De wereld op drift: waarom het afbouwen van ontwikkelingshulp een vergissing is
“Als het kapitaal niet naar de armen gaat, gaan de armen naar het kapitaal.” Oude volkswijsheid
Het zijn stormachtige tijden voor de ontwikkelingshulp. De VS heeft het ontwikkelingsagentschap USAID (United States Agency for International Development) opgedoekt, het Verenigd Koninkrijk snoeit zwaar in zijn hulpbudget, en ook in Frankrijk, België en Nederland zijn er serieuze besparingen in de sector. De nieuwe regeringscoalitie in Berlijn wil zwaar snoeien in ontwikkelingsbudgetten.
Nefaste gevolgen
In het Noorden worden deze besparingen voorgesteld als onvermijdelijke neveneffecten van budgettaire discipline en herbewapening. Maar in het Zuiden zijn de gevolgen reëel en catastrofaal.Veel Afrikaanse landen steunen zwaar op buitenlandse hulp, waarbij landen als Sierra Leone en Malawi bijvoorbeeld meer dan 15 procent van hun bbp uit ontwikkelingsgelden halen.
Door het stopzetten van USAID moesten ziekenhuizen in Kenia en Congo hun deuren sluitenUSAID is een van ’s werelds belangrijkste verstrekkers van voedselhulp, gezondheidszorg en noodhulp bij rampen en conflicten. Als deze steun wegvalt, verliezen miljoenen mensen in crisissituaties zoals in Gaza, Oekraïne of Sub-Sahara-Afrika toegang tot levensreddende hulp.
Ook op het vlak van wereldwijde volksgezondheid zal het verdwijnen van USAID dramatische gevolgen hebben. De organisatie speelt een sleutelrol in de bestrijding van infectieziekten zoals malaria en tuberculose, in vaccinatiecampagnes en in de preventie van pandemieën. Zonder deze steun zullen kwetsbare regio’s geconfronteerd worden met meer ziekte-uitbraken en een stijgende kindersterfte.
Door het stopzetten van USAID moesten ziekenhuizen in Kenia en Congo hun deuren sluiten en zijn gezondheidswerkers werkloos geworden. HIV-patiënten krijgen geen medicatie meer, terwijl in Soedan en Congo hongersnood en oorlog dreigen te escaleren zonder internationale steun.
Daarnaast zorgt USAID voor economische impulsen via landbouwontwikkeling, microkredieten en infrastructuurprojecten. Die steun versterkt de stabiliteit van lokale gemeenschappen en vermindert migratiedruk. Het stopzetten van deze programma’s zal de economische groei wellicht in veel landen vertragen, met mogelijk meer armoede, instabiliteit en migratie tot gevolg.
Samen geven rijke landen bijna zeventig keer zoveel uit aan bewapeningDie abrupte schrapping van ontwikkelingshulp van de VS komt bovenop de gestage vermindering van ontwikkelingsfondsen uit de andere landen van het Noorden. In het slechtste scenario zal de wereldwijde officiële ontwikkelingshulp (ODA) in 2025 met 74 miljard dollar dalen – bijna een derde van het totaal.
Nu we het over cijfers hebben: om de ergste noden in de armste landen te lenigen, is jaarlijks ongeveer 57 miljard dollar nodig. De rijke landen financieren daar amper een derde van. Samen geven ze bijna zeventig keer zoveel uit aan bewapening.
Dat gaat over noodhulp. Voor duurzame ontwikkeling is veel meer nodig. In 2015 legde de Verenigde Naties 17 duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's) vast om voor iedereen een betere en duurzamere toekomst te garanderen tegen 2030. Om die te bereiken is jaarlijks meer dan 5.000 miljard dollar nodig. Dat is 25 maal zoveel als ze nu jaarlijks besteden aan ontwikkelingshulp.
Met de huidige afbouw van ontwikkelingsgelden zal daar uiteraard niets van in huis komen.
Zorgenkind
En het is niet enkel een kwestie van kwantiteit, ook de kwaliteit van de ontwikkelingshulp is een zorgenkind. Al decennia krijgt de ODA kritiek, zowel vanuit academische kringen als van mensen met praktijkervaring in het veld.De ontwikkelingsindustrie is er in elk geval niet in geslaagd om de kloof tussen Noord en Zuid te dichten. Maar dat was ook niet echt de bedoeling. Na de Tweede Wereldoorlog werd ontwikkelingshulp in de eerste plaats ingezet als instrument om geopolitieke en commerciële belangen van donorlanden te dienen.
Armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling zijn ondergeschikt aan het versterken van invloed en de belangen van donorlandenDean Acheson, minister van Buitenlandse Zaken van de VS, was daarover bijzonder duidelijk in 1951: “Economische en technische hulp moet voldoende zijn om de militaire programma's te ondersteunen en om enkele van de fundamentele problemen van zwakte aan te pakken waar wapens alleen geen verdediging zijn”.
In 1960 schreef Eugene Black, de voorzitter van de Wereldbank: "Economische hulp zou het belangrijkste middel moeten zijn, waarmee het Westen zijn politieke en economische dynamiek in de onderontwikkelde wereld in stand houdt”.
De huidige voorzitter van de Wereldbank formuleert het zo: “Ons uiteindelijke doel is om landen te helpen een dynamische privésector op te bouwen”.
Armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling zijn met andere woorden ondergeschikt aan het versterken van invloed en de belangen van donorlanden of moeten bevorderlijk zijn voor binnen- of buitenlandse kapitaalgroepen. Hulp werd en wordt gebruikt als diplomatiek instrument, bijvoorbeeld om bondgenoten te belonen of invloed uit te oefenen op het beleid van ontvangende landen.
Zo opereerde USAID vaak als een verlengstuk van het Amerikaanse buitenlands beleid: media en NGO's die steun ontvingen van USAID of haar zusterorganisaties (zoals de National Endowment for Democracy) bleken regelmatig betrokken bij regimewisseloperaties of het ondermijnen van progressieve regeringen.
"Van Cuba tot Bolivia en Nicaragua tot Venezuela blijkt USAID betrokken bij een eindeloze reeks programma's gericht op de vorming van oppositie, mediacampagnes, leiderschapstraining en steun aan separatistische bewegingen", merkt Maurice Lemoine terecht op.
Vaak is ontwikkelingshulp ‘gebonden’, wat betekent dat ontvangende landen verplicht zijn goederen of diensten uit het donorland af te nemen. Daarnaast vloeit een groot deel van de hulp terug naar donorlanden via bestedingen aan eigen bedrijven en experts.
Een aanzienlijk deel van de ontwikkelingshulp wordt ook niet direct ingezet voor basisvoorzieningen zoals gezondheidszorg, onderwijs en schoon drinkwater, dat leerden de cijfers hierboven al. Veel hulpprogramma’s worden top-down opgezet, zonder voldoende inspraak van lokale gemeenschappen. Dit gebrek aan eigenaarschap leidt tot projecten die slecht aansluiten bij de realiteit op het terrein en dus weinig duurzaam zijn.
Het schrappen van hulp is geen besparing, maar een kost die zich terugbetaalt in instabiliteit en onveiligheidNaast het probleem van inefficiëntie, corruptie en wanbeheer is er ook nog het euvel van het kortetermijndenken. Veel projecten zijn tijdelijk en bieden geen structurele oplossing. Institutionele opbouw en langetermijnvisies blijven vaak uit.
Kind en het badwater
Ontwikkelingshulp heeft met andere woorden een zeer problematische geschiedenis. Maar wie daaruit besluit dat we er beter helemaal mee stoppen, maakt een tragische vergissing. Want ondanks alle tekortkomingen is goed ontworpen hulp nog steeds een van de krachtigste instrumenten om mensenlevens te redden, ongelijkheid te bestrijden en de wereld veiliger te maken.Vandaag is hulp meer dan ooit noodzakelijk en urgent. De klimaatcrisis rukt steeds verder op en het Zuiden voelt daar de gevolgen het eerst en het zwaarst van. Het Afrikaanse continent is vlakbij. Honderden miljoenen jongeren staan klaar om hun toekomst uit te stippelen. De vraag is of ze dat ter plaatse zullen, kunnen of willen doen.
Zonder investeringen, zonder een eerlijke plek aan tafel en zonder globale solidariteit, dreigt een explosie van armoede, conflict en migratie. Drones, prikkeldraden of extra soldaten zullen dat niet tegenhouden. De wereld is te complex en te verbonden om armoede en instabiliteit elders niet ook als “ons probleem” te beschouwen.
Het schrappen van hulp is daarom geen daad van verstandig beleid of moed, maar eerder van lafheid en kortzichtigheid. Als politici echt leiderschap willen tonen, dan zullen ze hun burgers de waarheid moeten vertellen dat we in een geglobaliseerde en verbonden wereld leven. Dat het opgeven van ontwikkelingshulp geen besparing is, maar een kost die zich terugbetaalt in instabiliteit en onveiligheid.
Een wereld waarin solidariteit plaats ruimt voor militarisering en muren, is geen veiligere wereldIn plaats van het kind met het badwater weg te gooien, moeten we ontwikkelingshulp opnieuw uitvinden: rechtvaardiger, doeltreffender, transparanter én structureler. We moeten dat niet alleen uit liefdadigheid of solidariteit doen, maar ook uit goed begrepen eigenbelang.
Een wereld waarin solidariteit plaats ruimt voor militarisering en muren, is geen veiligere wereld. Het is een wereld op drift. En daar verliezen we uiteindelijk allemaal bij.