalen welk curriculum wordt aangeboden, welke boeken worden verboden, en hoe kinderen worden aangesproken qua gender. Onder het mom van ‘ouderlijke rechten’ groeit de invloed van deze ideologie op het onderwijs.

De opkomst van ex-evangelicals: verzet van binnenuit

Toch is er ook tegenbeweging. Een groeiende groep ex-evangelicals – mensen die de beweging van binnenuit hebben meegemaakt en verlaten hebben – spreekt zich uit. Velen van hen doen dit met een gevoel van urgentie: zij waarschuwen dat de ideologie die zij achterlieten nu via de politiek dreigt te worden opgelegd aan de hele samenleving.

Hun verhalen zijn vaak pijnlijk. Velen komen uit omgevingen waarin ze geleerd hebben dat ze slecht of zondig zijn en hebben moeite met het opbouwen van gezonde relaties, zelfvertrouwen en eigen keuzes.

Toch zijn het juist deze stemmen die het beste inzicht bieden in de mechanismen van macht en misbruik binnen het christelijk nationalisme.

Journalisten als Sarah McCammon en auteurs als Tim Alberta hebben vanuit hun achtergrond deze dynamiek beschreven. Maar het is lastig om gehoord te worden in een samenleving waar het witte evangelicalisme nog steeds onterecht wordt gezien als een moreel anker.

Er is meer publieke bewustwording nodig over wat christelijk nationalisme werkelijk inhoudt – en hoe het werkt.

Conclusie: waakzaamheid is geboden

Talia Lavins werk is een waarschuwing: de strijd tegen christelijk nationalisme is niet alleen een politieke strijd, maar ook een culturele en psychologische. Door de vermenging van religie met autoritaire politieke ideeën en de opbouw van een parallelle samenleving, vormt deze beweging een reële dreiging voor de Amerikaanse democratie.

Tegelijk biedt haar boek hoop. Juist doordat mensen zich losmaken van deze ideologie en hun verhaal delen, ontstaat ruimte voor verzet en verandering. Door hun ervaringen ernstig te nemen en bredere educatie over christelijk nationalisme te bevorderen, kan de maatschappij weerbaar worden gemaakt tegen deze sluipende vorm van machtsovername.

Talia Lavin. Wild Faith: How the Christian Right is Taking Over America. Legacy Lit, New York, 2024, 304 pp. ISBN 978 0306 8291 92

VS-onderzoeksjournalist Talia Lavin (°4 september 1989) doet diepgravend werk over extreemrechts en christelijk nationalisme in de VS. Ze groeide op in een modern-orthodox joods gezin en studeerde vergelijkende literatuurwetenschappen aan Harvard University.

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?