500 Belgische wetenschappers: investeren we nog in de toekomst?
Toen stortregens België in 2021 troffen, evenals Italië, Griekenland en recent nog Spanje (Valencia), waren het de meteorologische instituten die de eerste waarschuwingen uitstuurden.
In een steeds instabieler klimaat zijn dergelijke waarschuwingen essentieel om levens te redden en miljarden euro’s schade te voorkomen. Om ons voor te bereiden op de impact van de klimaatverandering op de biodiversiteit, ecosystemen en het aardsysteem in zijn geheel, zijn naast waarschuwingssystemen ook betere kennis van meteorologie en de dynamiek van de atmosfeer en oceanen noodzakelijk.
Bij deze sleutelthema’s speelt het federale wetenschapsbeleid in België een centrale rol, zowel via de federale wetenschappelijke instellingen[1] als via de federale financiering van universiteiten en onderzoeksinstellingen.
Wetenschappelijk werk op het gebied van aard-, milieu- en klimaatwetenschappen, biodiversiteit, de ontwikkeling van nieuwe energiebronnen en de detectie van toxische stoffen die voortkomen uit menselijke activiteiten (zoals PFAS, pesticiden, zware metalen, micro- en nanoplastics, stikstof) beantwoordt aan een essentiële behoefte van de Belgische bevolking.
Federale financiering levert ook een belangrijke culturele bijdrage via onze Koninklijke Musea en Instituten, en verzekert via de collecties en archieven[2] mee ons collectief geheugen. Deze collecties, een erfgoed van de mensheid, zijn een specifiek kenmerk van de federale instellingen en hun waarde voor wetenschappelijk onderzoek is complementair aan die van de universitaire collecties.
Om de objectiviteit van de resultaten en de onafhankelijkheid van de wetenschappelijke diensten te garanderen, is het in het belang van ons allemaal dat voldoende onderzoek en kennisverspreiding onafhankelijk van privé-financiering kan gebeuren.
Dit publieke wetenschappelijk onderzoek creëert bovendien toegevoegde waarde en welvaart. Boven op hun maatschappelijke waarde hebben openbare investeringen in onderzoek gemiddeld een rendement voor de industrie rond 30%[3].
Toch staat het wetenschapsbeleid in België al jarenlang onder druk. De federale regering Michel (2014-2019) heeft de federale wetenschappelijke instellingen een jaarlijkse besparing van 2% opgelegd.
Deze besparingen zijn niet teruggeschroefd door de vorige regering en verhinderen onderzoekers nu al om een deel van hun taken uit te voeren, waaronder internationale verplichtingen zoals de milieurapportering voor de Europese Commissie.
Wetenschappers moeten zich steeds meer behelpen met kortlopende, onzekere contracten van één of twee jaar, zonder perspectief op een stabiele toekomst. Deze situatie verzwakt de hele Belgische wetenschappelijke structuur, zowel op het vlak van kennisproductie als kennisoverdracht.
Het nieuwe regeerakkoord werpt een donkere schaduw over de toekomst van het openbare wetenschappelijk onderzoek in België. De begrotingsplannen voorzien in besparingen op de federale onderzoeksfinanciering van 39 miljoen euro in 2025, 73 miljoen in 2026, 84 miljoen in 2027, 92 miljoen in 2028 en zelfs 93 miljoen in 2029.
Ter vergelijking: in 2024 bedroeg het federale onderzoeksbudget 630 miljoen euro[4]… Dit betekent een gemiddelde daling van het onderzoeksbudget met 12%, bovenop alle eerdere besparingen, wat zal leiden tot banenverlies en een geringere publieke dienstverlening.
Nu de Verenigde Staten fors snoeien in openbare onderzoeksinstellingen[5], heeft Europa er alle baat bij zich te profileren als leider in wetenschappelijk onderzoek, onder meer om de economie te versterken. Als werknemers van federale wetenschappelijke instellingen en universitaire onderzoekscentra, actief binnen projecten die door federaal onderzoek worden gesteund, verzetten wij ons tegen deze besparingen. Gezien de huidige en toekomstige uitdagingen vragen wij een financiering die in verhouding staat met de noden van onze samenleving.
Deze tekst ontstond op initiatief van onderzoekers van de federale instituten KBIN-IRSNB & BIRA-IASB en de universiteiten ULB & VUB. De volledige lijst van ondertekenaars vind je hier.
Notes:
[1] Koninklijk Meteorologisch Instituut, Koninklijke Sterrenwacht van België en het Planetarium, Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, Koninklijk Belgisch Instituut voor Ruimte-Aeronomie, Koninklijk Museum voor Midden-Afrika.[2] Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium, Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Rijksarchief in België, Koninklijke Bibliotheek.
[3] Del Bo, C.F., 2016. The rate of return to investment in R&D: The case of research infrastructures. Technological Forecasting and Social Change 112, 26–37.
[4] Voor een ambitieus federaal Wetenschapsbeleid.
[5] La science est universelle et sa défense internationale! par Didier Viviers.