Er staat weer een mooie analyse en oproep die perspectief geeft, uitzicht en kansen, in mijn krant op deze 5de april '25, dit keer van Caroline De Gruyter. Zij ziet uitkomst voor deze tijden in versterking van de democratische instellingen zoals het rechtssysteem. Paniek is niet nodig, omdat het ons niet mag verbazen dat Democratie nooit af is, het is immers een werk in uitvoering, voor altijd, een (mooie, interessante) Opdracht. Ook schrijver en columnist Christophe Vekeman, de man met de cow-boy hoed, maakt momenteel een dergelijke bezinning. Ik vat de beschouwingen even samen en geef in een notendop mijn persoonlijke visie op de betrokken min of meer eeuwige vragen.
Of het soort verstandige, goedaardige ideeën zoals journaliste en schrijfster De Gruyter ze geeft op termijn de mensheid zullen kunnen brengen tot bewaren van orde en vrede, lijkt me niet zeer zeker. Zoals René Girard in zijn befaamde theorie over het ontstaan van geweld in crisistijden, in tijden van onzekerheid en grote verwarring, schrijft, zou het m.i. wel eens kunnen dat gemeenschappen niet alleen overgaan tot aanduiden en doden van zondebokken. De impuls de dingen "uit te vechten" zou wel eens gewoon kunnen menselijk zijn, me dunkt; in omstandigheden van "collectieve existentiële stress", van grote onzekerheid en vertwijfeling. Het lijkt mij eerlijk gezegd een nog zelden beschreven natuurwet, waar weinig kruid tegen gewassen lijkt.
Twee passages:
"Bijna alle Europeanen behoren zo langzamerhand tot de naoorlogse generatie. Steeds minder mensen hebben nog oorlog meegemaakt. De meesten gingen er jarenlang, om niet te zeggen decennialang, van uit dat er nooit meer geweld of oorlog zou komen op het continent, dat onze democratie zich eigenlijk lineair zou ontwikkelen: steeds beter, steeds een treetje hoger.
Precies wat de generatie van Stefan Zweig ook geloofde. Je hoeft Zweigs euforie over de “verzoening der volkeren” niet te delen, je hoeft niet in de Europese integratie te hebben geloofd “als in het evangelie”, om de teleurstelling te begrijpen die hemzelf bij de strot greep (Zweig pleegde zelfmoord in 1942): hoe is het in vredesnaam mogelijk dat allerlei soorten kwaad waarvan je dacht dat we ze uitgeroeid hadden, weer de kop opsteken in de samenleving? Hoe kan het dat sommigen zo snel hun geloof in de democratie verliezen als het tegenzit, nationaal en Europees, en concluderen dat we dus maar eens een ander systeem moeten proberen – een autocratie, bijvoorbeeld?"
2. "Maar, stelt Worms, de democratie is een proces. Een proces om de samenleving zo in te richten dat groepen mensen elkaar niet naar de strot vliegen, om die groepen in balans te houden en te zorgen dat er geen geweld komt. Al die groepen hebben verschillende belangen. Dat moet je managen met gemeenschappelijke regels, en met overheidsinstellingen die waken over die regels en de algehele balans. Maar omdat de samenleving niet statisch is en altijd verandert, verandert de verhouding tussen die groepen ook. De ene wordt zwakker, de andere sterker. Er komen nieuwe groepen bij. Voortdurend gebeuren er dus dingen die de balans in de democratie verstoren. Oftewel, de democratie is nooit af. Ze kán nooit af zijn. Je moet er altijd aan werken. Een terugslag is normaal. Het hoort erbij. Het is geen reden tot wanhoop, meer een reminder dat je altijd aan die balans moet werken. Dat de democratie niet een veilige haven is die je kunt bereiken en waar je altijd veilig zult zijn. Worms schrijft: “Dips en tegenslagen horen erbij.”"
NB. Ook columnist en schrijver Christophe Vekeman zag de trend dat mensen de laatste tijd tot de vaststelling komen, "Verdorie, de voortgang van de tijd brengt blijkbaar toch niet altijd vooruitgang?!" Hij trekt daarom in zijn column van het weekend de aandacht op de Evolutie van de mens, de geschiedenis van de Natuur en de menselijke positie daarin. Die wordt vaak simplistisch begrepen, en zelfs vlot misbruikt om eigen belangen te rechtvaardigen. Terwijl de geschiedenis, ook deze van de ultra lange termijn, dus die van de Natuur op Aarde, inderdaad tot nuchterheid en realisme aanleiding geeft; er is geen rechtlijnige vooruitgang naar de toekomst.
Er vindt geregeld een terugval plaats; de mens bevindt zich op een soort spiraal naar de toekomst. Ook al vind ik zelf wel reden tot optimisme in de studie van de Evolutie: soorten en de mens hebben toch maar mooi veel bijgeleerd tijdens de inspanning om in leven te blijven; nieuwe zintuigen en organen ontwikkeld, beter functionerende lichaamsmechanismen, beveiliging van de hersenen enzovoort. Evolutie is te vergelijken met Arbeid en met Sport; tegen weerstand in, ontstaat gezondheid en leef-vermogen.
Zonder dat het dus een rode loper-geschiedenis wordt naar beter en mooier. Een van die momenten van "terugval" zal bijvoorbeeld wel voor eeuwig de fase zijn die we oorlog noemen. Die een soort wrange, niet altijd gewenste vrucht lijkt te zijn aan de boom van onze aard, en in het bijzonder met daarin de vermogens tot kracht en geweld. Iets dat ethisch goed kan ingezet worden, bijvoorbeeld om van planten en dieren soep te maken, en je leven te beschermen wanneer een bruut, beest of mens, je een kopje kleiner wil maken.
De conclusie uit de betreffende inzichten en kennis die ik voor mijzelf gaandeweg heb getrokken komt er op neer dat de gevaren die onze route lijken te bedreigen, als persoon en als mensheid, nooit lang helemaal zullen wegvallen; dat het er daarom op aankomt persoonlijke bijdragen te leveren waar dit kan, en alert te leven. Zodat je steeds bekwamer wordt op de weg van persoonlijke groei, en als gemeenschap steeds opnieuw in staat tot het scheppen van de nodige voorwaarden voor een leefbaar, menswaardig, goed leven voor ieder. Dat kan een onbegonnen werk lijken, maar mij helpt het besef "alle beetjes helpen". Grote Ambitie en grote Nederigheid dienen zich zo te verhouden in je visie en missie, dat ze een gezond en stimulerend evenwicht vormen. Een energiebron, een bron van inspiratie. Een gebeuren dat op zich een blijvend mysterie vormt.
Illustratie
Princes Anne en prins Charles peinzend bij een wereldbol, foto door Anthony Armstrong-Jones, de eerste Lord Snowdon. Gedeeld door Milton Sonn, Flickr.